De Smedt advocaten zoekt een advocaat-stagiair(e)

Wij zijn op zoek naar een gedreven advocaat-stagiair(e) met een brede juridische kennis en interesse.
Wij verwachten een geëngageerde kandidaat die teamgericht is met een grote verantwoordelijkheidszin en betrokkenheid.
Gemotiveerd ?
Stuur uw cv en motivatiebrief naar info@advocatenkantoor-desmedt.be

Ondernemers stappen beter doordacht in het huwelijksbootje

Ondernemers stappen beter doordacht in het huwelijksbootje

Een echtscheiding kan uitmonden in een heuse nachtmerrie. Soms blijft een partner berooid achter. Om dat te vermijden, zijn er nieuwe spelregels vanaf september. Die vergen van de huwelijkspartners meer doordachte keuzes. Dat geldt zeker voor ondernemers of de beoefenaars van een vrij beroep.

Op 1 september treedt het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking. Het belangrijkste doel van de hervorming is dat de huwelijkspartners bij een scheiding beter worden beschermd. Dat geldt uiteraard ook voor de ex-partner van een ondernemer of voor de ex van een vrije beroeper zoals een kinesist, een accountant, een notaris of een plastisch chirurg.

Specifiek voor ondernemers werkt de hervorming een aantal onzekerheden weg. Wat moet bijvoorbeeld gebeuren met de winsten en de aandelen in uw bedrijf als uw huwelijk niet standhoudt? Kan uw ex-partner dan een deel van de winst of van de waarde van die aandelen opeisen? En zo ja, welk deel?

Het antwoord op die vraag is afhankelijk van het stelsel waarvoor de echtgenoten kiezen om het vermogen tijdens het huwelijk te organiseren. Net zoals nu zijn er drie mogelijkheden.

Ofwel huwt u, zoals de meeste koppels, onder het wettelijk stelsel. Ofwel kiest u voor het een stelsel van scheiding van goederen. Ofwel opteert u voor een stelsel van algehele gemeenschap van goederen. Dat laatste stelsel kan nuttig zijn als u alle goederen die u al voor uw huwelijk bezat gemeenschappelijk wil maken. Omdat weinig huwelijkspartners daarvoor kiezen (minder dan 1 procent), laten we het stelsel van gemeenschap van goederen buiten beschouwing.

Wettelijk stelsel

Als u geen keuze maakt, valt u automatisch onder het wettelijk stelsel. Maar u kunt er natuurlijk ook bewust voor kiezen.

In dat stelsel zijn er drie vermogens: een gemeenschappelijk vermogen dat u samen met uw partner opbouwt en de eigen vermogens van beide echtgenoten.

Zelfstandigengids 2018

Alle maatregelen die het ondernemen makkelijker maken.

De Zelfstandigengids is op 16/6 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

In het eigen vermogen zit alles wat u opbouwde voor het huwelijk, maar ook schenkingen of erfenissen die u tijdens het huwelijk ontvangt.

Uw beroepsinkomsten komen onmiddellijk terecht in het gemeenschappelijk vermogen. ‘Echtgenoten werken met en voor elkaar’, zegt professor Charlotte Declerck (UHasselt, Tiberghien advocaten) . ‘Oefent u tijdens het huwelijk een beroep uit, dan moeten de inkomsten integraal toekomen aan het gemeenschappelijk vermogen. Alleen de beroepsinkomsten die u voor of na de ontbinding van het huwelijk realiseert, blijven eigen.’

Veronderstel dat u gehuwd bent en dat u helemaal aan het begin staat van een loopbaan als plastisch chirurg. Dan is het best mogelijk dat u gemeenschappelijke fondsen aanwendt om het nodige materiaal te kopen, zoals een laptop of een bank om uw patiënten te behandelen.

Als uw huwelijk op de klippen loopt, dan bent u aan het gemeenschappelijke vermogen een vergoeding verschuldigd. Volgens de huidige spelregels is die vergoeding minstens gelijk aan de aankoopprijs. ‘Dat is problematisch omdat de goederen die u destijds hebt aangekocht na tien of twintig jaar huwelijk soms weinig of niets meer waard zijn’, zegt CD&V-parlementslid Sonja Becq.

Daarom wordt voor deze beroepsgoederen vanaf 1 september een onderscheid gemaakt tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde. Als het huwelijk strandt, dan mag de arts zijn materiaal behouden, maar komt de vermogenswaarde van het materiaal toe aan de gemeenschappelijke pot.

De vermogenswaarde is niet de aankoopprijs van het materiaal, maar de waarde ervan op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid.

Is de laptop of de bank die u 20 jaar geleden met geld uit de gemeenschappelijke pot aankocht ondertussen niets meer waard, dan moet u niets meer terugbetalen. Zijn die goederen nog 1.000 euro waard, dan moet u 1.000 euro aan de gemeenschappelijke pot terugstorten. Omdat die pot bij echtscheiding wordt verdeeld in twee helften, moet u de ex-partner dan nog 500 euro betalen.

Het onderscheid tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde wordt doorgetrokken als u, nadat u getrouwd bent, met gemeenschappelijke gelden een vennootschap opricht en alle aandelen in die vennootschap op uw naam zijn ingeschreven. Bijvoorbeeld om er een bedrijf of een artsenpraktijk mee uit te bouwen.

Wat met uw beleggingen?

Bent u, zoals de meeste koppels, gehuwd onder het wettelijk stelsel, dan is er een gemeenschappelijk vermogen en heeft elke echtgenoot ook zijn eigen vermogen. Aan wie komen dan de dividenden en de mogelijke meerwaarde toe als een van de echtgenoten louter privé en los van zijn beroep in beursgenoteerde aandelen belegt? Dat is nu soms onduidelijk. Maar vanaf 1 september wordt die vraag opgelost:

  • Zijn de aandelen voor minstens de helft met fondsen uit het gemeenschappelijk vermogen gekocht, dan behoren de aandelen, de dividenden en de eventuele waardestijgingen integraal toe aan de gemeenschappelijke pot van de gehuwden.
  • Zijn de aandelen voor minstens de helft verworven met eigen middelen van een van de huwelijkspartners, dan behoren ze integraal toe aan het eigen vermogen van die partner. Mogelijk is er bij de beëindiging van het huwelijk dan wel een vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen, bijvoorbeeld wanneer de aankoop van de effecten voor 40 procent met gemeenschappelijke fondsen werd gefinancierd.

Loopt uw huwelijk spaak, dan blijft u eigenaar van uw aandelen en dan kunt u ze verkopen of de stemrechten op de algemene vergadering uitoefenen. Maar de waarde van de aandelen komt bij echtscheiding aan het gemeenschappelijk vermogen toe. En ook dan wordt voortaan de waarde van de aandelen op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid in rekening gebracht.

Uw ex-echtgenoot zal dan de helft van de waarde van de aandelen in uw bedrijf kunnen claimen. ‘De aandelen zijn wel voor minstens de helft met gemeenschapsgelden verkregen. In het wettelijk stelsel zijn alle vruchten van uw beroepswerkzaamheden gemeenschappelijk. Dit is dus logisch en rechtvaardig’, aldus Declerck.

Voor de inkomsten die u uit uw vennootschap puurt, is de situatie enigszins anders. Het maakt dan niet uit of u al een vennootschap had voor het huwelijk, dan wel of u die vennootschap pas oprichtte nadat u was getrouwd.

Ontvangt u dividenden of een bezoldiging als bedrijfsleider, dan zijn die beroepsinkomsten in het wettelijk stelsel bestemd voor de gemeenschappelijke pot.

Als de relatie met uw echtgenoot op kantelen staat, dan zou u uw beroepsinkomsten in uw vennootschap kunnen ‘oppotten’, waardoor het gemeenschappelijk vermogen en dus ook de andere echtgenoot inkomsten misloopt.

Dat zal niet meer mogelijk zijn. Als die beroepsinkomsten normaal wel toegekomen zouden zijn aan de gemeenschappelijke pot, dan is er bij een scheiding een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd. ‘Om het bedrag daarvan te bepalen moet men zich de vraag stellen welk beroepsinkomen er aan de gemeenschap zou zijn toegekomen als de echtgenoot-ondernemer zijn beroep zonder vennootschap had uitgeoefend’, aldus Declerck.

Het onderscheid tussen het recht en de vermogenswaarde geldt bij een echtscheiding ook voor het cliënteel dat u als vrije beroeper of als ondernemer tijdens het huwelijk hebt opgebouwd. ‘Het is aan de echtgenoot die de beroepsactiviteit uitoefent om te beslissen of hij zijn klantenportefeuille verkoopt of niet. Maar als het cliënteel tijdens het huwelijk fors is uitgebouwd, dan behoort de economische waarde ervan tot de gemeenschap’, aldus Declerck.

Met dit uitgangspunt is uw echtgenoot beter beschermd, en dan vooral als hij zijn professionele loopbaan op een zijspoor heeft gezet.

Scheiding van goederen

Wie al een bedrijf heeft op het ogenblik dat hij trouwt of de oprichting van zijn bedrijf financiert met eigen middelen, kiest al eens voor een stelsel van scheiding van goederen. In dat geval is er geen gemeenschappelijk vermogen en zijn er maar twee vermogens: dat van elke echtgenoot afzonderlijk. ‘Een ondernemer kan dit stelsel gebruiken om zijn partner te beschermen tegen zijn schuldeisers voor het geval er met het bedrijf iets zou mislopen’, aldus Becq.

Ook deze regeling leidt soms tot problemen als de andere partner veel minder verdient of zijn carrière opzijzet om voor de kinderen te zorgen. ‘Bij de beëindiging van het huwelijk kan die partner met lege handen achterblijven. Want hij of zij heeft nooit gedeeld in de inkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. Het leidt ook tot oneerlijke situaties. Het is dan ook logisch dat er een bepaalde bescherming wordt ingebouwd zodat niemand in armoede wordt geduwd’, motiveert Becq.

Om dat te verhinderen en om toch een beetje solidariteit in te bouwen, moet de notaris de echtgenoten die willen huwen met scheiding van goederen voortaan wijzen op twee mogelijkheden.

1. Verrekening van aanwinsten

Als de echtgenoten opteren voor het stelsel van scheiding van goederen, dan kunnen ze in het huwelijkscontract een beding van verrekening van aanwinsten opnemen. Zo delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. ‘Het gaat nog steeds om een scheiding van goederen, maar bij de ontbinding van het huwelijk zal de economisch sterkere echtgenoot een geldsom betalen aan de economisch zwakkere’, vervolgt Becq.

De notaris kan in het huwelijkscontract verwijzen naar de nieuwe bepalingen in het burgerlijk wetboek en in dat geval kan de financieel zwakkere echtgenoot de helft van de aanwinsten opeisen.

Maar de echtgenoten kunnen daarvan afwijken en overeenkomen dat de financieel zwakkere echtgenoot bij de beëindiging van het huwelijk 10 , 30 of 40 procent kan claimen. De echtgenoten kunnen zelf de verdeelsleutel bepalen.

2. Rechterlijke billijkheidscorrectie

Echtgenoten kunnen in het huwelijkscontract een rechterlijke billijkheidsclausule opnemen. Ook hier gaat het om een mogelijkheid, geen verplichting. Als in het huwelijkscontract zo’n clausule is opgenomen, dan kan de echtgenoot die met lege handen achterblijft aan de rechter vragen om toch nog een deel van de aanwinsten ontvangen. ‘Dat kan evenwel tot maximaal een derde van de nettowaarde van de gezamenlijke aanwinsten op het tijdstip van de ontbinding van het huwelijk’, stelt Declerck.

Een billijkheidsclausule brengt niet altijd redding. Want, zelfs als er zo’n clausule in het huwelijkscontract is opgenomen, dan zal een echtgenoot ze maar kunnen inroepen als de omstandigheden sinds het afsluiten van het huwelijkscontract onvoorzien en ongunstig gewijzigd zijn, bijvoorbeeld als een van de echtgenoten om gezondheidsredenen moest stoppen met werken.

Bovendien moet er sprake zijn van manifeste onbillijke gevolgen. Als de ex-partner zelf vermogend is , zal hij de clausule nooit kunnen inroepen.

Huwt u met scheiding van goederen en is er in het huwelijkscontract geen verrekening van aanwinsten of een rechterlijke billijkheidclausule voorzien, dan is het nog altijd mogelijk om uw ex-partner bij een scheiding in de kou te laten staan. Volgens specialisten familiaal vermogensrecht is dat absoluut een gemiste kans. ‘Uiteindelijk is het aan de echtgenoten om te beslissen in welke mate ze solidair blijven als de relatie spaak loopt. We gaan hen niet in een dwangbuis wringen’, repliceert Open VLD-Kamerlid Carina Van Cauter.

Ex met lege handen achter laten bij scheiding kan nog altijd

Ex met lege handen achter laten bij scheiding kan nog altijd

Wie huwt met scheiding van goederen kan zijn ex bij een echtscheiding nog altijd koud uitsluiten, ondanks een nakende hervorming die dat precies wil verhinderen.

Dat blijkt uit het wetsvoorstel dat nog voor het zomerreces groen licht krijgt in het parlement en dat vanaf 1 september moet leiden tot een hervorming van het huwelijksvermogensrecht.

Die hervorming heeft nochtans tot doel om de financieel zwakkere echtgenoot beter te beschermen bij een overlijden of bij een echtscheiding. Maar als de huwelijkspartners kiezen voor een stelsel van scheiding van goederen, is het nog altijd mogelijk dat de financieel zwakkere met lege handen achterblijft.

‘Mensen die een relatie aangaan, beseffen niet wat de juridische gevolgen zijn op lange termijn’

Alain Verbeke Professor familiaal vermogensrecht

Volgens professor Alain Verbeke (KULeuven/Harvard en Greenille by Laga advocaten) en andere specialisten familiaal vermogensrecht gaat het om “een gemiste kans”. ‘Ik pleit al lang voor een billijk relatievermogensrecht. Alle koppels in een duurzame relatie moeten bij een breuk een minimum aan vermogen met elkaar delen en verrekenen, bijvoorbeeld een deel van wat ze samen tijdens die relatie hebben opgebouwd. Dat zou moeten gelden bij elk huwelijk, ook als de partners getrouwd zijn met scheiding van goederen. En ook bij wettelijke samenwoning of feitelijke samenwoning van een bepaalde duur. Mensen die een relatie aangaan, denken helemaal niet na over de juridische gevolgen of beseffen de volle draagwijdte niet op lange termijn.’

Opties

Vanaf 1 september moet de notaris de aanstaande echtgenoten wel wijzen op twee mogelijkheden die de solidariteit tussen de partners, in een stelsel van scheiding van goederen, kunnen vergroten. En over de gevolgen als ze dat niet doen.

Zelfstandigengids 2018

Nu zaterdag 16/6, gratis bij de Tijd.

Alle maatregelen die het ondernemen makkelijker maken.

1. Zo kunnen de partners in het huwelijkscontract een beding van ‘verrekening van aanwinsten’ opnemen. ‘Op die manier kan de zwakkere echtgenoot toch delen in de beroepsinkomsten die de andere echtgenoot tijdens het huwelijk verwerft. Als de partners geen afwijkende verdeelsleutel voorzien, kan de zwakkere tot de helft van die aanwinsten claimen’, zegt CD&V kamerlid Sonja Becq. De echtgenoten kunnen evengoed een andere verdeelsleutel afspreken, en voorzien dat de financieel zwakkere een derde of een vierde van de aanwinsten kan krijgen.

2. Verder kunnen de partners in de huwelijksovereenkomst een rechterlijke billijkheidscorrectie opnemen. Onder bepaalde strenge voorwaarden, kan de zwakke partner zich tot de rechter wenden om toch nog een deel van de inkomsten van de andere echtgenoot te ontvangen. Maar dat kan dan tot maximaal een derde. In de eerdere plannen was voorzien dat dit beding sowieso in het contract moest worden opgenomen, tenzij partijen dat vangnet niet wensten (opt-out). 

‘Huwelijkspartners moeten zelf beslissen of ze een vorm van solidariteit willen inbouwen. We gaan hen niet in een dwangbuis wringen.’

Carina Van Cauter Kamerlid Open VLD

Weloverwogen keuze

In de finale versie blijft het aan de  partners om te beslissen of ze zo’n billijkheidscorrectie in het contract opnemen. Ze zijn daartoe niet verplicht. De notaris is alleen verplicht om de keuze over de billijkheidscorrectie op te nemen in het huwelijkscontract. Volgens kamerlid Carina Van Cauter (Open VLD) is dit logischer. ‘Mensen die kiezen voor een scheiding van goederen moeten zelf beslissen wat ze doen. Als ze niet willen dat de partner vroeg of laat met de tandenborstel op straat komt te staan, kunnen ze daar iets aan doen. De notarissen moeten hen op de mogelijkheden wijzen. Maar uiteindelijk blijft het wel hun vrije keuze. We gaan mensen niet in een dwangbuis wringen. Als ze bijvoorbeeld voor de tweede keer trouwen, is het best mogelijk dat ze  het eigen vermogen strikt gescheiden willen houden van dat van de partner en helemaal geen solidariteit willen inbouwen voor het geval de relatie spaak loopt’.

Volgens de federale minister van Justitie Koen Geens (CD&V) blijft de basisfilosofie dat echtgenoten hun vermogensrechtelijke verhoudingen regelen zoals zij willen. ‘Maar we willen hen wel sensibiliseren. Dit voorstel zorgt ervoor dat de echtgenoten een weloverworgen en bewust keuze kunnen maken’, aldus Geens. 

Voor ondernemers brengt het wetsvoorstel meer duidelijkheid. Wat de hervormingen voor hen precies inhouden leest u zaterdag in Netto. Lees ook: de Netto-zelfstandigengids nu zaterdag bij DE TIJD.

Heeft advies van uw privaat bankier nog een toekomst?

Heeft advies van uw privaat bankier nog een toekomst?

De nieuwe Europese financiële regelgeving zal de trend naar individueel beheer nog versnellen. Advies wordt complexer, duurder en in sommige gevallen een tikje elitair.

Bemiddelde klanten krijgen van hun private bankier de keuze tussen twee soorten contracten: een adviesrelatie of een beheersmandaat. In het geval van advies houdt de klant zelf de touwtjes in handen. De adviseur kan de klant een beursadvies geven, waar de klant vervolgens al dan niet op ingaat. Of de klant kan zelf met een ideetje komen dat hij bespreekt met de adviseur, wat al dan niet leidt tot een beursorder. Een adviesrelatie is erg arbeidsintensief. ‘Maar veel klanten vinden dit leuk. Ze sparren met hun adviseur’, zegt een privaatbankier.

In het geval van een mandaat laat de klant het beheer van de portefeuille volledig over aan de adviseur (discretionair beheer). Vier maal per jaar krijgt de klant een overzicht van de portefeuille en van de uitgevoerde transacties. Eens per jaar komt de adviseur langs om een en ander te bespreken. Discretionair vermogensbeheer is aangepast aan het risicoprofiel, de ervaring en de kennis van de klant.

Geschiktheidsverklaring

Door de invoering van de Europese regulering MiFID 2 op 3 januari 2018 is beleggingsadvies nog een stukje complexer en dus duurder geworden. MiFID 2 legt een strenge formalisering van het advies op. Het volstaat niet langer dat een adviseur een klant opbelt met een advies en dat die klant vervolgens telefonisch zijn akkoord geeft om een beursorder uit te voeren.

In het verleden kon een adviseur die een hele dag klanten belde met de ‘gouden tip’ in een mum van tijd een pak orders erdoor draaien. Dat is voorbij. Voor een order wordt uitgevoerd, moet de klant een geschiktheidsverklaring (andere namen zijn suitability report, suitability statement, geschiktheidsrapport, gepastheidsrapport, geschiktheidsbeoordeling) ontvangen. Als via de telefoon een advies gegeven wordt, krijgt de klant via e-mail het geschiktheidsrapport. Vervolgens geeft de klant zijn akkoord per e-mail of telefoon. Wat staat er nu in dat rapport?

Een belangrijk element is het precieze tijdstip (tot op de seconde) van het advies. Zo is geen verwarring of misverstand mogelijk. Het rapport bevestigt dat het voorgestelde beursorder past in het risicoprofiel van de klant. Verder wordt de voorgestelde transactie uit de doeken gedaan, met een indicatie van het transactiebedrag. Vervolgens kijkt het rapport naar de wijze waarop het beursorder de samenstelling van de portefeuille beïnvloedt en wordt bevestigd dat die wijziging nog steeds in overeenstemming is met het risicoprofiel.

Klanten in discretionair vermogensbeheer krijgen ook een geschiktheidsverslag, maar dat is periodiek, en niet bij elk verstrekt advies.

©Mediafin

Een adviseur wordt tijdens een autorit of op een receptie door een grote klant opgebeld en helpt hem even met advies? Ook dat behoort tot het verleden. MiFID 2 eist dat alle telefoongesprekken worden opgenomen. ‘Er wordt geen advies meer gegeven per gsm’, zegt Koen D’haluin van de vermogensbeheerder Leo Stevens & Cie. ‘Cliënten die ons op de gsm opbellen, worden teruggebeld via de vaste getapte lijn’, zegt Marc Leyder, directeur vermogensadvies bij Van Lanschot Bankiers.

Bij sommige vermogenshuizen zijn klanten nu al verplicht naar één centraal nummer te bellen als het over advies gaat. Bij andere kunnen de gesprekken op alle vaste lijnen opgenomen worden. ‘Het vertrouwde contact met de vaste relatiebeheerder is belangrijk’, zegt Bank Delen. ‘Elke bevoorrechte gesprekspartner van een klant heeft een apart telefoonnummer’, zegt Thierry Van Alphen, hoofd private banking bij ING België.

Marc Leyder van Van Lanschot voegt er nog aan toe: ‘We denken verder na over ontwikkelingen en investeringen in adviestoepasssingen op het vlak van omnichannel en diverse media.’ Omnichannel houdt in dat de klant via elk kanaal – online, mobiel, telefonisch of persoonlijk gesprek – dezelfde service krijgt en dat de informatie via elk kanaal gelijkwaardig beschikbaar is. Als het advies wordt verstrekt tijdens een gesprek onder vier ogen, is een ondertekend orderformulier noodzakelijk.

Advies via de gsm is verleden tijd.

Koen D’haluin
Leo Stevens & Cie

Sommigen voorspelden dat MiFID 2 het einde van het advies zou betekenen. Onze gesprekspartners ontkennen dat formeel. Bij sommige spelers wordt dit wel een randfenomeen. ‘Bij Delen Private Bank heeft 1,5 procent van de klanten een contract beleggingsadvies. Het gaat vaak om klanten die naast hun beheerde portefeuille nog een aantal effecten wensen te behouden die ze vaak zelf geselecteerd hebben’, klinkt het bij Delen.

Bij ING Private Banking is het marktaandeel van discretionair beheer 70 procent. ‘We verwachten dat die trend doorzet.’ Toch zal ook bij ING Private Banking advies niet verdwijnen. ‘Bepaalde klanten wensen een hogere interactie en willen mee beslissen over hun portefeuille’, zegt Thierry Van Alphen.

Bij Leo Stevens & Cie heeft nog minder dan de helft een adviesrelatie. ‘In vergelijking met klanten in vermogensbeheer, houden ze vaak kleinere beleggingsportefeuilles aan. De heel actieve cliënten die zelf hun portefeuille beheren, zijn over de jaren heen vertrokken naar goedkopere brokers’, zegt Koen D’haluin.

Bij Van Lanschot Bankiers zijn advies en beheer ongeveer even belangrijk. ‘Het klopt dat advies een stuk arbeidsintensiever en dus duurder is dan beheer. Maar er zijn voldoende beleggers of ondernemers die zelf de vinger aan de pols willen houden of een klankbord nodig hebben voor hun beleggingen. Er is in heel de maatschappij al genoeg betutteling. Mensen willen zelf de beslissingen nemen’, zegt Marc Leyder van Van Lanschot.

Wat is MiFID 2?

> Ging van start op 3 januari.

> Is de opvolger van de MiFID 1-richtlijn (2007).

> Heeft betrekking op zowel beleggingsproducten als op beleggingsdiensten (uitvoering beursorders, advies, individueel vermogensbeheer).

> Biedt de belegger een betere bescherming, ongeacht of hij klant is bij een bank, een beursvennootschap of een vermogensbeheerder.

> Biedt de belegger een beter inzicht in de kosten van een beleggingsproduct of -dienst.

> Verplicht instellingen om de klant vier keer per jaar (was twee keer) een waardeschatting van de portefeuille te geven.

> Verbiedt retrocessies (vergoeding van de producent van het financieel product aan de verkoper ervan) bij onafhankelijk advies of discretionair vermogensbeheer. 

Dat MiFID 2 advies in vergelijking met beheer nog duurder heeft gemaakt, bevestigt iedereen. Maar leidt dit ook tot hogere tarieven voor de klant? ‘De tarieven voor advies zijn aangepast’, klinkt het bij Delen. Leo Stevens & Cie is iets genuanceerder: ‘Een aangepaste tarifering werd bij de start van het jaar voorzien. We verkiezen echter eerst te evalueren boven onmiddellijk te bruuskeren met hoge tarieven.’ De andere gesprekspartners melden dat de tarieven voor advies niet zijn aangepast.

Bij een doorsnee private bank ben je welkom met een rugzakje van 1 miljoen euro. Maar als je absoluut voor beleggingsadvies wil gaan, ligt die drempel soms hoger. Bij Delen Private Bank is dat 2,5 miljoen euro.

Afhankelijk of onafhankelijk?

Wie advies verstrekt, moet zijn klant voortaan meedelen of het gaat om onafhankelijk dan wel om niet-onafhankelijk advies. Die keuze is belangrijk, ook voor het inkomstenmodel. Wie zich onafhankelijk noemt, kan het geld van zijn klanten niet meer beleggen in fondsen die de verkoper retrocessies (verkoopvergoedingen) toekennen. Bovendien moet die onafhankelijke adviseur een zeer breed gala aan financiële producten van verschillende spelers kunnen aanbieden.

Private Banking

Lees morgen meer over uw vermogen in de Private Banking-bijlage van De Tijd.

Een rondvraag bij enkele privaatbankiers leert dat de meesten voor niet-onafhankelijk advies hebben gekozen, zoals ook Deutsche Bank. ‘Sinds jaren is ons advies gebaseerd op een open architectuur (fondsen van derden worden aangeboden, red.). Volgens ons garandeert dat het beste advies en is het meestal ook voordeliger dan het systeem met hoge beheerskosten’, zegt woordvoerder Jean-Michel Segers.

Leo Stevens & Cie sluit zich daarbij aan. ‘Wij gebruiken de eventuele inducements (ander woord voor retrocessies, red.) om de kwaliteit van de fondsenresearch te financieren. En hoewel we vooral fondsen van derden aanbieden, hebben we ook ons eigen fonds LS Value in het aanbod. We stellen objectieve adviezen op, in eer en geweten.’ Ook bij Delen en Van Lanschot gaat het om niet-onafhankelijk advies.

ING België tot slot biedt twee vormen van advies aan. ‘We hebben niet-onafhankelijk advies waarbij we fondsen selecteren van vijf preferente partners. En we hebben onafhankelijk advies binnen een veel groter universum aan financiële instrumenten. De tweede optie geldt voor vermogens vanaf 1 miljoen euro.’

Duurzaam beleggen in 6 stappen

Duurzaam beleggen in 6 stappen

Wenst u in korte tijd veel geld te verdienen? Investeer dan vooral in prostitutie, sigaretten, wapentuig, goktenten en alcohol. Al slaapt u misschien iets geruster als u kiest voor een duurzame belegging.

Wel ja, beleg in alles wat niet hoort en u zult merken dat zo’n onethische beleggingen soms een hoger rendement opleveren dan investeringen in doorsneebedrijven. Dat blijkt uit de Amerikaanse Vice-index, die de prestaties opvolgt van bedrijven die goederen en diensten leveren die niet deugen. De Vice-index presteert vaak beter dan de Standard & Poor’s. Als u dus lak hebt aan ethische beleggingsvormen en alleen uit bent op snelle winst, weet u wat u te doen staat.

Maar misschien voelt u zich toch niet aangesproken, omdat u zich niet identificeert met de onethische pak-de-poenbelegger? Of omdat u geen opportunist bent die alleen maar gaat voor het hoogste rendement?

Een ‘duurzame belegger’ houdt voor zijn beleggingen niet alleen rekening met financiële criteria, maar ook met duurzame of ethische aspecten. Toch ligt de zoektocht naar duurzame beleggingen niet voor de hand. Want ondernemingen of beleggingsfondsen met het label duurzaam zijn vandaag schering en inslag. Bovendien blijkt het aartsmoeilijk om het kaf van het koren te scheiden. Want wat houdt het etiket duurzaam eigenlijk in? Is het wel meer dan een mooie strik rond een pakje waarvan u de inhoud toch niet helemaal doorgrondt? En waarop u – laten we eerlijk zijn – gemakshalve vertrouwt?

1. Is het zinvol om duurzame beleggingen te kopen bij een bank die ook niet-duurzame beleggingen aanbiedt?

Mogelijk is uw geweten gesust als uw bankadviseur u op het hart drukt dat uw centen niet naar wapenfabrikanten, goedkope-kledingketens, olieproducenten of goktenten vloeien. Maar hebt u al eens stilgestaan bij de vraag welk fonds uw adviseur aan de volgende klant aanbiedt? Misschien wel een beleggingsproduct waarbij de duurzaamheidscriteria helemaal niet van tel zijn. Wat is dan de impact van uw individuele keuze?

Een bank die duurzame beleggingsproducten aanbiedt maar tegelijk ook fondsen aan de man brengt met daarin bijvoorbeeld Lockheed Martin, het grootste defensieconcern ter wereld, is niet geloofwaardig.

Geert Noels Econopolis

Voor econoom Geert Noels, de oprichter van vermogensbeheerder Econopolis, is het duidelijk: ‘Als je duurzame producten aanbiedt, moet je volledige gamma duurzaam of ethisch zijn. Een aanbieder kan daar niet schizofreen in zijn. Wie geloofwaardig wil zijn, kan onmogelijk duurzame producten aan de man brengen en tegelijk fondsen met daarin bijvoorbeeld Lockheed Martin, het grootste defensieconcern ter wereld.’

Toch geeft Noels toe dat het soms moeilijk is om aan de verleiding te weerstaan. ‘Elke analist weet dat defensiebedrijven door de retoriek van de Amerikaanse president Donald Trump op een gegeven ogenblik de wind in de zeilen krijgen. Dan is het moeilijk om daar af te blijven. Maar alleen als je voluit de kaart van duurzame beleggingen trekt, creëer je een hefboom waarmee je impact kan hebben.’

2. Leidt duurzaam beleggen tot een beter rendement?

Noels’ mening wordt maar gedeeltelijk gedeeld door Dirk Coeckelbergh, die tot begin dit jaar directeur was bij de coöperatieve bank NewB en daarvoor actief was bij, onder meer, Bacob, DVV, Centea en Crelan. ‘De grootste verdelers van duurzame SRI-producten (socially responsible investing) in België zijn precies de grootbanken, die behalve ‘duurzame beleggingen’ ook ‘gewone beleggingen’ aanbieden. Als investeerders daar zouden afhaken, zou 80 procent van het duurzaam beleggen in ons land wegvallen. Wie duurzaam wil investeren, zou zich dan uitsluitend nog kunnen wenden tot kleinere spelers zoals Van Lanschot, Vdk of Triodos Bank.’ Of Econopolis, dat eveneens een volledig duurzaam beleggingsgamma aanbiedt.

Coeckelbergh, die ook enkele boeken heeft geschreven over ethisch en duurzaam beleggen, vindt wel dat grootbanken die consequent willen zijn, beter hun volledige aanbod verduurzamen. Maar dan om een reden die ze zelf voortdurend als verkoopargument aanhalen. ‘Grootbanken verkopen niet zozeer duurzame fondsen omdat de wereld daar beter van wordt. Neen, hun motto is dat duurzame beleggingen op lange termijn leiden tot een hoger rendement of tot hetzelfde rendement als een gewoon fonds, maar dan met minder risico’s. Welnu, als een bank dat poneert, kan ze toch niet anders dan haar volledige pakket te verduurzamen? Waarom zou een bank of vermogensbeheerder dan nog gewone fondsen aanbieden? Nagenoeg alle studies wijzen uit dat ethisch beleggen op lange termijn minstens evenveel opbrengt als gewone beleggingsvormen. Daarover bestaat nog weinig discussie.’

3. Is de ‘uitsluitingslijst’ van ’s werelds grootste pensioenfonds een goede leidraad?

Veel kans dus dat uw bankier u een duurzame belegging aanbiedt. Bent u kritisch ingesteld, dan kunt u misschien toch even vragen waarom uw adviseur precies op bedrijf x of fonds y het etiket duurzaam plakt. Wellicht vertelt hij u dan dat hij bewust bepaalde bedrijven, sectoren of landen weert, en daarbij gebruikmaakt van een zogenaamde ‘uitsluitingslijst’.

Beheerders verwijzen geregeld naar de uitsluitingslijst van het ‘Statens pensionfond utland’, het Noorse staatsfonds dat met ruim 1.000 miljard euro aan activa onder beheer het grootste ter wereld is. Bedrijven op die zwarte lijst vinden bijvoorbeeld geen genade in de producten van Econopolis. En de lijst wordt ook gebruikt door bijvoorbeeld Portfolio21, het duurzame project van Belfius Insurance in samenwerking met Candriam en Vigeo.

Duurzaam levengids 2018

De beste tips om energie te besparen en uw geld duurzaam te laten renderen

De Duurzaam Levengids is op 21/4 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

‘Het Noorse staatsfonds weigert te investeren in ondernemingen die de mensenrechten schenden of bijdragen tot de productie van kernwapens, in sigarettenfabrikanten of in ondernemingen die zware milieuschade veroorzaken’, legt Maxim Gilis van Econopolis uit.

Dat klinkt radicaler dan het is, want het Noorse staatsfonds, ook bekend als het ‘oliefonds’, investeert voorlopig nog wél in vervuilende olie- en gasbedrijven, terwijl het eerder nochtans uit kolen stapte. ‘Het Noorse oliefonds sluit relatief weinig bedrijven uit’, zegt Coeckelbergh. ‘Maar het heeft wel een enorme impact.’ Aanpassingen in het fonds worden op de financiële markten op de voet gevolgd. En als deze mastodont beslist om zich uit een bedrijf terug te trekken, zijn ethische overwegingen nooit veraf. Eerder kondigden de Noren aan om de ondernemingen in portefeuille door te lichten op belastingontwijking en zich te scharen achter de massaclaim tegen Volkswagen in de zaak van de sjoemelsoftware. Het maakte ooit ook ophef toen het om ethische redenen een gigantisch pakket aandelen verkocht van de Franse oliereus Total.

4. Wie beslist of een bedrijf duurzaam is?

→ Of een onderneming duurzaam is, wordt meestal beoordeeld door een intern team van de bank of vermogensbeheerder bij wie u aanklopt. ‘Nogal wat assetmanagers hebben dat onderzoek in de periode 2000-2010 geïnternaliseerd, onder meer omdat ze te veel personeel hadden. Zo werden er duurzaamheidsteams opgericht. Maar het risico bestaat dat de resultaten van hun analyses worden afgestemd op wat de verkopers bij diezelfde vermogensbeheerder willen’, aldus Coeckelbergh. ‘Zo was er ooit een onderzoeker die een petroleumbedrijf als duurzaam bestempelde, terwijl de vermogensbeheerder waarvoor hij werkte 100 miljoen dollar voor datzelfde oliebedrijf beheerde.’ Toch wil Coeckelbergh het risico niet overdrijven. ‘Dat verhaal is een randverschijnsel. De analyses van interne duurzaamheidsteams worden ook gepubliceerd. En als die gemanipuleerd blijken, blijft de kritiek niet uit.’

→ Banken of vermogensbeheerders die geen interne of geen grote teams meer hebben, doen voor de beoordeling van ondernemingen of overheden vaak een beroep op externe onderzoeksbureaus zoals Vigeo Eiris (www.vigeo-eiris.com) of Sustainalytics (www.sustainalytics.com).

De honderd werknemers van dat laatste bedrijf screenen bijvoorbeeld meer dan 8.400 ondernemingen wereldwijd op basis van de ESG-criteria, waarbij ESG staat voor ecologie, samenleving en deugdelijk bestuur. Sustainalytics stelt niet alleen kwalitatieve rapporten op, maar deelt ook duurzaamheidsscores uit. ‘Die gaan van 0 tot 100’, zegt Maxim Gilis van Econopolis. ‘Bovendien analyseert Sustainalytics hoe een bedrijf zich qua duurzaamheid verhoudt tot andere ondernemingen in dezelfde sector.’ Wie voor een bedrijf kiest dat in zijn sector qua duurzaamheid tot de ‘best in class’ behoort, mag dus zeker zijn dat hij duurzaam belegt.

Eén nuance toch: in sectoren met weinig ondernemingen kan één enkele duurzaamheidsfactor ertoe leiden dat een bedrijf veel beter scoort dan de overige firma’s.

5. Wie beslist of een fonds duurzaam is?

→ ‘Fondsen die door Belgische vermogensbeheerders als duurzaam naar voor worden geschoven, voldoen aan de criteria die binnen de Belgische Vereniging van Vermogensbeheerders (Beama) tot stand zijn gekomen’, zegt Coeckelbergh. Dat zijn de zogenaamde DMVI-fondsen, fondsen die naast de gebruikelijke financiële criteria ook structureel en systematisch rekening houden met milieu, maatschappij en deugdelijk bestuur.

Een lijst van de fondsen die aan die criteria voldoen, vindt u op www.beama.be/nl/duurzame-icbs

→ Tegelijk kan een bank of vermogensbeheerder aan een externe speler een certificatie vragen van een fonds dat het zelf als duurzaam bestempelt. Zo’n certificatie houdt in dat het fonds de door de vermogensbeheerder zelf vooropgestelde criteria naleeft. Instanties die in België aanvaard worden voor het toekennen van zo’n certificaten, zijn Ethibel, elke erkende commissaris-revisor of een onafhankelijke adviesraad.

→ Tot slot, en dan gaan de aanbieders nog een stap verder, kunnen fondsen een label krijgen. ‘In dat geval moeten de fondsen van de banken of vermogensbeheerders aan de strengere voorwaarden voldoen die de labelverstrekker oplegt’, aldus Coeckelbergh.

Voorbeelden van producten met zo’n label zijn, onder meer, Argenta-Fund Responsible Growth Fund, Candriam Fund Sustainable Index Equities Europe, Banque de Luxembourg BL – Equities Horizon, alle met een Ethibel-label.

6. Wat als u nog een stap verder wilt gaan en wilt kiezen voor bedrijven die een positieve bijdrage leveren aan een betere wereld?

U kunt investeren in ondernemingen die verantwoord omgaan met mens, maatschappij en milieu. Maar u kunt uw goede bedoelingen nog concreter maken en bewust kiezen voor ondernemingen die ook een positieve bijdrage leveren aan een betere wereld. ‘Het gaat dan om bedrijven die hun personeel, klanten en aandeelhouders meetrekken in hun maatschappelijk doel’, aldus Noels. Zo belanden we bij de echte ‘impactbelegger’. ‘Iemand die echt resultaat wil zien in maatschappij of milieu en die het financieel rendement niet als eerste bekommernis ziet’, zegt Noels.

Zo’n impactbelegger kan investeren in bedrijven die actief zoeken naar oplossingen voor de problemen die gepaard gaan met de vergrijzing of met de grote gezondheidskwesties. Of die de vervuiling een halt willen toeroepen. ‘Zo’n bedrijven zijn niet nieuw’, zegt Noels. ‘Velen denken misschien aan Tesla. Maar ook de oprichter van Toyota pleitte er 15 jaar geleden al voor om te werken aan een auto die amper 1 liter brandstof per 100 kilometer verbruikt. En Unilever zet zich als voedingsreus het meest in tegen obesitas en ondervoeding. Wie als belegger echt impact wil hebben, moet op zoek naar dat soort ondernemingen.’

Waarom u ervan uit moet gaan dat u 100 jaar wordt

Waarom u ervan uit moet gaan dat u 100 jaar wordt

Met pensioen gaan betekent: meer vrije tijd hebben en dus meer spenderen. Maar misschien ook: ziek worden en naar een rusthuis moeten. Bovendien vallen de bedrijfswagen en de laptop van uw werkgever weg. Hoe vermijden dat uw pensioen synoniem wordt met krap bij kas zitten?

‘Bij het opstellen van een vermogensplanning gaan we ervan uit dat de gepensioneerde klant honderd jaar wordt’, zegt Karl Ruts, private banker bij Leo Stevens&Cie. ‘Iemand die al een respectabele leeftijd heeft bereikt, heeft statistisch veel meer kans om honderd te worden dan iemand van dertig jaar.’

Houd er ook rekening mee dat u mogelijk nog in een rust- of verzorgingstehuis moet worden opgenomen. In Vlaanderen kost een rusthuis nu gemiddeld 1.690 euro per maand. Maar het kostenplaatje wordt almaar duurder. In vergelijking met 2016 werd een rusthuisverblijf op jaarbasis 620 euro duurder, zo blijkt uit een recente studie van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid in samenwerking met de KU Leuven. Het wettelijk pensioen van gemiddeld 1.200 euro volstaat niet eens om de rusthuisfactuur te betalen.

Denk dus twee keer na vooraleer u spaarsommen wegschenkt aan kinderen en/of kleinkinderen. ‘Zich uitkleden voor men naar bed gaat’ is vaak geen goed idee, tenzij u er natuurlijk van overtuigd bent dat u uw schaapjes tot op hoge leeftijd op het droge hebt.

Zet uw vermogen niet op het spel

Hebt u de financiële ruimte om een deel van uw vermogen te beleggen, wees dan zeker bij het begin van uw pensioen extra voorzichtig. ‘Het is niet verstandig om de beschikbare som volledig in aandelen te investeren, ook al zegt iedereen dat aandelenbeleggingen beter renderen dan een spaarboekje’, adviseert Ruts. ‘Het is mogelijk dat het noodlot op de beurs toeslaat. En als dat gebeurt, duurt het jaren om het kapitaal dat door een crash in rook is opgegaan, opnieuw op te bouwen.

Tip!

Daarom is het verstandig om een deel van uw vermogen bij het begin van uw pensioen onaangeroerd en voor minstens drie, vier jaar op een spaarboekje te laten staan. Zo vermijdt u dat uw spaarpot door dalende aandelenkoersen wordt aangetast.

Druist dat niet tegen alle beleggerslogica in? Op lange termijn genereren aandelen toch een hoger rendement dan veilige spaarformules zoals een spaarboekje? In de periode van vijftig jaar tussen 1967 en 2016 kwam het reële rendement (na inflatie) van aandelen in België uit op 6,2 procent, wat meer was dan het rendement van obligaties en cash.

Vermogensgids 2018

Haal het maximum uit uw vermogen op elke leeftijd

Met tips en simulaties van financieel planners.

De Vermogensgids is op 24/3 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Maar veel hangt af van de periode waarover je het rendement berekent. ‘Het gemiddelde reële rendement van aandelen in de periode 2000-2016 was, na inflatie, 2,9 procent per jaar, tegenover 5,5 procent voor obligaties en -0,2 procent voor cash. Als u rond de eeuwwisseling met pensioen ging en meteen een fors deel van uw vermogen in aandelen had belegd, was dat geen optimale keuze’, aldus Ruts.

Waak erover dat uw langetermijnbehoefte niet verdampt door te investeren in risicovolle producten zoals aandelen of vreemde munten. Hoe ouder u wordt, hoe minder tijd er rest om een eventuele beurscrash te boven te komen, en dus hoe kleiner het deel van uw vermogen dat u in aandelen kunt beleggen.

U kunt een deel van uw vermogen dus beter achter de hand houden, ook al is dat door een som te deponeren op een spaarboekje dat vandaag nauwelijks rendeert. ‘We denken echter dat de omslag is gemaakt en dat de rente op veilige beleggingsproducten langzamerhand weer zal stijgen’, aldus nog Ruts.

Volgens de private bankers is ook de tijd voorbij dat u met obligaties kon profiteren van én een jaarlijkse coupon én stijgende obligatiekoersen. Als de rente stijgt, zal de koers van obligaties dalen. Ook obligaties worden dus risicovol als u ze tijdens de looptijd moet verkopen omdat u cash nodig hebt.

Tip!

Wie dat risico wil vermijden, koopt beter obligaties met verschillende looptijden, bijvoorbeeld op twee, vijf, zeven of tien jaar. ‘En koop ze niet te veel boven pari’, adviseert Ruts. ‘Anders moet u die premie met de coupons zien goed te maken.’

7 doelstellingen voor uw vermogen als de kinderen het huis uit zijn

7 doelstellingen voor uw vermogen als de kinderen het huis uit zijn

Als de kinderen het huis uit zijn en de woonlening is afbetaald, ziet u uw beschikbaar budget met honderden of misschien zelfs duizenden euro’s per maand stijgen. Hoe gaat u het best om met uw nieuwe vrijheid?

Het moment dat het huis is afbetaald en de kinderen de deur uit zijn, verschilt voor iedereen. Misschien bent u een veertiger, misschien een prille zestiger. Waarvoor het vermogen en de extra inkomsten moeten dienen, verschilt uiteraard ook. Maar deze levensfase laat zich kenmerken door een aantal doelstellingen.

‘Hoeveel centen aan elk doel besteed kunnen worden, hangt af van de omvang van het vermogen en van de inkomsten. U kunt bijvoorbeeld én een comfortabele oude dag willen én de kinderen financieel willen steunen, maar als het vermogen daarvoor niet groot genoeg is, zullen er keuzes gemaakt moeten worden’, zegt Gunst.

Doel 1: comfortabele oude dag

‘De eerste vraag die u moet stellen, is of er voldoende kapitaal is voor een zorgeloze oude dag. Uw bezittingen moeten in de eerste plaats een veilige haven zijn om na uw pensionering uw consumptiepatroon te kunnen aanhouden, en dat in de wetenschap dat de beleggingsrendementen vandaag laag zijn’, zegt Stremersch. Als u met pensioen gaat, maakt het maandelijks beroepsinkomen plaats voor een wettelijk pensioen. Dat is doorgaans een financiële aderlating in vergelijking met uw laatste loon. Hoeveel pensioen u van de overheid kan verwachten, kan u berekenen op mypension.be.

Vermogensgids 2018

Haal het maximum uit uw vermogen op elke leeftijd

Met tips en simulaties van financieel planners.

De Vermogensgids is op 24/3 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Wie zijn levensstandaard na zijn pensionering wil behouden, zal sowieso extra pensioenkapitaal moeten aanboren: dat wat u opgebouwd hebt met pensioensparen, uw groepsverzekering bij de werkgever en uw aanvullend pensioen via de vennootschap. Tegelijk kunt u geld puren uit een eigen zaak die verkocht kan worden, een bestaande spaarreserve en beleggingsportefeuille. ‘Wie nog onvoldoende pensioenkapitaal heeft, zal de vrijgekomen financiële ruimte op de eerste plaats moeten aanwenden voor verdere pensioenopbouw’, zegt Stremersch. ‘Denk ook na over hoe u uw kapitaal na uw pensioen wil zien evolueren. Wie zijn kapitaal intact wil houden en alleen wil leven van de opbrengsten, zal een veel groter kapitaal nodig hebben dan iemand van wie het kapitaal – al dan niet deels – mag worden opgeleefd.’

Doel 2: vroeger stoppen met werken

De benodigde pensioenspaarpot is onlosmakelijk verbonden met de vraag op welke leeftijd u met pensioen zult gaan. De pensioenleeftijd gaat de komende jaren omhoog, maar niet iedereen wil of kan tot die leeftijd werken. ‘Wie beslist om vroeger te stoppen met werken, zal de jaren tot aan de pensioenleeftijd uit eigen zak moeten financieren. Bovendien zal dat pensioenbedrag lager uitvallen dan wanneer je wél doorgewerkt zou hebben’, zegt Gunst.

‘Hou er ook rekening mee dat uw opgebouwde pensioenkapitaal – zoals dat van een groepsverzekering – maar op de wettelijke pensioenleeftijd wordt uitgekeerd. Wie vroeger stopt met werken, zal nog niet onmiddellijk op dat pensioenkapitaal kunnen rekenen en zal dus ander geld moeten vrijhouden’, zegt Stremersch.

Doel 3: deze of andere gezinswoning

Als de kinderen het huis uit zijn, staan plots een aantal kamers leeg. Het is niet langer nodig om groot te wonen en de oude dag lonkt op termijn. ‘Stel je de vraag of de woning niet te groot is. Wil je daar blijven?’, adviseert Stremersch. ‘Vaak valt die periode samen met het eerste inhaalmanoeuvre: de badkamer en keuken zijn intussen meer dan twintig jaar oud en misschien aan vervanging toe. Op die leeftijd geven vaak ook grote elektrische apparaten de geest.’

Doel 4: reizen of tweede verblijf

Meer geld om uit te geven zou zich kunnen vertalen in rijkelijker gaan leven. ‘In de praktijk zien we maar zelden dat mensen zich plots een hogere levensstijl gaan aanmeten. Doorgaans evolueert een consumptiepatroon met de jaren’, zegt Stremersch. ‘De focus van de meeste gezinnen ligt op de groei van het vermogen, soms dienen we ze eraan te herinneren dat ze ook wel mogen genieten van hun vermogen’, zegt Gunst.

Waar wel vaak meer geld aan wordt gespendeerd op latere leeftijd is reizen. Ook een tweede verblijf komt soms in het vizier. ‘Een tweede verblijf zou je kunnen zien als een belegging, maar het is er wel een zonder onmiddellijk rendement. Het wordt doorgaans niet verhuurd en levert geen huuropbrengsten op. Het maakt het leven leuker, maar ook duurder’, zegt Stremersch.

Tip!

Met het oog op de successieplanning kunt u uw kinderen betrekken bij de aankoop van een tweede verblijf.

Concreet: met een zogenaamde ‘gesplitste aankoop’ kopen de kinderen de blote eigendom (met geld dat ze geschonken krijgen) en de ouders het vruchtgebruik. Dat laatste geeft de ouders de zekerheid dat ze hun hele leven het tweede verblijf kunnen gebruiken. ‘Toch moet ook hierover goed worden nagedacht’, zegt Stremersch. ‘Gaat het hier wel om een cadeau aan de kinderen als de ouders vijftig jaar zijn en misschien nog dertig jaar het vruchtgebruik hebben? Wel kan de werkwijze nuttig zijn om bijvoorbeeld een tweede verblijf met een unieke ligging in de familie te houden.’

Doel 5: financieel duwtje in de rug voor kinderen

Veel ouders willen dat hun kinderen een goede start in het leven kunnen nemen. Na hun opleiding kunnen veel jongeren de centen hard gebruiken. Al is ook hier voorzichtigheid geboden.

‘Aan mensen tussen 50 en 65 jaar adviseren we altijd om nog niet veel te schenken’, zegt Gunst. ‘Op die leeftijd heb je immers zelf nog veel plannen. Je mag jezelf niet in een situatie brengen dat je de geschonken bedragen moet terugvragen. Daarbij komt dat het tijdstip waarop kinderen geld nodig hebben heel onzeker is. Het ene kind wil geld voor de aankoop van een bouwgrond of huis, terwijl een ander kind misschien een eigen zaak uit de grond wil stampen.’

De meeste ouders willen alle kinderen evenveel geven, maar de vraag naar centen van de kinderen komt niet op hetzelfde moment. ‘Daarom kan het goed zijn om geen geld te schenken, maar wel te lenen’, zegt Stremersch. ‘Je kan aan de lening al dan niet een intrest koppelen en afspreken dat het kapitaal bijvoorbeeld over 10 jaar terugbetaald moet worden. Op dat moment kan je nog altijd beslissen om de schuld kwijt te schelden.’

Doel 6: erfbelasting temperen

‘Op basis van een inventaris van alle bezittingen en eventuele schulden berekenen we de erfbelasting die vandaag verschuldigd zou zijn. Soms kan dat bedrag hoog oplopen, maar toch adviseren we onze klanten om zich niet te laten verblinden door de fiscaliteit’, zegt Gunst. ‘Op je 50ste of 65ste is het vaak nog te vroeg om al veel weg te schenken. Omdat men zelf nog een heel leven voor zich heeft, maar evengoed omdat er nog jonge kinderen zijn, of omdat het bedrijf nog in volle ontwikkeling is.’

Tip!

U kunt tijd kopen door een verzekering af te sluiten voor de verschuldigde erfbelasting. U behoudt dan de vrijheid dat u het geld nog niet schenkt en op uw rekening houdt, maar er is wél al iets geregeld, zodat uw partner en kinderen niet het risico lopen om veel erfbelasting te moeten ophoesten en noodgedwongen bepaalde bezittingen te moeten verkopen.

Dergelijke verzekeringen worden afgesloten door de erfgenamen op hoofd van de ouder. Er zijn formules die alleen plots overlijden door een ongeval of ziekte verzekeren, andere verzekeren overlijden in het algemeen.

Niet alleen de verschuldigde erfbelasting, maar ook het leven van de langstlevende na het overlijden van de partner is een aandachtspunt. ‘Een vaak terugkerende vraag is de bescherming van de partner. Het is een wens dat de partner op dezelfde manier en met dezelfde levensstandaard kan blijven leven mocht een van beiden wegvallen’, zegt Gunst.

Doel 7: anticiperen op toekomstige kosten

Niet alleen uw kinderen kunnen bij u aankloppen voor centen. ‘We leven almaar langer en zorgbehoevende ouders eindigen in rust- en verzorgingstehuizen. Steeds meer kinderen moeten de kosten van hun ouders mee helpen dragen’, zegt Stremersch.

En de kinderen kunnen dan wel het huis uit zijn, toch is dat niet noodzakelijk voor altijd. ‘Na een echtscheiding keren sommige volwassen kinderen terug naar de ouderlijke woonst . Of ze hebben extra centen nodig om, ditmaal alleen, een eigen stek te kopen’, zegt Gunst.

Hoeveel kost een kind?

Hoeveel kost een kind?

Uw kinderwens vervullen is hoogstwaarschijnlijk geen financieel geïnspireerde beslissing. Maar wel een keuze die uw vermogen dooreenschudt. Want het cliché dat elk kind een huis kost, klopt.

Studies tonen aan dat het bedrag dat ouders maandelijks spenderen aan hun kinderen samenhangt met hun inkomen. Financeel planner Jo Stremersch vertaalt dat in ‘equivalent volwassenen gebruikseenheid’, ofwel EVG:

  • Kinderen tot 10 jaar tellen voor een kwart EVG.
  • Kinderen tussen 11 en 15 jaar tellen voor een halve EVG.
  • Kinderen vanaf 15 jaar tellen voor een volledige EVG.

Vermogensgids 2018

Zaterdag 24/3, gratis bij De Tijd

Haal het maximum uit uw vermogen op elke leeftijd

Met tips en simulaties van financieel planners.

De Gezinsbond verricht al jaren onderzoek naar de kosten van kinderen. ‘De minimumkostprijs van een kind stijgt van 334 euro per maand bij de geboorte tot 634 euro vanaf de 18de verjaardag’, becijferde Yves Coemans van de studiedienst van de Gezinsbond. Dat is echt een minimumdrempel, gebaseerd op de EU-armoededrempel voor een gezin met twee kinderen, jonger dan 14 jaar. Dat komt overeen met een brutoloon van anderhalve keer het minimumloon (zie tabel hieronder).

Die minimumkosten bevatten alle basiskosten, zoals huisvesting, energie en voeding, maar houden geen rekening met specifieke kosten van kinderopvang, onderwijs en uitzonderlijke medische uitgaven. Die komen er nog bovenop.

Werkelijke kostprijs

De minimumkostprijs is een theoretisch bedrag. In functie van het beschikbare gezinsinkomen geven ouders meer of minder uit om hun kind(eren) op te voeden.

‘Die werkelijke basiskostprijs van een kind hangt bijkomend af van de leeftijd van het kind, het aantal kinderen en de leeftijd van de andere kinderen in het gezin’, aldus Coemans. ‘Terwijl de totale kostprijs voor alle kinderen samen stijgt, zullen ouders de tering naar de nering moeten zetten naarmate er meer kinderen komen. Hun gezinsinkomen blijft immers gelijk, waardoor de basiskostprijs voor elk kind individueel daalt.’

 © Mediafin © Mediafin

‘Voor een 18-jarige bedraagt de basiskostprijs voor één kind bijvoorbeeld 790 euro als de ouders het gemiddelde netto-inkomen van 3.825 euro verdienen. Hebben zij een tweeling van die leeftijd, dan zakt die basiskostprijs per kind naar 655 euro per kind’, rekent Coemans voor.

Kinderopvangkosten

De EVG van Stremersch en de minimum- en basiskostprijs van de Gezinsbond houden geen rekening met de opvang- en studiekosten en uitzonderlijke (medische) uitgaven. Naarmate de kinderen opgroeien, lopen ook die behoorlijk op.

Een gezin met een gemiddeld maandinkomen betaalt voor de opvang van één kind volgens de tarieven van Kind & Gezin 23,08 euro per dag, ofwel 507,76 euro per maand.

Studiekosten

Ook studeren kost geld. ‘In het basisonderwijs valt het nog mee: zowat 32 euro per maand. Het middelbaar onderwijs is al een stuk duurder: 101 euro per maand in het algemeen secundair onderwijs (ASO) tot 116 euro in het kunstonderwijs.’

Echt duur wordt het als zoon- of dochterlief na zijn of haar 18de verder studeert. ‘Een jaar studeren aan de hogeschool voor een bacheloropleiding kost een niet-beursstudent 2.806 euro, een jaar universiteit 2.446 euro. Wil uw zoon of dochter op kot, dan wordt dat respectievelijk 7.030 euro of 6.670 euro per jaar’, becijferde Coemans.

Anderen schatten de studiekosten nóg hoger in. ‘Volgens het Centrum voor Budgetadvies en -onderzoek Cebud kostte een kotstudent in 2017 12.425 euro per jaar’, zegt financieel planner John Romain. Dat komt neer op 62.125 euro voor een studie van vijf jaar. Niet verwonderlijk, vindt Romain, dat in een onderzoek door De Tijd en Wikifin.be uit 2017 vier op de tien van de 45- tot 55-jarigen aangeeft niet langer te kunnen sparen. Of, om het met de woorden te zeggen van een collega wiens dochter vorig jaar afstudeerde: ‘Voor mijn maandbudget voelt dat als de hoogste loonsverhoging die ik ooit gekregen heb.’

Veel ouders sparen daarom vanaf de geboorte voor de studies van hun kind, al dan niet op een aparte rekening en al dan niet op naam van het kind zelf. ‘Wie vanaf de geboorte begint te sparen voor de studies van zijn kind moet tegen dat het kind 18 is een kapitaal van 86.990 euro bij elkaar hebben gespaard, uitgaande van een inflatie van 2 procent.’ In realiteit is dat bedrag nog een onderschatting’, waarschuwt Romain. ‘Want we weten dat de studiekosten sneller stijgen dan de inflatie. Zo zijn de studiekosten in zes jaar tijd met 10 procent gestegen.’

Waarom het (niet) slim is om een eigen huis te kopen

Waarom het (niet) slim is om een eigen huis te kopen

Het is ons met de paplepel ingegoten: een huis kopen is goed. Maar klopt dat wel? Bent u met huren zoveel slechter af?

Elke Belg in hart en nieren zal u uitleggen dat u met een huis een extra vermogen opbouwt. U moet het zien als een bijkomende pensioenpijler, naast het wettelijk pensioen, de groepsverzekering en het individuele pensioensparen. De voorstanders van een huis kopen hebben in ieder geval tot zover gelijk dat het geld dat u maandelijks voor uw hypothecaire lening neertelt deel van uw eigen patrimonium blijft uitmaken. Huurt u, dan spaart u in zekere zin voor een ander.

Maar het is natuurlijk niet allemaal pure winst, want als huiseigenaar zult u kosten hebben die iemand die een huis huurt niet heeft. Denk maar aan onderhoudskosten en onroerende voorheffing. Als maatstaf wordt vaak genomen dat de onderhoudskosten voor een huis per jaar ongeveer 1 procent van de aankoopprijs bedragen.

De onderhoudskosten voor een huis bedragen jaarlijks ongeveer 1 procent van de aankoopprijs.

Doorgaans zal de huurprijs ook lager liggen dan het bedrag dat u maandelijks neertelt om uw lening terug te betalen. Het verschil tussen wat u normaal zou betalen voor een lening en de huurprijs kunt u op een spaarboekje plaatsen of beleggen. Maar dat moet u dan wel consequent doen, want op het einde van de rit houdt u wel geen huis over.

Als huurder hebt u misschien wel meer de handen vrij dan als eigenaar. Het enige waarom u zich moet bekommeren, is dat u elke maand uw huur kunt betalen. Alle andere kwesties – van onroerende voorheffing tot lekkende kranen – zijn voor rekening van de eigenaar van uw woning.

Vermogensgids 2018

Zaterdag 24/3, gratis bij De Tijd

Haal het maximum uit uw vermogen op elke leeftijd

Met tips en simulaties van financieel planners.

Misschien is huren ook wel de perfecte combinatie tussen zekerheid en flexibiliteit. Zekerheid omdat u als huurder toch wel de nodige wettelijke bescherming geniet, en flexibiliteit omdat u vrij snel en te allen tijde de deur achter zich kunt dichttrekken om elders te gaan wonen.

Wie de afweging tussen kopen en huren maakt, zal oog moeten hebben voor twee variabelen: het rendement op spaargeld en de evolutie van de woningprijzen. Voor huurders is het rendement op spaargeld van belang. Zij kunnen maandelijks immers een groter bedrag opzijzetten in vergelijking met kopers. Hoe hoger de spaarrente, hoe aantrekkelijker het wordt om te huren. Voor de kopers is de evolutie van de woningprijzen van belang. Hoe meer het huis waard is, hoe groter het vermogen van de koper wordt.

Het blijft natuurlijk een feit dat u als gepensioneerde huisbezitter geen huur betaalt, waardoor er zogenaamd extra budget overblijft om ‘leuke dingen’ te doen. Maar het moment waarop u met pensioen gaat, valt wel vaak samen met het tijdstip waarop uw huis aan renovatie toe is. Het mag dan inderdaad zo zijn dat u geen huur betaalt zoals een gepensioneerde die een huis huurt. Maar die laatste zal dan weer niet de kosten hebben die u wel heeft. Op die manier wordt het misschien voor beiden wel even leuk.

4 tips om al bij de start van je eerste job een vermogen op te bouwen

4 tips om al bij de start van je eerste job een vermogen op te bouwen

Pas beginnen werken en toch al wat spaargeld opzijzetten is geen makkelijke combinatie. Maar een ‘mission impossible’ is het evenmin. Kleine bedragen die u zorgvuldig belegt, kunnen op lange termijn immers het verschil maken.

Vermogensgids 2018

Zaterdag 24/3, gratis bij De Tijd

Haal het maximum uit uw vermogen op elke leeftijd

Met tips en simulaties van financieel planners.

Wie pas is afgestudeerd, beheert zijn vermogen uiteraard niet op dezelfde manier als een kaderlid dat al 25 jaar aan de slag is of een 67-jarige die met pensioen gaat. De periode waarin u uw eerste stappen in het beroepsleven zet, gaat meestal gepaard met grote uitgaven en weinig reserve om te sparen en te beleggen – gesteld dat die laatste twee activiteiten al op uw prioriteitenlijst zouden staan.

Want die prioriteitenlijst is ongetwijfeld lang: u moet in de eerste plaats een baan en een woning vinden. Vervolgens moet die woning worden ingericht. En u hebt ook heel wat andere vaste kosten waarop u onmogelijk kunt besparen.

Stap 1 – Stel een budget op

Begin daarom met een budget op te stellen. Het is belangrijk dat u een evenwicht vindt tussen uw inkomsten en uitgaven. Alleen zo krijgt u een klare kijk op uw financiële manoeuvreerruimte en kunt u doelen uitstippelen.

Wat zijn uw inkomsten?

Inkomsten bestaan uit beroepsinkomsten, financiële inkomsten (als u al gespaard hebt), uitkeringen…

Wat zijn uw uitgaven?

Uitgaven kunnen in drie categorieën worden opgedeeld.

  • Kosten waarop u niet kunt besparen: huisvesting (huur of afbetaling hypothecaire lening), inrichting (aankoop van meubelen en niet-verbruiksgoederen), water, gas, elektriciteit, transport, telecom, voeding, kleding, verzekeringen (voor uw auto, woning, gezondheid)…
  • Kosten voor vrije tijd: sport, vakantie, uitgaan (restaurant, theater)…
  • Onvoorziene uitgaven: ziekte, jobverlies, onverwachte uitgaven voor gezondheidszorg, voor een auto, een elektrotoestel of meubel dat u moet vervangen, onverwachte uitgaven wegens schade…

Creëer een buffer!

Wie zonder financiële zorgen door het leven wil gaan, moet minstens een buffer van 3 tot 6 maanden loon opbouwen. Zo wordt een kapotte auto of wasmachine geen financiële ramp.

Stap 2 – Maak de juiste keuzes en pas uw strategie aan

‘Jongeren die zich aanbieden op de arbeidsmarkt willen meestal een zo hoog mogelijk nettoloon, met daarbovenop voordelen in natura, zoals een bedrijfswagen, maar ook een maximum aan vrijheid’, weet Nicolas Cellières van Optivy, een specialist in vermogensplanning. ‘Zij zijn minder bekommerd om een groeps- of hospitalisatieverzekering of andere minder zichtbare voordelen en willen in eerste instantie consumeren: de nieuwste iPhone of een sportieve auto zijn sexyer dan een hospitalisatieverzekering.’

Vermogensgids 2018

Zaterdag 24/3, gratis bij De Tijd

Haal het maximum uit uw vermogen op elke leeftijd

Met tips en simulaties van financieel planners.

Nochtans kan zo’n kleine spaarinspanning van pas komen. Wie een vermogen wil opbouwen om bijvoorbeeld later een zaak over te nemen of een woning te kopen moet toch snel een kapitaal van 25.000 euro bijeensparen. ‘Dat bedrag levert een echte hefboom op’, aldus Cellières.

Sommige jongeren kunnen rekenen op de spaarpot die hun (groot)ouders hebben opgebouwd. Die komt meestal op hun achttiende vrij, waardoor ze alvast kunnen beginnen. Het is een goed moment om hen te wijzen op het verschil tussen een kapitaal dat wordt geïnvesteerd in iets dat inkomsten genereert en een uitgave die haar waarde verliest (zoals een auto) of er in één keer wordt doorgejaagd (zoals een wereldreis).

Het kan evenmin kwaad om wat voorzieningen te treffen. Niet iedereen weet bijvoorbeeld dat u met een groepsverzekering – als uw verzekeraar dat toelaat tenminste – een vastgoedproject kunt realiseren.

Wie onvoldoende cash heeft om bijvoorbeeld de notariskosten te betalen, hoeft op die manier zijn vastgoeddroom toch niet meteen op te bergen. De meeste banken staan immers niet te springen om meer dan 80 procent van de waarde van een woning te lenen. Heel wat jongeren huren een huis of appartement. ‘Zodra ze over voldoende geld beschikken, hebben ze er alle belang bij om een klein pand te kopen en de lening daarvan af te betalen, om later naar een echte gezinswoning te kunnen verhuizen’, aldus Cellières.

Stap 3 – Begin toch al maar te sparen en te beleggen

De oprichter van Optivy raadt aan om doelstellingen te formuleren op zowel korte, middellange als lange termijn en na te gaan wat haalbaar is. ‘Iedereen heeft zijn eigen prioriteiten en behoeften. Daarom spreekt men ook van ‘personal finance’, aldus Cellières. Wie elke maand enkele honderden euro’s kan sparen omdat hij of zij een mooi loon heeft of bijvoorbeeld nog bij de ouders woont, heeft er alle belang bij om dat spaarbedrag te laten renderen.

Welke belegging kiest u het best?

Voor het antwoord op die vraag moet u uw beleggingshorizon kennen.

  • Voor geld dat onmiddellijk beschikbaar moet zijn of bestemd is voor een vooraf bepaalde aankoop zijn minder risicovolle producten het interessantst. Denk aan de klassieke spaarrekening of producten met een gewaarborgd rendement.
  • ‘In fondsen of aandelen mag u maar stappen als uw beleggingshorizon minstens 8 tot 10 jaar bedraagt’, zegt Cellières. Hoe langer de beleggingshorizon, hoe meer u kunt kiezen voor risicovolle beleggingen die een hoog potentieel rendement bieden. Voorwaarde is wel dat u over een kapitaal beschikt dat u niet snel nodig hebt. Want als u opeens grote kosten hebt of verplicht wordt om vroeger dan gepland uw beleggingsportefeuille te verkopen, kan een koude douche volgen.

Stap 4 – Spaar nu al voor uw pensioen

‘Beschikt u over een kleine spaarcapaciteit van bijvoorbeeld 1.000 tot 1.500 euro per jaar, optimaliseer dan uw fiscaal aftrekbare beleggingen’, zegt Corentin Minne, oprichter van de financieel planner Pareto. ‘Want pensioensparen leidt, dankzij het fiscaal voordeel, altijd tot betere resultaten in vergelijking met een gewone belegging.’

 © Mediafin © Mediafin

Zelfs een kleine spaarinspanning op jonge leeftijd heeft een veel grotere impact dan een grote inspanning op latere leeftijd. Dat komt door het sneeuwbaleffect dat de samengestelde intrest genereert (dat is intrest die opnieuw wordt belegd en op zijn beurt intrest oplevert, zie grafiek). ‘Wanneer de producten in het beginstadium een mooie return opleveren, kan de impact op het uiteindelijke resultaat enorm zijn’, zegt Wim D’Haese, head of investment advice bij Deutsche Bank.

U hebt twee mogelijkheden:

→ Pensioensparen

U stort ofwel maximaal 960 euro per jaar (2018) en geniet dan een fiscaal voordeel van 30 procent. Zo verdient u tot 288 euro terug.

Een andere mogelijkheid is dat u meer dan 960 euro per jaar stort, maar met een maximum van 1.200 euro, waardoor u een fiscaal voordeel van 25 procent geniet. Zo verdient u tot 300 euro terug.

→ Langetermijnsparen

Ook dat systeem levert een fiscaal voordeel op van 30 procent. U krijgt dat specifieke voordeel als u een levensverzekering afsluit die voorziet in een pensioenopbouw, of een woonlening terugbetaalt. Maar als u een eerste woning aankoopt, wordt dat fiscale mandje vaak al volledig opgesoupeerd door het woonkrediet. ‘In Brussel kunt u wel nog beide combineren. De lening is dan niet langer aftrekbaar, maar de koper geniet wel een grote korting op de registratierechten. Bovendien kan hij het fiscaal voordeel van het langetermijnsparen blijven genieten en gelijktijdig sparen voor zijn pensioen’, aldus Minne.

LOGO KLEUR copy2 copy

De Smedt Advocaten

Het kantoor behandelt een zeer ruim spectrum aan rechtsmateries, waardoor zowel de particuliere cliënten inzake persoonsgebonden materies als bedrijven, zelfstandigen en vrije beroepen met hun specifieke ondernemingsgerelateerde cases op een deskundige manier geholpen kunnen worden.

Copyright 2017 © Alle Rechten Voorbehouden

Design by PubliDesign.be