Vermijd sancties door uw dak beter te isoleren

Vermijd sancties door uw dak beter te isoleren

Zonder een minimum aan dakisolatie riskeert uw huurwoning vanaf 2020 ongeschikt te worden verklaard. Tenzij uw pand voldoende energiezuinig is. Maar laat dat achterpoortje u niet tegenhouden om te isoleren.

Sinds 1 januari 2015 is de Vlaamse dakisolatienorm van kracht. Die bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen over een minimum aan dakisolatie moeten beschikken. In vakjargon: de minimale R-waarde (die de warmteweerstand weergeeft) bedraagt 0,75 m²K/W (vierkante meter kelvin per watt). Hoe groter de R, hoe beter het materiaal isoleert. ‘Een R-waarde van 0,75 m²K/W komt overeen met een isolatiedikte van 3 à 4 centimeter, afhankelijk van het type materiaal’, zegt Dorien Van Cauwenberge van het Agentschap Wonen-Vlaanderen. ‘Een leek kan moeilijk vaststellen wat de dikte van zijn dakisolatie is. Facturen of bouwplannen kunnen een indicatie geven. Of u kunt een energieprestatiecertificaat (EPC) laten opmaken.’

Zo’n document geeft aan hoe energiezuinig uw woning is. Dat gaat van het label A+ (uitstekend) tot F (zeer slecht). Dakisolatie is een van de elementen die in rekening worden gebracht om de energiescore van uw woning te bepalen. Reken voor de opmaak van een EPC op 200 euro.

Strafpunten

Wat als het dak van uw woning onvoldoende geïsoleerd is? Vooral wie vastgoed verhuurt, loopt een risico als hij de norm niet naleeft. Zonder een minimum aan dakisolatie riskeert u strafpunten bij een controle, bijvoorbeeld wanneer een huurder daarom vraagt omdat hij twijfelt aan de kwaliteit van de woning. In een flatgebouw gelden die strafpunten voor alle appartementen, ook voor de woongedeelten die niet net onder het dak liggen.

Tot nog toe resulteerde onvoldoende dakisolatie niet in genoeg strafpunten om de woning meteen ongeschikt te laten verklaren. Dat verandert op 1 januari 2020. Voldoet uw dak tegen dan niet aan de minimumnorm, dan worden 15 strafpunten toegekend, het hoogste aantal én voldoende om uw woning onmiddellijk ongeschikt te laten verklaren.

Wie toekomstgericht denkt, isoleert zijn dak het best volgens de energiedoelstellingen en niet volgens de minimale norm.

Eind mei, net voor de verkiezingen, keurde de Vlaamse regering een parallelle maatregel goed. Als uw huis voldoende energiezuinig is, worden bij onvoldoende dakisolatie geen strafpunten toegekend. De maatregel kwam er onder meer om spanningen tussen eigenaars van appartementen te counteren. Verhuurt u een huis, dan neemt u alleen de beslissing om het dak beter te isoleren. Dat is anders bij een appartement, waar u moet overeenkomen met de andere mede-eigenaars in het gebouw om zulke werken uit te voeren. Het dak van een flatgebouw behoort tot de gemeenschappelijke delen, waarvoor alle eigenaars meebetalen, ook zij die niet vlak onder het dak een flat bezitten. Dat kan wrijvingen veroorzaken, want een eigenaar van een flat op het gelijkvloers is niet altijd bereid mee te betalen voor dakisolatie.

Minder dan 400

Wat wordt bedoeld met voldoende energiezuinig? Daarbij wordt gekeken naar de energiescore, vermeld in het EPC. Voor een appartement moet die score lager liggen dan 400 kWh/m². Voor een gesloten bebouwing is dat 500 kWh/m², voor een halfopen bebouwing 550 kWh/m² en voor een open bebouwing 600 kWh/m².

Die grenswaarden zijn niet om over naar huis te schrijven. Om u een idee te geven: een score van 400 komt overeen met het energielabel D, een van 600 met het label F. ‘Het klopt dat je zo’n energiescores niet goed kan noemen. Maar het gaat dan ook om de minimale woningkwaliteit, het absolute minimum van wat op dit moment van een woning verwacht wordt’, benadrukt Van Cauwenberge. Om u een idee te geven: zowat 84 procent van de appartementen in Vlaanderen heeft een EPC-score van maximaal 400. Voor woningen heeft 64 procent een EPC-score van maximaal 500.

Wanneer u zelf dakisolatie plaatst, kunt u van de netbeheerder Fluvius een premie van 2 euro/m² krijgen.

Behalve die minimumnormen heeft Vlaanderen ook strengere energiedoelstellingen. Tegen 2050 moet elke woning in Vlaanderen even energiezuinig zijn als een nieuwbouw die vandaag wordt gebouwd. Voor uw dak betekent dat een isolatie met een R-waarde van minstens 4 m²K/W. En dus geen 3 à 4 centimeter isolatie, maar minstens 16 centimeter. ‘Als de isolatie tussen een houten dakstructuur moet worden geplaatst, is dat zelfs minstens 22 centimeter’, zegt Mieke Deurinck van het Vlaams Energieagentschap (VEA). ‘Wie beslist dakisolatie te plaatsen en een beetje toekomstgericht denkt, isoleert dus het best volgens de energiedoelstellingen en niet volgens de minimale norm.’

vastgoedmythes doorprikt

Huren is weggegooid geld. Vastgoedprijzen kunnen alleen maar stijgen. En huurders krijg je nooit buiten. Er bestaan wel wat misverstanden over de vastgoedsector.

Netto wikt en weegt 8 mythes over vastgoed.

Extra isolatie is duurder. Reken op een kostprijs van 20 à 50 euro per vierkante meter. U kunt wel nog altijd een beroep doen op tal van premies voor dakisolatie. De netbeheerder Fluvius geeft een premie van 2 euro per vierkante meter als u zelf dakisolatie met een R-waarde van minstens 4,5 m²K/W plaatst. Neemt u een erkend aannemer in de arm, dan is dat 4 euro per vierkante meter. Als u behalve dakisolatie nog minstens twee andere energiebesparende maatregelen neemt in een periode van vijf jaar dan komt u ook in aanmerking voor de totaalrenovatiebonus. U moet die niet zelf aanvragen. Fluvius doet dat automatisch als u minstens drie premies aanvraagt. Wie een aantal structurele werken laat uitvoeren aan zijn woning komt in aanmerking voor de Vlaamse renovatiepremie. Dat is een overkoepelende premie voor vier types van renovatiewerken: ruwbouw, buitenschrijnwerk, dakwerken en technische installaties.

Het achterpoortje voor de verplichte dakisolatie – voor een appartement volstaat een EPC-score van minder dan 400 – kan de indruk wekken dat er nog maar weinig stimulans is om uw woning energiezuiniger te maken. Een beter geïsoleerd gebouw is nochtans goed voor uw portemonnee. Niet alleen omdat uw woning minder energie verbruikt, maar ook omdat woningen met een hogere energiescore duurder verkocht worden. ‘Uit recent onderzoek in opdracht van het VEA blijkt dat een woning met een energielabel B gemiddeld 10,9 procent duurder wordt verkocht dan een met een E-label’, zegt Deurinck.

Dividenden liegen niet, dividendrendementen wel

Dividenden liegen niet, dividendrendementen wel

Bedrijven die jaarlijks een mooi dividend uitkeren, zijn minder kwetsbaar voor forse verkoopgolven op de beurs. U kunt daarvoor terecht bij vastgoedverhuurders, holdings en bedrijven met stabiele inkomsten.

De Bel20 zakte vorig jaar 18,5 procent. Maar veel aandelen op de Brusselse beurs kenden nog forsere klappen. Sommige aandelen halveerden. Niet zelden waren dat bedrijven die geen dividend uitkeren of waarvan het dividend in gevaar was. Zo zag het grootste aandeel van de Brusselse beurs, bierbrouwer AB InBev, zich genoodzaakt het dividend te halveren om de schuldenberg af te toppen. De eigenaar van winkelpanden Qrf zag de beurskoers halveren omdat hij in de loop van het jaar geen dividendprognose gaf. En Bpost verwende de aandeelhouder dan wel met een mooi Sinterklaasdividend, grote twijfels over het dividend in de komende jaren deden het aandeel kelderen.

Aandelengids 2019
Zaterdag 19/1, gratis bij De Tijd

Super koopjes op de beurs na de correctie van 2018?

60 Belgische aandelen om in de gaten te houden

Hoge dividendrendementen zijn aanlokkelijk, maar kunnen ook misleiden. ‘Dividenden liegen niet, maar dividendrendementen kunnen wel liegen’, zei ereprofessor beurswezen Roland Van der Elst onlangs. In de drie voornoemde gevallen steeg het dividendrendement omdat twijfels over het dividend de beurskoers deden kelderen. Het dividendrendement geeft immers de verhouding weer tussen het dividend en de beurskoers. Een brutodividendrendement boven 10 procent bijvoorbeeld – zoals in het geval van Bpost – doet bij beleggers best een alarmsignaal afgaan.

‘De duurzaamheid van het dividendrendement is veel belangrijker dan de hoogte van het dividendrendement’, zegt de Belg Nicolas Simar, beheerder bij NN Investment Partners. Simar is gespecialiseerd in het beheer van dividendaandelen. Dit beheer is bij NN IP goed voor 4 miljard euro. ‘In het verleden wezen extreme dividendrendementen op een businessmodel dat moeite heeft belangrijke cashflows te genereren of op een overdreven schuldgraad’, vervolgt Simar.

Hoe kunt u duurzame dividendbetalers herkennen?

‘Cruciaal is de mogelijkheid van een bedrijf om vrije kasstromen te genereren na investeringen die hoog genoeg zijn om de dividendbetalingen te dekken’, aldus Simar. ‘Om die reden lopen cyclische bedrijven met veel schulden het meeste risico om het dividend te verlagen wanneer de conjunctuur omslaat. Een beheerder in dividendaandelen gaat nakijken in welke scenario’s een bedrijf dividenden kan blijven uitkeren. Enerzijds hebben bedrijven die worden geraakt door disruptie, zoals postbedrijven en uitbaters van klassieke tv-zenders, moeite om voldoende cashflows te realiseren en dreigen in de toekomst in hun dividend te knippen. Anderzijds hebben wij bijvoorbeeld berekend dat de Europese oliebedrijven voldoende vrije kasstromen realiseren om het dividendrendement boven 5 procent waar te maken, zolang de olieprijs boven 50 dollar per vat noteert.’

Chat met marktenspecialist Serge Mampaey

Zijn er koopjes te doen op de beurs na de correctie van 2018? En waar moet u dan op letten? Stel uw vraag aan onze marktenspecialist Serge Mampaey op maandag 21 januari om 12 uur. U kan nu al uw vragen posten.

De Brusselse beurs kent geen oliebedrijven meer, maar andere sectoren met hoge dividenden zijn goed vertegenwoordigd. Ook in een internationale vergelijking hebben de Belgen – die traditioneel tuk zijn op coupons – geen reden tot klagen. ‘Het brutodividendrendement ligt voor België op 4,2 procent. Dat is meer dan in Europa (3,8%) en veel meer dan op Wall Street (2%)’, zegt Simar. ‘Het verschil in dividendrendement tussen enerzijds Belgische/Europese aandelen en anderzijds Amerikaanse aandelen wijst op een aantrekkelijkere waardering aan deze kant van de Atlantische Oceaan’, vervolgt Simar. ‘Maar een deel van het verschil wordt ook verklaard doordat de winstuitkeringsratio in Europa traditioneel hoger ligt dan in de VS. Amerikaanse bedrijven focussen bijvoorbeeld meer op het inkopen van eigen aandelen.’

Doorgaans heeft een bedrijf drie manieren om de aandeelhouders te belonen:

→ De klassieke manier is de uitkering van een dividend. Dat dividend wordt in België belast met 30 procent roerende voorheffing.

→ Een andere mogelijkheid is een kapitaalvermindering. Ook dat is een vorm van uitkering, maar hierbij is een vrijstelling van de roerende voorheffing mogelijk. Vorig jaar hebben de IT-dienstverlener Econocom en de infrastructuurspeler TINC belastingvrije kapitaalverminderingen doorgevoerd.

→ De derde mogelijkheid is het inkopen van eigen aandelen. Verscheidene Belgische bedrijven doen dat. Het voordeel van aandeleninkopen is het ontbreken van roerende voorheffing. De aandeelhouder krijgt op korte termijn geen geld op de rekening gestort, maar vermits het aantal aandelen vermindert, moet op lange termijn het dividendbedrag over minder mondjes worden verdeeld. Dat komt het dividend per aandeel ten goede. Een nadeel van de inkoop van eigen aandelen is dat de liquiditeit van een aandeel vermindert. Dat zou volgens experts een van de redenen zijn waarom de telecomoperator Telenet vorig jaar voor het eerst sinds de beursgang van 2005 de invoering van een regelmatig dividend bekendmaakte. Telenet wil de komende jaren 50 à 70 procent van de aangepaste vrije kasstroom uitkeren in dividendvorm. Daarmee telt de Brusselse beurs een nieuw dividendaandeel.

We hebben de belangrijke dividendaandelen van de Brusselse beurs in drie categorieën verdeeld: vastgoed, holdings en andere riante dividendbetalers.

©Mediafin

1. Vastgoedverhuurders

De gereglementeerde vastgoedvennootschappen (GVV’s), vroeger bekend als vastgoedbevaks, zijn de gulste dividendbetalers. Dat is ook wettelijk vastgelegd: een GVV moet minstens 80 procent van zijn winst uitkeren. In de tabel op de volgende bladzijde hebben we de tien GVV’s opgenomen waarvan het verwachte netto-dividendrendement het hoogst is: het varieert van 3,5 procent tot 5 procent. ‘Denk aan de algemene vuistregel: hoe hoger het dividendrendement, hoger de kansen op een dividendknip’, zegt Nicolas Simar. Bij kantoorverhuurder Befimmo (5%) hebben analisten al gewaarschuwd dat het toekomstige dividend niet langer gedekt is door de huurinkomsten. Magazijnspecialist WDP haalt met een nettodividendrendement van 2,7 procent de top tien niet. Dat is het gevolg van het ijzersterke trackrecord dat de groep uit Wolvertem heeft opgebouwd. Over 2017 keerde WDP 4,50 euro brutodividend uit, dat is ruim 50 procent meer dan tien jaar eerder (of een jaarlijkse groei van 4,4 procent).

roerende voorheffing
Bij de specialisten in zorgvastgoed Aedifica en Care Property Invest bedraagt de roerende voorheffing op het dividend slechts 15 procent, in plaats van 30 procent.

Wie belegt in de specialisten in zorgvastgoed Aedifica en Care Property Invest ontvangt een nettodividendrendement van 3,1 procent. Het zijn de enige aandelen waar de roerende voorheffing 15 procent bedraagt in plaats van 30 procent. Met de maatregel wil de overheid investeringen in vergrijzing stimuleren.

2. Holdings

Ook investeringsmaatschappijen dragen dividenden hoog in het vaandel. Behalve de monoholdings Solvac (die alleen belegt in de chemiegroep Solvay) en Tubize (die alleen belegt in de farmagroep UCB) beschikken holdings over een gediversifieerde portefeuille, wat de risico’s op een vermindering, laat staan een schrapping van het dividend, verkleint.

Het strafste voorbeeld is Sofina van de familie Boël. Die holding heeft sinds 1976 elk jaar haar dividend opgetrokken. Sinds de oprichting in 1956 is de winstuitkering een paar keer stabiel gebleven, maar nooit verlaagd. Wie vandaag Sofina koopt, geniet een nettodividendrendement van 1,1 procent. Van alle grote, gediversifieerde holdings is dat het laagste rendement. Maar dat is ook een teken dat de markt het dividend van Sofina als het veiligste beschouwt.

GBL streeft naar een ‘continue en duurzame groei van het dividend’. Het dividend ging sinds 2003 elk jaar hoger. Momenteel biedt de groep rond de families Frère en Desmarais een nettodividendrendement van 2,7 procent.

Gimv staat bovenaan met een nettorendement van 3,8 procent. De investeringsmaatschappij streeft ernaar haar dividend niet te verlagen en het, als dat mogelijk is, duurzaam te verhogen. Maar in 2003 en 2004 bijvoorbeeld moest Gimv haar uitkering wel terugschroeven door uitzonderlijke omstandigheden.

3. ‘Gewone’ aandelen

Behalve vastgoed en holdings hebben we nog tien riante dividendbetalers geïdentificeerd met een nettodividendrendement van bijna 2 procent of meer. Telecomoperator Proximus prijkt bovenaan met liefst 4,4 procent nettodividend. Het rendement zegt dat de markt de duurzaamheid niet vanzelfsprekend vindt. De gezonde balans spreekt in het voordeel van Proximus.

Solvay wil een verlaging van het dividend absoluut vermijden. Dat is de officiële doelstelling van de raad van bestuur.

De chemiegroep Solvay vindt een dividend heilig, en maakt dat duidelijk op zijn website. ‘Wij willen jaarlijks het dividend verhogen, indien mogelijk, en een verlaging absoluut vermijden’, klinkt het. De groep heeft de voorbije 30 jaar het dividend nooit verlaagd. Over 2017 keerde Solvay 3,6 euro bruto uit, tegenover 0,62 euro in 1982. Dat impliceert een jaarlijkse dividendgroei van 5,6 procent over de voorbije 25 jaar. Wie vandaag Solvay koopt, geniet een nettodividendrendement van 2,8 procent. Solvay kopen kan ook via de monoholding Solvac. Via Solvac bedraagt het rendement nog iets hoger – 3,1 procent, maar omdat Solvac-aandelen allemaal op naam zijn, komt er meer administratie bij kijken. En via onlinebrokers is het niet altijd mogelijk Solvac te kopen.

Wat u moet weten over de nieuwe kinderbijslag

Wat u moet weten over de nieuwe kinderbijslag

Vanaf 2019 maakt de federale kinderbijslag plaats voor een Vlaamse variant: het groeipakket.

Voor alle baby’s geboren vanaf Nieuwjaar geldt het adagium ‘elk kind is gelijk’. Het basisbedrag van de kinderbijslag hangt niet langer af van het aantal kinderen in het gezin en hun leeftijd. Bij een geboorte of adoptie wordt een startbedrag (het vroegere kraamgeld) van 1.122 euro betaald. Het maandelijkse basisbedrag voor alle kinderen geboren vanaf Nieuwjaar bedraagt 163,20 euro.

Kinderen geboren vóór 2019 blijven de bedragen van het ‘oude’ regime ontvangen, en dat zolang ze er recht op hebben.

Hebt u al kinderen en komt er na Nieuwjaar nog een baby bij? Voor uw jongste spruit krijgt u het nieuwe, vaste bedrag. Maar voor uw andere kinderen zult u dezelfde bedragen als vandaag blijven ontvangen.

1. Schoolbonus

Boven op de normale kinderbijslag van juli komt een schoolbonus om de kosten van het nieuwe schooljaar op te vangen. Vanaf volgend jaar krijgen alle kinderen – dus ook zij die geboren zijn vóór 2019 – eenzelfde schoolbonus. De bedragen stijgen met de leeftijd van het kind:

  • 0 tot 4 jaar: 20,40 euro
  • 5 tot 11 jaar: 35,70 euro
  • 12 tot 17 jaar: 51 euro
  • 18 tot 24 jaar: 61,20 euro

2. Drie mogelijke toeslagen

Boven op de basisbedragen kunnen nog toeslagen komen. De nieuwe toeslagen van het groeipakket gelden voor alle kinderen.

Uw geld in 2019
Zaterdag 15/12, gratis bij De Tijd

Alle nieuwe maatregelen die een impact zullen hebben op uw portefeuille.

→ Sociale toeslag

De sociale toeslag is een extra ondersteuning voor minder kapitaalkrachtige gezinnen. Vanaf 2019 krijgen meer gezinnen een sociale toeslag, omdat voortaan ook werkende ouders in aanmerking komen.

→ Participatietoeslagen

De participatietoeslagen zijn nieuw en gaan naar alle ouders die hun kind naar een Nederlandstalige opvang of school sturen. Daardoor krijgen ouders die in Brussel of het Waals Gewest gedomicilieerd zijn en wier kind naar een Nederlandstalige crèche of school gaat de kinderbijslag uit hun eigen gewest én de Vlaamse participatietoeslagen.

Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden de schooltoelages (‘studiebeurzen’) voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs geïntegreerd in het groeipakket. De uitbetalers van het groeipakket – en dus niet langer het Vlaams ministerie van Onderwijs – zullen de tegemoetkoming voor de schoolkosten betalen. Voor de studietoelagen voor het hoger onderwijs blijft alles bij het oude.

→ Zorgtoeslag

De zorgtoeslagen ondersteunen (half)wezen, pleegkinderen en kinderen met een specifieke zorgnood.

3. Vrije keuze van kinderbijslagfonds

De band tussen het kinderbijslagfonds en de werkgever wordt doorgeknipt. Tot nu betaalde doorgaans het kinderbijslagfonds waarbij de werkgever van de vader is aangesloten. Wie in 2019 een baby krijgt, zal rechtstreeks een Vlaamse uitbetaler naar keuze kunnen contacteren. Vanaf 1 januari 2020 kunnen alle ouders vrij overstappen.

Het bedrag van het groeipakket voor een bepaald gezin zal bij elke uitbetaler identiek zijn. De uitbetalers kunnen zich wel onderscheiden door hun dienstverlening, zoals de kwaliteit van hun informatie, de snelheid waarmee ze vragen beantwoorden en de bereikbaarheid van hun kantoren.

Bankieren wordt duurder in 2019

Bankieren wordt duurder in 2019

De jaarwisseling is voor veel banken een periode waarin ze hun tarieven aanpassen. Lees: waarin ze hun tarieven verhogen.

Banken zijn verplicht om hun klanten op de hoogte te brengen van tariefwijzigingen en dat minstens twee maanden voor de wijziging effectief ingaat. Veel banken voeren tariefwijzigingen door bij de jaarwisseling, maar zeker niet allemaal. Als uw bank niet in het overzicht hieronder staat, betekent dat dus niet dat de tarieven over heel 2019 onveranderd zullen blijven.

BNP Paribas Fortis

Bij BNP Paribas Fortis blijft het maandelijks tarief voor het Comfort Pack weliswaar op 3 euro, maar in dat pack zijn voortaan geen gratis manuele transacties (bijvoorbeeld manuele overschrijvingen) meer inbegrepen. Bovendien wordt Comfort Bonus afgeschaft – in die formule werd tot 50 procent van de prijs van het pack terugbetaald onder bepaalde voorwaarden. In het Premium Pack stijgt de maandelijkse bijdrage van 6,25 naar 7 euro. Ook verhoogt BNP Paribas Fortis de kosten voor manuele verrichtingen van 1 naar 1,5 euro. Ook de kosten voor krediet- en prepaidkaarten die buiten het pack vallen, worden duurder. Zo verhoogt de maandelijkse bijdrage voor Visa Classic en Mastercard Classic van 1,83 naar 2,25 euro per maand als die niet in het pack zitten.

Bij ING zal een ‘Lion Account’-rekening vanaf 2019 niet langer gratis zijn als die rekening op naam staat van meerdere houders. De jaarlijkse kostprijs voor zo’n rekening gaat van 0 naar 10 euro.

Ook ING voert enkele belangrijke kostenverhogingen door. De belangrijkste aanpassing is dat de ‘Lion Account’-rekening vanaf 2019 niet langer gratis is als de rekening op naam staat van meerdere houders. De jaarlijkse kostprijs voor zo’n rekening gaat dan van 0 naar 10 euro. Ook de jaarlijkse kosten van twee andere zichtrekeningen – de groene rekening en de zakelijke zichtrekening – nemen toe. De stijging bedraagt 11 procent, van 36 naar 40 euro. Bovendien stijgen de kosten van de Visa Classic van 18 naar 22 euro per jaar. De zakelijke Mastercard wordt 2 euro duurder, van 20 naar 22 euro.

Ook geld afhalen aan een automaat van een andere bank dan ING kost voor klanten met een ‘Lion Account’-rekening voortaan 0,5 euro. En het minimumtarief voor internationale betalingen komt voortaan uit op 12,10 euro in plaats van 9,68 euro. Onder internationale betalingen worden overschrijvingen in euro naar of van een rekening buiten de Europese Economische Ruimte verstaan of betalingen in andere munten.

Ook AXA Bank voert enkele wijzigingen door. Zo zal er voortaan vanaf de derde debetkaart op de Comfort2Bank-rekening 15 euro per jaar worden aangerekend. Ook de kosten voor papieren rekeninguittreksels gaan hoger.

Uw geld in 2019
Zaterdag 15/12, gratis bij De Tijd

Alle nieuwe maatregelen die een impact zullen hebben op uw portefeuille.

AXA wijst erop dat de impact van die wijzigingen voor de meeste klanten niet voelbaar zal zijn, omdat amper 0,02 procent van de particuliere rekeningen meer dan twee houders telt en omdat papieren rekeninguittreksels nog nauwelijks worden opgevraagd.

Nagelmackers

Bij Nagelmackers stijgen de maandelijkse tarieven van de packs. Voor de Comfort-zichtrekening gaat het tarief van 6 naar 7 euro per maand. De Premium-zichtrekening zal voortaan 5 euro per maand kosten in plaats van 4 euro. Ook manuele transacties zijn niet langer gratis in de packs inbegrepen.

Ook voor professionelen zijn er tariefverhogingen. De ‘Premium Business’-zichtrekening kost vanaf 1 januari volgend jaar 17 euro per trimester in plaats van 15 euro. De kosten van de ‘Nagelmackers Business’-zichtrekening stijgen van 7,50 euro naar 9 euro per trimester.

BPost Bank

BPost Bank verhoogt de bijdrage voor een bijkomende bankkaart (debetkaart) van 12 naar 15 euro. Het gaat dus om een bankkaart die niet is inbegrepen in het gekozen pakket. Tegelijk stijgt de prijs van de jaarlijkse rekeningverzekering van 3,5 naar 4,25 euro. Daartegenover staan wel hogere limieten voor uitkeringen bij een overlijden. De rekeningverzekering biedt een financiële steun bij overlijden ten gevolge van een ongeval, door het saldo op de verzekerde rekening op het moment van overlijden te verdubbelen.

Coöperanten van Crelan met een pack krijgen voortaan een rechtstreekse korting van 25 procent op de prijs van hun pack. Dit wil zeggen dat bijvoorbeeld coöperanten met een Economy Pack 12 euro per jaar besparen. Let op: deze korting vervangt het systeem van de coöperantenbonussen. De verdiende bonussen over 2018 zullen eind december worden uitbetaald.

Voorts past de bank nog enkele tarieven aan. Zo verdwijnt de familiekorting van 15 procent voor gezinnen met drie of meer packs. Buiten pack worden enkele kaarten goedkoper. De prijs van een debetkaart daalt van 18 naar 12 euro en de prijs van een ‘Visa Gold’-kaart zakt van 48 euro naar 36 euro.

Jongeren genieten voortaan de jongerenvoordelen tot de leeftijd van 24 jaar in plaats van 23. Zo blijft het Economy Pack (zichtrekening, 2 debetkaarten, abonnement op myCrelan en Crelan Mobile, elektronische rekeninguittreksels) gratis en dat tot 24 jaar. Niet langer gratis voor jongeren vanaf 1 januari 2019: het Performance Pack, rekeninguittreksels op papier per post, en het bewaarloon voor niet door Crelan gecommercialiseerde effecten.

Crelan lanceert ook enkele nieuwe pakketten. Het Performance Pack for One biedt alle producten en diensten die nu ook al in het Performance Pack zijn inbegrepen (zichtrekening, bank- en kredietkaarten, online en mobiel bankieren, effectenrekeningen), maar dan op maat van één rekeninghouder. Bovendien komt er een ‘Zichtrekening Invest’. Dat is een gratis rekening speciaal voor beleggingstransacties.

Welke fietsverzekering kiezen uit het grote aanbod?

Welke fietsverzekering kiezen uit het grote aanbod?

Met de toename van het aantal elektrische fietsen stijgt ook het aantal personen met een fietsverzekering, een relatief jong verzekeringsproduct. Dé fietsverzekering bestaat echter niet. Het is een product dat verschillende ladingen dekt.

Steeds meer Belgen laten zich bij het fietsen ondersteunen door een elektrische motor. De opmars van de elektrische (terrein)fiets is niet meer te stuiten en dat ondervinden ook de makelaars. ‘Tien jaar geleden verzekerden we nagenoeg alleen racefietsen. Nu is 80 procent van de verzekerde fietsen een e-bike’, zegt Filip Demyttenaere, bestuurder bij Callant Verzekeringen, een makelaar die naar eigen zeggen pionier was in fietsverzekeringen in België.

Een fietsverzekering afsluiten is nochtans minder eenvoudig dan het lijkt. Een standaardpolis bestaat niet. De fietsverzekering bestaat in allerhande varianten. Vergelijken is dus de boodschap.

1. Welke risico’s wilt u verzekerd zien?

Een eerste aandachtspunt zijn de verleende waarborgen. Sommige producten, zoals de omniumfietsverzekering van Callant Verzekeringen of Top Fiets van AG Insurance, verzekeren drie risico’s: pech, materiële schade en diefstal.

Misschien vindt u het niet nodig om die drie risico’s te verzekeren. Mogelijk vindt u een diefstalverzekering voldoende. Of bent u al tevreden met een bijstandsverzekering voor pech onderweg. In dat laatste geval kunt u een beroep doen op de fietsbijstandsverzekering van bijvoorbeeld Touring of VAB.

Maar soms is het niet mogelijk om slechts één risico te verzekeren. Rijdt u met een stadsfiets of met een elektrische fiets en onderschrijft u de Top Fiets-polis van AG Insurance, dan hebt u geen keuze. ‘Top Fiets omvat de waarborgen materiële schade, bijstand én diefstal. Voor stads- en elektrische fietsen is het niet mogelijk alleen een diefstalverzekering af te sluiten’, zegt Gerrit Feyaerts, de woordvoerder van AG Insurance. Bij andere verzekeraars zoals Allianz kan dat wel.

2. Welke voorwaarden zijn aan een diefstalverzekering verbonden?

Een diefstalverzekering is maar opportuun als u zelf niet nonchalant met uw fiets omspringt. De verzekeraars eisen dat u gebruikmaakt van een degelijk slot. ‘Wordt uw fiets gestolen, dan moet u het sleuteltje kunnen tonen als bewijs dat uw fiets op slot was’, illustreert Demyttenaere.

Bij sommige verzekeraars bent u verplicht een degelijk fietsslot aan te schaffen. Bij DVV of Allianz bijvoorbeeld moet dat slot minstens 30 euro kosten en moet u de aankoopfactuur bij een schadegeval ook kunnen voorleggen.

Bij een aantal verzekeraars mag u zich niet tevredenstellen met een goedkoop fietsslot. Bij DVV of Allianz bijvoorbeeld moet dat slot minstens 30 euro kosten en moet u de aankoopfactuur bij een schadegeval ook kunnen voorleggen.

Bovendien verwachten de verzekeraars soms dat u uw fiets op openbare plaatsen vastmaakt aan een vast bevestigingspunt. Uw e-bike alleen maar op slot doen omdat u snel een winkel binnenwipt, volstaat niet. Zonder een bevestiging aan een vastzittende paal of het frame van een fietsstalling is de diefstalverzekering bij AG Insurance een maat voor niets.

Soms betaalt de verzekeraar alleen als de volledige fiets wordt ontvreemd, niet als de dieven louter aan de haal gaan met de accu. Bij DVV bijvoorbeeld zijn afneembare accessoires zoals een fiets-gps niet verzekerd. Bij Callant Verzekeringen wel.

Bij inbraak in de eigen woning wordt er altijd vergoed. Maar als uw fiets wordt gestolen uit de garage van uw eigen woning kunt u ook een beroep doen op de brandverzekering voor een schadevergoeding als u ook in dat kader een verzekering hebt tegen diefstal. Daarvoor hebt u geen aparte fietsverzekering nodig.

3. Wat is het verschil tussen een fietsverzekering en een fietsersverzekering?

Ander aandachtspunt: materiële schade aan uw fiets wordt vergoed als u een fietsverzekering afsluit. Lichamelijk letsel echter niet.

Verzekeringsgids 2018

Zaterdag 20/10, gratis bij De Tijd

Welke verzekeringen heeft u echt nodig en welke dumpt u beter?

De juiste verzekering voor elke fase in uw leven.  

Als u valt door een put in de weg en daarbij uw arm breekt, biedt de fietsverzekering geen soelaas. In dat geval moet u een beroep doen op uw ziekenfonds, uw hospitalisatieverzekering of desnoods op de arbeidsongevallenverzekering als u ten val komt op weg naar of van het werk.

Wordt u aangereden door een auto en loopt u verwondingen op, dan kunt u in principe rekenen op de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (BA-auto), ook als het ongeval te wijten is aan uw eigen onvoorzichtigheid. Als fietser bent u immers de zwakkere weggebruiker, zodat uw lichamelijke schade wordt vergoed door de BA-auto (zie kader).

‘Maar als u de aanrijding met een auto zelf veroorzaakte, moet u ook zelf opdraaien voor de schade aan uw eigen fiets en zult u ook de schade aan de auto moeten vergoeden, desnoods via uw familiale verzekering’, zegt Feyaerts.

4. Welke bedragen vergoedt de verzekering?

Volgt de vraag of u bij schade of diefstal kunt rekenen op de terugbetaling van de prijs die op de aankoopfactuur vermeld staat? Of slechts op een vergoeding die rekening houdt met de ouderdom van uw tweewieler?

Bij nogal wat verzekeraars (DVV, Callant, AG Insurance, Allianz…) kunt u tijdens het eerste jaar rekenen op de terugbetaling van de nieuwwaarde, vanaf het tweede jaar zakt de vergoeding met 1 procent per maand. Bij DVV wordt er vanaf de dertiende maand een afschrijving van 1,25 procent toegepast.

Bij AG Insurance loopt de afschrijving van 1 procent per maand van de 13de tot de 48ste maand. Daarna vergoedt de verzekeraar op basis van de werkelijke waarde van uw fiets onmiddellijk vóór het schadegeval. Een expert stelt dan vast wat liefhebbers op de tweedehandsmarkt nog voor een vijf jaar oude fiets betalen. Bij DVV en andere verzekeraars worden fietsen die ouder zijn dan vijf jaar niet langer verzekerd.

Bij de meeste verzekeraars draait u zelf een beetje op voor de kosten. Bij AG Insurance, om maar een voorbeeld te geven, bedraagt de vrijstelling voor een klassieke of elektrische fiets 50 euro. Voor materiële schade aan mountainbikes of racefietsen is dat 200 euro en voor diefstal 400 euro. Is uw mountainbike of racefiets verzekerd bij Callant, dan betaalt u zelf 10 procent van de verzekerde waarde bij schade en 20 procent bij diefstal. Voor elektrische fietsen is er bij Callant Verzekeringen dan weer geen franchise.

5. Moeten wielertoeristen een speciale verzekering afsluiten?

Let bij het afsluiten van een fietsverzekering ook op de reikwijdte van de verzekering. Dat is van belang voor wie gepakt en gezakt met zijn fiets de wereld rondtrekt of voor wielerliefhebbers die tuk zijn op kuitenbijters zoals de col du Galibier.

Als uw fiets beschadigd geraakt omdat u tijdens een betaalde koers uit de bocht vliegt, moet u niet rekenen op een vergoeding.

Bij sommige verzekeringsproducten maakt het niet uit waar uw fiets wordt gestolen of beschadigd geraakt. Andere verzekeraars vergoeden alleen voor schadegevallen in België en/of de ons omringende landen.

Bijstand is doorgaans beperkt tot de Benelux of tot België plus enkele tientallen kilometer (15 tot 30 km…) buiten de landsgrenzen.

Ander aandachtspunt: deelname aan betaalde wielerwedstrijden is meestal niet verzekerd. Als uw fiets beschadigd geraakt omdat u tijdens een betaalde koers uit de bocht vliegt, moet u niet rekenen op een vergoeding.

6. Hoe duur zijn de premies van een fietsverzekering?

De premie hangt af van de verleende waarborgen, de waarde van de fiets en het type fiets. Doorgaans zijn de premies voor racefietsen en dure mountainbikes hoger dan voor stadsfietsen of elektrische tweewielers.

Als u bij AG Insurance de omniumverzekering Top Fiets onderschrijft, betaalt u voor een stadsfiets van 1.000 euro een jaarlijkse premie van 60 euro. Voor een elektrische fiets van 2.000 euro betaalt u jaarlijks 80,98 euro. Voor een speedpedelec van 3.500 euro loopt de premie op tot 130,5 euro per jaar.

Bent u tevreden met alleen maar een bijstandsverzekering, dan kan dat voor 45 euro per jaar.

Aparte ongevallenverzekering?

Een fietsverzekering is geen fietsersverzekering. Komt u tijdens het fietsen ten val, dan wordt de lichamelijke schade niet door de fietsverzekering vergoed. De fietsbijstandsverzekering van Touring vormt daarop een van de zeldzame uitzonderingen. Deze polis vergoedt de medische kosten tot maximaal 6.500 euro.

Doet u er als fervente fietser dan goed aan om een aparte ongevallenverzekering af te sluiten? Niet altijd. Want de lichamelijke schade wordt in eerste instantie vergoed door uw ziekenfonds. Voorts kan een hospitalisatieverzekering die u eerder al afsloot soelaas bieden.

Zijn uw verwondingen het gevolg van een aanrijding met een auto, dan is de verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid van de auto (BA-auto) uw redding. Fietsers zijn zwakke weggebruikers. Zelfs als het ongeval wordt veroorzaakt door uw eigen onoplettendheid of onbezonnenheid, zal de verplichte BA-verzekering auto uw letsels als fietser vergoeden. Via de verplichte motorrijtuigenverzekering kunt u rekenen op een terugbetaling van de medische kosten, een vergoeding voor het loonverlies bij arbeidsongeschiktheid of voor de schade die voortvloeit uit blijvende arbeidsongeschiktheid. Gebeurt het ongeval op uw werk, dan valt u terug op de arbeidsongevallenverzekering van uw werkgever.

Kortom, vooraleer u een specifieke ongevallenverzekering als fietser afsluit, vraagt u het best eerst aan uw makelaar of dat in uw geval wel nodig is. Anders bestaat het risico dat u zich oververzekert. En daar worden alleen de verzekeraars beter van.

Hebt u een extra verzekering nodig voor online aankopen?

Hebt u een extra verzekering nodig voor online aankopen?

Zeven op de tien Belgen kopen geregeld via internet. Moet u zich nu verzekeren tegen verlies of beschadiging van onlineaankopen?

10 miljard euro. Zoveel gaven de Belgen vorig jaar online uit. Een nieuw record. Een verrassing is dat natuurlijk niet: zeven op de tien Belgen zijn fervente onlineshoppers, zo blijkt uit het jaarlijks onderzoek van Comeos, de federatie voor de handel en diensten. En ze geven steeds meer uit. Het gemiddelde bedrag van de uitgaven blijft met 100 euro per maand weliswaar stabiel, maar de maandelijkse uitgaven boven 100 euro stegen in 2017 met 20 procent.

Moet u zich nu verzekeren tegen verlies of beschadiging van onlineaankopen? Neen, want als consument bent u al goed verzekerd, zelfs al bent u zich daar niet van bewust.

1. Wettelijke bescherming

→ Uw pakket komt niet aan

Is uw bestelling na een redelijke termijn van 30 dagen nog niet aangekomen, neem dan contact op met de verkoper. Geef hem een redelijke termijn om de bestelling opnieuw op te sturen. ‘Slaat de verkoper die nieuwe leveringstermijn in de wind? Dan kunt u het contract beëindigen en hem een volledige terugbetaling vragen’, zeggen ze bij het Europees Centrum voor de Consument (ECC).

Soms weigert de verkoper de koopwaar opnieuw te leveren onder het voorwendsel dat het pakje al werd afgeleverd. Dat is zijn recht. Maar hij moet daarvan dan wel het bewijs leveren. Kan hij dat niet, dan gaat men ervanuit dat er geen levering plaatsvond. In dat geval hebt u recht op een nieuwe levering of volledige terugbetaling.

→ De inhoud van uw pakket is beschadigd

Ook hier is de verkoper aansprakelijk, ongeacht wie het transport heeft uitgevoerd. ‘Maar let op, neemt u de levering in ontvangst, dan is de verkoper niet langer aansprakelijk voor de stukken. Met andere woorden: aanvaardt u het pakje, dan stemt u in met de staat ervan. Voor schade die u later vaststelt (krassen, scheuren of vlekken), zult u moeilijk een terugbetaling van de verkoper krijgen.’

→ U krijt een verkeerde bestelling

De Europese wetgeving maakt het mogelijk om de vervanging van een verkeerd geleverd product te eisen, en dat op kosten van de verkoper. ‘Is dat niet mogelijk, eis dan de annulering van uw bestelling en de volledige terugbetaling van uw aankoopsom, inclusief de leveringskosten.’

2. Aankoopbescherming

In theorie loopt alles dus vlot. Maar als u te maken krijgt met een verkoper met slechte bedoelingen is er gelukkig niet alleen de wet die u beschermt.

Verzekeringsgids 2018

Welke verzekeringen heeft u echt nodig en welke dumpt u beter?

De juiste verzekering voor elke fase in uw leven.  

De Verzekeringsgids is op 20/10 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Wanneer u uw onlineaankoop betaalt via een gratis PayPal-account bent u automatisch gedekt door de ‘aankoopbescherming’. Die dienst betaalt het volledige bedrag van uw aankopen terug ‘wanneer de artikelen aanzienlijk afwijken van de beschrijving van de verkoper of wanneer u een bestelling krijgt die tijdens de levering beschadigingen heeft opgelopen’, zeggen ze bij PayPal Benelux.

Sinds mei 2017 is die bescherming van toepassing op diensten (opleidingen, fotografie enzovoort), op tickets (concerten, voorstellingen, sportevenementen enzovoort) en op reizen (vluchten, hotels enzovoort).

Meer nog, als de aankoop bij ontvangst niet overeenstemt met wat u ervan verwachtte en u beslist om het product terug te sturen, kunt u aan PayPal vragen de terugzendkosten tot 30 euro terug te betalen, en dat tot twaalf keer per jaar.

Om te kunnen gebruikmaken van die dienst moet u gewoon eenmalig de dienst activeren.

3. Rechtsbijstandsverzekering

Bepaalde verzekeraars bieden een rechtsbijstandsverzekering aan. Die beschermt de belangen van hun klanten op het internet. Zo bijvoorbeeld de ‘eProtect’-formule van Axa. Bij een geschil komt die verzekering tussenbeide om de situatie te deblokkeren (door bemiddelings- of advocatenkosten te maken). Maar de verzekering betaalt het product zelf niet terug, want dat blijft de taak van de verkoper. ‘Ook goed om te weten is dat sommige contracten privéleven een waarborg ‘consument’ bevatten. Die kan bij geschillen over onlineaankopen ook tussenbeide komen’, zegt Chloé Tillieux, woordvoerster van Axa.

Tips voor wie een pakje in ontvangst neemt
  1. Controleer het pakje meteen terwijl de koerier wacht. Is het beschadigd, weiger het dan. Of neem het aan onder voorbehoud en noteer uw opmerkingen op de afleveringsbon.
  2. Neem foto’s van de beschadigde verpakking.
  3. Neem onmiddellijk schriftelijk contact op met de verkoper (per mail of per aangetekende brief) en vraag hem om te ruilen of terug te betalen.
  4. Neem bij een geschil contact op met ECC België via www.eccbelgie.be.

Andere verzekeraars bieden dan weer geen enkele dekking. Dat is zo bij AG Insurance. Daar ziet men er het nut niet van in omdat de consument al door bepaalde waarborgen is beschermd. Maar ook omdat er dan sprake is van dubbel gebruik met wat al bestaat op het niveau van de kredietkaart.

4 . Extra bescherming dankzij kredietkaart

Een vijftiental kredietkaarten biedt dekking voor een beschadigde of verkeerde levering, alsook voor niet-levering van goederen die online zijn gekocht. Dat blijkt uit een uitgebreid vergelijkend onderzoek van Topcompare.be. Voor die kaarten moet u meestal wel betalen. Het gaat dan over een bijdrage die schommelt tussen 5 en 108 euro per jaar. Alleen de Visa Gold-kaart van Keytrade is gratis. Die komt bijvoorbeeld tegemoet in de kosten voor goederen met een waarde van 75 tot 500 euro en heeft een interventielimiet van 500 euro per jaar.

Sommige kaarten dekken hogere bedragen (maar hebben dan weer andere interventielimieten).

  • De MasterCard Gold van BNP Paribas Fortis (46 euro/jaar) dekt tot 1.000 euro per schadegeval en is beperkt tot slechts twee schadegevallen per jaar.
  • De Beobank Extra World Mastercard kost slechts 5 euro/jaar en verleent tussenkomst tot 1.250 euro per jaar en per schadegeval.
  • De Argenta MasterCard Gold (40 euro/jaar) tot slot verzekert tot 1.500 euro per schadegeval per jaar.
Kaart Jaarlijkse bijdrage Vergoeding (*)
Keytrade Visa Gold 0 € Tot 500€/jaar | Waarde van het goed: 75 à 500€
Beobank Extra World Mastercard 5 € Tot 1.250€/jaar en per schadegeval | Waarde van het goed: min. 50€
Argenta MasterCard Gold 40 € Tot 1.500€/jaar en per schadegeval | Waarde van het goed: min. 50€
,,, ,,, ,,,
KBC Platinum 108 € Tot 1.500€/jaar en per schadegeval

Bron: Topcompare.be, 31/08/2018. (*) Bij niet-levering, beschadigde levering of verkeerde levering van onlineaankopen.

Vlaming schenkt vastgoed in stukjes

Vlaming schenkt vastgoed in stukjes

Door een huis ‘in stukjes’ aan de kinderen of kleinkinderen te schenken betalen Vlamingen veel minder schenkbelasting.

Sinds juli 2015 moet u in Vlaanderen minder schenkbelasting betalen voor een woning. Als u een huis aan uw kinderen of aan uw kleinkinderen schenkt, betaalt u 3 procent schenkbelasting op de eerste schijf tot 150.000 euro. Op de schijf van 150.001 tot 250.000 euro is dat 9 procent. De tarieven lopen op tot 27 procent vanaf 450.001 euro.

Die verlaging leidde vooral in 2016 tot een piek in de vastgoedschenkingen in Vlaanderen. Logisch, want veel Vlamingen zaten op de tarievenverlaging te wachten om een onroerend goed te schenken. Uit cijfers die De Tijd bij de notarissen en bij de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) opvroeg, blijkt dat er nu, drie jaar later, nog altijd meer vastgoed wordt geschonken dan voor de hervorming (zie grafieken).

©Mediafin

Wel liep het aantal schenkingen tijdens de eerste zes maanden van dit jaar terug. ‘Vastgoed schenken doe je niet aan de lopende band’, zegt David Van Herreweghe, de topman van Vlabel. ‘Eén generatie die wou schenken, heeft dat volop gedaan. Het is wachten op de volgende.’

‘Vastgoed schenken doe je niet aan de lopende band’

David Van Herreweghe
topman Vlaamse Belastingdienst (Vlabel)

Salamitechniek

‘Een belangrijke verklaring is ook dat de Vlaming schenkt volgens de salamitechniek’, zegt notaris Bart Van Opstal van Notaris.be. ‘Ouders of grootouders schenken de woning niet in één keer, maar in verschillende schijven die de waarde van 150.000 euro niet overschrijden. Als minstens drie jaar tussen de schenkingen zit, worden de geschonken bedragen niet opgeteld en vallen de schenkbelastingen veel lager uit.’

Hebt u een vraag over uw erfenis?

Zal het nieuwe erfrecht uw erfenisplannen helemaal omgooien? Vreest u dat u door de nieuwe wet een deel van uw erfenis zult mislopen? Stel hier uw vraag en op dinsdag 11 september (tussen 18 en 21 uur) belt een notaris u gratis op met het antwoord.

Voorbeeld : Veronderstel dat u een alleenstaande bent met één kind en dat u eigenaar bent van een woning met een waarde van 300.000 euro. Als u die woning in één keer zou schenken, dan betaalt u 18.000 euro schenkbelastingen,
3 procent of 4.500 euro op de schijf tot 150.000 euro en 9 procent of 13.500 euro op de schijf tussen 150.001 en 300.000 euro.

Schenkt u de helft van de woning, dan betaalt u slechts 4.500 euro schenkbelastingen. Als u de andere helft dan schenkt als drie jaar verstreken zijn, telt u nog eens 4.500 euro neer. In totaal betaalt u dus 9.000 euro, de helft minder dan in het vorige scenario. 

‘We hebben de voorbije twee jaar veel vastgoedschenkingen tot de grens van 150.000 euro gezien’, zegt Van Herreweghe. ‘We naderen stilaan het einde van de eerste driejarige termijn voor veel schenkingen in de laagste tariefschaal. Het zou dus best kunnen dat vanaf 2019 veel vervolgschenkingen gebeuren.’

Dat verwachten ook de notarissen. ‘Mensen die in 2016 al een deel van hun huis hebben geschonken, zullen vanaf 2019 inderdaad een volgend stukje van de salami afsnijden’, zegt Van Opstal.

‘Mensen die in 2016 al een deel van hun huis hebben geschonken, zullen vanaf 2019 een volgende deel schenken’

Bart Van Opstal

De salamitechniek leidt ertoe dat Vlamingen die eigenaar van een woning van 600.000 euro zijn, de schenking opdelen in vier schenkingen van 150.000 euro, maar dan gespreid over een periode van minstens 12 jaar.

In de praktijk krijgen de kinderen uiteraard geen contanten in handen. ‘De (groot-)ouders schenken alleen de blote eigendom van een deel van hun woning en behouden het vruchtgebruik. Als het vruchtgebruik dan uitdooft, bijvoorbeeld als de ouders zijn overleden, dan verwerft het kind de volle eigendom zonder dat nog een vergoeding verschuldigd is’, zegt de notaris.

Erfenisgids 2018

Big bang voor wie erft en trouwt. 

De Erfenisgids is op 1/9 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

De schenker moet er wel op kunnen vertrouwen dat de verstandhouding met de kinderen goed blijft. ‘Als schenker heb je een verminderd comfort. Je kan in de geschonken woning blijven wonen. Je kan ze ook verhuren. Maar je kan de woning niet meer verkopen zonder het fiat van de blote eigenaar, dus de begunstigde kinderen. En als je de woning verkoopt, hebben je kinderen recht op een deel van de verkoopprijs’, waarschuwt Van Opstal. 

Ereloon notaris

Een schenking in schijven impliceert verschillende schenkingsakten. ‘Op schenkingen tot 150.000 euro bedraagt het ereloon van de notaris 675 euro’, zegt Van Opstal. ‘Dat ereloon weegt niet op tegen de belastingen die de schenkers uitsparen.’

→ Hoeveel kost schenken? Op een schenking moet u doorgaans schenkbelasting betalen. Met onze tool kunt u uitrekenen hoe hoog die belastingfactuur oploopt.

Wat verandert op 1 september?

Wat verandert op 1 september?

De hervorming van het erfrecht en het huwelijksvermogensrecht kan belangrijke gevolgen hebben voor uw vermogen.

September staat traditiegetrouw synoniem voor het einde van de zomervakantie en de start van het nieuwe schooljaar. Maar dit jaar zijn er ook voor uw vermogen belangrijke wijzigingen. Het nieuwe erfrecht verandert de regels voor de verdeling en planning van uw nalatenschap. En het nieuwe huwelijksvermogensrecht biedt nieuwe mogelijkheden om afspraken te maken met uw partner.

Nieuw erfrecht geeft meer vrijheid en erven wordt minder duur

Door een hervorming van het erfrecht krijgt u meer vrijheid om te beslissen over uw nalatenschap. Mensen met kinderen kunnen voortaan altijd de helft van hun vermogen toestoppen aan wie ze willen. Het voorbehouden erfdeel van de kinderen hangt niet langer af van het aantal kinderen. Wie geen kinderen nalaat, kan vrij over zijn volledige vermogen beslissen.

Erfenisgids 2018

Zaterdag 01/09, gratis bij De Tijd

Big bang voor wie erft en trouwt.

Voortaan is het ook mogelijk om al tijdens uw leven definitieve afspraken met uw erfgenamen op papier te zetten over de verdeling van uw vermogen.

En als u al schenkt tijdens uw leven hoeft u niet te vrezen voor een verschillende waardering van bijvoorbeeld het huis dat u schenkt aan uw dochter en de beleggingen aan uw zoon.  

Met de ingang van het nieuwe erfrecht hervormt Vlaanderen de tarieven van de erfbelasting. Nieuw is dat de langstlevende partner geen erfbelasting meer moet betalen op de eerste schijf aan roerende goederen, zoals cash en effecten. Die vrijstelling komt bovenop de bestaande vrijstelling voor de gezinswoning. Ook de belastdruk voor verre familie en vrienden wordt getemperd. Het hoogste belastingtarief van 65 procent wordt geschrapt, waardoor niemand meer dan 55 procent erfbelasting zal betalen.

Lees meer over alle nieuwe regels in de Erfenisgids die komend weekend bij De Tijd verschijnt.

Meer solidariteit mogelijk tussen echtgenoten

Ook het regels rond de opbouw en verdeling van het vermogen van gehuwden worden grondig vernieuwd. Wie huwt met een scheiding van goederen, kan voortaan een zekere vorm van solidariteit inbouwen. In de bestaande regeling heeft elke partner zijn eigen vermogen en is er bijvoorbeeld geen verrekening bij een echtscheiding als een partner stopte met werken voor de kinderen.

Met het nieuwe stelsel ‘scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten’ kunnen partners afspreken hoeveel procent de andere krijgt van zijn of haar aanwinsten bij een echtscheiding of een overlijden.

Een andere optie is in het huwelijkscontract een rechterlijke billijkheidsclausule op te nemen. Daardoor kan een rechter een deel van de aanwinsten aan een echtgenoot toewijzen.

Een andere nieuwigheid is dat koppels die een huis kopen vooraleer te trouwen, notariskosten kunnen uitsparen. Bij de aankoop kunnen ze een anticipatieve of voorafgaande inbreng doen bij de notaris, waardoor de woning automatisch in het gemeenschappelijk vermogen van het gehuwde paar komt.

Geen attest bedrijfsbeheer meer nodig om zaak te starten

Wie een start als zelfstandige In Vlaanderen en daarvoor een ondernemingsnummer aanvraagt, moet niet langer de basiskennis van bedrijfsbeheer bewijzen. Tot nog toe moesten zowel voor startende zelfstandigen in hoofd- als in bijberoep een diploma, getuigschrift of een bewijs van praktijkervaring kunnen voorleggen.

De vereiste basiskennis van economie en financiën kon zowel in het reguliere onderwijs, via Syntra of de Centra voor Volwassenonderwijs behaald zijn.

Tegelijkertijd schrapt de Vlaamse overheid voor tal van beroepen de voorwaarden van beroepskennis.

Niet meer naar rechtbank voor scheiding in onderling overleg

Gehuwden die een punt achter hun huwelijk zetten, kunnen kiezen voor een echtscheiding met onderlinge toestemming. Ze moeten dan een akkoord over de scheiding en alle gevolgen daarvan bereiken. Die gevolgen gaan zowel over de verdeling van het gezinsvermogen (gezinswoning, beleggingen, leningen, verzekeringen) als de familiale kwesties (verblijfsregeling voor de kinderen, onderhoudsgeld).

De verplichte verschijning voor de rechtbank voor koppels die nog geen zes maanden apart wonen, is vanaf 1 september afgeschaft.

Hogere GAS-boetes voor verkeersovertredingen

Voor sommige verkeersovertredingen riskeert u een gemeentelijke administratieve sanctie, beter bekend als GAS-boete. Die boetes worden vanaf 1 september opgetrokken tot de bedragen die gelden voor onmiddellijke inningen (boetes op gerechtelijk niveau).

Voor bijvoorbeeld het overtreden van een parkeer- of stilstandverbod (overtreding van categorie 1) stijgt de boete van 55 naar 58 euro. De boete voor het parkeren op een voetpad (overtreding van categorie 2) gaat van 110 naar 116 euro.

De GAS-boete van de vierde categorie – voor bijvoorbeeld stilstaan of parkeren op een overweg – is geschrapt. Tot nog toe bedroeg die 330 euro.

Meer bevoegdheid voor de vrederechter

De bevoegdheid van de vrederechter wordt uitgebreid naar vorderingen tot 5.000 euro. Tot nu toe lag het plafond op 2.500 euro. Dat moet zorgen voor een werklastvermindering voor de rechtbanken van eerste aanleg.

Als de vrederechter een uitspraak doet over een vordering tot 2.000 euro, dan is hoger beroep niet meer mogelijk. Tot voor 1 september lag de grens op 1.860 euro.

De Smedt advocaten zoekt een advocaat-stagiair(e)

Wij zijn op zoek naar een gedreven advocaat-stagiair(e) met een brede juridische kennis en interesse.
Wij verwachten een geëngageerde kandidaat die teamgericht is met een grote verantwoordelijkheidszin en betrokkenheid.
Gemotiveerd ?
Stuur uw cv en motivatiebrief naar info@advocatenkantoor-desmedt.be

Ondernemers stappen beter doordacht in het huwelijksbootje

Ondernemers stappen beter doordacht in het huwelijksbootje

Een echtscheiding kan uitmonden in een heuse nachtmerrie. Soms blijft een partner berooid achter. Om dat te vermijden, zijn er nieuwe spelregels vanaf september. Die vergen van de huwelijkspartners meer doordachte keuzes. Dat geldt zeker voor ondernemers of de beoefenaars van een vrij beroep.

Op 1 september treedt het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking. Het belangrijkste doel van de hervorming is dat de huwelijkspartners bij een scheiding beter worden beschermd. Dat geldt uiteraard ook voor de ex-partner van een ondernemer of voor de ex van een vrije beroeper zoals een kinesist, een accountant, een notaris of een plastisch chirurg.

Specifiek voor ondernemers werkt de hervorming een aantal onzekerheden weg. Wat moet bijvoorbeeld gebeuren met de winsten en de aandelen in uw bedrijf als uw huwelijk niet standhoudt? Kan uw ex-partner dan een deel van de winst of van de waarde van die aandelen opeisen? En zo ja, welk deel?

Het antwoord op die vraag is afhankelijk van het stelsel waarvoor de echtgenoten kiezen om het vermogen tijdens het huwelijk te organiseren. Net zoals nu zijn er drie mogelijkheden.

Ofwel huwt u, zoals de meeste koppels, onder het wettelijk stelsel. Ofwel kiest u voor het een stelsel van scheiding van goederen. Ofwel opteert u voor een stelsel van algehele gemeenschap van goederen. Dat laatste stelsel kan nuttig zijn als u alle goederen die u al voor uw huwelijk bezat gemeenschappelijk wil maken. Omdat weinig huwelijkspartners daarvoor kiezen (minder dan 1 procent), laten we het stelsel van gemeenschap van goederen buiten beschouwing.

Wettelijk stelsel

Als u geen keuze maakt, valt u automatisch onder het wettelijk stelsel. Maar u kunt er natuurlijk ook bewust voor kiezen.

In dat stelsel zijn er drie vermogens: een gemeenschappelijk vermogen dat u samen met uw partner opbouwt en de eigen vermogens van beide echtgenoten.

Zelfstandigengids 2018

Alle maatregelen die het ondernemen makkelijker maken.

De Zelfstandigengids is op 16/6 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

In het eigen vermogen zit alles wat u opbouwde voor het huwelijk, maar ook schenkingen of erfenissen die u tijdens het huwelijk ontvangt.

Uw beroepsinkomsten komen onmiddellijk terecht in het gemeenschappelijk vermogen. ‘Echtgenoten werken met en voor elkaar’, zegt professor Charlotte Declerck (UHasselt, Tiberghien advocaten) . ‘Oefent u tijdens het huwelijk een beroep uit, dan moeten de inkomsten integraal toekomen aan het gemeenschappelijk vermogen. Alleen de beroepsinkomsten die u voor of na de ontbinding van het huwelijk realiseert, blijven eigen.’

Veronderstel dat u gehuwd bent en dat u helemaal aan het begin staat van een loopbaan als plastisch chirurg. Dan is het best mogelijk dat u gemeenschappelijke fondsen aanwendt om het nodige materiaal te kopen, zoals een laptop of een bank om uw patiënten te behandelen.

Als uw huwelijk op de klippen loopt, dan bent u aan het gemeenschappelijke vermogen een vergoeding verschuldigd. Volgens de huidige spelregels is die vergoeding minstens gelijk aan de aankoopprijs. ‘Dat is problematisch omdat de goederen die u destijds hebt aangekocht na tien of twintig jaar huwelijk soms weinig of niets meer waard zijn’, zegt CD&V-parlementslid Sonja Becq.

Daarom wordt voor deze beroepsgoederen vanaf 1 september een onderscheid gemaakt tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde. Als het huwelijk strandt, dan mag de arts zijn materiaal behouden, maar komt de vermogenswaarde van het materiaal toe aan de gemeenschappelijke pot.

De vermogenswaarde is niet de aankoopprijs van het materiaal, maar de waarde ervan op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid.

Is de laptop of de bank die u 20 jaar geleden met geld uit de gemeenschappelijke pot aankocht ondertussen niets meer waard, dan moet u niets meer terugbetalen. Zijn die goederen nog 1.000 euro waard, dan moet u 1.000 euro aan de gemeenschappelijke pot terugstorten. Omdat die pot bij echtscheiding wordt verdeeld in twee helften, moet u de ex-partner dan nog 500 euro betalen.

Het onderscheid tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde wordt doorgetrokken als u, nadat u getrouwd bent, met gemeenschappelijke gelden een vennootschap opricht en alle aandelen in die vennootschap op uw naam zijn ingeschreven. Bijvoorbeeld om er een bedrijf of een artsenpraktijk mee uit te bouwen.

Wat met uw beleggingen?

Bent u, zoals de meeste koppels, gehuwd onder het wettelijk stelsel, dan is er een gemeenschappelijk vermogen en heeft elke echtgenoot ook zijn eigen vermogen. Aan wie komen dan de dividenden en de mogelijke meerwaarde toe als een van de echtgenoten louter privé en los van zijn beroep in beursgenoteerde aandelen belegt? Dat is nu soms onduidelijk. Maar vanaf 1 september wordt die vraag opgelost:

  • Zijn de aandelen voor minstens de helft met fondsen uit het gemeenschappelijk vermogen gekocht, dan behoren de aandelen, de dividenden en de eventuele waardestijgingen integraal toe aan de gemeenschappelijke pot van de gehuwden.
  • Zijn de aandelen voor minstens de helft verworven met eigen middelen van een van de huwelijkspartners, dan behoren ze integraal toe aan het eigen vermogen van die partner. Mogelijk is er bij de beëindiging van het huwelijk dan wel een vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen, bijvoorbeeld wanneer de aankoop van de effecten voor 40 procent met gemeenschappelijke fondsen werd gefinancierd.

Loopt uw huwelijk spaak, dan blijft u eigenaar van uw aandelen en dan kunt u ze verkopen of de stemrechten op de algemene vergadering uitoefenen. Maar de waarde van de aandelen komt bij echtscheiding aan het gemeenschappelijk vermogen toe. En ook dan wordt voortaan de waarde van de aandelen op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid in rekening gebracht.

Uw ex-echtgenoot zal dan de helft van de waarde van de aandelen in uw bedrijf kunnen claimen. ‘De aandelen zijn wel voor minstens de helft met gemeenschapsgelden verkregen. In het wettelijk stelsel zijn alle vruchten van uw beroepswerkzaamheden gemeenschappelijk. Dit is dus logisch en rechtvaardig’, aldus Declerck.

Voor de inkomsten die u uit uw vennootschap puurt, is de situatie enigszins anders. Het maakt dan niet uit of u al een vennootschap had voor het huwelijk, dan wel of u die vennootschap pas oprichtte nadat u was getrouwd.

Ontvangt u dividenden of een bezoldiging als bedrijfsleider, dan zijn die beroepsinkomsten in het wettelijk stelsel bestemd voor de gemeenschappelijke pot.

Als de relatie met uw echtgenoot op kantelen staat, dan zou u uw beroepsinkomsten in uw vennootschap kunnen ‘oppotten’, waardoor het gemeenschappelijk vermogen en dus ook de andere echtgenoot inkomsten misloopt.

Dat zal niet meer mogelijk zijn. Als die beroepsinkomsten normaal wel toegekomen zouden zijn aan de gemeenschappelijke pot, dan is er bij een scheiding een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd. ‘Om het bedrag daarvan te bepalen moet men zich de vraag stellen welk beroepsinkomen er aan de gemeenschap zou zijn toegekomen als de echtgenoot-ondernemer zijn beroep zonder vennootschap had uitgeoefend’, aldus Declerck.

Het onderscheid tussen het recht en de vermogenswaarde geldt bij een echtscheiding ook voor het cliënteel dat u als vrije beroeper of als ondernemer tijdens het huwelijk hebt opgebouwd. ‘Het is aan de echtgenoot die de beroepsactiviteit uitoefent om te beslissen of hij zijn klantenportefeuille verkoopt of niet. Maar als het cliënteel tijdens het huwelijk fors is uitgebouwd, dan behoort de economische waarde ervan tot de gemeenschap’, aldus Declerck.

Met dit uitgangspunt is uw echtgenoot beter beschermd, en dan vooral als hij zijn professionele loopbaan op een zijspoor heeft gezet.

Scheiding van goederen

Wie al een bedrijf heeft op het ogenblik dat hij trouwt of de oprichting van zijn bedrijf financiert met eigen middelen, kiest al eens voor een stelsel van scheiding van goederen. In dat geval is er geen gemeenschappelijk vermogen en zijn er maar twee vermogens: dat van elke echtgenoot afzonderlijk. ‘Een ondernemer kan dit stelsel gebruiken om zijn partner te beschermen tegen zijn schuldeisers voor het geval er met het bedrijf iets zou mislopen’, aldus Becq.

Ook deze regeling leidt soms tot problemen als de andere partner veel minder verdient of zijn carrière opzijzet om voor de kinderen te zorgen. ‘Bij de beëindiging van het huwelijk kan die partner met lege handen achterblijven. Want hij of zij heeft nooit gedeeld in de inkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. Het leidt ook tot oneerlijke situaties. Het is dan ook logisch dat er een bepaalde bescherming wordt ingebouwd zodat niemand in armoede wordt geduwd’, motiveert Becq.

Om dat te verhinderen en om toch een beetje solidariteit in te bouwen, moet de notaris de echtgenoten die willen huwen met scheiding van goederen voortaan wijzen op twee mogelijkheden.

1. Verrekening van aanwinsten

Als de echtgenoten opteren voor het stelsel van scheiding van goederen, dan kunnen ze in het huwelijkscontract een beding van verrekening van aanwinsten opnemen. Zo delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. ‘Het gaat nog steeds om een scheiding van goederen, maar bij de ontbinding van het huwelijk zal de economisch sterkere echtgenoot een geldsom betalen aan de economisch zwakkere’, vervolgt Becq.

De notaris kan in het huwelijkscontract verwijzen naar de nieuwe bepalingen in het burgerlijk wetboek en in dat geval kan de financieel zwakkere echtgenoot de helft van de aanwinsten opeisen.

Maar de echtgenoten kunnen daarvan afwijken en overeenkomen dat de financieel zwakkere echtgenoot bij de beëindiging van het huwelijk 10 , 30 of 40 procent kan claimen. De echtgenoten kunnen zelf de verdeelsleutel bepalen.

2. Rechterlijke billijkheidscorrectie

Echtgenoten kunnen in het huwelijkscontract een rechterlijke billijkheidsclausule opnemen. Ook hier gaat het om een mogelijkheid, geen verplichting. Als in het huwelijkscontract zo’n clausule is opgenomen, dan kan de echtgenoot die met lege handen achterblijft aan de rechter vragen om toch nog een deel van de aanwinsten ontvangen. ‘Dat kan evenwel tot maximaal een derde van de nettowaarde van de gezamenlijke aanwinsten op het tijdstip van de ontbinding van het huwelijk’, stelt Declerck.

Een billijkheidsclausule brengt niet altijd redding. Want, zelfs als er zo’n clausule in het huwelijkscontract is opgenomen, dan zal een echtgenoot ze maar kunnen inroepen als de omstandigheden sinds het afsluiten van het huwelijkscontract onvoorzien en ongunstig gewijzigd zijn, bijvoorbeeld als een van de echtgenoten om gezondheidsredenen moest stoppen met werken.

Bovendien moet er sprake zijn van manifeste onbillijke gevolgen. Als de ex-partner zelf vermogend is , zal hij de clausule nooit kunnen inroepen.

Huwt u met scheiding van goederen en is er in het huwelijkscontract geen verrekening van aanwinsten of een rechterlijke billijkheidclausule voorzien, dan is het nog altijd mogelijk om uw ex-partner bij een scheiding in de kou te laten staan. Volgens specialisten familiaal vermogensrecht is dat absoluut een gemiste kans. ‘Uiteindelijk is het aan de echtgenoten om te beslissen in welke mate ze solidair blijven als de relatie spaak loopt. We gaan hen niet in een dwangbuis wringen’, repliceert Open VLD-Kamerlid Carina Van Cauter.

LOGO KLEUR copy2 copy

De Smedt Advocaten

Het kantoor behandelt een zeer ruim spectrum aan rechtsmateries, waardoor zowel de particuliere cliënten inzake persoonsgebonden materies als bedrijven, zelfstandigen en vrije beroepen met hun specifieke ondernemingsgerelateerde cases op een deskundige manier geholpen kunnen worden.

Copyright 2017 © Alle Rechten Voorbehouden

Design by PubliDesign.be