Hoe betrouwbaar is een draadloze wificamera?

Wificamera’s zijn tegenwoordig populair omdat ze snel en gemakkelijk te installeren zijn en u ze (bijna) overal kunt hangen. Bij bedrade camerasystemen is dat lastiger: u moet gaten in de muren maken voor de bekabeling en de camera’s in de buurt van een stopcontact plaatsen. Er bestaan kabels om zowel stroom als data door te sturen, ‘power over ethernet’-kabels, maar dan moet u beschikken over de juiste netwerkapparatuur.

Toch zijn draadloze wificamera’s niet altijd de betere optie. Ze zijn vaak duurder dan ‘gewone’ camera’s en als u meerdere draadloze toestellen wilt omhooghangen, hebt u een sterk wifinetwerk nodig dat die hele datastroom kan verwerken. Bovendien is wifi vatbaar voor onderbrekingen door materialen als glas en metaal, of door andere draadloze signalen, zoals die van microgolfovens of de wifi van de buren.

Tot slot is het mogelijk om het wifi-signaal rond uw huis te verstoren met een illegale ‘wifi-jammer’, een apparaatje dat signalen verbreekt. Als u het stabielst mogelijke beeldsignaal van uw camera’s wilt ontvangen, kiest u allicht beter voor een bekabeld systeem.

Niettemin is het aanbod aan draadloze beveiligingssystemen groot, met aanbieders als de Amazon-dochter Ring, Netatmo, Logitech en D-Link. In dit artikel focussen we op twee systemen die zich specifiek richten op particulieren die de camera’s mogelijk ook zelf willen installeren.

Google Nest Cam (IQ)

Google Nest is een bedrijf dat inzet op hardware voor het ‘connected home’. Dat betekent dat het naast bewakingscamera’s (voor binnen en buiten) ook rookmelders, deurbellen en thermostaten aanbiedt.

De Nest Cam Outdoor (229 euro) en de Nest Cam Outdoor IQ (379 euro) zijn twee bewakingscamera’s voor buiten. De Nest Cam is de oudste en haalt de IP65-norm voor water- en stofbestendigheid. De IQ doet het beter met een IP66-rating en laat ook op het vlak van de beeldkwaliteit zijn oudere broertje achter zich. Beide camera’s hebben een beeldhoek van 130 graden en sturen beelden door in 1080p-kwaliteit (1.080 op 1.920 pixels) aan 30 beelden per seconde. De IQ is bovendien uitgerust met een 4K-beeldsensor en kan beelden capteren in High Dynamic Range (HDR) voor een betere beeldkwaliteit. Ook is de IQ voorzien van een beter wifi-antennesysteem, wat de draadloze verbinding stabieler maakt.
De beelden van de Nest-camera’s kunt u bekijken op een website of in de Nest-app op uw smartphone.

Het wifi-signaal van de camera’s rond uw huis kan verstoord worden met een illegale ‘wifi-jammer’

Beide camera’s zijn uitgerust met artificiële intelligentie en kunnen u notificaties sturen als ze beweging detecteren. De IQ kan bovendien gezichten herkennen, waardoor de camera zo kan worden ingesteld dat u geen melding ontvangt als uw zoon of dochter rond het huis fietst. De IQ zoomt ook automatisch in op gezichten, zodat personen herkenbaar in beeld komen, een functie die Nest ‘Supersight’ noemt.

Die extra functies komen onder een belangrijke voorwaarde: enkel als u een abonnement neemt op de dienst Nest Aware – die de camerabeelden in de cloud opslaat – werken ze optimaal. De prijsberekening is vrij ingewikkeld, maar het komt erop neer dat u meer betaalt als u meer beelden wilt bewaren. Voor 5 dagen videogeschiedenis betaalt u 5 euro per maand, voor 10 dagen 10 euro, voor 30 dagen 30 euro. Dat bedrag geldt voor de eerste camera. Voor elke extra camera, betaalt u de halve prijs.

Nest komt binnenkort met eenvoudigere prijzen, maakte het eerder bekend. Het zal twee formules aanbieden waarbij het aantal camera’s geen rol meer speelt. Voor Aware betaalt u dan 5 euro per maand voor 30 dagen videogeschiedenis, en dat alleen als de camera beweging opmerkt. Voor Aware Pro, waarbij de beelden 24/7 geregistreerd worden en 60 dagen bewaard worden, betaalt u 10 euro per maand.

Arlo Pro 3

Ook Arlo, een dochter van de fabrikant van netwerkapparatuur Netgear, heeft een groot gamma van beveiligingscamera’s. Het topmodel – tot de komst van de Arlo Ultra – is de Arlo Pro 3. Die beschikt over veel functies die ook Nest in zijn camera’s inbouwt, zoals de mogelijkheid om gezichten te herkennen, al haalt de Pro 3 er ook postpakjes, auto’s en voertuigen uit. Ook zij haalt de IP65-norm.

Een groot verschil is dat de Arlo een oplaadbare accu heeft, wat de installatievrijheid bijna onbeperkt maakt. Met een volle batterij zingt de Pro 3 het drie tot zes maanden uit, maakt Arlo zich sterk. Als de accu leeg is, duurt het ongeveer 3,5 uur voor hij helemaal is opgeladen.

Voorts is de Pro 3 uitgerust met een lamp, die automatisch aangaat als de camera beweging detecteert, en een sirene. Met die lamp kan de Pro 3 – zowat als enige op de markt – nachtopnames in kleur maken, al komt dat de kwaliteit van het beeld niet altijd ten goede. Net als de Nest Cam beschikt de Pro 3 over infrarood en kunt u de lamp uitschakelen.

De Nest Cam IQ zoomt automatisch in op gezichten, zodat personen herkenbaar in beeld komen.

Een ander verschil is dat de Arlo niet rechtstreeks op uw wifinetwerk inhaakt, maar draadloos verbinding maakt met een eigen hub die u op uw router inplugt. Elke hub kan de signalen van vijf camera’s ontvangen. Is dat niet genoeg, dan kunt u een tweede hub gebruiken. De camera’s mogen maximaal 90 meter van de hub geplaatst worden en die afstand verkleint als u muren, plafonds of een struikgewas wilt overbruggen.

Een set van twee Pro 3-camera’s en één hub kost 525 euro. Een extra camera schaft u voor 299 euro aan. Arlo biedt twee cloudabonnementen aan: Premier (2,79 euro per maand voor één camera en 8,99 euro voor maximaal vijf) en Elite (respectievelijk 4,49 en 13,99 euro). In beide formules worden de beelden 30 dagen bewaard, bij Premier in HD-kwaliteit en bij Elite in 4K.

Een wificamera als slot op de deur

Steeds meer particulieren installeren beveiligingsapparatuur aan hun woning. Een systeem met draadloze wificamera’s is het meest praktische. Maar hoe betrouwbaar zijn de beeldsignalen? De aandachtspunten voor wie een aankoop overweegt.

Wificamera’s zijn tegenwoordig populair omdat ze snel en gemakkelijk te installeren zijn en u ze (bijna) overal kunt hangen. Bij bedrade camerasystemen is dat lastiger: u moet gaten in de muren maken voor de bekabeling en de camera’s in de buurt van een stopcontact plaatsen. Er bestaan kabels om zowel stroom als data door te sturen, ‘power over ethernet’-kabels, maar dan moet u beschikken over de juiste netwerkapparatuur.

Toch zijn draadloze wificamera’s niet altijd de betere optie. Ze zijn vaak duurder dan ‘gewone’ camera’s en als u meerdere draadloze toestellen wilt omhooghangen, hebt u een sterk wifinetwerk nodig dat die hele datastroom kan verwerken. Bovendien is wifi vatbaar voor onderbrekingen door materialen als glas en metaal, of door andere draadloze signalen, zoals die van microgolfovens of de wifi van de buren.

Tot slot is het mogelijk om het wifi-signaal rond uw huis te verstoren met een illegale ‘wifi-jammer’, een apparaatje dat signalen verbreekt. Als u het stabielst mogelijke beeldsignaal van uw camera’s wilt ontvangen, kiest u allicht beter voor een bekabeld systeem.

Niettemin is het aanbod aan draadloze beveiligingssystemen groot, met aanbieders als de Amazon-dochter Ring, Netatmo, Logitech en D-Link. In dit artikel focussen we op twee systemen die zich specifiek richten op particulieren die de camera’s mogelijk ook zelf willen installeren.

Google Nest Cam (IQ)

Google Nest is een bedrijf dat inzet op hardware voor het ‘connected home’. Dat betekent dat het naast bewakingscamera’s (voor binnen en buiten) ook rookmelders, deurbellen en thermostaten aanbiedt.

De Nest Cam Outdoor (229 euro) en de Nest Cam Outdoor IQ (379 euro) zijn twee bewakingscamera’s voor buiten. De Nest Cam is de oudste en haalt de IP65-norm voor water- en stofbestendigheid. De IQ doet het beter met een IP66-rating en laat ook op het vlak van de beeldkwaliteit zijn oudere broertje achter zich. Beide camera’s hebben een beeldhoek van 130 graden en sturen beelden door in 1080p-kwaliteit (1.080 op 1.920 pixels) aan 30 beelden per seconde. De IQ is bovendien uitgerust met een 4K-beeldsensor en kan beelden capteren in High Dynamic Range (HDR) voor een betere beeldkwaliteit. Ook is de IQ voorzien van een beter wifi-antennesysteem, wat de draadloze verbinding stabieler maakt.
De beelden van de Nest-camera’s kunt u bekijken op een website of in de Nest-app op uw smartphone.

Het wifi-signaal van de camera’s rond uw huis kan verstoord worden met een illegale ‘wifi-jammer’

Beide camera’s zijn uitgerust met artificiële intelligentie en kunnen u notificaties sturen als ze beweging detecteren. De IQ kan bovendien gezichten herkennen, waardoor de camera zo kan worden ingesteld dat u geen melding ontvangt als uw zoon of dochter rond het huis fietst. De IQ zoomt ook automatisch in op gezichten, zodat personen herkenbaar in beeld komen, een functie die Nest ‘Supersight’ noemt.

Die extra functies komen onder een belangrijke voorwaarde: enkel als u een abonnement neemt op de dienst Nest Aware – die de camerabeelden in de cloud opslaat – werken ze optimaal. De prijsberekening is vrij ingewikkeld, maar het komt erop neer dat u meer betaalt als u meer beelden wilt bewaren. Voor 5 dagen videogeschiedenis betaalt u 5 euro per maand, voor 10 dagen 10 euro, voor 30 dagen 30 euro. Dat bedrag geldt voor de eerste camera. Voor elke extra camera, betaalt u de halve prijs.

Nest komt binnenkort met eenvoudigere prijzen, maakte het eerder bekend. Het zal twee formules aanbieden waarbij het aantal camera’s geen rol meer speelt. Voor Aware betaalt u dan 5 euro per maand voor 30 dagen videogeschiedenis, en dat alleen als de camera beweging opmerkt. Voor Aware Pro, waarbij de beelden 24/7 geregistreerd worden en 60 dagen bewaard worden, betaalt u 10 euro per maand.

Arlo Pro 3

Ook Arlo, een dochter van de fabrikant van netwerkapparatuur Netgear, heeft een groot gamma van beveiligingscamera’s. Het topmodel – tot de komst van de Arlo Ultra – is de Arlo Pro 3. Die beschikt over veel functies die ook Nest in zijn camera’s inbouwt, zoals de mogelijkheid om gezichten te herkennen, al haalt de Pro 3 er ook postpakjes, auto’s en voertuigen uit. Ook zij haalt de IP65-norm.

Een groot verschil is dat de Arlo een oplaadbare accu heeft, wat de installatievrijheid bijna onbeperkt maakt. Met een volle batterij zingt de Pro 3 het drie tot zes maanden uit, maakt Arlo zich sterk. Als de accu leeg is, duurt het ongeveer 3,5 uur voor hij helemaal is opgeladen.

Voorts is de Pro 3 uitgerust met een lamp, die automatisch aangaat als de camera beweging detecteert, en een sirene. Met die lamp kan de Pro 3 – zowat als enige op de markt – nachtopnames in kleur maken, al komt dat de kwaliteit van het beeld niet altijd ten goede. Net als de Nest Cam beschikt de Pro 3 over infrarood en kunt u de lamp uitschakelen.

De Nest Cam IQ zoomt automatisch in op gezichten, zodat personen herkenbaar in beeld komen.

Een ander verschil is dat de Arlo niet rechtstreeks op uw wifinetwerk inhaakt, maar draadloos verbinding maakt met een eigen hub die u op uw router inplugt. Elke hub kan de signalen van vijf camera’s ontvangen. Is dat niet genoeg, dan kunt u een tweede hub gebruiken. De camera’s mogen maximaal 90 meter van de hub geplaatst worden en die afstand verkleint als u muren, plafonds of een struikgewas wilt overbruggen.

Een set van twee Pro 3-camera’s en één hub kost 525 euro. Een extra camera schaft u voor 299 euro aan. Arlo biedt twee cloudabonnementen aan: Premier (2,79 euro per maand voor één camera en 8,99 euro voor maximaal vijf) en Elite (respectievelijk 4,49 en 13,99 euro). In beide formules worden de beelden 30 dagen bewaard, bij Premier in HD-kwaliteit en bij Elite in 4K.

Wat verandert voor uw geld in maart?

Hogere pensioenen en een duurdere tandarts. Dat zijn maar twee van de wijzigingen die u volgende maand in uw portefeuille zult voelen. Een overzicht.

Uitkeringen stijgen met 2 procent

Wie een pensioen, een ziekte-uitkering of kinderbijslag ontvangt, ziet die uitkering in maart met 2 procent stijgen. Ambtenaren krijgen in april 2 procent opslag.

De sociale uitkeringen en ambtenarenlonen worden geïndexeerd omdat de afgevlakte gezondheidsindex de spilindex heeft overschreden. De vorige overschrijding van de spilindex dateert van augustus 2018.

In de privésector verschilt de loonindexering van sector tot sector.

Tandarts wordt duurder

Geconventioneerde tandartsen rekenen de officiële tarieven aan en mogen geen ereloonsupplementen vragen. Maar vanaf maart mogen ze voor sommige prestaties zoals het trekken van tanden, sommige vullingen, radiografieën en sommige prothesen meer aanrekenen.

Dat is het gevolg van een akkoord dat de tandartsen en de ziekenfondsen eind januari hebben bereikt. Het gaat om zowat 20 procent van alle behandelingen. Voor 80 procent blijven dus de geconventioneerde tarieven gelden. Voor de uitzonderingen zijn maximumtarieven vastgelegd.

De patiënt betaalt voor sommige prestaties dus iets meer zelf. Wel zijn er uitzonderingen voor sociale categorieën en voor wie jonger is dan 18. De tandarts moet u ook vooraf verwittigen.

Folders maar twee keer per week in brievenbus

Vanaf maart stopt de postbode nog maar twee keer per week niet-dringende brievenpost in uw bus: ofwel op maandag en woensdag, ofwel op dinsdag en donderdag. Eerst is de publicitaire post, zoals warenhuisfolders, aan de beurt. Vanaf midden maart gebeurt dat met alle niet-prioritaire post. Kranten, magazines, brieven met priorzegel en rouwbrieven worden wel nog dagelijks bezorgd.

Museumpas wordt 9 euro duurder

Met de Museumpas hebt u een jaar toegang tot meer dan 165 musea, wanneer en zo vaak als u wilt. U kunt zowel de vaste museumcollecties als de tijdelijke expo’s bezoeken. De Museumpas wordt vanaf 1 maart duurder, omdat de ticketprijzen van musea stijgen. De prijs stijgt van 50 naar 59 euro.

Gratis openbaar vervoer in het Groothertogdom Luxemburg

Luxemburg wordt het eerste land ter wereld met gratis openbaar vervoer. Vanaf 1 maart volstaat een identiteitsbewijs om de bus, de tram of de trein te nemen. Bij de trein wordt alleen de tweede klasse gratis, voor een rit in de eerste klasse moet wel betaald worden.

De tarieven dalen ook voor reizen vanuit België naar het Groothertogdom. Voor wie in Luxemburg werkt, wordt een treinabonnement goedkoper: 29 euro voor een maand- en 290 euro voor een jaarabonnement. Ook de prijs van een enkel of een retourticket naar Luxemburg daalt. Hoe groot het verschil is, hangt af van het traject.

Er is één Belgisch station vanwaaruit u vanaf maart gratis naar Luxemburg kunt sporen. Het grenssation Athus wordt zowel als een Belgisch als een Luxemburgs station beschouwd.

Brussels verbod op plastic zakjes

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verbiedt op zijn hele grondgebied het gebruik van plastic bulkzakjes. Het verbod geldt voor alle winkels, ongeacht de grootte of het type activiteit. Het gaat om kruideniers en supermarkten, maar ook marktkramers. Ook zakjes in composteerbaar bioplastic zijn verboden.

Nieuwe meldingsplicht om werknemers naar Nederland te detacheren

Werkgevers die medewerkers tijdelijk tewerkstellen in Nederland, moeten dat vooraf online melden via postedworkers.nl. Als die melding niet (juist) gebeurt, riskeren ze een sanctie. Het basisbedrag bedraagt 12.000 euro per overtreding. Tijdelijke opdrachten die voor 1 maart zijn gestart, moeten niet geregistreerd worden.

De vrijstellingen op de meldingsplicht zijn beperkt. Er moet geen melding gedaan worden voor werknemers die machines in Nederland installeren of herstellen of die naar wetenschappelijke congressen of zakelijke besprekingen gaan.

NMBS doopt ‘Go Pass’ om tot ‘Youth Combi’

De NMBS wijzigt in de loop van maart de namen van de meeste biljetten. Het combiticket B-Dagtrip, de combinatie van een treinticket en het toegangsbiljet voor een evenement, wordt omgedoopt in Discovery Combi. De Diabolo-toeslag voor een treinrit naar Brussels Airport wordt Supplement Brussels Airport.

De invulpassen krijgen de basisbenaming Multi, een verwijzing naar meerdere ritten. In functie van de doelgroep komt er een extra verduidelijking. De tienrittenkaart Rail Pass wordt Standard Multi, de tienrittenkaart Go Pass 10 (voor jongeren onder 26 jaar) wordt Youth Multi.

De  Key Card, een rittenkaart voor tien korte afstanden, wordt Local Multi. De Campus-invulkaart voor studenten krijgt Student Multi als benaming. De Go Pass 1 (een biljet voor één traject voor jongeren onder 26 jaar) en Go Unlimited (een pas voor onbeperkt gebruik van het hele net tijdens de schoolvakanties voor jongeren onder 26 jaar) worden omgedoopt tot Youth ticket en Youth Holidays.

De oude en de nieuwe naam zullen zeker zes maanden naast elkaar bestaan.

Tien geldvragen aan Michel Vermaerke

Voormalig Febelfin-CEO Michel Vermaerke (59) geeft als consultant advies aan onder meer het fintechbedrijf Spencer Cake en ondersteunt het verzet tegen de overname van Nyrstar door Trafigura. ‘Mezelf heruitvinden was een enorme immateriële verrijking.’

1. Wanneer leerde u uw belangrijkste les over geld?

‘De bloemisterij van mijn ouders heeft erg geleden onder de gevolgen van de oliecrisissen in de jaren 1970. Mijn ouders zijn daar wel doorheen geraakt, maar ik heb zo toch al snel de relativiteit van economische voorspoed ervaren.’

2. Van welke financiële beslissing hebt u spijt?

‘Mijn slechtste financiële zet was iets dat ik niet heb gedaan. Tijdens mijn studies in de VS woonde ik twee jaar bij Nasdaq-oprichter Gordon Macklin. Ook daarna hielden we contact en adviseerde hij me aandelen te kopen van een jong technologiebedrijf. Ik verdiende net mijn eerste centen, waardoor ik moest kiezen tussen de aankoop van een boekenreeks met de canon van de westerse literatuur of investeren in het toen nog vrij onbekende Microsoft. Het werd de boekenreeks.’

3. Belegt u?

‘Mijn vermogen is gespreid over aandelen, obligaties en vastgoed. De beleggingsportefeuille laat ik via een discretionair mandaat beheren door mijn bankier. We laten ons voortdurend bijstaan door professionals voor juridisch advies of medische kwesties, dus waarom zouden we dat niet doen voor financiële aangelegenheden?’

4. Wat is uw slechtste ervaring als belegger?

‘Net zoals bij veel andere Belgen heeft mijn beleggingsportefeuille geleden onder de implosie van de bankaandelen in 2007 en 2008. Dus niet alleen als CEO van Febelfin zag ik dat het huis aan alle kanten begon te scheuren en te kraken. Daar heb ik met mijn discretionaire beleggingsportefeuille toch wel het meeste geld verloren.’

5. Viel het mee om uw carrière een nieuwe wending te geven na uw vertrek bij Febelfin?

‘Na 25 jaar als executive in België en het buitenland te hebben gewerkt – waarvan twaalf jaar bij Febelfin – was ik toe aan iets anders. Als consultant kan ik het me veroorloven in volle onafhankelijkheid mijn vleugels uit te slaan. Essentieel is, zoals in het vroegere leven, partijen toegevoegde waarde te bieden door hun projecten de wind in de zeilen te geven of obstakels uit de weg te ruimen, vaak via alternatieve benaderingen. Dat heeft me al in nieuwe werelden en op nieuwe paden gebracht die ik nooit bewandeld zou hebben als ik was blijven werken in een klassieke structuur. Ik heb boeiende mensen leren kennen, ervaringen opgedaan en inzichten gekregen die ik anders niet had kunnen verwerven. Mezelf heruitvinden was de voorbije twee jaar een enorme immateriële verrijking.’

6. Koopt u vaak kunst?

‘We kopen af en toe eens een kunstwerk, maar we zijn zeker geen grote kunstverzamelaars. Het gebeurt dat we niet kunnen weerstaan aan een coup de coeur, maar we zijn niet bereid daar zotte bedragen voor te betalen. Een project als ‘Kunst in Huis’ toont hoe het mogelijk is kunstwerken tijdelijk in huis te hebben en tegelijk kunstenaars van hier te steunen. Mijn zoon en schoondochter hebben mij als kerstcadeau een cadeaucheque van ‘Kunst in Huis’ gegeven. Een kunstwerk wordt overigens niet mooier als je er meer geld aan spendeert.’

7. Wat is uw beste aankoop?

‘Via een concept van timesharing verblijven we elk jaar drie weken in de Spaanse regio Andalusië. Hoewel we geen eigenaar zijn van dat verblijf, voelt het telkens weer alsof we thuiskomen. Toch hebben we er zelf geen kosten aan, moeten we niet instaan voor het beheer en wordt alles geregeld vernieuwd. Het is de grootste luxe die we onszelf al hebben gepermitteerd, maar ik heb er nog geen seconde spijt van gehad.’

8. Bent u een fervent gebruiker van fintechtoepassingen?

‘Uiteraard ben ik gefascineerd door de mogelijkheden van de nieuwe technologieën en vooral hun toepassingen, maar ik ben daar zeker niet dag en nacht mee bezig. Via de bankapps merk ik wel dat ik als consument toch kan rekenen op almaar meer gebruiksgemak. En dan moet binnenkort de volgende revolutie van de neutrale bankapps, zoals Cake, de consument nog meer nieuwe ervaringen en voordelen bieden.

9. Hebt u al werk gemaakt van successieplanning?

Mijn successieplanning zit in een kartonnen doos en neem ik stapsgewijs door met mijn twee zoons.

‘Mijn successieplanning zit in een kartonnen doos en neem ik stapsgewijs door met mijn twee zoons. Ook dat is een onderdeel van financiële educatie. Voor zoiets moet je natuurlijk de nodige tijd nemen, maar ik heb er alvast geen probleem mee om er met de kinderen open en transparant over te communiceren.’

10. Denkt u al na over uw pensioen?

‘Natuurlijk ben ik daarmee bezig, al is het geen gedachte waarmee ik elke dag opsta en weer ga slapen. Als zelfstandige ben ik nog altijd heel druk aan het werk, terwijl ook mijn vrouw een veeleisende leidinggevende functie heeft. We denken dus nog niet meteen aan stoppen met werken. We plannen voldoende financieel comfort voor onze oude dag. Het zal er vooral op aankomen ons leven genoeg te verrijken met uitdagingen die lichaam en geest scherp houden.’

Bent u klaar voor het nieuwe radiotijdperk?

Telenet geeft u binnenkort geen toegang meer tot radiozenders via de analoge kabel. Ook wie via een gewone FM-radio luistert, moet op termijn alternatieven zoeken. Gelukkig zijn er wel wat.

Het uitschakelen van het analoge radiosignaal op de kabel gebeurt niet eensklaps, maar in fases, gemeente per gemeente. Dat Telenet ermee ophoudt, kwam ook niet helemaal als een verrassing. Het bedrijf heeft al aangekondigd dat ook het analoge tv-signaal op zijn laatste benen loopt. Dat gaat vanaf september geleidelijk op zwart.

De reden is snel uitgelegd: de analoge tv- en radiosignalen nemen te veel plaats in op de kabel en Telenet wil die vrijmaken voor meer internetbandbreedte. De zowat 180.000 mensen (9% van de klanten) die alleen via analoge kabel televisie kijken en radio luisteren, moeten dus naar een alternatief op zoek. Zo zijn er wel wat.

Dancefloor Fillers

Eén manier is overschakelen op digitale televisie. Via de Digibox of Digicorder die u onder de tv plaatst, kunt u dan meteen naar digitale radio luisteren. Zowat alle nationale radiozenders, zowel de commerciële als de niet-commerciële, zijn zo te beluisteren: de VRT-zenders, QMusic, Joe, Nostalgie en zelfs Radio Maria. U krijgt er ook een reeks themazenders van de VRT bovenop (Klara Continuo, MNM Hits, Nieuws+,…), net als een handvol themazenders van het radiobedrijf Stingray (zoals Dancefloor Fillers, Jazz, Reggae en Metal. Wie meer wil, kan een betalend abonnement afsluiten). Behalve Belgische zenders zet Telenet ook een reeks buitenlandse op de kabel, zoals NPO1, 2 en 4 uit Nederland, BBC 1, 2 en 3 en BBC World Service en een paar Duitse en Franse zenders.

De lokale zenders ontbreken wel. Wie graag naar Radio Scorpio, Geel FM, Radio Boemerang of Radio Minerva luistert, blijft op zijn honger zitten. Nog een aandachtspunt: meestal is de Telenet-decoder alleen op het tv-toestel aangesloten en moet u telkens uw tv aanzetten als u radio wil luisteren. Gelukkig heeft die decoder een analoge geluidsuitgang (met ‘cinch’-stekkers) om hem op een hifiset met een versterker en luidsprekers aan te sluiten.

Wilt u geen Digicorder omdat u weinig tv kijkt, dan is er nog een andere uitweg. Telenet heeft sinds kort een pure radiodecoder in de aanbieding: de Vistron VDR-210, een zogenaamde DVB-C-decoder waarmee u dezelfde radiozenders als de Digicorders kunt ontvangen. Dat apparaat zal u sowieso op een hifiset moeten aansluiten om er geluid uit te krijgen. Voor Telenet-klanten kost de Vistron 49 euro.

FM op steroïden

Voorlopig kunt u ook nog naar uw goede, oude FM-radio luisteren. Al is ook dat verhaal eindig. Een exacte datum is er nog niet, maar de Vlaamse overheid wil over enkele jaren de FM-band uitfaseren, zodra het aantal digitale luisteraars boven de helft uitkomt. Ook daar zijn redenen voor te verzinnen: de analoge FM-band biedt niet bepaald de beste geluidskwaliteit en is vrij gevoelig voor storingen. Bovendien is er geen plaats meer voor nieuwe zenders.

Als alternatieve technologie wordt gemikt op DAB+ of Digital Audio Broadcasting. Oneerbiedig gezegd is dat ‘FM op steroïden’: een volledig digitaal signaal dat via de ether wordt uitgezonden en een veel betere geluidskwaliteit heeft. Bijna alle bekende zenders kunt u op die manier ontvangen. Er bestaan al heel wat DAB+-radio’s voor thuis. Die zien er trouwens net hetzelfde uit als een gewone, antenne incluis, alleen werken ze dus digitaal. Voor minder dan 50 euro kunt u er eentje op de kop tikken.

Veel automerken bouwen nog altijd radio’s in die alleen via FM werken. De kans is reëel dat die binnen enkele jaren alleen nog ruis produceren.

Een lastiger geval wordt de autoradio. Die zit meestal ingebouwd in de wagen (of maakt deel uit van een compleet gps- en entertainmentsysteem) en laat zich dus niet zomaar vervangen. Heel wat automerken bouwen nog altijd radio’s in die alleen via FM werken. De kans is reëel dat die binnen enkele jaren – als de FM-uitzendingen stoppen – alleen nog ruis produceren. Als u van plan bent een nieuwe auto te kopen, let er dan op dat er een DAB+-radio in zit. Vanaf eind dit jaar is dat ook verplicht, met dank aan Europa.

Een alternatief kan zijn om radiozenders via uw smartphone digitaal te streamen naar uw autoradio, bijvoorbeeld via bluetooth of via Apple Carplay of Android Auto (als het entertainmentsysteem in de auto daarmee uitgerust is). Als u daarvoor kiest, moet u wel uw dataverbruik in de gaten houden. Daarnaast bestaan DAB+-adapters, die u op uw bestaande autoradio kunt aansluiten. Die zijn te koop vanaf 50 à 60 euro.

Van Paraguay tot Pakistan

Al die oplossingen zijn waarschijnlijk maar tussenstations, want de marsrichting is duidelijk: radio verhuist meer en meer naar het internet en naar streaming. Zowat alle radiozenders hebben tegenwoordig een eigen app waarmee u live kunt luisteren en sommige programma’s kunt herbeluisteren. Ook zijn er horden apps waarmee u radiostations uit alle uithoeken van de wereld kunt beluisteren.

TuneIn is een van de bekendste. De app bevat tientallen Belgische radiostations, van Radio 1 over TOPradio tot TrudoFM (de stadsradio van Sint-Truiden), maar u kunt evengoed zenders selecteren op taal, genre (zoals muziek, podcasts, sport of nieuws) of locatie (van Paraguay tot Pakistan). TuneIn is ook beschikbaar op geconnecteerde luidsprekers van onder meer Bose, Sonos en Denon en versterkers van Pioneer en Yamaha. U kunt dan de radiozenders rechtstreeks oproepen op die apparaten. Als alternatief kunt u het geluid naar compatibele apparaten streamen via Chromecast of Apple Airplay.

Hebt u aan al die toeters en bellen geen behoefte, dan is Radioplayer een waardig alternatief. Die app werd gezamenlijk ontwikkeld door de VRT, DPG Media (Qmusic, Joe) en Mediahuis (NRJ, Nostalgie) en bevat ook verschillende Franstalige stations. Radioplayer laat zich eenvoudig streamen via Chromecast en Airplay en is te bedienen via Android Auto en Carplay.

Als laatste willen we Radio Belgium aanstippen, een van de eerste apps die op het Belgische radiolandschap focuste. Die app houdt het basic. Vooral het gigantische aanbod aan zenders (een kleine 400) is een grote troef. Verder maakt de app een lijst van alle nummers die de revue zijn gepasseerd en kan je liedjes een hartje geven, zodat je ze later gemakkelijk kunt terugvinden.

Waarom papieren vastgoed niet mag ontbreken in uw portefeuille

Waarom papieren vastgoed niet mag ontbreken in uw portefeuille

Bij de 17 gereglementeerde vastgoedvennootschappen op de beurs van Brussel kunt u jaarlijks rekenen op een riant dividend. Netto krijgt u grosso modo tussen 2 en 4 procent dividend op uw rekening, afhankelijk van het type vastgoed.

De Belgische gereglementeerde vastgoedvennootschappen (gvv’s) moeten jaarlijks 80 procent van hun courante winst uitkeren, volgens de regels van het gvv-statuut. Die uitkeringsplicht is een mes dat aan twee kanten snijdt. Enerzijds leidt ze per definitie tot hoge dividendrendementen. Anderzijds tempert de hoge jaarlijkse kasuitstroom de investeringsmogelijkheden. Daarom heeft vorig jaar ongeveer de helft van de gvv’s gewerkt met een keuzedividend. In dat geval kunnen aandeelhouders hun dividend in aandelen ontvangen. Doorgaans gebeurt dat tegen een korting op de beurskoers.

Aandelengids, zaterdag 18/1 gratis bij de tijd

Uw wapen tegen de negatieve rente

Welke invloed heeft de negatieve rente op uw portefeuille? Is duurzame dividendaandelen kopen een goed idee? Of gaat u toch beter voor papieren bakstenen? En hoe werkt diversificatie met fondsen nu juist?

Als u een inkomen uit uw beleggingen wil halen, weet u maar beter een antwoord op bovenstaande vragen. Twijfelt u? Geen nood: u vindt alle antwoorden in de Aandelengids. Een uitgebreide gids vol tips en adviezen van specialisten, inclusief gedetailleerde fiches van 50 aandelen.

Hoe meer beleggers voor aandelen kiezen, hoe meer geld er in de vennootschap blijft. Daardoor krijgen de vastgoedverhuurders meer financiële middelen om te groeien, of kunnen ze de schuldgraad laten dalen en de rentelasten verminderen. De negen gvv’s die vorig jaar de keuze lieten, konden hun eigen vermogen op die manier met ruim 150 miljoen euro opkrikken, berekende De Tijd. Het deel van het dividend dat werd opgenomen in aandelen, varieerde van 78 procent bij winkelspecialist Wereldhave Belgium tot 43 procent bij magazijnverhuurder Montea.

Een gvv kan drie mogelijke strategieën hanteren tegenover het keuzedividend. Een groeier als WDP kiest er jaarlijks voor om zoveel mogelijk investeringscapaciteit te creëren. Een speler als Leasinvest Real Estate doet het nooit. Mogelijk rekent de moedermaatschappij (Ackermans) op de jaarlijkse cashdividenden om zelf een dividend te kunnen uitkeren. Toch zijn er gvv’s die jaarlijks de afweging maken. ‘Het keuzedividend maakt deel uit van onze toolkit om de schuldgraad te beheren. In 2018 en 2019 lag onze schuldratio met respectievelijk 41 en 42 procent relatief laag, waardoor we het keuze­dividend overbodig vonden’, legt Lynn Nachtergaele uit, investor relations officer van Cofinimmo.

Belastingen

Een keuze tussen cash of aandelen verandert niets aan de dividendbelasting. Die bedraagt 30 procent, net zoals bij gewone aandelen. Een uitzondering vormen Aedifica en Care Property Invest. Hun aandeelhouders genieten een verlaagde roerende voorheffing van 15 procent in plaats van 30 procent omdat meer dan 60 procent van hun portefeuille uit zorgvastgoed bestaat.

Ook bij Cofinimmo komt die drempel stilaan in zicht, met een gewicht in zorgvastgoed van 56 procent eind september. ‘Volgens ons is het bedrijf een versnelling hoger aan het schakelen om het gedeelte zorgvastgoed als percentage van de totale vastgoedportefeuille boven 60 procent te brengen’, zegt analist Jonathan Mertens van de private bank Dierickx Leys.

Risicopremie

Wie vandaag 100 euro investeert in een gvv krijgt jaarlijks gemiddeld 3,2 euro netto terug op de rekening in de vorm van een dividend. Ter vergelijking: de rente op Belgische overheidsobligaties is teruggevallen naar nul. De nettodividendrendementen variëren van 1,8 procent (Xior) tot 4,4 procent (Befimmo). Hoe hoger het risico op een dividendknip, hoe meer ‘risicopremie’ de belegger eist in de vorm van een hoger dividendrendement.

Voor een speler die actief is in residentieel vastgoed is het huidige nettodividendrendement van 3 procent voor Home Invest Belgium aan de hoge kant. Beleggers bouwen een veiligheidsmarge in. De groep keert dan immers 100 procent uit van de courante winst. Ze telt gerealiseerde meerwaarden op verkopen mee in de berekening van het dividend. Veel analisten denken dan ook dat het dividend van Home Invest niet houdbaar is.

©Mediafin

Categorieën

Afhankelijk van het type vastgoed kunnen we de dividendrendementen grosso modo in drie categorieën verdelen.

1. Dividend van 2% netto: logistiek, woonzorg- en studentenvastgoed

De vijf gvv’s die voor 100 procent investeren in logistiek (WDP, Montea), woonzorgvastgoed (Aedifica, Care Property) of studentenvastgoed (Xior) bieden een dividendrendement van zo’n 2 procent netto. Dat hebben ze onder meer te danken aan hun specifieke profiel. ‘Dat soort spelers is bijna uniek in Europa’, zegt analist Herman van der Loos van de private bank Degroof Petercam. Bovendien zitten ze in een bloeiende sector. Woonzorgvastgoed profiteert van de vergrijzing, logistiek vastgoed van de opmars van e-commerce. Xior bewijst dan weer dat er een groeiende vraag is naar de ‘betere huisvesting’ onder studenten. Voor deze vijf is België allang niet meer groot genoeg. Het kwintet vond vooreerst investeringskansen in Nederland. Bovendien hebben ze eigen accenten. Xior heeft van Spanje en Portugal een tweede thuismarkt gemaakt, Aedifica is sinds 2019 ook actief in het VK en kreeg begin dit jaar vat op het Finse Hoivatilat. Tekenend voor de groeihonger van dit vijftal: ze doen allemaal steevast een beroep op het keuzedividend.

2. Dividend van 3% netto: gemengd vastgoed

Cofinimmo en Leasinvest Real Estate bieden elk ongeveer 3 procent nettodividendrendement. Het zijn gvv’s die in verschillende vastgoedsegmenten actief zijn. In het verleden was er geregeld speculatie dat Cofinimmo zijn zorgvastgoed zou afsplitsen om de verlaagde roerende voorheffing te genieten. Sommige – vooral institutionele – beleggers vinden het belangrijk om in ‘pure plays’ te beleggen, zodat ze zelf een gediversifieerde portefeuille kunnen samenstellen of omdat ze bepaalde trends optimaal willen bespelen. Andere – doorgaans particuliere – beleggers stellen het gemengde karakter van spelers als Cofinimmo, Leasinvest RE of het veel kleinere Immo Moury op prijs. Wie bijvoorbeeld één aandeel koopt van Leasinvest RE, bezit een portefeuille verspreid over kantoren, winkelpanden en logistiek, verdeeld over België, Luxemburg en Oostenrijk.

3. Dividend van 4% netto (of meer): kantoren en winkelvastgoed

Een gvv die momenteel met een netto-dividendrendement noteert van 4 procent of zelfs meer heeft te maken met argwaan in de markt. Zo zijn beleggers erg voorzichtig geworden met winkelvastgoed door het groeiende succes van e-commerce. De crash van Qrf in 2018 – tot dan ongezien in deze sector – na het conflict met huurder H&M roept schrikbeelden op. Bijgevolg ligt het nettodividend van Vastned Retail Belgium en Wereldhave Belgium gemakkelijk boven 4 procent van de beurskoers.

Ook tegenover kantoren bestaat wantrouwen, getuige het nettodividendrendement van 4,4 procent voor de ‘zuivere’ kantoorspeler Befimmo.

Het verleden leert dat de populariteit van vastgoedsegmenten geen vaststaand gegeven is. Eind jaren 90 kon logistiek vastgoed alleen beleggers aantrekken door dividendrendementen aan te bieden die bij de hoogste behoorden in de sector. Residentieel vastgoed in Berlijn was jarenlang ‘hot’, tot een huurprijsblokkade de sector plots in een zware crisis stortte. Moraal van het verhaal: een belegger bouwt het best een portefeuille op met gvv’s die in verschillende sectoren actief zijn met uiteenlopende dividendrendementen.

Zeg niet gvv tegen VGP

De gereglementeerde vastgoedvennootschappen zijn niet te verwarren met de vastgoedontwikkelaars. Gvv’s zijn hoofdzakelijk verhuurders van vastgoed. Projectontwikkelaars trekken een gebouw op met het oog op een latere verkoop met het liefst een meerwaarde.

Toch lijkt het verschil tussen gvv’s en ontwikkelaars wat te vervagen. VGP bijvoorbeeld is steeds meer actief als verhuurder van (het eigen) vastgoed via een alliantie met de Duitse verzekeraar Allianz.

Juridisch blijft er wel een strikte scheiding tussen beide soorten vastgoedaandelen. De gvv moet voldoen aan verschillende criteria, zoals een maximaal gewicht in de portefeuille van 20 procent van één vastgoedgeheel. De gvv mag de schulden niet boven 65 procent van de activa laten uitstijgen en moet minstens 80 procent van de winst uitkeren. In ruil moet de gvv geen vennootschapsbelasting betalen in België.

De projectontwikkelaars hebben met de gvv’s gemeen dat ze de belegger willen verleiden met een dividend. VGP krikte vorig jaar het dividend op met 16 procent. Analisten verwachten ook dit jaar een dividendgroei met dubbele cijfers. Immobel voert een beleid om het dividend jaarlijks met 10 procent op te krikken, zolang het kan. Ook bij Atenor zal het dividend ongetwijfeld de hoogte ingaan dit jaar. In vergelijking met de gvv’s kennen de projectontwikkelaars wel een volatielere dividendhistoriek.

De drie bovengenoemde bedrijven kennen op dit ogenblik goede tijden, wat zich vertaalt in riante dividenden. Maar slechte tijden vertalen zich in de sector veel gemakkelijker in een schrapping van het dividend, wat bijvoorbeeld bij Immobel het geval was in 2013. De Brusselse ontwikkelaar Banimmo keert overigens al jaren geen dividend uit wegens aanhoudende verliezen.

Tien geldvragen aan Dieter Haerens

Dieter Haerens is sinds 1 januari de nieuwe topman van BinckBank België. ‘Voor mij is elke weloverwogen beslissing ook een goede beslissing. Ook als die verkeerd uitdraait.’

1. Wanneer leerde u echt met geld omgaan?

‘Al op vrij jonge leeftijd. Mijn vader was bijzonder aandachtig voor de financiële opvoeding van zijn vier kinderen. Hij leerde ons zowel om verstandig geld te verdienen als uit te geven. Mijn moeder werkte thuis en ik zag hoe spaarzaam mijn vader als enige kostwinner in een groot gezin omging met geld. Van mijn grootvader kreeg ik dan weer de beleggingsmicrobe te pakken toen ik nog een tiener was. Daardoor raakte ik op jonge leeftijd gefascineerd door economie en geldzaken.’

2. Van welke financiële beslissing hebt u spijt?

‘Geen. Op het vlak van geldzaken ben ik nogal zelfredzaam en zelflerend. Ik spring ook niet impulsief om met financiële zaken. Voor mij is elke weloverwogen beslissing ook een goede beslissing. Die kan nog altijd verkeerd uitdraaien, maar dan heb je er tenminste nog iets uit geleerd.’

3. Welk type belegger bent u?

‘Vroeger was ik als financieel analist en uitgever van meerdere beleggingsbladen een veel actievere belegger. Net als toen hou ik nog altijd van stockpicking en ik selecteer nog altijd zelf een aantal aandelen. Maar dat zijn eerder de satellieten van mijn beleggingsportefeuille. De kern van mijn portefeuille is intussen wereldwijd gespreid belegd via trackers met een systeem van actieve kapitaalbewaking. De wereld moet in mijn portefeuille zitten, zo zit ik altijd in dat deel van de wereld dat groeit.’

4. Wat is uw grootste ergernis over geldzaken?

‘Dat geld gestigmatiseerd wordt. Door een gebrek aan inzicht, kennis en durf van onze beleidsmakers wordt de doorsneeburger niet gevormd om beter en slimmer om te gaan met zijn spaarcenten. Sterker nog, de overheid slaagt er zelfs in om beleggingen te verketteren. Nochtans zal onze toekomstige welvaart eerder afhangen van onze kunde om slim om te gaan met ons opgebouwde kapitaal dan van onze arbeid en productiviteit.’

5. Bij welke uitgaven laat u het geld met plezier rollen?

‘Lekker eten en drinken, concerten en reizen. Dat zijn telkens belevenissen die mooie herinneringen en ervaringen genereren. In die zin verzamel ik liever ervaringen dan geld. Maar geld helpt natuurlijk om die ervaringen te realiseren.’

6. Bent u bezorgd over uw pensioenopbouw?

‘Neen. Ik ben er wel doelbewust mee bezig. Ik weet welk bedrag ik nodig heb om mijn levensstandaard te behouden en ik werk er gericht naartoe. Het goede nieuws is dat ik niet zo gek ver verwijderd ben van die doelstelling. Toch is het niet mijn bedoeling zo snel mogelijk te stoppen met werken. Ik wil op mijn 75ste nog actief bezig zijn, al is het dan wellicht pro bono.’

7. Bent u een koopjesjager die telkens op zoek gaat naar de laagste prijs?

‘Niet echt. Voor belangrijke aankopen kijk en vergelijk ik goed, maar ik heb van mijn ouders geleerd dat kwaliteit een prijs heeft. Price is what you pay, value is what you get. De weinige keren dat ik te krenterig was, heb ik er op een andere manier veel meer voor betaald.’

8. Is geld voor u een drijfveer?

‘Neen. Ik heb in mijn leven al verschillende keuzes gemaakt die daar zelfs wat haaks op staan. In eerste instantie volg ik mijn hart, waardoor ik de afgelopen decennia zelfs al verschillende keren het grote geld heb laten passeren. Ik heb daar nog nooit spijt van gehad.’

9. Hebt u al nagedacht over successieplanning?

‘Uiteraard denk ik na over wat gebeurt als ik er morgen niet meer ben. Voorlopig zit dat wel goed en moet ik niet extra plannen of bijsturen. Maar ik heb natuurlijk geen complex vermogen of familiale situatie. Dat scheelt.’

10. Wat zou u kopen als geld geen bezwaar was?

‘Een huis op een Italiaanse heuvelrug, met een kleine maar fijne wijngaard. En samen met mijn gezin zou ik nog zoveel mogelijk van de wereld willen zien. Sinds onze ietwat onverwachte reis naar China vorig jaar – mijn oudste dochter had zich met haar team onverhoopt gekwalificeerd voor het WK ropeskipping – is die microbe bij ons allen zo mogelijk nog groter geworden.’

Meer interviews op www.netto.be/geldvragen

Rusthuiskamer 44 euro duurder tot 1.771 euro per maand

De prijs van een verblijf in een Vlaams rusthuis stijgt sneller dan de inflatie.

Een verblijf in een Vlaams woonzorgcentrum kostte in mei vorig jaar gemiddeld 59,05 euro per dag of 1.771,50 euro per maand. Daarmee ligt de maandelijkse kostprijs 44 euro (+2,54%) hoger dan een jaar eerder. Dat blijkt uit de jaarlijkse monitoring van de dagprijzen in de Vlaamse rusthuizen door het Agentschap Zorg en Gezondheid.

De kosten van een verblijf in een rusthuis liggen 500 euro per maand hoger dan het gemiddelde maandelijkse werknemerspensioen.

De prijs van een rusthuisverblijf is sneller gestegen dan de inflatie, die in dezelfde periode 1,89 procent bedroeg. De reële prijsstijging bedraagt 0,65 procent. Daarmee is de prijsstijging iets groter dan vorig jaar.

‘De gemiddelde evolutie van de dagprijzen in de woonzorgcentra volgt grotendeels de inflatie’, zegt Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V). ‘Toch mogen we niet uit het oog verliezen dat dit voor een aantal bewoners niet evident is. We zullen daarom via het zorgbudget voor ouderen een extra tegemoetkoming geven, tot zo’n 400 euro per maand, aan bewoners met een laag inkomen die moeilijk de factuur kunnen betalen.’

Internet en kapper

In de dagprijs zitten de kosten voor het verblijf, de verpleging en de maaltijden. Extra kosten, zoals voor internet, de kapper of de was, komen erbovenop.

Nieuwe rusthuizen bepalen zelf hun dagprijs, maar de bestaande rusthuizen mogen hun prijzen niet zomaar verhogen. Een prijsverhoging kan alleen als ze die kunnen verantwoorden, bijvoorbeeld omdat ze investeren in nieuwbouw of om verliezen weg te werken.

De kosten van een rusthuisverblijf liggen 500 euro per maand hoger dan het gemiddelde maandelijkse werknemerspensioen. Daar staat dan weer tegenover dat ouderen een beroep kunnen doen op de Vlaamse zorgverzekering, een premie van 130 euro per maand waarmee ze zorg kunnen betalen. Daarbovenop komt dikwijls nog een bijkomende premie die afhangt van de zorgzwaarte van de oudere en die kan oplopen tot zo’n 600 euro per maand. 

Tien geldvragen aan Olivia Borlée

Olivia Borlée (33) haalde in 2008 een gouden medaille op de Olympische Spelen in Peking, maar vandaag is ze vooral bezig met haar tweede passie: mode. Samen met haar atletiekvriendin Élodie Ouédraogo ontwikkelde ze het sportmerk 42|54. ‘Van iemand met een olympische medaille wordt veel verwacht. Dat kan druk meebrengen.’

1. Is kleding voor u een belangrijke uitgavenpost?

‘Ja, ik ben een echte modefreak. Ik zet graag geld opzij om mooie dingen te kopen of in elk geval geld in de modesector uit te geven.’

2. Hebt u een verzameling?

‘Nee. Ik heb een aantal mooie kledingstukken en handtassen, maar om dat een verzameling te noemen… Ik weet zelfs niet of ze enige waarde hebben. Ik zou mijn handtassen liever op een mooie dag aan mijn dochter geven.’

3. Neemt u het openbaar vervoer of kunt u niet zonder de auto?

‘Ik moet vaak de auto nemen omdat ik in heel België mijn collecties voorstel. Ik heb een auto nodig waar alles in past. Maar als ik in Brussel blijf, verplaats ik me met de elektrische Cowboy-fiets. Vooral in de zomer en minder in de winter als het koud is.’ (lacht)

4. Opent uw bekendheid deuren voor u?

‘Vast en zeker. Maar van iemand met een olympische medaille wordt ook veel verwacht, wat een zekere druk met zich kan meebrengen. Ik denk aan de lancering van ons merk samen met Élodie. Onze bekendheid heeft ons geholpen media-aandacht te krijgen. Maar tegelijk moesten we

op niveau presteren.’

5. Bent u erin geslaagd een goede balans tussen privé en werk te vinden?

‘Ik denk van wel. Het ondernemerschap vergt natuurlijk enorm veel tijd. Het is soms moeilijk het evenwicht te bewaren en privétijd vrij te houden. Maar het is belangrijk een scheidingslijn te trekken. Ik probeer mijn privéleven zo veel mogelijk af te schermen. Ik denk dat ik daar nog maar pas begin in te slagen. Sport heeft lang veel plaats in mijn leven ingenomen: al wat ik deed, stond in functie van mijn leven als sportvrouw.’

6. Wat zou u doen als u van de ene dag op de andere rijk wordt?

‘Ik denk dat ik zou proberen een normaal leven te blijven leiden en enkele mooie beleggingen te doen. Ik zet me ook in voor verenigingen. Het zou dus de gelegenheid zijn om meer te doen voor die zaken die me na aan het hart liggen.’

7. Bent u een bewuste consument die prijzen vergelijkt of koopt u eerder impulsief?

‘Ik ben eerder impulsief, dat is duidelijk. (lacht) Ik heb bevliegingen. Af en toe moet je jezelf een pleziertje gunnen! Maar ik denk wel dat ik er correcte waarden opna houd. Ook al vergelijk ik niet veel, ik geef niet buitensporig veel uit.’

8. Is uw verhouding tot geld veranderd met het ouder worden?

‘Ja, als kind hadden we het echt niet gemakkelijk. We hadden een groot gezin. Mijn ouders hadden niet veel middelen. Dat heeft me bewust gemaakt van de waarde van geld: ik weet wat het waard is en wat je ervoor moet doen om het te verdienen en te houden.’

9. Uw carrière heeft u naar alle hoeken van de wereld gebracht. Aan welke professionele reis houdt u de beste herinneringen over?

‘Peking blijft voor mij iets speciaals, want daar behaalden we onze gouden medaille. Al heb ik toen niet de tijd gehad om de stad te bezoeken. Het was soms frustrerend om veel te kunnen reizen, maar niet altijd de kans te krijgen om de stad te bezichtigen. In mijn nieuwe loopbaan is het altijd leuk om te reizen en in de fabrieken de mensen te ontmoeten die onze kleding maken. Dat zijn verrijkende contacten.’

10. Wat is de slechtste koop die u ooit deed?

‘Zonder twijfel een paar schoenen die ik nooit heb gedragen en die me veel geld hebben gekost.’ (lacht)

De verborgen kosten van uw skivakantie

Als u binnenkort gaat skiën, vergeet dan de ‘verborgen’ kosten niet. Winterbanden en sneeuwkettingen voor uw wagen zijn vaak verplicht. En in heel wat landen die u op weg naar uw skibestemming doorkruist, moet u betalen om de snelweg op te mogen.

Als u uw skibudget overloopt, denkt u allicht in de eerste plaats aan het verblijf, de uitrusting die u koopt of huurt en de skipassen. Maar als u veilig op de bestemming aan wilt komen, zet u het best ook winterbanden en sneeuwkettingen op het lijstje. Afhankelijk van het land waar u naartoe trekt, hebt u niet eens de keuze, want soms bestaan verplichtingen.

Winterbanden

Winterbanden zijn geen overbodige luxe, ook niet in België. In ons land zijn ze niet verplicht, maar ze bieden meer veiligheid in winterse omstandigheden. Winterbanden verschillen van zomerexemplaren omdat ze ook bij temperaturen onder 7 graden soepel blijven. Dat geeft uw auto meer grip op de weg en helpt slippartijen te vermijden. Tests wijzen uit dat de remafstand op een besneeuwd wegdek 50 procent korter is met winterbanden.

Het kostenplaatje blijft voor heel wat mensen een drempel. De prijs van autobanden hangt af van het formaat en het merk. Voor een doorsneewagen betaalt u tussen 300 en 500 euro voor een set van vier.

Met de aanschafprijs van de banden zijn alle kosten niet gedekt. U moet ook twee keer per jaar werkuren voor de bandenwissel betalen, als u die laatste niet zelf kan uitvoeren. De prijs is afhankelijk van de garage. Reken op zo’n 80 euro voor het vervangen van de vier banden.

U kunt zich ook winterbanden op velgen aanschaffen. Die zijn vaak maar enkele tientallen euro’s duurder dan de banden alleen. Het voordeel is dat ze veel sneller geplaatst zijn en dat de kostprijs van het wisselen zowat gehalveerd wordt. Als u geen plaats hebt om uw tweede set banden op te slaan, kunt u ze bij de meeste bandencentrales en garages in bewaring geven. Voor die service betaalt u tussen 40 en 60 euro per jaar.

Alvorens met de auto op wintervakantie te vertrekken kijkt u het best na of winterbanden verplicht zijn in het land waar u naartoe trekt en in de landen die u eventueel doorkruist.

Het gebruik van winterbanden is niet algemeen verplicht. Het principe is dat banden moeten overeenstemmen met de wegomstandigheden. Op bepaalde wegen zijn winterbanden wel verplicht. Een verkeersbord geeft dat aan.

Ook in Duitsland geldt geen algemene verplichting. Uw banden moeten aangepast zijn aan de weersomstandigheden. Als het sneeuwt en ijzelt, zijn winterbanden dus aangewezen.

Het gebruik van winterbanden is verplicht bij winterse omstandigheden.

Zwitserland

Er is geen wettelijke regeling over winterbanden. Maar als de weersomstandigheden dat vereisen, is een winteruitrusting verplicht. Wie met zijn zomerbanden voor hinder op de weg zorgt, riskeert een boete.

Oostenrijk

Tussen 1 november en 15 april is het verplicht bij winterse omstandigheden met winterbanden te rijden of om sneeuwkettingen te monteren op de aangedreven wielen. Buiten die periode kan het gebruik van winterbanden op bergwegen verplicht worden.

Er is geen algemene verplichting voor winterbanden. Op bergwegen kan een winteruitrusting (winterbanden en/of sneeuwkettingen) verplicht zijn. Een speciaal verkeersbord geeft dat aan.

In sommige streken geldt wel een verplichting. In Zuid-Tirol moet u het hele jaar met winterbanden rijden bij winterse omstandigheden. Op de Brennerautosnelweg (E45/A22) tussen Brenner en Affi, in de stad Bozen en in de Aostevallei geldt van 15 november tot en met 15 april de plicht op winterbanden te rijden (of sneeuwkettingen in de koffer te hebben), ongeacht de weersomstandigheden.

Sneeuwkettingen

Voor u sneeuwkettingen oplegt, moet het behoorlijk winteren. Doorgaans mag u ze alleen gebruiken op een besneeuwde ondergrond. Vooral op hellende bergwegen kunnen de kettingen – die doorgaans een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur aankunnen – aangewezen of verplicht zijn. Sneeuwkettingen zijn er in alle prijzen. Voor een goedkoop stel betaalt u soms maar 50 euro, maar de prijzen kunnen oplopen tot ruim 200 euro.

Het probleem is dat zulke kettingen zijn afgestemd op een precieze maat van banden. Ze lenen van iemand anders vereist de toevalstreffer dat die net dezelfde maat van banden heeft. Als u een nieuwe auto koopt, is andere kettingen in huis halen vaak ook onvermijdelijk.

Al biedt het in 2018 gelanceerde webplatform SnowXchains mogelijk soelaas. Daarop kunnen particulieren sneeuwkettingen huren en verhuren. De Vlaamse website, die door Flanders Investment and Trade wordt ondersteund, is buiten België ook actief in Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Duitsland.

Via het webplatform kettingen huren is in ieder geval goedkoper dan er zelf aan te schaffen. SnowXchains suggereert dat de verhuurprijs voor de meest voorkomende sneeuwkettingen het best niet lager dan 10 tot 15 euro ligt, en niet hoger dan 25 tot 30 euro. Hebt u zelf ongebruikte kettingen in uw kelder of tuinhuis liggen, dan kunt u er nog wat geld uithalen door ze te huur aan te bieden.

Net als voor winterbanden is er voor sneeuwkettingen geen eensluidende reglementering voor alle Europese landen. U moet dus de regels bekijken van elk land dat u passeert op weg naar uw skioord.

Op veel passen is het gebruik van sneeuwkettingen bij sneeuw verplicht. Dat wordt aangegeven met een speciaal verkeersbord, een blauw rechthoekig bord met daarop een band met een ketting. Als er een tweede bord onder staat met de tekst ‘pneus à neige admis’, volstaan winterbanden.

In bergachtige gebieden kunnen bij winterse omstandigheden sneeuwkettingen verplicht zijn. Dat ziet u op een rond, blauw verkeersbord waarop een witte autoband met een sneeuwketting staat.

Als de toestand van het wegdek het vereist, is het gebruik van sneeuwkettingen toegestaan. Die kettingen aanbrengen is echter bij geen enkele weersomstandigheid verplicht.

Zwitserland

Sneeuwkettingen zijn verplicht als een rond, blauw verkeersbord – met erop een autoband met een sneeuwketting – dat aangeeft. U doet er goed aan tijdens de winter altijd sneeuwkettingen mee te nemen in de auto.

Soms hangt onder het blauwe bord een bord met de tekst ‘4 x 4 ausgenommen’. Dat betekent dat sneeuwkettingen niet verplicht zijn voor auto’s met vierwielaandrijving. Hoewel sneeuwkettingen alleen verplicht zijn als er een bord staat, kunt u een boete krijgen als u op zomerbanden zonder sneeuwkettingen door de sneeuw rijdt en het andere verkeer hindert.

Oostenrijk

U mag alleen sneeuwkettingen gebruiken als dat noodzakelijk is en als ze het wegdek niet beschadigen. De weg moet dus met sneeuw of ijzel bedekt zijn. Op sommige plaatsen zijn sneeuwkettingen verplicht. Dat wordt aangegeven met een blauw rond bord met daarop de afbeelding van een band met een ketting. U doet er goed aan om in Oostenrijk altijd sneeuwkettingen in uw auto te hebben in de winter.

In Italië geldt geen algemene verplichting. Toch zijn er wegen (vooral bergpassen) waar van 15 november tot en met 15 april sneeuwkettingen verplicht kunnen worden. Dat ziet u op speciale verkeersborden (blauw, rechthoekig, met daarop een afbeelding van een band met een ketting en het opschrift ‘Transito con catene’).

Tol en vignetten

Op België en Duitsland na zult u in alle landen die u doorrijdt tol moeten betalen op de snelwegen. In een aantal gevallen betaalt u voor een traject aan tolpoorten, in andere gevallen zult u een vignet moeten kopen waarmee u onbeperkt van het snelwegennet gebruik kunt maken.

In Frankrijk geldt voor alle autosnelwegen de ‘péage’. Geen zin om aan te schuiven aan de tolpoorten, dan kunt u zich een badge aanschaffen waarmee u zonder betaalformaliteiten langs de speciaal daarvoor voorziene doorgangen rijdt. Afhankelijk van waar u de badge koopt, betaalt u tussen 15 en 20 euro.

Rijden op de Duitse autosnelwegen is tot nader order gratis. Maar als u onderweg naar of van uw skiverblijf een Duitse grootstad wilt aandoen, zult u zich een milieusticker moeten aanschaffen. Die is onbeperkt geldig, zolang u met dezelfde auto rijdt. Als u van auto verandert, moet u een nieuwe milieusticker kopen. De prijzen variëren naargelang waar u die koopt, bij een reisorganisatie of in een tankstation. Reken erop dat u tussen 12,95 en 20 euro moet betalen.

Voor privévoertuigen zijn de wegen tolvrij.

Zwitserland

Om de Zwitserse snelwegen te gebruiken hebt u een vignet nodig. Dat kost in de douaneposten 40 Zwitserse frank of zo’n 37 euro en is een volledig jaar geldig. U kunt het ook vooraf bij een automobilistenvereniging kopen, maar dan betaalt u doorgaans enkele euro’s meer.

Oostenrijk

In Oostenrijk hebt u verschillende mogelijkheden. Voor een vignet voor een jaar betaalt u zo’n 110 euro, voor twee maanden 35 euro en voor tien dagen 16 euro.

Zowat alle snelwegen zijn tolwegen. Wilt u efficiënt en snel voorbij de controlepoorten, dan kunt u de badge die u in Frankrijk gebruikt ook laten activeren voor Italië, mits een kleine toeslag.

LOGO KLEUR copy2 copy

De Smedt Advocaten

Het kantoor behandelt een zeer ruim spectrum aan rechtsmateries, waardoor zowel de particuliere cliënten inzake persoonsgebonden materies als bedrijven, zelfstandigen en vrije beroepen met hun specifieke ondernemingsgerelateerde cases op een deskundige manier geholpen kunnen worden.

Copyright 2017 © Alle Rechten Voorbehouden

Design by PubliDesign.be