Zo creëert u financiële ademruimte in coronatijd

In Gent kloppen sinds de economische schok die het coronavirus veroorzaakt meer mensen aan bij het OCMW, liet de Gentse sp.a- schepen van Sociaal Beleid en Armoedebestrijding Rudy Coddens afgelopen week weten. Volgens hem hebben veel alleenstaanden en studenten nauwelijks financiële buffers als hun inkomen wegvalt.

Aankloppen bij het OCMW is voor velen de laatste vluchthaven. ‘Mensen hebben wat schroom om de hulp van het OCMW in te roepen, maar ik wil iedereen adviseren toch contact op te nemen als het niet lukt om rond te komen. Onbetaalde facturen stapelen zich snel op, en dan beginnen de problemen pas echt’, zegt Coddens. Volgens de schepen is het belangrijk te voorkomen dat we binnen enkele maanden een tweede golf krijgen van mensen die een onoverzienbare schuldenberg hebben opgebouwd.

Aankloppen bij het OCMW

Iedereen in ons land heeft recht op steun van het OCMW en kan daar in zijn gemeente dus vrij aankloppen. De hulpvrager zal een afspraak krijgen met een maatschappelijk werker, die zal onderzoeken wat mogelijk is. Het gaat dan om financiële bijstand, zoals de aanvraag voor een (aanvullend) leefloon of extra financiële hulp. De maatschappelijk werker controleert ook of iemand kan terugvallen op gemeentelijke rechten en tussenkomsten.

Mensen die schroom hebben om de hulp van het OCMW in te roepen, adviseren we toch contact op te nemen voor de schuldenberg te groot wordt. Rudy Coddens (sp.a) Schepen voor Sociaal Beleid in Gent

‘Specifiek voor tijdelijk werklozen kan het OCMW verschillende zaken opnemen’, zegt Coddens. ‘Niet alleen administratieve hulp bij de aanvraag is mogelijk, zodat het dossier snel kan worden verwerkt bij de vakbonden, we verlenen ook voorschotten. Voorts bieden we administratieve hulp voor zelfstandigen in moeilijkheden en financiële hulp voor zelfstandigen die geen hinderpremie krijgen en hun activiteit moeten stopzetten. Ook studenten die normaal in hun eigen onderhoud voorzien en wier ouders niet kunnen bijpassen, kunnen bij ons terecht als ze in Gent gedomicilieerd zijn’, verduidelijkt de schepen.

Elke gemeente in België heeft een OCMW. Hebt u advies nodig of wilt u een steunaanvraag indienen, dan moet u zich in principe wenden tot het OCMW van de gemeente waar u woont.
Voor u bij het OCMW aanklopt, kunt u nog op andere manieren uw financiële ademnood verlichten. We zetten er enkele op een rij.

Minder huur betalen?

Het betalen van de maandelijkse huurprijs is een van de essentiële verplichtingen van een huurder. De verhuurder is niet verplicht de opschorting van betaling van huurgelden te aanvaarden. ‘Maar door de bijzondere omstandigheden krijgen verhuurders de raad om zich, afhankelijk van de omstandigheden, soepel en menselijk op te stellen’, breekt Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) een lans voor solidariteit bij verhuurders.

Tijdelijke werkloosheid kan een gegronde reden zijn om even uitstel van de huur te vragen, bij voorkeur voor een gedeelte van de huurprijs. U kunt dan overeenkomen om in de periode van tijdelijke werkloosheid een bepaald percentage van de huurprijs te betalen en het saldo vanaf bijvoorbeeld 1 juli 2020 in schijven af te betalen. Als u met de verhuurder zulke afspraken maakt, is het wel aangewezen die schriftelijk vast te leggen.

De Vlaamse regering heeft de modaliteiten van het nieuwe huurgarantiefonds tijdelijk versoepeld. In plaats van 25 procent van de huurachterstal wordt het tussenkomstpercentage bij de start van de begeleidingsovereenkomst opgetrokken naar 45 procent.

Een alternatief is gebruik te maken van het nieuwe huurgarantiefonds, al kan dat niet meteen. Het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen treedt op 1 juni 2020 in werking en vervangt het huurgarantiefonds. Wie al twee maanden zijn huur niet kon betalen, kan het fonds aanspreken. Ook de verhuurder kan in dat geval een beroep doen op het fonds. Dat betaalt meteen een deel van de achterstal aan de verhuurder. Met de huurder wordt dan een afbetalingsplan vastgelegd. Het OCMW speelt een centrale rol in die regeling.

Vanwege de coronacrisis heeft de Vlaamse regering de modaliteiten van het fonds tijdelijk versoepeld. In plaats van 25 procent van de huurachterstal wordt het tussenkomstpercentage bij de start van de begeleidingsovereenkomst opgetrokken naar 45 procent. En in plaats van vanaf 1 juni kunnen betalingsachterstallen al vanaf 1 april in rekening worden gebracht.

Hoe dan ook kan de verhuurder u tijdens deze coronaperiode niet uit uw woning zetten. ‘De Vlaamse regering heeft beslist uithuiszettingen in deze periode van beperkende maatregelen niet toe te laten. Deze maatregel loopt tot en met 17 juli 2020’, laat Diependaele weten.

Tussenkomst in uw energiefactuur

De Vlaamse regering biedt een tussenkomst in de energiefactuur voor mensen die door de coronacrisis in tijdelijke werkloosheid zitten. Ze krijgen van de Vlaamse overheid automatisch 202,68 euro op hun rekening gestort, waarmee ze hun water- en energiefactuur een maand kunnen betalen. Het bedrag van die vergoeding is gebaseerd op de gemiddelde water- en energiefactuur van alle huishoudens. Het is de bedoeling dat de Vlaamse overheid die 202,68 euro automatisch en rechtstreeks op de rekening van de werknemer stort.

Ook de energieleveranciers doen een inspanning in deze coronatijden. Lampiris zal gedurende één maand het volledige elektriciteitsverbruik factureren tegen het voordeligere nachttarief. Bij Engie, Eneco, Luminus en Essent kunnen klanten die betalingsproblemen hebben en uitstel willen de vraag voorleggen.

De beste manier om de energiefactuur te verlagen is vergelijken met andere energieaanbieders om te zien of u niet naar een goedkoper contract kunt overschakelen.

Los van die individuele initiatieven kunt u uw leverancier altijd vragen uw voorschot te verlagen. ‘Een leverancier zal altijd bereid zijn een vraag tot wijziging van het voorschot te overwegen als dat goed beargumenteerd wordt. Weigert hij de aanvraag, dan moet hij zijn weigering motiveren’, zegt Dirk Van Evercooren, directeur marktwerking bij de Vlaamse energieregulator VREG.
Wie zijn voorschot laat verlagen, moet er uiteraard rekening mee houden dat dat slechts uitstel van betaling is en hij later een hogere eindfactuur krijgt. ‘Zo’n factuurschok leidt er dan vaak toe dat mensen toch in wanbetaling vervallen, tonen onze analyses’, zegt Van Evercooren.

Wie echt niet kan betalen, vraagt daarom het best een afbetalingsplan aan. ‘De VREG heeft daarover richtlijnen aan de energieleveranciers opgesteld, al zijn die niet verplicht, enkel richtinggevend’, zegt Van Evercooren.

De beste manier om de energiefactuur te verlagen is volgens de VREG vergelijken met andere energieaanbieders om te zien of u niet naar een goedkoper contract kunt overschakelen. ‘Op dit moment kan vergelijken echt een serieuze besparing opleveren’, zegt Van Evercooren. Hij raadt wel aan de actualisatie van de V-test (https://vtest.vreg.be/) op 6 april af te wachten om de vergelijking te doen. ‘Het prijsverschil tussen een gemiddeld contract en het goedkoopste contract bedraagt voor gas en elektriciteit samen al 383 euro’, besluit hij.

Pauzeknop voor uw woonkrediet

Consumenten die door de coronacrisis moeite hebben om hun woonkrediet af te lossen, kunnen zes maanden uitstel van betaling krijgen.

  • Wie komt in aanmerking?

Iedereen die door de coronacrisis zijn inkomen ziet terugvallen, hetzij door tijdelijke werkloosheid (ook al is het deeltijds), het sluiten van zijn zaak of bij ziekte. Bij koppels volstaat het dat een van de partners zijn inkomen ziet wegvallen of dalen.

Daarnaast mocht de aanvrager op 1 februari 2020 geen betalingsachterstand hebben voor het krediet waarvoor hij uitstel vraagt. Hij mag ook geen al te grote spaarbuffer hebben. De banken hanteren per gezin een drempel van 25.000 euro op zicht-, spaar- en effectenrekeningen. Pensioensparen telt niet mee. Als uw spaargeld over meerdere banken verspreid zit, moet u die centen bij elkaar optellen. ‘We rekenen hier op de eerlijkheid van de consument’, zegt Febelfin-voorzitter Johan Thijs.

  • Geldt de maatregel ook voor de lening voor een tweede verblijf of een investeringspand?

Nee, alleen voor de hypothecaire lening voor de gezinswoning – waar u uw hoofdverblijfplaats heeft – kunt u uitstel van betaling vragen.

  • Wat wordt verstaan onder uitstel van betaling?

U betaalt gedurende maximaal zes maanden intresten noch kapitaal terug, en last als het ware een betaalpauze in. Als die betaalpauze achter de rug is, lost u uw lening verder af. Uw krediet schuift dus met x-aantal maanden op.

Er is wel een verschil in de verrekening van de intresten. Een gezin met een nettomaandinkomen dat lager of gelijk is aan 1.700 euro zal na het uitstel dezelfde maandlast als voordien betalen. Ligt uw nettogezinsinkomen – het maandinkomen van februari 2020 inclusief alimentatie en huurinkomsten, exclusief kindergeld, en na aftrek van eventuele consumentenleningen en uw hypothecair krediet – hoger dan 1.700 euro, dan hernemen de betalingen met een iets hogere maandlast omdat voor die groep de uitgestelde intresten wél verrekend worden. Niet alleen wordt uw krediet verlengd, de intresten die u tijdens de betaalpauze niet moest aflossen, worden extra in rekening gebracht. U betaalt ze bij omdat de looptijd van uw krediet verlengd wordt.

Voor het betalingsuitstel worden geen dossier- of administratieve kosten in rekening gebracht.

  • Hoelang kunt u uitstel krijgen?

Maximaal zes maanden. Wie net zijn woonkrediet heeft afgelost, kan die betaling niet recupereren. Enkel toekomstige betalingen komen in aanmerking. Voor aanvragen tot en met 30 april 2020 kunt u uitstel vragen tot uiterlijk 31 oktober 2020. Maar ook als u nadien om een betaalpauze vraagt, is de einddatum 31 oktober.

Ademruimte voor uw zaak

Ondernemers die door de coronacrisis getroffen zijn, krijgen van de overheid een duwtje in de rug in de vorm van een sociale uitkering – het overbruggingsrecht – en een premie. Maar ook zij kunnen een adempauze inlassen: voor hun kredieten en voor sociale bijdragen.

  • Uitstel kredietbetalingen

Ondernemers en zelfstandigen die moeite hebben om hun lopende ondernemingskredieten af te betalen kunnen maximaal zes maanden uitstel van betaling krijgen. De kapitaalaflossingen moeten dan niet betaald worden, de intresten wel.

U komt in aanmerking als u door de coronamaatregelen uw omzet of activiteiten heeft zien terugvallen en daardoor betalingsproblemen ondervindt, u een beroep moet doen op tijdelijke of volledige werkloosheid, of als de overheid de sluiting van uw zaak heeft verplicht.

Maar u moet aan nog andere voorwaarden voldoen. Uw zaak moet gevestigd zijn in België, u mag (op 1 februari 2020) geen achterstallen hebben op uw lopende kredieten, bij de belastingen of socialezekerheidsbijdragen, en u zit niet een actieve kredietherstructurering.

U kunt het betalingsuitstel alleen verkrijgen voor betalingen die u nog moet doen. Als u net uw lening afloste, kunt u dat bedrag niet recupereren. Aanvragen voor betalingsuitstel tot en met 30 april 2020 lopen maximaal zes maanden tot 31 oktober 2020. Vraagt u na 30 april uitstel, dan blijft de einddatum 31 oktober.
U betaalt in die periode enkel intresten. De looptijd van het krediet wordt verlengd met de periode van het betalingsuitstel. U betaalt geen dossier- of administratieve kosten voor dat uitstel.

  • Socialezekerheidsbijdragen

Om de factuur in coronatijden te verlichten kunnen zelfstandigen hun sociale bijdragen verminderen, uitstellen of een vrijstelling vragen. Hoe gaat dat in zijn werk?

Naar analogie met werknemers betalen zelfstandigen ook sociale bijdragen op hun inkomen. Die kunnen oplopen tot 4.235 euro per kwartaal voor een zelfstandige in hoofdberoep. ‘De bijdragen worden elk kwartaal berekend op basis van hun statuut – of ze zelfstandige in hoofd- dan wel in bijberoep zijn – en op basis van wat ze verdienen’, legt Evelien De Bondt van de hr-dienstenleverancier Acerta uit. ‘Concreet worden de sociale bijdragen berekend op het netto belastbaar inkomen van de zelfstandige van drie jaar geleden. De sociale bijdragen van 2020 worden dus bepaald op basis van het inkomen van 2017. Na twee jaar krijgt de zelfstandige een eindafrekening (op basis van zijn reële inkomsten van 2020) en weet hij of hij moet bijbetalen of geld terugkrijgt.’

Een zelfstandige kan er altijd voor kiezen zijn voorlopige sociale bijdragen te verminderen (of vermeerderen), ook in niet-coronatijden. Dat kan bijvoorbeeld als hij merkt dat zijn inkomsten dit jaar fors lager zullen liggen dan drie jaar geleden. ‘Wij adviseren zelfstandigen die hun sociale bijdragen verlagen aan het einde van het jaar eens samen met hun boekhouder de rekening te maken. Want wie toch een hoger inkomen dan verwacht heeft, kijkt aan tegen een bijbetaling met een intrest die kan oplopen tot 20 procent.’ Om dat te vermijden, kunt u dit jaar nog een vrijwillige bijstorting doen.

Stortingen in een aanvullend pensioenplan voor zelfstandigen zijn pas fiscaal aftrekbaar als voor dat jaar ook de sociale bijdragen volledig zijn betaald.

Zelfstandigen kunnen ook betalingsuitstel vragen. De maatregel van de regering geldt voor de voorlopige bijdragen van de eerste twee kwartalen van 2020 en voor de eindafrekeningen van 2018 die gevorderd werden in het eerste of het tweede kwartaal van 2020. De aanvraag moet binnen zijn voor 15 juni 2020, maar is niet mogelijk voor al betaalde bijdragen. Voor het eerste kwartaal krijgt u uitstel tot 31 maart 2021, voor het tweede kwartaal tot 30 juni 2021.
‘Let wel op als u voor uw pensioen via een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) spaart. Stortingen in de plannen zijn pas fiscaal aftrekbaar als u ook de sociale bijdragen van dat jaar volledig hebt betaald. Als u die tot volgend jaar uitstelt, zijn ze niet fiscaal aftrekbaar. Probeer indien mogelijk het uitstel niet tot volgend jaar te laten duren.

Ten slotte kunt u als zelfstandige in hoofdberoep – niet in bijberoep – ook een vrijstelling vragen voor de sociale bijdragen, zodat u die tijdelijk niet meer hoeft te betalen. ‘De procedure daarvoor is vereenvoudigd. De aanvraag kan nu ook via mail, en hoeft niet langer per aangetekend schrijven.’ Als u geen sociale bijdragen betaalt, bouwt u voor die periode ook geen pensioenrechten op, tenzij u binnen de vijf jaar de sociale bijdragen alsnog betaalt.

Zelfstandige getroffen door corona krijgt 1.291 euro uitkering

Werknemers die tijdelijk werkloos zijn door de coronacrisis, ontvangen een werkloosheidsuitkering van maximaal 1.520 euro bruto. Zelfstandigen die door de coronacrisis hun activiteiten (moeten) onderbreken, hebben ook recht op een uitkering, het zogenaamde overbruggingsrecht van 1.291 euro (zonder gezinslast).

Dat is een uitkering voor zelfstandigen die door omstandigheden hun activiteit (al dan niet in een vennootschap) een tijdlang of misschien zelfs definitief moeten stopzetten. Ze krijgen dan tot 12 of 24 maanden een financiële uitkering en hoeven intussen geen sociale bijdragen te betalen, maar behouden wel enkele sociale rechten.

In het algemeen zijn er vier mogelijke situaties waarin een zelfstandige een beroep kan doen op het overbruggingsrecht: een faillissement, een collectieve schuldenregeling, een gedwongen onderbreking en economische moeilijkheden.

De regering breidde de toegang tot dit overbruggingsrecht uit naar aanleiding van de coronacrisis. Met die regeling dekt het overbruggingsrecht niet alleen de specifieke getroffen sectoren, maar ook elke onderbreking van de beroepsactiviteit die minstens zeven kalenderdagen duurt.

zelfstandigen
Ongeveer 135.000 zelfstandige ondernemers hebben al een aanvraag ingediend voor het overbruggingsrecht

De uitbreiding van het overbruggingsrecht geldt voorlopig voor de maanden maart en april. De aanvraag ervoor kan worden gecumuleerd met de coronahinderpremie. Ongeveer 135.000 zelfstandige ondernemers hebben al een aanvraag ingediend voor dit vervangingsinkomen. 

Ook de zelfstandigen in bijberoep kunnen een beroep doen op de steunmaatregel, op voorwaarde dat ze sociale bijdragen betalen die even hoog zijn als de minima die gelden voor zelfstandigen in hoofdberoep 

Ook zelfstandigen die in het verleden al genoten van het maximum aantal maandelijkse uitkeringen (12 of 24 maanden) in het overbruggingsrecht kunnen beroep doen op het coronaoverbruggingsrecht. Bovendien tellen de periodes in het kader van deze tijdelijke maatregel niet mee voor het maximale aantal toekomstige toekenningen in het overbruggingsrecht.

Wie komt in aanmerking voor het overbruggingsrecht?

Verplichte sluiting opgelegd door de Nationale Veiligheidsraad

De zelfstandigen in hoofdberoep (inclusief helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters) die hun activiteit verplicht moeten onderbreken naar aanleiding van de sluitingsmaatregelen genomen door de federale overheid hebben recht op de financiële uitkering van het overbruggingsrecht voor de maanden maart en april 2020.

Het speelt daarbij geen rol of de onderbreking volledig of gedeeltelijk is. Een restaurant dat bijvoorbeeld zijn verbruikszaal sluit en overschakelt op afhaalgerechten komt in aanmerking. Er is geen minimumduur van onderbreking vereist voor deze zelfstandigen.

Ook de zelfstandige in bijberoep die voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep komt in aanmerking.

De maatregel geldt ook voor startende zelfstandigen en voor zelfstandigen die geen vier kwartaalbijdragen betaald hebben.

Onderbreking van minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen wegens de coronacrisis

De zelfstandigen in hoofdberoep (inclusief helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters) die minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen hun activiteit volledig onderbreken naar aanleiding van het coronavirus.

Het gaat hier om de zelfstandigen die (onrechtstreeks) ernstige moeilijkheden ervaren door het coronavirus. Voorbeelden: zelfstandigen die hun activiteit moeten onderbreken wegens werknemers die in quarantaine geplaatst werden, wegens onderbroken leveringen of wegens een sterke daling van de activiteit (daling reservaties, afname bezetting, toename annuleringen, …) waardoor het voortzetten van de activiteit verlieslatend wordt.

Ook zelfstandigen die een zorgberoep uitoefenen zoals kinesisten, tandartsen en specialisten vallen hieronder.

Waar hebt u recht op?

Het overbruggingsrecht bestaat uit twee delen: een uitkering en een gelijkstelling op het vlak van de sociale rechten.

  1. Een uitkering: maximaal 12 maanden lang ontvangt u een financiële uitkering van 1.291 euro per maand zonder gezinslast en 1.614 euro per maand met gezinslast. Er worden geen sociale bijdragen ingehouden, maar de zelfstandige zal via de jaarlijkse belastingaangifte wel nog belast worden op deze uitkering. 
  2. Een gelijkstelling: maximaal vier kwartalen lang behoudt u toch rechten op medische verzorging, gezinsbijslag/Groeipakket en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Tijdens het overbruggingsrecht bouwt u wel geen pensioenrechten op.

Voor wie gedurende minstens 60 kwartalen sociale bijdragen als zelfstandige betaald heeft, verdubbelt de maximumduur tijdens de volledige loopbaan: 24 maanden voor de uitkering en acht kwartalen voor de sociale rechten.

Hoe vraagt u het overbruggingsrecht aan?

U moet het aanvragen bij sociaalverzekeringsfonds. Doe dat voor het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin u uw zelfstandige activiteit hebt onderbroken of stopgezet. Voeg bij uw aanvraag de nodige documenten waaruit de oorzaak van uw onderbreking of stopzetting blijkt.

Meermaals pech?

U kunt meerdere keren een beroep doen op het overbruggingsrecht. Voorwaarde is wel dat de totale duur tijdens de volledige beroepsloopbaan niet langer is dan 12 maanden voor de uitkering en vier kwartalen voor de sociale rechten. Als u bijvoorbeeld naar aanleiding van een beschadiging (gedwongen onderbreking) al zes maanden een uitkering hebt ontvangen, hebt u op een later moment, bijvoorbeeld naar aanleiding van een faillissement, nog recht op de overige zes maanden uitkering.

Algemene voorwaarden overbruggingsrecht

Algemene voorwaarden overbruggingsrecht

Om aanspraak te maken op het overbruggingsrecht, moet u aan zes algemene voorwaarden voldoen:

  • Uw hoofdverblijfplaats is in België.
  • U was zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot (maxistatuut) gedurende het kwartaal waarin het feit zich voordeed én minstens de drie daaraan voorafgaande kwartalen.
  • U was tijdens diezelfde kwartalen sociale bijdragen verschuldigd.
  • U hebt minstens vier kwartaalbijdragen betaald in de loop van de voorafgaande 16 kwartalen (het gaat hier om effectief betaalde bijdragen, vrij- of gelijkgestelde kwartalen tellen niet mee).
  • U hebt geen enkele beroepsactiviteit meer.
  • U bent jonger dan 65 jaar en u kan geen aanspraak maken op een vervangingsinkomen (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen, …).

Specifieke voorwaarden

Voor elk van de vier situaties waarin u gebruik kunt maken van het overbruggingsrecht gelden bijkomende voorwaarden, boven op de algemene voorwaarden.

  • Faillissement

Was u in uw vennootschap zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot, dan is de voorwaarde dat u die functie nog uitoefende op het moment van het faillissement. Stel dat u een maand vooraf ontslag hebt genomen, dan kunt u geen beroep doen op het overbruggingsrecht.

  • Collectieve schuldenregeling

Als u binnen de drie jaar na een collectieve schuldenregeling uw zelfstandige activiteiten hebt stopgezet, kunt een beroep doen op het overbruggingsrecht.

  • Gedwongen onderbreking

Over welke omstandigheden het gaat, is duidelijk afgelijnd:

  • een brand
  • een natuurramp
  • een beschadiging van de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen of de professionele uitrusting, of een allergie veroorzaakt door het uitoefenen van uw beroep
  • Een gebeurtenis met economische impact. Denk aan langdurige en zware wegenwerken, of de vestiging van een grote concurrent in de onmiddellijke omgeving van uw bedrijf
  • Ook het onderbreken van uw activiteiten door de coronacrisis valt hieronder.
  • Economische moeilijkheden

Hiervoor moet u aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

  • U ontvangt op het ogenblik van de stopzetting een leefloon en u kan dat bewijzen met een attest van het OCMW.
  • De Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen of het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) heeft u vrijgesteld van sociale bijdragen in de periode van 12 maanden die voorafgaat aan de maand van de stopzetting.
  • In het jaar van de stopzetting én het jaar daarvoor was uw netto belastbaar inkomen als zelfstandige niet hoger dan 13.993,78 euro als zelfstandige of helper, of niet hoger dan 6.147,47 euro als meewerkende echtgenoot.

Zelfstandige getroffen door corona krijgt 1.291 euro netto uitkering

Werknemers die tijdelijk werkloos zijn door de coronacrisis, ontvangen een werkloosheidsuitkering van maximaal 1.520 euro bruto. Zelfstandigen die door de coronacrisis hun activiteiten (moeten) onderbreken, hebben ook recht op een uitkering, het zogenaamde overbruggingsrecht van 1.291 euro netto (zonder gezinslast) 

Dat is een uitkering voor zelfstandigen die door omstandigheden hun activiteit (al dan niet in een vennootschap) een tijdlang of misschien zelfs definitief moeten stopzetten. Ze krijgen dan tot 12 of 24 maanden een financiële uitkering en hoeven intussen geen sociale bijdragen te betalen, maar behouden wel enkele sociale rechten.

In het algemeen zijn er vier mogelijke situaties waarin een zelfstandige een beroep kan doen op het overbruggingsrecht: een faillissement, een collectieve schuldenregeling, een gedwongen onderbreking en economische moeilijkheden.

De regering breidde de toegang tot dit overbruggingsrecht uit naar aanleiding van de coronacrisis. Met die regeling dekt het overbruggingsrecht niet alleen de specifieke getroffen sectoren, maar ook elke onderbreking van de beroepsactiviteit die minstens zeven kalenderdagen duurt.

zelfstandigen
Ongeveer 135.000 zelfstandige ondernemers hebben al een aanvraag ingediend voor het overbruggingsrecht

De uitbreiding van het overbruggingsrecht geldt voorlopig voor de maanden maart en april. De aanvraag ervoor kan worden gecumuleerd met de coronahinderpremie. Ongeveer 135.000 zelfstandige ondernemers hebben al een aanvraag ingediend voor dit vervangingsinkomen. 

Ook de zelfstandigen in bijberoep kunnen een beroep doen op de steunmaatregel, op voorwaarde dat ze sociale bijdragen betalen die even hoog zijn als de minima die gelden voor zelfstandigen in hoofdberoep 

Ook zelfstandigen die in het verleden al genoten van het maximum aantal maandelijkse uitkeringen (12 of 24 maanden) in het overbruggingsrecht kunnen beroep doen op het coronaoverbruggingsrecht. Bovendien tellen de periodes in het kader van deze tijdelijke maatregel niet mee voor het maximale aantal toekomstige toekenningen in het overbruggingsrecht.

Wie komt in aanmerking voor het overbruggingsrecht?

Verplichte sluiting opgelegd door de Nationale Veiligheidsraad

De zelfstandigen in hoofdberoep (inclusief helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters) die hun activiteit verplicht moeten onderbreken naar aanleiding van de sluitingsmaatregelen genomen door de federale overheid hebben recht op de financiële uitkering van het overbruggingsrecht voor de maanden maart en april 2020.

Het speelt daarbij geen rol of de onderbreking volledig of gedeeltelijk is. Een restaurant dat bijvoorbeeld zijn verbruikszaal sluit en overschakelt op afhaalgerechten komt in aanmerking. Er is geen minimumduur van onderbreking vereist voor deze zelfstandigen.

Ook de zelfstandige in bijberoep die voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep komt in aanmerking.

De maatregel geldt ook voor startende zelfstandigen en voor zelfstandigen die geen vier kwartaalbijdragen betaald hebben.

Onderbreking van minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen wegens de coronacrisis

De zelfstandigen in hoofdberoep (inclusief helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters) die minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen hun activiteit volledig onderbreken naar aanleiding van het coronavirus.

Het gaat hier om de zelfstandigen die (onrechtstreeks) ernstige moeilijkheden ervaren door het coronavirus. Voorbeelden: zelfstandigen die hun activiteit moeten onderbreken wegens werknemers die in quarantaine geplaatst werden, wegens onderbroken leveringen of wegens een sterke daling van de activiteit (daling reservaties, afname bezetting, toename annuleringen, …) waardoor het voortzetten van de activiteit verlieslatend wordt.

Ook zelfstandigen die een zorgberoep uitoefenen zoals kinesisten, tandartsen en specialisten vallen hieronder.

Waar hebt u recht op?

Het overbruggingsrecht bestaat uit twee delen: een uitkering en een gelijkstelling op het vlak van de sociale rechten.

  1. Een uitkering: maximaal 12 maanden lang ontvangt u een financiële uitkering van 1.291 euro per maand zonder gezinslast en 1.614 euro per maand met gezinslast. Het betreft een nettobedrag. 
  2. Een gelijkstelling: maximaal vier kwartalen lang behoudt u toch rechten op medische verzorging, gezinsbijslag/Groeipakket en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Tijdens het overbruggingsrecht bouwt u wel geen pensioenrechten op.

Voor wie gedurende minstens 60 kwartalen sociale bijdragen als zelfstandige betaald heeft, verdubbelt de maximumduur tijdens de volledige loopbaan: 24 maanden voor de uitkering en acht kwartalen voor de sociale rechten.

Hoe vraagt u het overbruggingsrecht aan?

U moet het aanvragen bij sociaalverzekeringsfonds. Doe dat voor het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin u uw zelfstandige activiteit hebt onderbroken of stopgezet. Voeg bij uw aanvraag de nodige documenten waaruit de oorzaak van uw onderbreking of stopzetting blijkt.

Meermaals pech?

U kunt meerdere keren een beroep doen op het overbruggingsrecht. Voorwaarde is wel dat de totale duur tijdens de volledige beroepsloopbaan niet langer is dan 12 maanden voor de uitkering en vier kwartalen voor de sociale rechten. Als u bijvoorbeeld naar aanleiding van een beschadiging (gedwongen onderbreking) al zes maanden een uitkering hebt ontvangen, hebt u op een later moment, bijvoorbeeld naar aanleiding van een faillissement, nog recht op de overige zes maanden uitkering.

Algemene voorwaarden overbruggingsrecht

Algemene voorwaarden overbruggingsrecht

Om aanspraak te maken op het overbruggingsrecht, moet u aan zes algemene voorwaarden voldoen:

  • Uw hoofdverblijfplaats is in België.
  • U was zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot (maxistatuut) gedurende het kwartaal waarin het feit zich voordeed én minstens de drie daaraan voorafgaande kwartalen.
  • U was tijdens diezelfde kwartalen sociale bijdragen verschuldigd.
  • U hebt minstens vier kwartaalbijdragen betaald in de loop van de voorafgaande 16 kwartalen (het gaat hier om effectief betaalde bijdragen, vrij- of gelijkgestelde kwartalen tellen niet mee).
  • U hebt geen enkele beroepsactiviteit meer.
  • U bent jonger dan 65 jaar en u kan geen aanspraak maken op een vervangingsinkomen (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen, …).

Specifieke voorwaarden

Voor elk van de vier situaties waarin u gebruik kunt maken van het overbruggingsrecht gelden bijkomende voorwaarden, boven op de algemene voorwaarden.

  • Faillissement

Was u in uw vennootschap zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot, dan is de voorwaarde dat u die functie nog uitoefende op het moment van het faillissement. Stel dat u een maand vooraf ontslag hebt genomen, dan kunt u geen beroep doen op het overbruggingsrecht.

  • Collectieve schuldenregeling

Als u binnen de drie jaar na een collectieve schuldenregeling uw zelfstandige activiteiten hebt stopgezet, kunt een beroep doen op het overbruggingsrecht.

  • Gedwongen onderbreking

Over welke omstandigheden het gaat, is duidelijk afgelijnd:

  • een brand
  • een natuurramp
  • een beschadiging van de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen of de professionele uitrusting, of een allergie veroorzaakt door het uitoefenen van uw beroep
  • Een gebeurtenis met economische impact. Denk aan langdurige en zware wegenwerken, of de vestiging van een grote concurrent in de onmiddellijke omgeving van uw bedrijf
  • Ook het onderbreken van uw activiteiten door de coronacrisis valt hieronder.
  • Economische moeilijkheden

Hiervoor moet u aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

  • U ontvangt op het ogenblik van de stopzetting een leefloon en u kan dat bewijzen met een attest van het OCMW.
  • De Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen of het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) heeft u vrijgesteld van sociale bijdragen in de periode van 12 maanden die voorafgaat aan de maand van de stopzetting.
  • In het jaar van de stopzetting én het jaar daarvoor was uw netto belastbaar inkomen als zelfstandige niet hoger dan 13.993,78 euro als zelfstandige of helper, of niet hoger dan 6.147,47 euro als meewerkende echtgenoot.

Alarmbelprocedure voor bedrijven blijft van kracht

Uit onderzoek van de bedrijfsdataexpert Graydon blijkt dat een op de vier Belgische bedrijven de schok van de coronacrisis niet aankan, als er gedurende twee maanden geen inkomsten binnenstromen. Ondernemers die de financiële bui zien hangen, moeten erover waken dat ze in orde zijn met de bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV).

Dit betekent dat bedrijven binnen de twee maanden de alarmbelprocedure in gang moeten zetten, waarbij de raad van bestuur een verslag over de toestand opstelt en een aandeelhoudersvergadering samenroept.

‘De aandeelhoudersvergadering moet plaatsvinden binnen de twee maanden nadat de situatie is vastgesteld’, preciseert Philippe Mulliez, partner bij het advocatenkantoor Eubelius. ‘De hamvraag zal uiteraard in deze omstandigheden ook zijn wanneer die termijn van 2 maanden begint te lopen. In geval van twijfel is meteen toepassen de boodschap.’

Bestuurder aansprakelijk

Volgens de vennootschapswet is er een inbreuk als de aandeelhoudersvergadering niet binnen de twee maanden bijeenkomt. In dat geval kunnen de bestuurders aansprakelijk worden gesteld. ‘Daarbij komt nog dat er wettelijk een causaliteitsvermoeden is voorzien’, zegt Mulliez. ‘De schade wordt geacht voort te vloeien uit de niet tijdige bijeenroeping. Er moet dus geen causaal verband worden aangetoond. Het oorzakelijk verband tussen fout en schade wordt vermoed. Dit maakt het artikel zo gevaarlijk.’

De aandeelhoudersvergadering moet plaatsvinden binnen de twee maanden nadat de precaire situatie is vastgesteld.

Philippe Mulliez
advocaat Eubelius

Onder de oude vennootschapswetgeving moest de alarmbelprocedure worden ingezet zodra het nettoactief van een bvba onder de helft van het maatschappelijk kapitaal was geslonken. Maar met de nieuwe vennootschapswetgeving, die sinds begin dit jaar ook van toepassing is op bestaande vennootschappen, beschikken bv’s (de vroegere bvba’s) niet meer over een maatschappelijk kapitaal.

De financiële gezondheid van een vennootschap wordt sindsdien gemeten aan de hand van een balanstest én een liquiditeitstest. Dat betekent dat er op toegekeken moet worden dat enerzijds het nettoactief niet negatief is of dreigt te worden, maar anderzijds ook dat er voldoende middelen zijn om de komende twaalf maanden de schulden te betalen.

Knipperlichten

Gaan bij een bv een van beide knipperlichten branden, dan moet de raad van bestuur bijeenkomen en een aandeelhoudersvergadering bijeenroepen. In het kader van deze alarmbelprocedure moet de raad van bestuur een verslag opstellen dat ze aan de aandeelhouders overmaakt. Daarin moet ze maatregelen aanreiken om de voortzetting van de activiteiten te garanderen of in het slechtste geval voorstellen om tot de ontbinding van de vennootschap over te gaan.

Intussen werkt de overheid aan soepeler regels voor de jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen, omdat aandeelhouders fysiek samenbrengen voor een vergadering in deze coronacrisis onmogelijk is.

Tijdelijke werkloze krijgt maximaal 1.500 euro

Volgens federaal minister van Werk Nathalie Muylle (CD&V) zal de economische schok van het coronavirus in ons land tot 1 miljoen mensen in tijdelijke werkloosheid duwen. In principe krijgen ze 70 procent van hun brutoloon.

In eerste instantie is er een forfaitaire vergoeding van 1.450 euro per maand. Nadien volgt de eindberekening van de vergoeding, waar 26,75 procent bedrijfsvoorheffing van wordt afgehouden.

Maar hoeveel blijft er van die 70 procent bruto over? SD Worx maakte een eerste inschatting van hoe die eindberekening eruitziet. De berekening is complex, omdat er voor de 70 procent-berekening begrenzingen zijn op het brutoloon en nadien supplementen per dag worden bijgeteld. 

Omdat voor de lage lonen fiscale kortingen wegvallen en voor hogere lonen de begrenzing speelt, houdt de middengroep het meeste over van een nettoloon, leert de simulatie.

De volgende simulaties zijn telkens voor een alleenstaande zonder kinderlast:

  • Brutoloon 1.750 euro. Inkomen via technische werkloosheid wordt maandelijks netto 1.005 euro, of 578 euro verlies. Het nettoloon valt terug op 63 procent.
  • Brutoloon 2.000 euro. Inkomen via technische werkloosheid wordt maandelijks netto 1.133 euro, of 519 euro verlies. Het nettoloon valt terug op 68 procent.
  • Brutoloon 2.500 euro. Inkomen via technische werkloosheid wordt maandelijks netto 1.389 euro, of 393 euro verlies. Het nettoloon valt terug op 78 procent.
  • Brutoloon 3.000 euro. Inkomen via technische werkloosheid wordt maandelijks netto 1.520 euro, of 471 euro verlies. Het nettoloon valt terug op 76 procent.
  • Brutoloon 3.500 euro. Inkomen via technische werkloosheid wordt maandelijks netto 1.520 euro, of 691 euro verlies. Het nettoloon valt terug op 68 procent.
  • Brutoloon 4.000 euro. Inkomen via technische werkloosheid wordt maandelijks netto 1.520 euro, of 910 euro verlies. Het nettoloon valt terug op 62 procent.

De eerste maand zullen de cijfers sowieso afwijken, zegt SD Worx, omdat er in de maand maart nog gedeeltelijk is gewerkt. Dat loon zal aan een lager tarief van de gewone bedrijfsvoorheffing worden onderworpen, omdat de bedrijfsvoorheffing progressief is.

Bovendien veranderen de cijfers ook nog afhankelijk van de gezinssituatie, die een impact heeft op de fiscaliteit.

Problemen om uw woonkrediet terug te betalen? U krijgt uitstel tot 30 september

Zondag kondigden de banksector en de regering maatregelen aan om de impact van het coronavirus op de portemonnee van de consument tijdelijk te verlichten. Verwacht wordt dat door de crisis 1 miljoen Belgen in tijdelijke werkloosheid terechtkomen. Ze krijgen dan een werkloosheidsuitkering van de RVA – voor wie voltijds werkt gaat het om een onmiddellijk forfait van 1.450 euro per maand – en daarbovenop een premie van 150 euro van de federale overheid. Desondanks dreigen veel gezinnen in financiële ademnood te komen omdat de vaste kosten, zoals de afbetaling van een woonkrediet blijven doorlopen.

De banken werken volop aan de praktische gevolgen van de maatregel. We zetten voor u al een en ander op een rijtje.

  • Wie komt in aanmerking?

Wie komt in aanmerking?

Belgen die financieel getroffen zijn door de crisis omdat ze tijdelijk werkloos zijn of hun zaak hebben moeten sluiten of activiteiten verminderen. ‘We zullen daarbij kijken naar de terugbetalingscapaciteit van de kredietnemer’, zegt Oliver Onclin, directeur retail en commercial banking bij Belfius. Ook iemand die deeltijds tijdelijk werkloos is, kan dus in aanmerking komen als de terugbetaling van uw krediet bemoeilijkt wordt.

‘Klanten die vermeld staan in de kredietcentrale (en met een betalingsachterstand kampen) komen niet in aanmerking voor deze maatregel’, zegt Valery Halloy, woordvoerder van BNP Paribas Fortis.

Zowel hypothecaire leningen voor de eigen woning als voor een tweede verblijf zouden in aanmerking komen.

  • Valt de volledige maandelijkse aflossing weg?

Valt de volledige maandelijkse aflossing weg?

De bedoeling is inderdaad dat u uitstel krijgt voor het volledige bedrag en dus noch intresten noch kapitaalaflossingen betaalt. Dat voor maximaal zes maanden, tot 30 september 2020. Uitstel is geen afstel: de looptijd van uw krediet wordt dan gewoon verlengd.

  • Hoe gaan banken controleren dat ik in moeilijkheden zit?

Hoe gaan banken controleren dat ik in moeilijkheden zit?

Klanten moeten met een bewijsstuk voor de dag komen. ‘We gaan ons daarin flexibel opstellen’, benadrukt Onclin. ‘Een attest van werkloosheid kan even op zich laten wachten. Een mail van de werkgever kan volstaan.’ Eerder liet Johan Thijs, CEO van KBC en voorzitter van bankenfederatie Febelfin, verstaan dat de regeling met gezond verstand wordt toegepast. ‘Een gezin met twee werkenden van wie één technisch werkloos wordt, kan geen beroep doen op betalingsuitstel als op hun bankrekening 500.000 euro staat.’ Maar niet iedereen heeft al zijn spaargeld bij dezelfde bank geparkeerd. De vraag is dan ook hoe banken dat gaan controleren.

  • Hoe kan ik uitstel vragen?

Hoe kan ik uitstel vragen?

U neemt contact op met uw bankkantoor, liefst per mail of telefonisch. ‘We hebben een elektronisch formulier waarmee klanten een aanvraag kunnen doen’, zegt Onclin. ‘De bedoeling is dat de hele procedure per mail wordt afgehandeld, zodat klanten niet onnodig naar het kantoor komen.’

  • Zullen banken dossierkosten aanrekenen?

Zullen banken dossierkosten aanrekenen?

Nee, er is afgesproken dat het uitstel kosteloos is.

  • Wat met mijn belastingaangifte van volgend jaar?

Wat met mijn belastingaangifte van volgend jaar?

Intresten en kapitaalaflossingen kan u fiscaal inbrengen, als de lening voor uw gezinswoning werd afgesloten voor 1 januari 2020. Voor nieuwe kredieten is de woonbonus – het fiscaal voordeel voor de woning waarin u woont – sinds dit jaar afgeschaft. ‘Maar u hebt maar voordeel op de uitgaven die u doet’, zegt Jef Wellens, fiscaal expert van Wolters Kluwer. Geen aflossingen betekent in principe dan ook geen fiscaal voordeel. Maar veel mensen zitten met hun lening aan het maximum van de woonbonus, en kunnen dus wel een paar maanden overslaan voor dat invloed heeft op hun fiscaal voordeel. ‘Wie 100.000 euro leent op 20 jaar tegen een rente van 1,5 procent betaalt jaarlijks 5.824 euro af, terwijl de woonbonus (sinds 2015) de eerste 10 jaar 2.280 euro bedraagt, en voor een koppel dus 4.560 euro.’

Laat de wifi tot buiten komen

Wifi in huis is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld. Meestal lukt het ook het signaal van uw router enkele meters buiten op te pikken. Maar wilt u een afgelegen pergola, een volledige tuin of een carport van wifi voorzien, dan moet u waarschijnlijk uit een ander vaatje tappen.

Voor een outdoor’ wifi-accesspunt om aan uw gevel te hangen, varieert de prijs van 50 tot 500 euro. Al kunnen (semi)-professionele modellen nog een pak duurder zijn.

Wifi in uw tuin kan fijn zijn voor business (thuiswerken bijvoorbeeld) en voor pleasure. Zo komen meer en meer connected luidsprekers op de markt die wifi gebruiken om muziek te streamen. Doordat ze almaar vaker een batterij hebben, kunt u ze buitenshuis inzetten. Handig tijdens een barbecue.

Een andere productcategorie die komt opzetten, zijn beveiligingscamera’s met wifi. Hoe beter uw wifiverbinding buiten en hoe verder ze reikt, hoe flexibeler u bent om die camera’s op te stellen. Idem voor slimme buitenverlichting.

Tot slot sturen almaar meer automerken hun wagens via wifi software-updates toe. Tesla, maar ook sommige modellen van Jaguar en de Volvo-dochter Polestar horen daarbij. Het is ook mogelijk die updates binnen te halen door uw smartphone als ‘wifi-brug’ te gebruiken, maar als u de wagen rechtstreeks kunt verbinden, gaat het automatisch.

Wifi op het stroomnet

Om het internetsignaal van uw router buiten de muren van uw huis te krijgen, zijn verschillende oplossingen. Hebt u een mesh-netwerk (met wifi-toegangspunten die ook onderling verbinding maken), dan kunt u proberen een toegangspunt in uw huis tegen een raam te zetten en daarna bijkomende units buiten te plaatsen. Als de afstand niet te groot is, zal het ene wifi-punt binnen draadloos verbinding maken met het apparaat buiten en zijn wifi-signaal doorgeven.

IP58 of IP67?

Als u de specificaties overloopt van apparatuur die geschikt is voor buiten, komt u allicht de ‘IP-rating’ tegen. Die duidt aan hoe goed elektronica bestand is tegen stof en water. De IP-norm komt met twee cijfers. Het eerste slaat op de bescherming tegen het indringen van voorwerpen (lees: de stofbestendigheid), het tweede op de vochtbestendigheid. Hoe hoger het cijfer, hoe hoger de bescherming.
Voor stofbescherming is 6 de hoogste score. In dat geval heeft een apparaat een volledig dichte behuizing. Een goede stofbescherming hebt u vanaf 5. Om u een idee te geven: 4 beschermt tegen vaste voorwerpen kleiner dan een millimeter.
Het cijfer voor de waterbescherming gaat van 0 tot 9. 0 biedt geen bescherming, een apparaat met 9 is bestemd tegen besproeien onder hoge druk. Met de veel voorkomende score 8 kan een apparaat tot op een diepte van 1 meter werken.
Een apparaat met IP68 is dus volledig stofvrij en waterdicht.

Het probleem: die units hebben stroom nodig en in regel zijn ze niet waterdicht. De ‘mesh-methode’ is dus vooral nuttig om wifi in een overdekte carport te krijgen. Vaak zijn daar stopcontacten en is het mogelijk uw accesspoint te beschermen tegen guur weer. Ongeveer alle grote fabrikanten van netwerkapparatuur hebben tegenwoordig routers met mesh-technologie in de aanbieding. Vanaf ongeveer 180 euro haalt u een kit met drie wifi-punten in huis.

Over stopcontacten gesproken: u kunt uw wifi-signaal ook van binnen naar buiten krijgen via een wifi-punt dat de powerlinetechnologie ondersteunt. Daarmee wordt uw internetsignaal via het stroomnetwerk naar het accesspoint geleid. Eén powerlineadapter steekt u in een stopcontact nabij uw router, een tweede in uw tuinhuisje of carport. Van die adapters bestaan trouwens ook waterdichte versies. Die komen met een lange stroomkabel, zodat u ze ergens buiten kunt zetten om een zo goed mogelijke ontvangst te bekomen.

Bij het Duitse merk Devolo – gespecialiseerd in powerlineapparatuur – kost een outdoorversie zo’n 150 euro. Dat is alleen voor het kastje in de tuin, reken op nog eens 50 euro voor de adapter aan de kant van de router. De waterdichte Devolo Outdoor (IP65-rating, zie kader) zou probleemloos buitentemperaturen tot 40 graden aankunnen. Het toestel biedt een maximale surfsnelheid van zo’n 300 mbps, meer dan voldoende om een Netflix-film naar uw tablet te streamen.

Winnie the PoE

Een derde manier om wifi naar de tuin te halen is door een ‘outdoor’ wifi-accesspunt aan uw gevel te hangen. Die zijn gemaakt om buitenshuis hun ding te doen en zijn stof- en waterdicht. Een nadeel is dat u (licht) kap- en boorwerk voor de boeg hebt. U moet niet alleen het accesspunt tegen de buitenmuur bevestigen, maar ook een netwerkkabel trekken vanaf uw router naar het apparaat.

Een groot voordeel is dan weer de flexibiliteit. Zo’n accesspunt heeft geen traditioneel stopcontact nodig omdat het stroom krijgt via de netwerkkabel. Die technologie heet Power over Ethernet (PoE). U moet dan nog wel een extra kastje monteren bij de router (een PoE-injector) die elektriciteit uit een stopcontact klaarmaakt om via de ethernetkabel te transporteren. De meeste outdooraccesspoints krijgen zo’n injector meegeleverd.

Opgelet: ga zeker voor een dualbandapparaat, een accesspoint dat zowel de reguliere 2,4 GHz-band ondersteunt als de nieuwere 5Ghz-band. De 2,4 Ghz-band zit al behoorlijk vol, is daardoor gevoeliger voor storingen en biedt lagere doorvoersnelheden. Let ook op de netwerkaansluiting. Is uw internet thuis sneller dan 100 MB per seconde? Dan is het zinvol een apparaat te kiezen met een gigabitethernetpoort. Dan benut u die snelheid maximaal. De prijzen variëren van 50 tot 500 euro. Al kunnen (semi-)professionele modellen daar nog een pak boven zitten.

Shoppingtijd voor mobiele klanten van Orange Belgium

De dierentuin van Orange Belgium heeft de deuren gesloten. We hebben het dan uiteraard over het oude aanbod van zes abonnementen met dierennamen als Koala, Dolfijn of Arend. In de plaats komen vier abonnementen onder de naam Go: Go Light, Go Plus, Go Intense en Go Unlimited.

De oude formules worden niet meer aangeboden, maar klanten die ze hebben, kunnen ze nog wel behouden. Het ideale moment dus om ze te vergelijken met de nieuwe formules, maar ook met de formules van de andere operatoren.

Wie een abonnement had op de meest gebruikte formule, Koala, kan voortaan een Go Plus nemen. U krijgt voor 20 euro per maand voortaan 5 GB in plaats van 4 GB mobiele data, boven op onbeperkte oproepen en sms’jes.

Bent u beter af bij de concurrentie? Niet bij Mobile Vikings, want daar krijgt u precies hetzelfde voor dezelfde prijs. Ook bij BASE, maar die operator biedt wel een extra voordeel met de Data Jump-formule: de data die u niet hebt gebruikt, worden automatisch overgezet naar de volgende maand. Bij Scarlet betaalt u 18 euro per maand, maar dan met 4 GB in plaats van 5 GB.

De vergelijking met Proximus is iets ingewikkelder. Wie minstens 5 GB data wil hebben, is daar het beste af met Mobilus M. Voor 27 euro per maand biedt die formule 8 GB data plus onbeperkt surfen voor een populaire app naar keuze – te kiezen uit Instagram, Twitter, Pinterest, Snapchat, WhatsApp, Facebook of Messenger. Als u zich online abonneert, betaalt u de eerste zes maanden maar 20 euro. U kunt daarna altijd uw contract stopzetten.

Ook BASE biedt 8 GB, plus een Data Jump, voor 27 euro per maand. Bij Mobile Vikings loopt het datavolume voor dat maandbedrag op tot 10 GB.

Wat met de oude Cheetah-abonnees van Orange? Met de nieuwe formule Go Intense betalen die nog steeds 30 euro voor 15 GB. Voor datzelfde datavolume betaalt u bij Proximus 37 euro, al krijgt u er opnieuw één ongelimiteerde app bij.

De Arend-abonnees worden door Orange omgedoopt tot Go Unlimited. Die dure vogels genieten onbeperkte data voor 40 euro. Proximus biedt dat aan voor 43 euro, maar met een promotarief van 35 euro voor de eerste zes maanden. De grote winnaar hier is Mobile Vikings, waar u onbeperkt surft voor maar 29 euro per maand.

Voor u van operator verandert, checkt u wel het best of die in uw streek een aanvaardbare dekking biedt. Dat kan onder meer met de gratis app BeCover+ van Test-Aankoop.

Diesel en benzine kennen een van grootste prijsdalingen uit geschiedenis

Een liter diesel kost woensdag nog maximaal 1,345 euro, voor een liter benzine (95 RON E10) zakt de maximumprijs naar 1,30 euro. Diesel noteert daarmee op het laagste peil sinds oktober 2017, benzine op het laagste peil sinds maart 2016.

‘Zulke grote prijsdalingen zijn uniek in de geschiedenis’, klinkt het bij de Belgische Petroleumfederatie.  In procenten wordt benzine vandaag 8,06 procent goedkoper, voor diesel gaat er in één keer 6,5 procent af. Bij benzine was de vorige grootste daling de minus 6,8 procent naar 1,45 euro op 18 september 2008. Voor diesel moeten we zelfs teruggaan tot 4 april 2003. Toen zakte de prijs 5,7 procent naar 0,747 euro. Het prijsverschil tussen diesel en benzine lag toen hoger, omdat de accijnzen op diesel lager waren.

Een liter benzine (95 RON E10) kost vanaf morgen maximum 1,30 euro, het laagste peil sinds maart 2016.

Ook voor huisbrandolie, die dinsdag al goedkoper werd, is er woensdag opnieuw een prijsdaling. Een liter stookolie kost dan maximaal 0,455 euro (-5,15 cent), voor wie meer dan 2.000 liter bestelt.

Aanleiding voor de prijsdalingen is de kelderende olieprijs. Die verloor maandag zowat een kwart van zijn waarde, nadat het oliekartel OPEC en Rusland het niet eens raakten over een productieverlaging. Ook de corona-epidemie gooit roet in het eten. Gevreesd wordt dat de impact op de wereldeconomie niet min zal zijn, en de vraag naar olie dus zal dalen. Dinsdag herstelt de olieprijs licht en noteert de Brent boven de 36 dollar per vat.

Stookolie op laagste peil sinds juli 2017

De prijs voor een liter stookolie daalt dinsdag van 55,07 naar 50,65 cent per liter, voor wie minstens 2.000 liter bestelt. Daarmee belandt de stookolieprijs op het laagste peil sinds juli 2017. Begin dit jaar kostte huisbrandolie nog ongeveer 70 cent per liter. Ook voor kleinere bestellingen daalt de maximumprijs dinsdag, van 58,04 naar 53,61 eurocent.

De prijs voor 1 liter huisbrandolie zakt naar 50,65 eurocent.

De dalende huisbrandolieprijs is het gevolg van de kelderende olieprijs. De prijs voor een vat ruwe Brent-olie is weggezakt naar 33 dollar als gevolg van de corona-epidemie. Die doet de vraag naar olie dalen. Vorige week mislukten ook de onderhandelingen tussen het oliekartel OPEC en Rusland om de productie te beperken en zo de olieprijs op te krikken, wat extra druk op de olieprijs zette.

Diesel en benzine

Verwacht wordt dat ook diesel en benzine nog goedkoper worden als de daling van de olieprijs aanhoudt. Diesel kost momenteel maximaal 1,4390 euro per liter, benzine (95 RON) 1,4140 euro per liter. Voor diesel is dat de laagste prijs dit jaar, voor benzine de laagste prijs in iets meer dan een jaar.

LOGO KLEUR copy2 copy

De Smedt Advocaten

Het kantoor behandelt een zeer ruim spectrum aan rechtsmateries, waardoor zowel de particuliere cliënten inzake persoonsgebonden materies als bedrijven, zelfstandigen en vrije beroepen met hun specifieke ondernemingsgerelateerde cases op een deskundige manier geholpen kunnen worden.

Copyright 2017 © Alle Rechten Voorbehouden

Design by PubliDesign.be