Welke fietsverzekering kiezen uit het grote aanbod?

Welke fietsverzekering kiezen uit het grote aanbod?

Met de toename van het aantal elektrische fietsen stijgt ook het aantal personen met een fietsverzekering, een relatief jong verzekeringsproduct. Dé fietsverzekering bestaat echter niet. Het is een product dat verschillende ladingen dekt.

Steeds meer Belgen laten zich bij het fietsen ondersteunen door een elektrische motor. De opmars van de elektrische (terrein)fiets is niet meer te stuiten en dat ondervinden ook de makelaars. ‘Tien jaar geleden verzekerden we nagenoeg alleen racefietsen. Nu is 80 procent van de verzekerde fietsen een e-bike’, zegt Filip Demyttenaere, bestuurder bij Callant Verzekeringen, een makelaar die naar eigen zeggen pionier was in fietsverzekeringen in België.

Een fietsverzekering afsluiten is nochtans minder eenvoudig dan het lijkt. Een standaardpolis bestaat niet. De fietsverzekering bestaat in allerhande varianten. Vergelijken is dus de boodschap.

1. Welke risico’s wilt u verzekerd zien?

Een eerste aandachtspunt zijn de verleende waarborgen. Sommige producten, zoals de omniumfietsverzekering van Callant Verzekeringen of Top Fiets van AG Insurance, verzekeren drie risico’s: pech, materiële schade en diefstal.

Misschien vindt u het niet nodig om die drie risico’s te verzekeren. Mogelijk vindt u een diefstalverzekering voldoende. Of bent u al tevreden met een bijstandsverzekering voor pech onderweg. In dat laatste geval kunt u een beroep doen op de fietsbijstandsverzekering van bijvoorbeeld Touring of VAB.

Maar soms is het niet mogelijk om slechts één risico te verzekeren. Rijdt u met een stadsfiets of met een elektrische fiets en onderschrijft u de Top Fiets-polis van AG Insurance, dan hebt u geen keuze. ‘Top Fiets omvat de waarborgen materiële schade, bijstand én diefstal. Voor stads- en elektrische fietsen is het niet mogelijk alleen een diefstalverzekering af te sluiten’, zegt Gerrit Feyaerts, de woordvoerder van AG Insurance. Bij andere verzekeraars zoals Allianz kan dat wel.

2. Welke voorwaarden zijn aan een diefstalverzekering verbonden?

Een diefstalverzekering is maar opportuun als u zelf niet nonchalant met uw fiets omspringt. De verzekeraars eisen dat u gebruikmaakt van een degelijk slot. ‘Wordt uw fiets gestolen, dan moet u het sleuteltje kunnen tonen als bewijs dat uw fiets op slot was’, illustreert Demyttenaere.

Bij sommige verzekeraars bent u verplicht een degelijk fietsslot aan te schaffen. Bij DVV of Allianz bijvoorbeeld moet dat slot minstens 30 euro kosten en moet u de aankoopfactuur bij een schadegeval ook kunnen voorleggen.

Bij een aantal verzekeraars mag u zich niet tevredenstellen met een goedkoop fietsslot. Bij DVV of Allianz bijvoorbeeld moet dat slot minstens 30 euro kosten en moet u de aankoopfactuur bij een schadegeval ook kunnen voorleggen.

Bovendien verwachten de verzekeraars soms dat u uw fiets op openbare plaatsen vastmaakt aan een vast bevestigingspunt. Uw e-bike alleen maar op slot doen omdat u snel een winkel binnenwipt, volstaat niet. Zonder een bevestiging aan een vastzittende paal of het frame van een fietsstalling is de diefstalverzekering bij AG Insurance een maat voor niets.

Soms betaalt de verzekeraar alleen als de volledige fiets wordt ontvreemd, niet als de dieven louter aan de haal gaan met de accu. Bij DVV bijvoorbeeld zijn afneembare accessoires zoals een fiets-gps niet verzekerd. Bij Callant Verzekeringen wel.

Bij inbraak in de eigen woning wordt er altijd vergoed. Maar als uw fiets wordt gestolen uit de garage van uw eigen woning kunt u ook een beroep doen op de brandverzekering voor een schadevergoeding als u ook in dat kader een verzekering hebt tegen diefstal. Daarvoor hebt u geen aparte fietsverzekering nodig.

3. Wat is het verschil tussen een fietsverzekering en een fietsersverzekering?

Ander aandachtspunt: materiële schade aan uw fiets wordt vergoed als u een fietsverzekering afsluit. Lichamelijk letsel echter niet.

Verzekeringsgids 2018

Zaterdag 20/10, gratis bij De Tijd

Welke verzekeringen heeft u echt nodig en welke dumpt u beter?

De juiste verzekering voor elke fase in uw leven.  

Als u valt door een put in de weg en daarbij uw arm breekt, biedt de fietsverzekering geen soelaas. In dat geval moet u een beroep doen op uw ziekenfonds, uw hospitalisatieverzekering of desnoods op de arbeidsongevallenverzekering als u ten val komt op weg naar of van het werk.

Wordt u aangereden door een auto en loopt u verwondingen op, dan kunt u in principe rekenen op de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (BA-auto), ook als het ongeval te wijten is aan uw eigen onvoorzichtigheid. Als fietser bent u immers de zwakkere weggebruiker, zodat uw lichamelijke schade wordt vergoed door de BA-auto (zie kader).

‘Maar als u de aanrijding met een auto zelf veroorzaakte, moet u ook zelf opdraaien voor de schade aan uw eigen fiets en zult u ook de schade aan de auto moeten vergoeden, desnoods via uw familiale verzekering’, zegt Feyaerts.

4. Welke bedragen vergoedt de verzekering?

Volgt de vraag of u bij schade of diefstal kunt rekenen op de terugbetaling van de prijs die op de aankoopfactuur vermeld staat? Of slechts op een vergoeding die rekening houdt met de ouderdom van uw tweewieler?

Bij nogal wat verzekeraars (DVV, Callant, AG Insurance, Allianz…) kunt u tijdens het eerste jaar rekenen op de terugbetaling van de nieuwwaarde, vanaf het tweede jaar zakt de vergoeding met 1 procent per maand. Bij DVV wordt er vanaf de dertiende maand een afschrijving van 1,25 procent toegepast.

Bij AG Insurance loopt de afschrijving van 1 procent per maand van de 13de tot de 48ste maand. Daarna vergoedt de verzekeraar op basis van de werkelijke waarde van uw fiets onmiddellijk vóór het schadegeval. Een expert stelt dan vast wat liefhebbers op de tweedehandsmarkt nog voor een vijf jaar oude fiets betalen. Bij DVV en andere verzekeraars worden fietsen die ouder zijn dan vijf jaar niet langer verzekerd.

Bij de meeste verzekeraars draait u zelf een beetje op voor de kosten. Bij AG Insurance, om maar een voorbeeld te geven, bedraagt de vrijstelling voor een klassieke of elektrische fiets 50 euro. Voor materiële schade aan mountainbikes of racefietsen is dat 200 euro en voor diefstal 400 euro. Is uw mountainbike of racefiets verzekerd bij Callant, dan betaalt u zelf 10 procent van de verzekerde waarde bij schade en 20 procent bij diefstal. Voor elektrische fietsen is er bij Callant Verzekeringen dan weer geen franchise.

5. Moeten wielertoeristen een speciale verzekering afsluiten?

Let bij het afsluiten van een fietsverzekering ook op de reikwijdte van de verzekering. Dat is van belang voor wie gepakt en gezakt met zijn fiets de wereld rondtrekt of voor wielerliefhebbers die tuk zijn op kuitenbijters zoals de col du Galibier.

Als uw fiets beschadigd geraakt omdat u tijdens een betaalde koers uit de bocht vliegt, moet u niet rekenen op een vergoeding.

Bij sommige verzekeringsproducten maakt het niet uit waar uw fiets wordt gestolen of beschadigd geraakt. Andere verzekeraars vergoeden alleen voor schadegevallen in België en/of de ons omringende landen.

Bijstand is doorgaans beperkt tot de Benelux of tot België plus enkele tientallen kilometer (15 tot 30 km…) buiten de landsgrenzen.

Ander aandachtspunt: deelname aan betaalde wielerwedstrijden is meestal niet verzekerd. Als uw fiets beschadigd geraakt omdat u tijdens een betaalde koers uit de bocht vliegt, moet u niet rekenen op een vergoeding.

6. Hoe duur zijn de premies van een fietsverzekering?

De premie hangt af van de verleende waarborgen, de waarde van de fiets en het type fiets. Doorgaans zijn de premies voor racefietsen en dure mountainbikes hoger dan voor stadsfietsen of elektrische tweewielers.

Als u bij AG Insurance de omniumverzekering Top Fiets onderschrijft, betaalt u voor een stadsfiets van 1.000 euro een jaarlijkse premie van 60 euro. Voor een elektrische fiets van 2.000 euro betaalt u jaarlijks 80,98 euro. Voor een speedpedelec van 3.500 euro loopt de premie op tot 130,5 euro per jaar.

Bent u tevreden met alleen maar een bijstandsverzekering, dan kan dat voor 45 euro per jaar.

Aparte ongevallenverzekering?

Een fietsverzekering is geen fietsersverzekering. Komt u tijdens het fietsen ten val, dan wordt de lichamelijke schade niet door de fietsverzekering vergoed. De fietsbijstandsverzekering van Touring vormt daarop een van de zeldzame uitzonderingen. Deze polis vergoedt de medische kosten tot maximaal 6.500 euro.

Doet u er als fervente fietser dan goed aan om een aparte ongevallenverzekering af te sluiten? Niet altijd. Want de lichamelijke schade wordt in eerste instantie vergoed door uw ziekenfonds. Voorts kan een hospitalisatieverzekering die u eerder al afsloot soelaas bieden.

Zijn uw verwondingen het gevolg van een aanrijding met een auto, dan is de verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid van de auto (BA-auto) uw redding. Fietsers zijn zwakke weggebruikers. Zelfs als het ongeval wordt veroorzaakt door uw eigen onoplettendheid of onbezonnenheid, zal de verplichte BA-verzekering auto uw letsels als fietser vergoeden. Via de verplichte motorrijtuigenverzekering kunt u rekenen op een terugbetaling van de medische kosten, een vergoeding voor het loonverlies bij arbeidsongeschiktheid of voor de schade die voortvloeit uit blijvende arbeidsongeschiktheid. Gebeurt het ongeval op uw werk, dan valt u terug op de arbeidsongevallenverzekering van uw werkgever.

Kortom, vooraleer u een specifieke ongevallenverzekering als fietser afsluit, vraagt u het best eerst aan uw makelaar of dat in uw geval wel nodig is. Anders bestaat het risico dat u zich oververzekert. En daar worden alleen de verzekeraars beter van.

Hebt u een extra verzekering nodig voor online aankopen?

Hebt u een extra verzekering nodig voor online aankopen?

Zeven op de tien Belgen kopen geregeld via internet. Moet u zich nu verzekeren tegen verlies of beschadiging van onlineaankopen?

10 miljard euro. Zoveel gaven de Belgen vorig jaar online uit. Een nieuw record. Een verrassing is dat natuurlijk niet: zeven op de tien Belgen zijn fervente onlineshoppers, zo blijkt uit het jaarlijks onderzoek van Comeos, de federatie voor de handel en diensten. En ze geven steeds meer uit. Het gemiddelde bedrag van de uitgaven blijft met 100 euro per maand weliswaar stabiel, maar de maandelijkse uitgaven boven 100 euro stegen in 2017 met 20 procent.

Moet u zich nu verzekeren tegen verlies of beschadiging van onlineaankopen? Neen, want als consument bent u al goed verzekerd, zelfs al bent u zich daar niet van bewust.

1. Wettelijke bescherming

→ Uw pakket komt niet aan

Is uw bestelling na een redelijke termijn van 30 dagen nog niet aangekomen, neem dan contact op met de verkoper. Geef hem een redelijke termijn om de bestelling opnieuw op te sturen. ‘Slaat de verkoper die nieuwe leveringstermijn in de wind? Dan kunt u het contract beëindigen en hem een volledige terugbetaling vragen’, zeggen ze bij het Europees Centrum voor de Consument (ECC).

Soms weigert de verkoper de koopwaar opnieuw te leveren onder het voorwendsel dat het pakje al werd afgeleverd. Dat is zijn recht. Maar hij moet daarvan dan wel het bewijs leveren. Kan hij dat niet, dan gaat men ervanuit dat er geen levering plaatsvond. In dat geval hebt u recht op een nieuwe levering of volledige terugbetaling.

→ De inhoud van uw pakket is beschadigd

Ook hier is de verkoper aansprakelijk, ongeacht wie het transport heeft uitgevoerd. ‘Maar let op, neemt u de levering in ontvangst, dan is de verkoper niet langer aansprakelijk voor de stukken. Met andere woorden: aanvaardt u het pakje, dan stemt u in met de staat ervan. Voor schade die u later vaststelt (krassen, scheuren of vlekken), zult u moeilijk een terugbetaling van de verkoper krijgen.’

→ U krijt een verkeerde bestelling

De Europese wetgeving maakt het mogelijk om de vervanging van een verkeerd geleverd product te eisen, en dat op kosten van de verkoper. ‘Is dat niet mogelijk, eis dan de annulering van uw bestelling en de volledige terugbetaling van uw aankoopsom, inclusief de leveringskosten.’

2. Aankoopbescherming

In theorie loopt alles dus vlot. Maar als u te maken krijgt met een verkoper met slechte bedoelingen is er gelukkig niet alleen de wet die u beschermt.

Verzekeringsgids 2018

Welke verzekeringen heeft u echt nodig en welke dumpt u beter?

De juiste verzekering voor elke fase in uw leven.  

De Verzekeringsgids is op 20/10 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Wanneer u uw onlineaankoop betaalt via een gratis PayPal-account bent u automatisch gedekt door de ‘aankoopbescherming’. Die dienst betaalt het volledige bedrag van uw aankopen terug ‘wanneer de artikelen aanzienlijk afwijken van de beschrijving van de verkoper of wanneer u een bestelling krijgt die tijdens de levering beschadigingen heeft opgelopen’, zeggen ze bij PayPal Benelux.

Sinds mei 2017 is die bescherming van toepassing op diensten (opleidingen, fotografie enzovoort), op tickets (concerten, voorstellingen, sportevenementen enzovoort) en op reizen (vluchten, hotels enzovoort).

Meer nog, als de aankoop bij ontvangst niet overeenstemt met wat u ervan verwachtte en u beslist om het product terug te sturen, kunt u aan PayPal vragen de terugzendkosten tot 30 euro terug te betalen, en dat tot twaalf keer per jaar.

Om te kunnen gebruikmaken van die dienst moet u gewoon eenmalig de dienst activeren.

3. Rechtsbijstandsverzekering

Bepaalde verzekeraars bieden een rechtsbijstandsverzekering aan. Die beschermt de belangen van hun klanten op het internet. Zo bijvoorbeeld de ‘eProtect’-formule van Axa. Bij een geschil komt die verzekering tussenbeide om de situatie te deblokkeren (door bemiddelings- of advocatenkosten te maken). Maar de verzekering betaalt het product zelf niet terug, want dat blijft de taak van de verkoper. ‘Ook goed om te weten is dat sommige contracten privéleven een waarborg ‘consument’ bevatten. Die kan bij geschillen over onlineaankopen ook tussenbeide komen’, zegt Chloé Tillieux, woordvoerster van Axa.

Tips voor wie een pakje in ontvangst neemt
  1. Controleer het pakje meteen terwijl de koerier wacht. Is het beschadigd, weiger het dan. Of neem het aan onder voorbehoud en noteer uw opmerkingen op de afleveringsbon.
  2. Neem foto’s van de beschadigde verpakking.
  3. Neem onmiddellijk schriftelijk contact op met de verkoper (per mail of per aangetekende brief) en vraag hem om te ruilen of terug te betalen.
  4. Neem bij een geschil contact op met ECC België via www.eccbelgie.be.

Andere verzekeraars bieden dan weer geen enkele dekking. Dat is zo bij AG Insurance. Daar ziet men er het nut niet van in omdat de consument al door bepaalde waarborgen is beschermd. Maar ook omdat er dan sprake is van dubbel gebruik met wat al bestaat op het niveau van de kredietkaart.

4 . Extra bescherming dankzij kredietkaart

Een vijftiental kredietkaarten biedt dekking voor een beschadigde of verkeerde levering, alsook voor niet-levering van goederen die online zijn gekocht. Dat blijkt uit een uitgebreid vergelijkend onderzoek van Topcompare.be. Voor die kaarten moet u meestal wel betalen. Het gaat dan over een bijdrage die schommelt tussen 5 en 108 euro per jaar. Alleen de Visa Gold-kaart van Keytrade is gratis. Die komt bijvoorbeeld tegemoet in de kosten voor goederen met een waarde van 75 tot 500 euro en heeft een interventielimiet van 500 euro per jaar.

Sommige kaarten dekken hogere bedragen (maar hebben dan weer andere interventielimieten).

  • De MasterCard Gold van BNP Paribas Fortis (46 euro/jaar) dekt tot 1.000 euro per schadegeval en is beperkt tot slechts twee schadegevallen per jaar.
  • De Beobank Extra World Mastercard kost slechts 5 euro/jaar en verleent tussenkomst tot 1.250 euro per jaar en per schadegeval.
  • De Argenta MasterCard Gold (40 euro/jaar) tot slot verzekert tot 1.500 euro per schadegeval per jaar.
Kaart Jaarlijkse bijdrage Vergoeding (*)
Keytrade Visa Gold 0 € Tot 500€/jaar | Waarde van het goed: 75 à 500€
Beobank Extra World Mastercard 5 € Tot 1.250€/jaar en per schadegeval | Waarde van het goed: min. 50€
Argenta MasterCard Gold 40 € Tot 1.500€/jaar en per schadegeval | Waarde van het goed: min. 50€
,,, ,,, ,,,
KBC Platinum 108 € Tot 1.500€/jaar en per schadegeval

Bron: Topcompare.be, 31/08/2018. (*) Bij niet-levering, beschadigde levering of verkeerde levering van onlineaankopen.

Vlaming schenkt vastgoed in stukjes

Vlaming schenkt vastgoed in stukjes

Door een huis ‘in stukjes’ aan de kinderen of kleinkinderen te schenken betalen Vlamingen veel minder schenkbelasting.

Sinds juli 2015 moet u in Vlaanderen minder schenkbelasting betalen voor een woning. Als u een huis aan uw kinderen of aan uw kleinkinderen schenkt, betaalt u 3 procent schenkbelasting op de eerste schijf tot 150.000 euro. Op de schijf van 150.001 tot 250.000 euro is dat 9 procent. De tarieven lopen op tot 27 procent vanaf 450.001 euro.

Die verlaging leidde vooral in 2016 tot een piek in de vastgoedschenkingen in Vlaanderen. Logisch, want veel Vlamingen zaten op de tarievenverlaging te wachten om een onroerend goed te schenken. Uit cijfers die De Tijd bij de notarissen en bij de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) opvroeg, blijkt dat er nu, drie jaar later, nog altijd meer vastgoed wordt geschonken dan voor de hervorming (zie grafieken).

©Mediafin

Wel liep het aantal schenkingen tijdens de eerste zes maanden van dit jaar terug. ‘Vastgoed schenken doe je niet aan de lopende band’, zegt David Van Herreweghe, de topman van Vlabel. ‘Eén generatie die wou schenken, heeft dat volop gedaan. Het is wachten op de volgende.’

‘Vastgoed schenken doe je niet aan de lopende band’

David Van Herreweghe
topman Vlaamse Belastingdienst (Vlabel)

Salamitechniek

‘Een belangrijke verklaring is ook dat de Vlaming schenkt volgens de salamitechniek’, zegt notaris Bart Van Opstal van Notaris.be. ‘Ouders of grootouders schenken de woning niet in één keer, maar in verschillende schijven die de waarde van 150.000 euro niet overschrijden. Als minstens drie jaar tussen de schenkingen zit, worden de geschonken bedragen niet opgeteld en vallen de schenkbelastingen veel lager uit.’

Hebt u een vraag over uw erfenis?

Zal het nieuwe erfrecht uw erfenisplannen helemaal omgooien? Vreest u dat u door de nieuwe wet een deel van uw erfenis zult mislopen? Stel hier uw vraag en op dinsdag 11 september (tussen 18 en 21 uur) belt een notaris u gratis op met het antwoord.

Voorbeeld : Veronderstel dat u een alleenstaande bent met één kind en dat u eigenaar bent van een woning met een waarde van 300.000 euro. Als u die woning in één keer zou schenken, dan betaalt u 18.000 euro schenkbelastingen,
3 procent of 4.500 euro op de schijf tot 150.000 euro en 9 procent of 13.500 euro op de schijf tussen 150.001 en 300.000 euro.

Schenkt u de helft van de woning, dan betaalt u slechts 4.500 euro schenkbelastingen. Als u de andere helft dan schenkt als drie jaar verstreken zijn, telt u nog eens 4.500 euro neer. In totaal betaalt u dus 9.000 euro, de helft minder dan in het vorige scenario. 

‘We hebben de voorbije twee jaar veel vastgoedschenkingen tot de grens van 150.000 euro gezien’, zegt Van Herreweghe. ‘We naderen stilaan het einde van de eerste driejarige termijn voor veel schenkingen in de laagste tariefschaal. Het zou dus best kunnen dat vanaf 2019 veel vervolgschenkingen gebeuren.’

Dat verwachten ook de notarissen. ‘Mensen die in 2016 al een deel van hun huis hebben geschonken, zullen vanaf 2019 inderdaad een volgend stukje van de salami afsnijden’, zegt Van Opstal.

‘Mensen die in 2016 al een deel van hun huis hebben geschonken, zullen vanaf 2019 een volgende deel schenken’

Bart Van Opstal

De salamitechniek leidt ertoe dat Vlamingen die eigenaar van een woning van 600.000 euro zijn, de schenking opdelen in vier schenkingen van 150.000 euro, maar dan gespreid over een periode van minstens 12 jaar.

In de praktijk krijgen de kinderen uiteraard geen contanten in handen. ‘De (groot-)ouders schenken alleen de blote eigendom van een deel van hun woning en behouden het vruchtgebruik. Als het vruchtgebruik dan uitdooft, bijvoorbeeld als de ouders zijn overleden, dan verwerft het kind de volle eigendom zonder dat nog een vergoeding verschuldigd is’, zegt de notaris.

Erfenisgids 2018

Big bang voor wie erft en trouwt. 

De Erfenisgids is op 1/9 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

De schenker moet er wel op kunnen vertrouwen dat de verstandhouding met de kinderen goed blijft. ‘Als schenker heb je een verminderd comfort. Je kan in de geschonken woning blijven wonen. Je kan ze ook verhuren. Maar je kan de woning niet meer verkopen zonder het fiat van de blote eigenaar, dus de begunstigde kinderen. En als je de woning verkoopt, hebben je kinderen recht op een deel van de verkoopprijs’, waarschuwt Van Opstal. 

Ereloon notaris

Een schenking in schijven impliceert verschillende schenkingsakten. ‘Op schenkingen tot 150.000 euro bedraagt het ereloon van de notaris 675 euro’, zegt Van Opstal. ‘Dat ereloon weegt niet op tegen de belastingen die de schenkers uitsparen.’

→ Hoeveel kost schenken? Op een schenking moet u doorgaans schenkbelasting betalen. Met onze tool kunt u uitrekenen hoe hoog die belastingfactuur oploopt.

Wat verandert op 1 september?

Wat verandert op 1 september?

De hervorming van het erfrecht en het huwelijksvermogensrecht kan belangrijke gevolgen hebben voor uw vermogen.

September staat traditiegetrouw synoniem voor het einde van de zomervakantie en de start van het nieuwe schooljaar. Maar dit jaar zijn er ook voor uw vermogen belangrijke wijzigingen. Het nieuwe erfrecht verandert de regels voor de verdeling en planning van uw nalatenschap. En het nieuwe huwelijksvermogensrecht biedt nieuwe mogelijkheden om afspraken te maken met uw partner.

Nieuw erfrecht geeft meer vrijheid en erven wordt minder duur

Door een hervorming van het erfrecht krijgt u meer vrijheid om te beslissen over uw nalatenschap. Mensen met kinderen kunnen voortaan altijd de helft van hun vermogen toestoppen aan wie ze willen. Het voorbehouden erfdeel van de kinderen hangt niet langer af van het aantal kinderen. Wie geen kinderen nalaat, kan vrij over zijn volledige vermogen beslissen.

Erfenisgids 2018

Zaterdag 01/09, gratis bij De Tijd

Big bang voor wie erft en trouwt.

Voortaan is het ook mogelijk om al tijdens uw leven definitieve afspraken met uw erfgenamen op papier te zetten over de verdeling van uw vermogen.

En als u al schenkt tijdens uw leven hoeft u niet te vrezen voor een verschillende waardering van bijvoorbeeld het huis dat u schenkt aan uw dochter en de beleggingen aan uw zoon.  

Met de ingang van het nieuwe erfrecht hervormt Vlaanderen de tarieven van de erfbelasting. Nieuw is dat de langstlevende partner geen erfbelasting meer moet betalen op de eerste schijf aan roerende goederen, zoals cash en effecten. Die vrijstelling komt bovenop de bestaande vrijstelling voor de gezinswoning. Ook de belastdruk voor verre familie en vrienden wordt getemperd. Het hoogste belastingtarief van 65 procent wordt geschrapt, waardoor niemand meer dan 55 procent erfbelasting zal betalen.

Lees meer over alle nieuwe regels in de Erfenisgids die komend weekend bij De Tijd verschijnt.

Meer solidariteit mogelijk tussen echtgenoten

Ook het regels rond de opbouw en verdeling van het vermogen van gehuwden worden grondig vernieuwd. Wie huwt met een scheiding van goederen, kan voortaan een zekere vorm van solidariteit inbouwen. In de bestaande regeling heeft elke partner zijn eigen vermogen en is er bijvoorbeeld geen verrekening bij een echtscheiding als een partner stopte met werken voor de kinderen.

Met het nieuwe stelsel ‘scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten’ kunnen partners afspreken hoeveel procent de andere krijgt van zijn of haar aanwinsten bij een echtscheiding of een overlijden.

Een andere optie is in het huwelijkscontract een rechterlijke billijkheidsclausule op te nemen. Daardoor kan een rechter een deel van de aanwinsten aan een echtgenoot toewijzen.

Een andere nieuwigheid is dat koppels die een huis kopen vooraleer te trouwen, notariskosten kunnen uitsparen. Bij de aankoop kunnen ze een anticipatieve of voorafgaande inbreng doen bij de notaris, waardoor de woning automatisch in het gemeenschappelijk vermogen van het gehuwde paar komt.

Geen attest bedrijfsbeheer meer nodig om zaak te starten

Wie een start als zelfstandige In Vlaanderen en daarvoor een ondernemingsnummer aanvraagt, moet niet langer de basiskennis van bedrijfsbeheer bewijzen. Tot nog toe moesten zowel voor startende zelfstandigen in hoofd- als in bijberoep een diploma, getuigschrift of een bewijs van praktijkervaring kunnen voorleggen.

De vereiste basiskennis van economie en financiën kon zowel in het reguliere onderwijs, via Syntra of de Centra voor Volwassenonderwijs behaald zijn.

Tegelijkertijd schrapt de Vlaamse overheid voor tal van beroepen de voorwaarden van beroepskennis.

Niet meer naar rechtbank voor scheiding in onderling overleg

Gehuwden die een punt achter hun huwelijk zetten, kunnen kiezen voor een echtscheiding met onderlinge toestemming. Ze moeten dan een akkoord over de scheiding en alle gevolgen daarvan bereiken. Die gevolgen gaan zowel over de verdeling van het gezinsvermogen (gezinswoning, beleggingen, leningen, verzekeringen) als de familiale kwesties (verblijfsregeling voor de kinderen, onderhoudsgeld).

De verplichte verschijning voor de rechtbank voor koppels die nog geen zes maanden apart wonen, is vanaf 1 september afgeschaft.

Hogere GAS-boetes voor verkeersovertredingen

Voor sommige verkeersovertredingen riskeert u een gemeentelijke administratieve sanctie, beter bekend als GAS-boete. Die boetes worden vanaf 1 september opgetrokken tot de bedragen die gelden voor onmiddellijke inningen (boetes op gerechtelijk niveau).

Voor bijvoorbeeld het overtreden van een parkeer- of stilstandverbod (overtreding van categorie 1) stijgt de boete van 55 naar 58 euro. De boete voor het parkeren op een voetpad (overtreding van categorie 2) gaat van 110 naar 116 euro.

De GAS-boete van de vierde categorie – voor bijvoorbeeld stilstaan of parkeren op een overweg – is geschrapt. Tot nog toe bedroeg die 330 euro.

Meer bevoegdheid voor de vrederechter

De bevoegdheid van de vrederechter wordt uitgebreid naar vorderingen tot 5.000 euro. Tot nu toe lag het plafond op 2.500 euro. Dat moet zorgen voor een werklastvermindering voor de rechtbanken van eerste aanleg.

Als de vrederechter een uitspraak doet over een vordering tot 2.000 euro, dan is hoger beroep niet meer mogelijk. Tot voor 1 september lag de grens op 1.860 euro.

De Smedt advocaten zoekt een advocaat-stagiair(e)

Wij zijn op zoek naar een gedreven advocaat-stagiair(e) met een brede juridische kennis en interesse.
Wij verwachten een geëngageerde kandidaat die teamgericht is met een grote verantwoordelijkheidszin en betrokkenheid.
Gemotiveerd ?
Stuur uw cv en motivatiebrief naar info@advocatenkantoor-desmedt.be

Ondernemers stappen beter doordacht in het huwelijksbootje

Ondernemers stappen beter doordacht in het huwelijksbootje

Een echtscheiding kan uitmonden in een heuse nachtmerrie. Soms blijft een partner berooid achter. Om dat te vermijden, zijn er nieuwe spelregels vanaf september. Die vergen van de huwelijkspartners meer doordachte keuzes. Dat geldt zeker voor ondernemers of de beoefenaars van een vrij beroep.

Op 1 september treedt het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking. Het belangrijkste doel van de hervorming is dat de huwelijkspartners bij een scheiding beter worden beschermd. Dat geldt uiteraard ook voor de ex-partner van een ondernemer of voor de ex van een vrije beroeper zoals een kinesist, een accountant, een notaris of een plastisch chirurg.

Specifiek voor ondernemers werkt de hervorming een aantal onzekerheden weg. Wat moet bijvoorbeeld gebeuren met de winsten en de aandelen in uw bedrijf als uw huwelijk niet standhoudt? Kan uw ex-partner dan een deel van de winst of van de waarde van die aandelen opeisen? En zo ja, welk deel?

Het antwoord op die vraag is afhankelijk van het stelsel waarvoor de echtgenoten kiezen om het vermogen tijdens het huwelijk te organiseren. Net zoals nu zijn er drie mogelijkheden.

Ofwel huwt u, zoals de meeste koppels, onder het wettelijk stelsel. Ofwel kiest u voor het een stelsel van scheiding van goederen. Ofwel opteert u voor een stelsel van algehele gemeenschap van goederen. Dat laatste stelsel kan nuttig zijn als u alle goederen die u al voor uw huwelijk bezat gemeenschappelijk wil maken. Omdat weinig huwelijkspartners daarvoor kiezen (minder dan 1 procent), laten we het stelsel van gemeenschap van goederen buiten beschouwing.

Wettelijk stelsel

Als u geen keuze maakt, valt u automatisch onder het wettelijk stelsel. Maar u kunt er natuurlijk ook bewust voor kiezen.

In dat stelsel zijn er drie vermogens: een gemeenschappelijk vermogen dat u samen met uw partner opbouwt en de eigen vermogens van beide echtgenoten.

Zelfstandigengids 2018

Alle maatregelen die het ondernemen makkelijker maken.

De Zelfstandigengids is op 16/6 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

In het eigen vermogen zit alles wat u opbouwde voor het huwelijk, maar ook schenkingen of erfenissen die u tijdens het huwelijk ontvangt.

Uw beroepsinkomsten komen onmiddellijk terecht in het gemeenschappelijk vermogen. ‘Echtgenoten werken met en voor elkaar’, zegt professor Charlotte Declerck (UHasselt, Tiberghien advocaten) . ‘Oefent u tijdens het huwelijk een beroep uit, dan moeten de inkomsten integraal toekomen aan het gemeenschappelijk vermogen. Alleen de beroepsinkomsten die u voor of na de ontbinding van het huwelijk realiseert, blijven eigen.’

Veronderstel dat u gehuwd bent en dat u helemaal aan het begin staat van een loopbaan als plastisch chirurg. Dan is het best mogelijk dat u gemeenschappelijke fondsen aanwendt om het nodige materiaal te kopen, zoals een laptop of een bank om uw patiënten te behandelen.

Als uw huwelijk op de klippen loopt, dan bent u aan het gemeenschappelijke vermogen een vergoeding verschuldigd. Volgens de huidige spelregels is die vergoeding minstens gelijk aan de aankoopprijs. ‘Dat is problematisch omdat de goederen die u destijds hebt aangekocht na tien of twintig jaar huwelijk soms weinig of niets meer waard zijn’, zegt CD&V-parlementslid Sonja Becq.

Daarom wordt voor deze beroepsgoederen vanaf 1 september een onderscheid gemaakt tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde. Als het huwelijk strandt, dan mag de arts zijn materiaal behouden, maar komt de vermogenswaarde van het materiaal toe aan de gemeenschappelijke pot.

De vermogenswaarde is niet de aankoopprijs van het materiaal, maar de waarde ervan op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid.

Is de laptop of de bank die u 20 jaar geleden met geld uit de gemeenschappelijke pot aankocht ondertussen niets meer waard, dan moet u niets meer terugbetalen. Zijn die goederen nog 1.000 euro waard, dan moet u 1.000 euro aan de gemeenschappelijke pot terugstorten. Omdat die pot bij echtscheiding wordt verdeeld in twee helften, moet u de ex-partner dan nog 500 euro betalen.

Het onderscheid tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde wordt doorgetrokken als u, nadat u getrouwd bent, met gemeenschappelijke gelden een vennootschap opricht en alle aandelen in die vennootschap op uw naam zijn ingeschreven. Bijvoorbeeld om er een bedrijf of een artsenpraktijk mee uit te bouwen.

Wat met uw beleggingen?

Bent u, zoals de meeste koppels, gehuwd onder het wettelijk stelsel, dan is er een gemeenschappelijk vermogen en heeft elke echtgenoot ook zijn eigen vermogen. Aan wie komen dan de dividenden en de mogelijke meerwaarde toe als een van de echtgenoten louter privé en los van zijn beroep in beursgenoteerde aandelen belegt? Dat is nu soms onduidelijk. Maar vanaf 1 september wordt die vraag opgelost:

  • Zijn de aandelen voor minstens de helft met fondsen uit het gemeenschappelijk vermogen gekocht, dan behoren de aandelen, de dividenden en de eventuele waardestijgingen integraal toe aan de gemeenschappelijke pot van de gehuwden.
  • Zijn de aandelen voor minstens de helft verworven met eigen middelen van een van de huwelijkspartners, dan behoren ze integraal toe aan het eigen vermogen van die partner. Mogelijk is er bij de beëindiging van het huwelijk dan wel een vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen, bijvoorbeeld wanneer de aankoop van de effecten voor 40 procent met gemeenschappelijke fondsen werd gefinancierd.

Loopt uw huwelijk spaak, dan blijft u eigenaar van uw aandelen en dan kunt u ze verkopen of de stemrechten op de algemene vergadering uitoefenen. Maar de waarde van de aandelen komt bij echtscheiding aan het gemeenschappelijk vermogen toe. En ook dan wordt voortaan de waarde van de aandelen op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid in rekening gebracht.

Uw ex-echtgenoot zal dan de helft van de waarde van de aandelen in uw bedrijf kunnen claimen. ‘De aandelen zijn wel voor minstens de helft met gemeenschapsgelden verkregen. In het wettelijk stelsel zijn alle vruchten van uw beroepswerkzaamheden gemeenschappelijk. Dit is dus logisch en rechtvaardig’, aldus Declerck.

Voor de inkomsten die u uit uw vennootschap puurt, is de situatie enigszins anders. Het maakt dan niet uit of u al een vennootschap had voor het huwelijk, dan wel of u die vennootschap pas oprichtte nadat u was getrouwd.

Ontvangt u dividenden of een bezoldiging als bedrijfsleider, dan zijn die beroepsinkomsten in het wettelijk stelsel bestemd voor de gemeenschappelijke pot.

Als de relatie met uw echtgenoot op kantelen staat, dan zou u uw beroepsinkomsten in uw vennootschap kunnen ‘oppotten’, waardoor het gemeenschappelijk vermogen en dus ook de andere echtgenoot inkomsten misloopt.

Dat zal niet meer mogelijk zijn. Als die beroepsinkomsten normaal wel toegekomen zouden zijn aan de gemeenschappelijke pot, dan is er bij een scheiding een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd. ‘Om het bedrag daarvan te bepalen moet men zich de vraag stellen welk beroepsinkomen er aan de gemeenschap zou zijn toegekomen als de echtgenoot-ondernemer zijn beroep zonder vennootschap had uitgeoefend’, aldus Declerck.

Het onderscheid tussen het recht en de vermogenswaarde geldt bij een echtscheiding ook voor het cliënteel dat u als vrije beroeper of als ondernemer tijdens het huwelijk hebt opgebouwd. ‘Het is aan de echtgenoot die de beroepsactiviteit uitoefent om te beslissen of hij zijn klantenportefeuille verkoopt of niet. Maar als het cliënteel tijdens het huwelijk fors is uitgebouwd, dan behoort de economische waarde ervan tot de gemeenschap’, aldus Declerck.

Met dit uitgangspunt is uw echtgenoot beter beschermd, en dan vooral als hij zijn professionele loopbaan op een zijspoor heeft gezet.

Scheiding van goederen

Wie al een bedrijf heeft op het ogenblik dat hij trouwt of de oprichting van zijn bedrijf financiert met eigen middelen, kiest al eens voor een stelsel van scheiding van goederen. In dat geval is er geen gemeenschappelijk vermogen en zijn er maar twee vermogens: dat van elke echtgenoot afzonderlijk. ‘Een ondernemer kan dit stelsel gebruiken om zijn partner te beschermen tegen zijn schuldeisers voor het geval er met het bedrijf iets zou mislopen’, aldus Becq.

Ook deze regeling leidt soms tot problemen als de andere partner veel minder verdient of zijn carrière opzijzet om voor de kinderen te zorgen. ‘Bij de beëindiging van het huwelijk kan die partner met lege handen achterblijven. Want hij of zij heeft nooit gedeeld in de inkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. Het leidt ook tot oneerlijke situaties. Het is dan ook logisch dat er een bepaalde bescherming wordt ingebouwd zodat niemand in armoede wordt geduwd’, motiveert Becq.

Om dat te verhinderen en om toch een beetje solidariteit in te bouwen, moet de notaris de echtgenoten die willen huwen met scheiding van goederen voortaan wijzen op twee mogelijkheden.

1. Verrekening van aanwinsten

Als de echtgenoten opteren voor het stelsel van scheiding van goederen, dan kunnen ze in het huwelijkscontract een beding van verrekening van aanwinsten opnemen. Zo delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. ‘Het gaat nog steeds om een scheiding van goederen, maar bij de ontbinding van het huwelijk zal de economisch sterkere echtgenoot een geldsom betalen aan de economisch zwakkere’, vervolgt Becq.

De notaris kan in het huwelijkscontract verwijzen naar de nieuwe bepalingen in het burgerlijk wetboek en in dat geval kan de financieel zwakkere echtgenoot de helft van de aanwinsten opeisen.

Maar de echtgenoten kunnen daarvan afwijken en overeenkomen dat de financieel zwakkere echtgenoot bij de beëindiging van het huwelijk 10 , 30 of 40 procent kan claimen. De echtgenoten kunnen zelf de verdeelsleutel bepalen.

2. Rechterlijke billijkheidscorrectie

Echtgenoten kunnen in het huwelijkscontract een rechterlijke billijkheidsclausule opnemen. Ook hier gaat het om een mogelijkheid, geen verplichting. Als in het huwelijkscontract zo’n clausule is opgenomen, dan kan de echtgenoot die met lege handen achterblijft aan de rechter vragen om toch nog een deel van de aanwinsten ontvangen. ‘Dat kan evenwel tot maximaal een derde van de nettowaarde van de gezamenlijke aanwinsten op het tijdstip van de ontbinding van het huwelijk’, stelt Declerck.

Een billijkheidsclausule brengt niet altijd redding. Want, zelfs als er zo’n clausule in het huwelijkscontract is opgenomen, dan zal een echtgenoot ze maar kunnen inroepen als de omstandigheden sinds het afsluiten van het huwelijkscontract onvoorzien en ongunstig gewijzigd zijn, bijvoorbeeld als een van de echtgenoten om gezondheidsredenen moest stoppen met werken.

Bovendien moet er sprake zijn van manifeste onbillijke gevolgen. Als de ex-partner zelf vermogend is , zal hij de clausule nooit kunnen inroepen.

Huwt u met scheiding van goederen en is er in het huwelijkscontract geen verrekening van aanwinsten of een rechterlijke billijkheidclausule voorzien, dan is het nog altijd mogelijk om uw ex-partner bij een scheiding in de kou te laten staan. Volgens specialisten familiaal vermogensrecht is dat absoluut een gemiste kans. ‘Uiteindelijk is het aan de echtgenoten om te beslissen in welke mate ze solidair blijven als de relatie spaak loopt. We gaan hen niet in een dwangbuis wringen’, repliceert Open VLD-Kamerlid Carina Van Cauter.

Ex met lege handen achter laten bij scheiding kan nog altijd

Ex met lege handen achter laten bij scheiding kan nog altijd

Wie huwt met scheiding van goederen kan zijn ex bij een echtscheiding nog altijd koud uitsluiten, ondanks een nakende hervorming die dat precies wil verhinderen.

Dat blijkt uit het wetsvoorstel dat nog voor het zomerreces groen licht krijgt in het parlement en dat vanaf 1 september moet leiden tot een hervorming van het huwelijksvermogensrecht.

Die hervorming heeft nochtans tot doel om de financieel zwakkere echtgenoot beter te beschermen bij een overlijden of bij een echtscheiding. Maar als de huwelijkspartners kiezen voor een stelsel van scheiding van goederen, is het nog altijd mogelijk dat de financieel zwakkere met lege handen achterblijft.

‘Mensen die een relatie aangaan, beseffen niet wat de juridische gevolgen zijn op lange termijn’

Alain Verbeke Professor familiaal vermogensrecht

Volgens professor Alain Verbeke (KULeuven/Harvard en Greenille by Laga advocaten) en andere specialisten familiaal vermogensrecht gaat het om “een gemiste kans”. ‘Ik pleit al lang voor een billijk relatievermogensrecht. Alle koppels in een duurzame relatie moeten bij een breuk een minimum aan vermogen met elkaar delen en verrekenen, bijvoorbeeld een deel van wat ze samen tijdens die relatie hebben opgebouwd. Dat zou moeten gelden bij elk huwelijk, ook als de partners getrouwd zijn met scheiding van goederen. En ook bij wettelijke samenwoning of feitelijke samenwoning van een bepaalde duur. Mensen die een relatie aangaan, denken helemaal niet na over de juridische gevolgen of beseffen de volle draagwijdte niet op lange termijn.’

Opties

Vanaf 1 september moet de notaris de aanstaande echtgenoten wel wijzen op twee mogelijkheden die de solidariteit tussen de partners, in een stelsel van scheiding van goederen, kunnen vergroten. En over de gevolgen als ze dat niet doen.

Zelfstandigengids 2018

Nu zaterdag 16/6, gratis bij de Tijd.

Alle maatregelen die het ondernemen makkelijker maken.

1. Zo kunnen de partners in het huwelijkscontract een beding van ‘verrekening van aanwinsten’ opnemen. ‘Op die manier kan de zwakkere echtgenoot toch delen in de beroepsinkomsten die de andere echtgenoot tijdens het huwelijk verwerft. Als de partners geen afwijkende verdeelsleutel voorzien, kan de zwakkere tot de helft van die aanwinsten claimen’, zegt CD&V kamerlid Sonja Becq. De echtgenoten kunnen evengoed een andere verdeelsleutel afspreken, en voorzien dat de financieel zwakkere een derde of een vierde van de aanwinsten kan krijgen.

2. Verder kunnen de partners in de huwelijksovereenkomst een rechterlijke billijkheidscorrectie opnemen. Onder bepaalde strenge voorwaarden, kan de zwakke partner zich tot de rechter wenden om toch nog een deel van de inkomsten van de andere echtgenoot te ontvangen. Maar dat kan dan tot maximaal een derde. In de eerdere plannen was voorzien dat dit beding sowieso in het contract moest worden opgenomen, tenzij partijen dat vangnet niet wensten (opt-out). 

‘Huwelijkspartners moeten zelf beslissen of ze een vorm van solidariteit willen inbouwen. We gaan hen niet in een dwangbuis wringen.’

Carina Van Cauter Kamerlid Open VLD

Weloverwogen keuze

In de finale versie blijft het aan de  partners om te beslissen of ze zo’n billijkheidscorrectie in het contract opnemen. Ze zijn daartoe niet verplicht. De notaris is alleen verplicht om de keuze over de billijkheidscorrectie op te nemen in het huwelijkscontract. Volgens kamerlid Carina Van Cauter (Open VLD) is dit logischer. ‘Mensen die kiezen voor een scheiding van goederen moeten zelf beslissen wat ze doen. Als ze niet willen dat de partner vroeg of laat met de tandenborstel op straat komt te staan, kunnen ze daar iets aan doen. De notarissen moeten hen op de mogelijkheden wijzen. Maar uiteindelijk blijft het wel hun vrije keuze. We gaan mensen niet in een dwangbuis wringen. Als ze bijvoorbeeld voor de tweede keer trouwen, is het best mogelijk dat ze  het eigen vermogen strikt gescheiden willen houden van dat van de partner en helemaal geen solidariteit willen inbouwen voor het geval de relatie spaak loopt’.

Volgens de federale minister van Justitie Koen Geens (CD&V) blijft de basisfilosofie dat echtgenoten hun vermogensrechtelijke verhoudingen regelen zoals zij willen. ‘Maar we willen hen wel sensibiliseren. Dit voorstel zorgt ervoor dat de echtgenoten een weloverworgen en bewust keuze kunnen maken’, aldus Geens. 

Voor ondernemers brengt het wetsvoorstel meer duidelijkheid. Wat de hervormingen voor hen precies inhouden leest u zaterdag in Netto. Lees ook: de Netto-zelfstandigengids nu zaterdag bij DE TIJD.

Heeft advies van uw privaat bankier nog een toekomst?

Heeft advies van uw privaat bankier nog een toekomst?

De nieuwe Europese financiële regelgeving zal de trend naar individueel beheer nog versnellen. Advies wordt complexer, duurder en in sommige gevallen een tikje elitair.

Bemiddelde klanten krijgen van hun private bankier de keuze tussen twee soorten contracten: een adviesrelatie of een beheersmandaat. In het geval van advies houdt de klant zelf de touwtjes in handen. De adviseur kan de klant een beursadvies geven, waar de klant vervolgens al dan niet op ingaat. Of de klant kan zelf met een ideetje komen dat hij bespreekt met de adviseur, wat al dan niet leidt tot een beursorder. Een adviesrelatie is erg arbeidsintensief. ‘Maar veel klanten vinden dit leuk. Ze sparren met hun adviseur’, zegt een privaatbankier.

In het geval van een mandaat laat de klant het beheer van de portefeuille volledig over aan de adviseur (discretionair beheer). Vier maal per jaar krijgt de klant een overzicht van de portefeuille en van de uitgevoerde transacties. Eens per jaar komt de adviseur langs om een en ander te bespreken. Discretionair vermogensbeheer is aangepast aan het risicoprofiel, de ervaring en de kennis van de klant.

Geschiktheidsverklaring

Door de invoering van de Europese regulering MiFID 2 op 3 januari 2018 is beleggingsadvies nog een stukje complexer en dus duurder geworden. MiFID 2 legt een strenge formalisering van het advies op. Het volstaat niet langer dat een adviseur een klant opbelt met een advies en dat die klant vervolgens telefonisch zijn akkoord geeft om een beursorder uit te voeren.

In het verleden kon een adviseur die een hele dag klanten belde met de ‘gouden tip’ in een mum van tijd een pak orders erdoor draaien. Dat is voorbij. Voor een order wordt uitgevoerd, moet de klant een geschiktheidsverklaring (andere namen zijn suitability report, suitability statement, geschiktheidsrapport, gepastheidsrapport, geschiktheidsbeoordeling) ontvangen. Als via de telefoon een advies gegeven wordt, krijgt de klant via e-mail het geschiktheidsrapport. Vervolgens geeft de klant zijn akkoord per e-mail of telefoon. Wat staat er nu in dat rapport?

Een belangrijk element is het precieze tijdstip (tot op de seconde) van het advies. Zo is geen verwarring of misverstand mogelijk. Het rapport bevestigt dat het voorgestelde beursorder past in het risicoprofiel van de klant. Verder wordt de voorgestelde transactie uit de doeken gedaan, met een indicatie van het transactiebedrag. Vervolgens kijkt het rapport naar de wijze waarop het beursorder de samenstelling van de portefeuille beïnvloedt en wordt bevestigd dat die wijziging nog steeds in overeenstemming is met het risicoprofiel.

Klanten in discretionair vermogensbeheer krijgen ook een geschiktheidsverslag, maar dat is periodiek, en niet bij elk verstrekt advies.

©Mediafin

Een adviseur wordt tijdens een autorit of op een receptie door een grote klant opgebeld en helpt hem even met advies? Ook dat behoort tot het verleden. MiFID 2 eist dat alle telefoongesprekken worden opgenomen. ‘Er wordt geen advies meer gegeven per gsm’, zegt Koen D’haluin van de vermogensbeheerder Leo Stevens & Cie. ‘Cliënten die ons op de gsm opbellen, worden teruggebeld via de vaste getapte lijn’, zegt Marc Leyder, directeur vermogensadvies bij Van Lanschot Bankiers.

Bij sommige vermogenshuizen zijn klanten nu al verplicht naar één centraal nummer te bellen als het over advies gaat. Bij andere kunnen de gesprekken op alle vaste lijnen opgenomen worden. ‘Het vertrouwde contact met de vaste relatiebeheerder is belangrijk’, zegt Bank Delen. ‘Elke bevoorrechte gesprekspartner van een klant heeft een apart telefoonnummer’, zegt Thierry Van Alphen, hoofd private banking bij ING België.

Marc Leyder van Van Lanschot voegt er nog aan toe: ‘We denken verder na over ontwikkelingen en investeringen in adviestoepasssingen op het vlak van omnichannel en diverse media.’ Omnichannel houdt in dat de klant via elk kanaal – online, mobiel, telefonisch of persoonlijk gesprek – dezelfde service krijgt en dat de informatie via elk kanaal gelijkwaardig beschikbaar is. Als het advies wordt verstrekt tijdens een gesprek onder vier ogen, is een ondertekend orderformulier noodzakelijk.

Advies via de gsm is verleden tijd.

Koen D’haluin
Leo Stevens & Cie

Sommigen voorspelden dat MiFID 2 het einde van het advies zou betekenen. Onze gesprekspartners ontkennen dat formeel. Bij sommige spelers wordt dit wel een randfenomeen. ‘Bij Delen Private Bank heeft 1,5 procent van de klanten een contract beleggingsadvies. Het gaat vaak om klanten die naast hun beheerde portefeuille nog een aantal effecten wensen te behouden die ze vaak zelf geselecteerd hebben’, klinkt het bij Delen.

Bij ING Private Banking is het marktaandeel van discretionair beheer 70 procent. ‘We verwachten dat die trend doorzet.’ Toch zal ook bij ING Private Banking advies niet verdwijnen. ‘Bepaalde klanten wensen een hogere interactie en willen mee beslissen over hun portefeuille’, zegt Thierry Van Alphen.

Bij Leo Stevens & Cie heeft nog minder dan de helft een adviesrelatie. ‘In vergelijking met klanten in vermogensbeheer, houden ze vaak kleinere beleggingsportefeuilles aan. De heel actieve cliënten die zelf hun portefeuille beheren, zijn over de jaren heen vertrokken naar goedkopere brokers’, zegt Koen D’haluin.

Bij Van Lanschot Bankiers zijn advies en beheer ongeveer even belangrijk. ‘Het klopt dat advies een stuk arbeidsintensiever en dus duurder is dan beheer. Maar er zijn voldoende beleggers of ondernemers die zelf de vinger aan de pols willen houden of een klankbord nodig hebben voor hun beleggingen. Er is in heel de maatschappij al genoeg betutteling. Mensen willen zelf de beslissingen nemen’, zegt Marc Leyder van Van Lanschot.

Wat is MiFID 2?

> Ging van start op 3 januari.

> Is de opvolger van de MiFID 1-richtlijn (2007).

> Heeft betrekking op zowel beleggingsproducten als op beleggingsdiensten (uitvoering beursorders, advies, individueel vermogensbeheer).

> Biedt de belegger een betere bescherming, ongeacht of hij klant is bij een bank, een beursvennootschap of een vermogensbeheerder.

> Biedt de belegger een beter inzicht in de kosten van een beleggingsproduct of -dienst.

> Verplicht instellingen om de klant vier keer per jaar (was twee keer) een waardeschatting van de portefeuille te geven.

> Verbiedt retrocessies (vergoeding van de producent van het financieel product aan de verkoper ervan) bij onafhankelijk advies of discretionair vermogensbeheer. 

Dat MiFID 2 advies in vergelijking met beheer nog duurder heeft gemaakt, bevestigt iedereen. Maar leidt dit ook tot hogere tarieven voor de klant? ‘De tarieven voor advies zijn aangepast’, klinkt het bij Delen. Leo Stevens & Cie is iets genuanceerder: ‘Een aangepaste tarifering werd bij de start van het jaar voorzien. We verkiezen echter eerst te evalueren boven onmiddellijk te bruuskeren met hoge tarieven.’ De andere gesprekspartners melden dat de tarieven voor advies niet zijn aangepast.

Bij een doorsnee private bank ben je welkom met een rugzakje van 1 miljoen euro. Maar als je absoluut voor beleggingsadvies wil gaan, ligt die drempel soms hoger. Bij Delen Private Bank is dat 2,5 miljoen euro.

Afhankelijk of onafhankelijk?

Wie advies verstrekt, moet zijn klant voortaan meedelen of het gaat om onafhankelijk dan wel om niet-onafhankelijk advies. Die keuze is belangrijk, ook voor het inkomstenmodel. Wie zich onafhankelijk noemt, kan het geld van zijn klanten niet meer beleggen in fondsen die de verkoper retrocessies (verkoopvergoedingen) toekennen. Bovendien moet die onafhankelijke adviseur een zeer breed gala aan financiële producten van verschillende spelers kunnen aanbieden.

Private Banking

Lees morgen meer over uw vermogen in de Private Banking-bijlage van De Tijd.

Een rondvraag bij enkele privaatbankiers leert dat de meesten voor niet-onafhankelijk advies hebben gekozen, zoals ook Deutsche Bank. ‘Sinds jaren is ons advies gebaseerd op een open architectuur (fondsen van derden worden aangeboden, red.). Volgens ons garandeert dat het beste advies en is het meestal ook voordeliger dan het systeem met hoge beheerskosten’, zegt woordvoerder Jean-Michel Segers.

Leo Stevens & Cie sluit zich daarbij aan. ‘Wij gebruiken de eventuele inducements (ander woord voor retrocessies, red.) om de kwaliteit van de fondsenresearch te financieren. En hoewel we vooral fondsen van derden aanbieden, hebben we ook ons eigen fonds LS Value in het aanbod. We stellen objectieve adviezen op, in eer en geweten.’ Ook bij Delen en Van Lanschot gaat het om niet-onafhankelijk advies.

ING België tot slot biedt twee vormen van advies aan. ‘We hebben niet-onafhankelijk advies waarbij we fondsen selecteren van vijf preferente partners. En we hebben onafhankelijk advies binnen een veel groter universum aan financiële instrumenten. De tweede optie geldt voor vermogens vanaf 1 miljoen euro.’

Duurzaam beleggen in 6 stappen

Duurzaam beleggen in 6 stappen

Wenst u in korte tijd veel geld te verdienen? Investeer dan vooral in prostitutie, sigaretten, wapentuig, goktenten en alcohol. Al slaapt u misschien iets geruster als u kiest voor een duurzame belegging.

Wel ja, beleg in alles wat niet hoort en u zult merken dat zo’n onethische beleggingen soms een hoger rendement opleveren dan investeringen in doorsneebedrijven. Dat blijkt uit de Amerikaanse Vice-index, die de prestaties opvolgt van bedrijven die goederen en diensten leveren die niet deugen. De Vice-index presteert vaak beter dan de Standard & Poor’s. Als u dus lak hebt aan ethische beleggingsvormen en alleen uit bent op snelle winst, weet u wat u te doen staat.

Maar misschien voelt u zich toch niet aangesproken, omdat u zich niet identificeert met de onethische pak-de-poenbelegger? Of omdat u geen opportunist bent die alleen maar gaat voor het hoogste rendement?

Een ‘duurzame belegger’ houdt voor zijn beleggingen niet alleen rekening met financiële criteria, maar ook met duurzame of ethische aspecten. Toch ligt de zoektocht naar duurzame beleggingen niet voor de hand. Want ondernemingen of beleggingsfondsen met het label duurzaam zijn vandaag schering en inslag. Bovendien blijkt het aartsmoeilijk om het kaf van het koren te scheiden. Want wat houdt het etiket duurzaam eigenlijk in? Is het wel meer dan een mooie strik rond een pakje waarvan u de inhoud toch niet helemaal doorgrondt? En waarop u – laten we eerlijk zijn – gemakshalve vertrouwt?

1. Is het zinvol om duurzame beleggingen te kopen bij een bank die ook niet-duurzame beleggingen aanbiedt?

Mogelijk is uw geweten gesust als uw bankadviseur u op het hart drukt dat uw centen niet naar wapenfabrikanten, goedkope-kledingketens, olieproducenten of goktenten vloeien. Maar hebt u al eens stilgestaan bij de vraag welk fonds uw adviseur aan de volgende klant aanbiedt? Misschien wel een beleggingsproduct waarbij de duurzaamheidscriteria helemaal niet van tel zijn. Wat is dan de impact van uw individuele keuze?

Een bank die duurzame beleggingsproducten aanbiedt maar tegelijk ook fondsen aan de man brengt met daarin bijvoorbeeld Lockheed Martin, het grootste defensieconcern ter wereld, is niet geloofwaardig.

Geert Noels Econopolis

Voor econoom Geert Noels, de oprichter van vermogensbeheerder Econopolis, is het duidelijk: ‘Als je duurzame producten aanbiedt, moet je volledige gamma duurzaam of ethisch zijn. Een aanbieder kan daar niet schizofreen in zijn. Wie geloofwaardig wil zijn, kan onmogelijk duurzame producten aan de man brengen en tegelijk fondsen met daarin bijvoorbeeld Lockheed Martin, het grootste defensieconcern ter wereld.’

Toch geeft Noels toe dat het soms moeilijk is om aan de verleiding te weerstaan. ‘Elke analist weet dat defensiebedrijven door de retoriek van de Amerikaanse president Donald Trump op een gegeven ogenblik de wind in de zeilen krijgen. Dan is het moeilijk om daar af te blijven. Maar alleen als je voluit de kaart van duurzame beleggingen trekt, creëer je een hefboom waarmee je impact kan hebben.’

2. Leidt duurzaam beleggen tot een beter rendement?

Noels’ mening wordt maar gedeeltelijk gedeeld door Dirk Coeckelbergh, die tot begin dit jaar directeur was bij de coöperatieve bank NewB en daarvoor actief was bij, onder meer, Bacob, DVV, Centea en Crelan. ‘De grootste verdelers van duurzame SRI-producten (socially responsible investing) in België zijn precies de grootbanken, die behalve ‘duurzame beleggingen’ ook ‘gewone beleggingen’ aanbieden. Als investeerders daar zouden afhaken, zou 80 procent van het duurzaam beleggen in ons land wegvallen. Wie duurzaam wil investeren, zou zich dan uitsluitend nog kunnen wenden tot kleinere spelers zoals Van Lanschot, Vdk of Triodos Bank.’ Of Econopolis, dat eveneens een volledig duurzaam beleggingsgamma aanbiedt.

Coeckelbergh, die ook enkele boeken heeft geschreven over ethisch en duurzaam beleggen, vindt wel dat grootbanken die consequent willen zijn, beter hun volledige aanbod verduurzamen. Maar dan om een reden die ze zelf voortdurend als verkoopargument aanhalen. ‘Grootbanken verkopen niet zozeer duurzame fondsen omdat de wereld daar beter van wordt. Neen, hun motto is dat duurzame beleggingen op lange termijn leiden tot een hoger rendement of tot hetzelfde rendement als een gewoon fonds, maar dan met minder risico’s. Welnu, als een bank dat poneert, kan ze toch niet anders dan haar volledige pakket te verduurzamen? Waarom zou een bank of vermogensbeheerder dan nog gewone fondsen aanbieden? Nagenoeg alle studies wijzen uit dat ethisch beleggen op lange termijn minstens evenveel opbrengt als gewone beleggingsvormen. Daarover bestaat nog weinig discussie.’

3. Is de ‘uitsluitingslijst’ van ’s werelds grootste pensioenfonds een goede leidraad?

Veel kans dus dat uw bankier u een duurzame belegging aanbiedt. Bent u kritisch ingesteld, dan kunt u misschien toch even vragen waarom uw adviseur precies op bedrijf x of fonds y het etiket duurzaam plakt. Wellicht vertelt hij u dan dat hij bewust bepaalde bedrijven, sectoren of landen weert, en daarbij gebruikmaakt van een zogenaamde ‘uitsluitingslijst’.

Beheerders verwijzen geregeld naar de uitsluitingslijst van het ‘Statens pensionfond utland’, het Noorse staatsfonds dat met ruim 1.000 miljard euro aan activa onder beheer het grootste ter wereld is. Bedrijven op die zwarte lijst vinden bijvoorbeeld geen genade in de producten van Econopolis. En de lijst wordt ook gebruikt door bijvoorbeeld Portfolio21, het duurzame project van Belfius Insurance in samenwerking met Candriam en Vigeo.

Duurzaam levengids 2018

De beste tips om energie te besparen en uw geld duurzaam te laten renderen

De Duurzaam Levengids is op 21/4 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

‘Het Noorse staatsfonds weigert te investeren in ondernemingen die de mensenrechten schenden of bijdragen tot de productie van kernwapens, in sigarettenfabrikanten of in ondernemingen die zware milieuschade veroorzaken’, legt Maxim Gilis van Econopolis uit.

Dat klinkt radicaler dan het is, want het Noorse staatsfonds, ook bekend als het ‘oliefonds’, investeert voorlopig nog wél in vervuilende olie- en gasbedrijven, terwijl het eerder nochtans uit kolen stapte. ‘Het Noorse oliefonds sluit relatief weinig bedrijven uit’, zegt Coeckelbergh. ‘Maar het heeft wel een enorme impact.’ Aanpassingen in het fonds worden op de financiële markten op de voet gevolgd. En als deze mastodont beslist om zich uit een bedrijf terug te trekken, zijn ethische overwegingen nooit veraf. Eerder kondigden de Noren aan om de ondernemingen in portefeuille door te lichten op belastingontwijking en zich te scharen achter de massaclaim tegen Volkswagen in de zaak van de sjoemelsoftware. Het maakte ooit ook ophef toen het om ethische redenen een gigantisch pakket aandelen verkocht van de Franse oliereus Total.

4. Wie beslist of een bedrijf duurzaam is?

→ Of een onderneming duurzaam is, wordt meestal beoordeeld door een intern team van de bank of vermogensbeheerder bij wie u aanklopt. ‘Nogal wat assetmanagers hebben dat onderzoek in de periode 2000-2010 geïnternaliseerd, onder meer omdat ze te veel personeel hadden. Zo werden er duurzaamheidsteams opgericht. Maar het risico bestaat dat de resultaten van hun analyses worden afgestemd op wat de verkopers bij diezelfde vermogensbeheerder willen’, aldus Coeckelbergh. ‘Zo was er ooit een onderzoeker die een petroleumbedrijf als duurzaam bestempelde, terwijl de vermogensbeheerder waarvoor hij werkte 100 miljoen dollar voor datzelfde oliebedrijf beheerde.’ Toch wil Coeckelbergh het risico niet overdrijven. ‘Dat verhaal is een randverschijnsel. De analyses van interne duurzaamheidsteams worden ook gepubliceerd. En als die gemanipuleerd blijken, blijft de kritiek niet uit.’

→ Banken of vermogensbeheerders die geen interne of geen grote teams meer hebben, doen voor de beoordeling van ondernemingen of overheden vaak een beroep op externe onderzoeksbureaus zoals Vigeo Eiris (www.vigeo-eiris.com) of Sustainalytics (www.sustainalytics.com).

De honderd werknemers van dat laatste bedrijf screenen bijvoorbeeld meer dan 8.400 ondernemingen wereldwijd op basis van de ESG-criteria, waarbij ESG staat voor ecologie, samenleving en deugdelijk bestuur. Sustainalytics stelt niet alleen kwalitatieve rapporten op, maar deelt ook duurzaamheidsscores uit. ‘Die gaan van 0 tot 100’, zegt Maxim Gilis van Econopolis. ‘Bovendien analyseert Sustainalytics hoe een bedrijf zich qua duurzaamheid verhoudt tot andere ondernemingen in dezelfde sector.’ Wie voor een bedrijf kiest dat in zijn sector qua duurzaamheid tot de ‘best in class’ behoort, mag dus zeker zijn dat hij duurzaam belegt.

Eén nuance toch: in sectoren met weinig ondernemingen kan één enkele duurzaamheidsfactor ertoe leiden dat een bedrijf veel beter scoort dan de overige firma’s.

5. Wie beslist of een fonds duurzaam is?

→ ‘Fondsen die door Belgische vermogensbeheerders als duurzaam naar voor worden geschoven, voldoen aan de criteria die binnen de Belgische Vereniging van Vermogensbeheerders (Beama) tot stand zijn gekomen’, zegt Coeckelbergh. Dat zijn de zogenaamde DMVI-fondsen, fondsen die naast de gebruikelijke financiële criteria ook structureel en systematisch rekening houden met milieu, maatschappij en deugdelijk bestuur.

Een lijst van de fondsen die aan die criteria voldoen, vindt u op www.beama.be/nl/duurzame-icbs

→ Tegelijk kan een bank of vermogensbeheerder aan een externe speler een certificatie vragen van een fonds dat het zelf als duurzaam bestempelt. Zo’n certificatie houdt in dat het fonds de door de vermogensbeheerder zelf vooropgestelde criteria naleeft. Instanties die in België aanvaard worden voor het toekennen van zo’n certificaten, zijn Ethibel, elke erkende commissaris-revisor of een onafhankelijke adviesraad.

→ Tot slot, en dan gaan de aanbieders nog een stap verder, kunnen fondsen een label krijgen. ‘In dat geval moeten de fondsen van de banken of vermogensbeheerders aan de strengere voorwaarden voldoen die de labelverstrekker oplegt’, aldus Coeckelbergh.

Voorbeelden van producten met zo’n label zijn, onder meer, Argenta-Fund Responsible Growth Fund, Candriam Fund Sustainable Index Equities Europe, Banque de Luxembourg BL – Equities Horizon, alle met een Ethibel-label.

6. Wat als u nog een stap verder wilt gaan en wilt kiezen voor bedrijven die een positieve bijdrage leveren aan een betere wereld?

U kunt investeren in ondernemingen die verantwoord omgaan met mens, maatschappij en milieu. Maar u kunt uw goede bedoelingen nog concreter maken en bewust kiezen voor ondernemingen die ook een positieve bijdrage leveren aan een betere wereld. ‘Het gaat dan om bedrijven die hun personeel, klanten en aandeelhouders meetrekken in hun maatschappelijk doel’, aldus Noels. Zo belanden we bij de echte ‘impactbelegger’. ‘Iemand die echt resultaat wil zien in maatschappij of milieu en die het financieel rendement niet als eerste bekommernis ziet’, zegt Noels.

Zo’n impactbelegger kan investeren in bedrijven die actief zoeken naar oplossingen voor de problemen die gepaard gaan met de vergrijzing of met de grote gezondheidskwesties. Of die de vervuiling een halt willen toeroepen. ‘Zo’n bedrijven zijn niet nieuw’, zegt Noels. ‘Velen denken misschien aan Tesla. Maar ook de oprichter van Toyota pleitte er 15 jaar geleden al voor om te werken aan een auto die amper 1 liter brandstof per 100 kilometer verbruikt. En Unilever zet zich als voedingsreus het meest in tegen obesitas en ondervoeding. Wie als belegger echt impact wil hebben, moet op zoek naar dat soort ondernemingen.’

Waarom u ervan uit moet gaan dat u 100 jaar wordt

Waarom u ervan uit moet gaan dat u 100 jaar wordt

Met pensioen gaan betekent: meer vrije tijd hebben en dus meer spenderen. Maar misschien ook: ziek worden en naar een rusthuis moeten. Bovendien vallen de bedrijfswagen en de laptop van uw werkgever weg. Hoe vermijden dat uw pensioen synoniem wordt met krap bij kas zitten?

‘Bij het opstellen van een vermogensplanning gaan we ervan uit dat de gepensioneerde klant honderd jaar wordt’, zegt Karl Ruts, private banker bij Leo Stevens&Cie. ‘Iemand die al een respectabele leeftijd heeft bereikt, heeft statistisch veel meer kans om honderd te worden dan iemand van dertig jaar.’

Houd er ook rekening mee dat u mogelijk nog in een rust- of verzorgingstehuis moet worden opgenomen. In Vlaanderen kost een rusthuis nu gemiddeld 1.690 euro per maand. Maar het kostenplaatje wordt almaar duurder. In vergelijking met 2016 werd een rusthuisverblijf op jaarbasis 620 euro duurder, zo blijkt uit een recente studie van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid in samenwerking met de KU Leuven. Het wettelijk pensioen van gemiddeld 1.200 euro volstaat niet eens om de rusthuisfactuur te betalen.

Denk dus twee keer na vooraleer u spaarsommen wegschenkt aan kinderen en/of kleinkinderen. ‘Zich uitkleden voor men naar bed gaat’ is vaak geen goed idee, tenzij u er natuurlijk van overtuigd bent dat u uw schaapjes tot op hoge leeftijd op het droge hebt.

Zet uw vermogen niet op het spel

Hebt u de financiële ruimte om een deel van uw vermogen te beleggen, wees dan zeker bij het begin van uw pensioen extra voorzichtig. ‘Het is niet verstandig om de beschikbare som volledig in aandelen te investeren, ook al zegt iedereen dat aandelenbeleggingen beter renderen dan een spaarboekje’, adviseert Ruts. ‘Het is mogelijk dat het noodlot op de beurs toeslaat. En als dat gebeurt, duurt het jaren om het kapitaal dat door een crash in rook is opgegaan, opnieuw op te bouwen.

Tip!

Daarom is het verstandig om een deel van uw vermogen bij het begin van uw pensioen onaangeroerd en voor minstens drie, vier jaar op een spaarboekje te laten staan. Zo vermijdt u dat uw spaarpot door dalende aandelenkoersen wordt aangetast.

Druist dat niet tegen alle beleggerslogica in? Op lange termijn genereren aandelen toch een hoger rendement dan veilige spaarformules zoals een spaarboekje? In de periode van vijftig jaar tussen 1967 en 2016 kwam het reële rendement (na inflatie) van aandelen in België uit op 6,2 procent, wat meer was dan het rendement van obligaties en cash.

Vermogensgids 2018

Haal het maximum uit uw vermogen op elke leeftijd

Met tips en simulaties van financieel planners.

De Vermogensgids is op 24/3 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Maar veel hangt af van de periode waarover je het rendement berekent. ‘Het gemiddelde reële rendement van aandelen in de periode 2000-2016 was, na inflatie, 2,9 procent per jaar, tegenover 5,5 procent voor obligaties en -0,2 procent voor cash. Als u rond de eeuwwisseling met pensioen ging en meteen een fors deel van uw vermogen in aandelen had belegd, was dat geen optimale keuze’, aldus Ruts.

Waak erover dat uw langetermijnbehoefte niet verdampt door te investeren in risicovolle producten zoals aandelen of vreemde munten. Hoe ouder u wordt, hoe minder tijd er rest om een eventuele beurscrash te boven te komen, en dus hoe kleiner het deel van uw vermogen dat u in aandelen kunt beleggen.

U kunt een deel van uw vermogen dus beter achter de hand houden, ook al is dat door een som te deponeren op een spaarboekje dat vandaag nauwelijks rendeert. ‘We denken echter dat de omslag is gemaakt en dat de rente op veilige beleggingsproducten langzamerhand weer zal stijgen’, aldus nog Ruts.

Volgens de private bankers is ook de tijd voorbij dat u met obligaties kon profiteren van én een jaarlijkse coupon én stijgende obligatiekoersen. Als de rente stijgt, zal de koers van obligaties dalen. Ook obligaties worden dus risicovol als u ze tijdens de looptijd moet verkopen omdat u cash nodig hebt.

Tip!

Wie dat risico wil vermijden, koopt beter obligaties met verschillende looptijden, bijvoorbeeld op twee, vijf, zeven of tien jaar. ‘En koop ze niet te veel boven pari’, adviseert Ruts. ‘Anders moet u die premie met de coupons zien goed te maken.’

LOGO KLEUR copy2 copy

De Smedt Advocaten

Het kantoor behandelt een zeer ruim spectrum aan rechtsmateries, waardoor zowel de particuliere cliënten inzake persoonsgebonden materies als bedrijven, zelfstandigen en vrije beroepen met hun specifieke ondernemingsgerelateerde cases op een deskundige manier geholpen kunnen worden.

Copyright 2017 © Alle Rechten Voorbehouden

Design by PubliDesign.be