‘Een echtscheiding is geen win-for-life’

Een ex die aan de haal gaat met een groot stuk van het vermogen. In de Angelsaksische landen is het eerder de regel, maar in ons land uitzonderlijk. Rijk trouwen is in België geen garantie voor een levenslange luxe.

Met 38 miljard dollar voor zijn ex-vrouw tekende Amazon-oprichter Jeff Bezos in het voorjaar de duurste echtscheiding ooit. Dat bedrag viel al bij al nog mee. MacKenzie had na een kwarteeuw huwelijk in gemeenschap van goederen de helft van het vermogen van de rijkste man te wereld kunnen opeisen.

‘In België zijn echtscheidingen waarbij een partner de helft van zijn vermogen moet afstaan of maandelijks duizenden euro’s onderhoudsgeld moet betalen een uitzondering’, zegt Ann Maelfait, echtscheidingsexperte bij Rivus Advocaten. De reden? ‘De Angelsaksische landen focussen veel meer op claims, terwijl hier een consensusmodel bestaat. Er kan veel meer contractueel geregeld worden’, zegt Bart Van Opstal, de woordvoerder van Notaris.be.

In België zijn echtscheidingen waarbij een partner de helft van zijn vermogen moet afstaan of maandelijks duizenden euro’s onderhoudsgeld moet betalen een uitzondering.

Ann Maelfait
Rivus Advocaten

‘Vermogende families onderhandelen nog voor het huwelijk en schermen hun vermogen via een huwelijkscontract af. Als er al een accident de parcours gebeurt, is dat vaak bij ondernemers die hun rijkdom van nul hebben opgebouwd en hun huwelijkscontract nooit hebben bijgestuurd’, zegt Maelfait.

Duidelijke afspraken

De basis voor de verdeling bij een echtscheiding wordt in het huwelijkscontract vastgelegd. Het gekozen huwelijksvermogensstelsel bepaalt welke partner eigenaar is van wat en hoe de inkomsten verdeeld worden. ‘Er kan veel geregeld worden, maar partners moeten in alle vertrouwen durven te praten over wat ze willen samenbrengen en wat ze apart willen houden’, zegt Baudouin Roels, senior vermogensplanner bij Belfius Wealth Management.

‘Nadenken over wat moet gebeuren als het slecht gaat, is niet evident. Vragen die de kop opsteken zijn bijvoorbeeld wat als hij iemand anders zou hebben? Of, geef ik geen prikkel om weg te gaan als mijn vrouw weet dat ze een smak geld krijgt? Het is belangrijk die emoties te benoemen en spanningen te vermijden’, zegt Maelfait.

De regels voor de ultrarijken zijn niet anders dan voor de gemiddelde Belg. Maar de samenstelling van hun vermogen maakt de zaken complexer.

Vanessa Dufour
Directeur Wealth Management, Belfius

De juiste clausules kunnen pas gekozen worden als iedereen zich terdege bewust is van de gevolgen. ‘We informeren onze klanten in Wealth Management meestal met individuele gesprekken. Ze kunnen ook veel informatie vinden op onze site. We organiseren infosessies voor hun kinderen’, zegt Vanessa Dufour, directeur Wealth Management bij Belfius. ‘De regels voor de ultrarijken zijn niet anders dan voor de gemiddelde Belg. Maar de samenstelling van hun vermogen maakt de zaken complexer. Vaak zit een groot deel van het vermogen in bedrijven of structuren en zijn er bezittingen in het buitenland.’

In vermogende families spelen meer belangen dan die van het koppel alleen. ‘Door de vaak aanwezige bedrijven en het familiepatrimonium is er een verstrengeling van belangen waarin ouders en bij uitbreiding de familie veel te zeggen hebben’, zegt Bart Verdickt, advocaat bij Greenille by Laga.

Solidariteit

Wealth, vrijdag 6 december gratis bij De Tijd

Met de bijlage ‘Wealth’ geeft De Tijd u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden.

  • Rijk en gescheiden: België is Amerika of het Verenigd Koninkrijk niet
  • Brugs erfgoed: met adellijke erfgename het Adornesdomein ontdekken
  • Sterrenchefs: hoe geld verdienen met luxe-ingrediënten

Wie in België geen huwelijkscontract opstelt, is automatisch gehuwd onder het wettelijk stelsel met gemeenschap van aanwinsten. Daarbij zijn onder andere bezittingen van voor het huwelijk, alle schenkingen en erfenissen eigen bezittingen van elke partner. Alle inkomsten na het huwelijk, ook die uit de eigen goederen, behoren tot de gemeenschap: elke partner bezit de helft. Met een huwelijkscontract kan daarvan afgeweken worden.

‘De vermogende Belg trouwt doorgaans met scheiding van goederen. Dat zit ingebakken in onze cultuur’, zegt Maelfait. In dat stelsel heeft elke partner zijn eigen vermogen, bij een relatiebreuk moet niets verdeeld worden. ‘Doorgaans wordt wel enige solidariteit ingebouwd met een verrekenbeding. Daarin wordt vastgelegd hoe de aangroei van het vermogen tijdens het huwelijk bij een echtscheiding tussen de echtgenoten verrekend kan worden’, zegt Patrizia Macaluso, echtscheidings- en erfenisadvocate bij Greenille by Laga. De verdeelsleutels kunnen vrij gemodelleerd worden. ‘Ze kunnen variëren in functie van de duur van het huwelijk’, zegt Maelfait. De notaris die het huwelijkscontract opstelt, is wettelijk verplicht te wijzen op de mogelijkheden van een verrekenbeding.

Het beste huwelijkscontract bestaat niet, het is altijd maatwerk. ‘Een jong koppel aan de start van zijn carrière zal wellicht enige solidariteit willen inbouwen, terwijl veertigers die voor de tweede keer huwen misschien een scheiding van goederen willen om problemen met kinderen uit een vorige relatie te vermijden’, zegt Roels. ‘Niet alleen bij het huwelijk maar ook tijdens het huwelijk moet het huwelijkscontract regelmatig in vraag worden gesteld. In een mensenleven kan veel veranderen, waardoor een wijziging van het huwelijkscontract nodig kan zijn’, zegt Dufour. Als het huwelijkscontract niet is aangepast, kan dat zuur opbreken bij een echtscheiding.

Een bemiddelde echtscheiding wordt psychologisch beter verteerd. We zien dat men dan vaak bereid is meer te geven dan strikt nodig om jarenlange procedures te vermijden waarbij beide partijen verliezen.

Patrizia Macaluso
Greenille by Laga

Verloopt een echtscheiding bij de ultrarijken anders? ‘Gefortuneerden proberen een echtscheiding binnenskamers te regelen. Daarbij speelt discretie, maar evenzeer de wil om de touwtjes in eigen handen te houden. Men wil zijn lot niet in de handen van een rechter leggen en tracht via overleg tot een regeling te komen. Vaak gaat daar een lange weg aan vooraf waarbij de verwachtingspatronen bijgesteld moeten worden’, zegt van Opstal. De betrokkenen laten zich bijstaan door vertrouwenspersonen en een team van specialisten, zoals fiscalisten, accountants, advocaten, notarissen en private bankers, om de gevolgen op alle vlakken te beperken.

‘Bij een echtscheiding kijken we verder dan het puur juridische. We waken ook over het menselijke en emotionele aspect, hebben aandacht voor de communicatie met de kinderen en zetten in op de ondersteuning en de coaching’, zegt Katalien Bollen, expert familiedynamiek en psychologe bij Greenille by Laga. ‘Voor de vennootschapsstructuren en de actieve ondernemingen moet de continuïteit verzekerd worden. Vechtscheidingen proberen we te vermijden omdat ze destabiliserend kunnen zijn. Een bemiddelde echtscheiding wordt psychologisch ook beter verteerd. We zien dat men dan vaak bereid is meer te geven dan strikt nodig om jarenlange procedures te vermijden waarbij beide partijen verliezen’, zegt Macaluso.

Als de partners er niet in slagen een echtscheiding met onderlinge toestemming uit te werken, zal een rechter eerst de echtscheiding uitspreken. Pas in een volgende fase wordt een notaris aangesteld om het vermogen te verdelen. ‘In de meerderheid van de gevallen kan in die fase nog een regeling uitgewerkt worden’, zegt Van Opstal. ‘Vaak heeft de financieel zwakkere partner niet het geld om te procederen en sluit men alsnog een deal over de verdeling van de bezittingen’, merkt Maelfait op.

Van Dior naar Zara

Wat maakt een echtscheiding bij ultrarijken anders?

>Zo goed als altijd worden al voor het huwelijk afspraken in een huwelijkscontract gemaakt.

>Het gaat vaak om complexe vermogens met bezittingen in het buitenland en met actieve ondernemingen.

>De belangen van het scheidende koppel zijn verstrengeld met die van de ouders en de familie.

>De echtscheidingen worden binnenskamers uitgewerkt.

>De levensstandaard tijdens het huwelijk is niet meer de norm voor het onderhoudsgeld.

Behalve de verdeling van de bezittingen moet ook bepaald worden of een partner aanspraak maakt op onderhoudsgeld of een alimentatie. ‘Partneralimentatie is geen win-for-life meer. Sinds de hervorming van het echtscheidingsrecht in 2007 moet de partneralimentatie alleen de behoeftigheid dekken en wordt geen rekening meer gehouden met de levensstandaard’, zegt Maelfait. ‘In het verleden werd gezwaaid met lijsten van uitgaven voor designerkleren, de kapper, vakantie… Op basis daarvan waren onderhoudsgelden van 8.000 en 9.000 euro per maand geen uitzondering. Vandaag zal een rechter oordelen dat bijvoorbeeld een dame met een diploma van lerares of apotheekassistente een eigen inkomen kan hebben om in haar levensonderhoud voorzien. Ook al ziet – meestal – de vrouw in kwestie haar maandbudget terugvallen van 10.000 naar 2.000 euro en moet Dior ingeruild worden voor Zara’, zegt Maelfait.

‘Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan je je op je levensstandaard beroepen. De rechter kan daar bijvoorbeeld mee instemmen bij een echtpaar dat 35 jaar getrouwd was en waarbij de vrouw haar carrière heeft opgegeven voor de opvoeding van de kinderen.’

‘Het voordeel van grote vermogens is dat er meer bouwstenen zijn om een echtscheiding financieel uit te werken. Een groter vermogen biedt de flexibiliteit om een clean break te creëren’, zegt Macaluso. ‘Een maandelijkse alimentatie valt psychologisch soms zwaar. Voor de betaler omdat hij elke maand geld van zijn rekening ziet verdwijnen. Voor de ontvanger, omdat hij afhankelijk blijft van de ex. Daarom kan gekozen worden voor een gekapitaliseerd bedrag of een lijfrente.’

De bijlage ‘Wealth’ geeft u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden. Vrijdag 6 december gratis bij De Tijd.

Oud-beleggersbaas Fonne Hendrickx: ‘Ik beleg niet in producten die ik niet begrijp’

Fonne Hendrickx (68) is gewezen afgevaardigd bestuurder van de Antwerpse beurs en de Vlaamse Federatie van Beleggers. ‘Ik beleg niet in producten die ik niet begrijp.’

1. Bent u een spaarder of een big spender?

‘Ik was negen jaar toen mijn vader overleed. In ons gezin met zes studerende kinderen werd daardoor heel spaarzaam met geld omgegaan. Die monetaire discipline draag ik nog altijd mee.’

2. Wat is het slechtste advies over geld dat u al hebt gekregen?

‘Ergens in 2000 hoorde ik ’s morgens op de radio dat Lernout & Hauspie het Amerikaanse bedrijf Dictaphone had overgenomen, waarop de beurskoers de hemel inging. Ik belde naar mijn broker om mijn aandelen te verkopen. Hij raadde me dat af omdat L&H volgens hem met deze overname aan het begin stond van een nieuwe technologie die de hele wereld zou veroveren. Tegen mijn buikgevoel in heb ik toen naar hem geluisterd. Die fout heeft me veel geld gekost, maar het is me daarna nooit meer overkomen.’

3. Wat is uw beste financiële beslissing?

‘In 1978 kochten we als pas getrouwd koppel een bouwgrond, die we in vier jaar afbetaald hebben tegen een rentevoet van 9,5 procent. Bij de notaris heb ik aan de verkoper letterlijk onze laatste frank afgegeven. Op dat moment hadden we zelfs geen geld meer om een brood te kopen. Maar vandaag is die grond en het huis dat we erop gebouwd hebben onze zekerheid voor een zorgeloze oude dag.’

4. Welke type belegger bent u?

‘Ik ben een ondernemer en een zuivere aandelenbelegger. Ik verruim mijn visie op de wereld door bedrijven te analyseren en te begrijpen wat ze doen. Ik koop bijna uitsluitend Belgische aandelen die een stabiel dividend opleveren en die mijn karig pensioen aanvullen. Zelden verkoop ik een aandeel en sommige aandelen zitten al meer dan 40 jaar in mijn portefeuille.’

5. Waarin belegt u nooit?

‘In producten die ik niet begrijp, zoals bitcoins en andere gestructureerde producten. Ik zal ook zelden buitenlandse aandelen kopen wegens de dubbele roerende voorheffing. Het is onbegrijpelijk dat daarvoor op Europees niveau nog geen fatsoenlijke regeling getroffen werd.’

6. Wat is uw beste investering?

‘Kort na de oliecrisis van 1973 kocht ik een koersfiets om dagelijks vanuit Westmalle naar mijn werk in Antwerpen te fietsen. Vandaag is dat heel normaal, maar in die tijd was dat nog een rariteit. Ik ben dat hele mijn loopbaan blijven volhouden. Daar heb ik veel auto’s en benzine mee uitgespaard. En het legde de basis voor mijn goede conditie.’

7. Welk voorwerp zou u voor geen geld ter wereld verkopen?

‘Mijn koersfiets. Het is een Pinarello Dogma, dezelfde als waarmee Bradley Wiggins de Ronde van Frankrijk heeft gewonnen. Voor de rest heb ik geen behoefte aan dure spullen of luxe. Zo rijd ik al meer dan 15 jaar met dezelfde auto.’

8. Wat is uw grootste ergernis over geldzaken?

‘De onlogische en onstabiele benadering van aandelenbeleggers door de overheid. Aan de ene kant zegt ze aan de burgers dat ze zelf hun pensioen moeten opbouwen wegens onze slechte staatsfinanciën. Aan de andere kant neemt ze daar een belangrijk deel van af via een verdubbeling van de roerende voorheffing en de beurstaks. En dan heb ik het nog niet over de speculatietaks en de beleggerstaks, die ineens werden ingevoerd en even snel weer afgevoerd. Al die maatregelen zijn bovendien zeer onrechtvaardig, want ze treffen niet de rijken maar wel de middenklasse.’

9. Bent u tevreden over uw pensioen?

‘Ik heb een gemengde loopbaan van 41 jaar als werknemer en zelfstandige. Ik ben de overheid heel dankbaar met mijn pensioen van 1.270 euro. Lachend zeg ik weleens dat mijn pensioen is opgesoupeerd als ik drie dagen zuinig leef. Gelukkig heb ik mezelf vanaf het begin van mijn loopbaan de discipline opgelegd een spaarpot aan te leggen, zodat we niet afhankelijk zijn van derden.’

10. Verdient u nog bij tijdens uw pensioen?

‘Nee. Ik werk wel kosteloos in de onderneming in paardenmaterialen die ik samen met mijn zoon run. De wereld van de paarden is zeer boeiend. Mijn beloning is het plezier dat ik beleef om mijn managementervaring aan mijn zoon door te geven. Het is onvoorstelbaar hoe je dat jong geweld ziet groeien. En het houdt me jong en scherp.’

Meer interviews op www.netto.be/geldvragen

Sinterklaas brengt digitale cadeautjes

Elektronisch speelgoed komt er in alle soorten en maten. Sommige gadgets dienen voor puur spelplezier, aan andere kleeft ook een educatief kantje en een derde categorie is behalve leuk ook praktisch. Een selectie.

1. Nintendo Switch Lite

De Nintendo Switch is een evergreen op menig sinterklaaslijstje en Nintendo heeft dit jaar een Lite-variant uitgebracht die een kleine honderd euro goedkoper is. Daarvoor werden een paar kleine opofferingen gebracht. De Lite heeft een iets kleiner scherm (5,5 in plaats van 6,2 inch) dan de gewone Switch en de Joy-Cons, zoals Nintendo de bedieningsknoppen noemt, zijn niet los te koppelen.

Het grootste verschil is dat de Lite een pure draagbare console is. U kunt haar dus niet aan een televisiescherm hangen, wat met de gewone Switch wel kan. Dat betekent dat een handvol games die geen handheldmodus ondersteunen nietdraaien op de Lite. Super Mario Party en Just Dance zijn waarschijnlijk de bekendste.

Daarvoor hoeft u de Lite niet te laten, want de bekendste Nintendo-franchises als Zelda, Super Mario en Super Smash Bros. werken allemaal probleemloos en bieden veel spelplezier.

Prijs: 229 euro

2. Artie 3000 Coding Bot

U herinnert zich vast nog de ‘spirograaf’ uit uw jeugd: dat plastic ding waarmee u gemakkelijk geometrische figuren en mandala’s kon tekenen. De Artie 3000 is de digitale opvolger daarvan. Artie is een soort robot waarin een pen past en die u kunt besturen via een speciale ‘programmeerwebsite’. Daar kunt u lijstjes met commando’s aanmaken die Artie dan een voor een afwerkt.

De robot komt met verschillende vormen (cirkels, vierkanten, driehoeken…) die naar hartenlust aangepast kunnen worden. Op die manier kunnen tekeningen gemaakt worden, maar leert het kind, volgens de fabrikant, ook de basisprincipes van visueel programmeren en krijgt het inzicht in geometrie en wiskunde. Voor gevorderden kan de Artie zelfs aangestuurd worden met echte programmeertalen als JavaScript en Python.

Het robotje werkt met een pc, een Mac en een tablet. De fabrikant Educational Insights maakt er ook een punt van dat Artie geen wifiverbinding nodig heeft en dus geen data verzamelt en doorstuurt.

Prijs: ongeveer 65 euro

3. Oppo Reno2 en Reno2 Z

Zeker bij kinderen vanaf een jaar of twaalf staat een smartphone vaak hoog op het verlanglijstje. Veel ouders hebben geen zin 800 of 1.000 euro te spenderen aan de nieuwste iPhone of Samsung Galaxy, maar dat hoeft gelukkig niet. In de lagere prijsregionen zijn ook smartphones te vinden die een prima ervaring bieden, zoals de Chinese Oppo Reno2 en Reno2 Z.

De apparaatjes komen met een groot oledscherm en een prima camera die ook in weinig licht nog toonbare foto’s kan maken. Ze beschikken allebei ook over een koptelefoonaansluiting, wat meer en meer een zeldzaamheid wordt. Ook een supersnelle batterijlader is aanwezig.

De Oppo Reno2 heeft daarnaast een frontcamera die als een soort haaienvin in en uit het apparaat schuift, een gimmick die er bij tieners waarschijnlijk wel ingaat. Toch lijkt de Reno2 Z ons de betere koop. Die heeft een iets tragere processor, een minder hoge schermresolutie en wat minder megapixels onder de telelens, maar is wel bijna 150 euro goedkoper.

Prijs: 490 euro (Oppo Reno2) en 345 euro (Oppo Reno2 Z)

4. Playz V8 Motor schaalmodel

Als de elektrische wagen binnenkort echt doorbreekt, rijden over enkele jaren misschien niet langer auto’s met een verbrandingsmotor rond. Toch kan het voor een ingenieur in spe bijzonder nuttig zijn te weten te komen hoe zo’n ding werkt. Dat is het idee achter de Playz V8 Combustion Engine.

Het model van een klassieke achtcilindermotor (schaal één op vier) moet volledig zelf in elkaar gezet worden. In de doos zitten alle krukken, riemen, assen en kleppen die voor de assemblage nodig zijn, een kleine driehonderd onderdelen. Bij heel jonge kinderen is enige assistentie van een volwassene waarschijnlijk noodzakelijk.

Nadat het gevaarte volledig in elkaar geschroefd is, wordt het op een batterij aangesloten en begint het te werken. Alle onderdelen bewegen net als bij een echte motor. Om het realisme nog wat op te drijven zit in de plastic basis waar de motor op gezet moet worden een kleine luidspreker die motorgeluiden produceert.

Prijs: ongeveer 70 dollar (verkrijgbaar bij Amazon.com en eBay)

5. Sony WF-1000XM3

Leerkrachten op een middelbare school zullen het beamen: ongeveer de halve speelplaats loopt rond met draadloze oortjes, bij voorkeur Airpods van Apple (149 euro). Draadloos betekent tegenwoordig ook echt draadloos, zelfs de verbinding tussen het linker- en rechteroortje kan zonder kabel. Voor tieners waarvoor het merk er wat minder toe doet, is de Sony WF-1000X een prima alternatief.

Die is, in tegenstelling tot de Airpods, voorzien van noisecancelling, dat omgevingsgeluid wegfiltert. Op die manier zit u als het ware in een cocon van muziek, zonder gestoord te worden door de buitenwereld. Apple biedt dat trucje alleen aan op zijn Airpods Pro en vraagt daar 279 euro voor. Bonus: de Sony komt in zwart met koperaccenten en dat ziet er een stuk luxueuzer uit dan het egale wit van de Airpods.

Met een volle batterij gaan de Sony’s ongeveer acht uur mee. Daarna moet u ze opladen door ze in het meegeleverde doosje te stoppen. Na drie keer moet ook het doosje zelf in het stopcontact.

Prijs: vanaf 190 euro

6. Snap Circuits SC-500

Kinderen laten knoeien met elektrische en elektronische onderdelen is zelden een goed idee, behalve als ze dat kunnen doen met een experimenteerdoos zoals die van Snap Circuits. In de doos zit een soort plastic bord waarop het jonge grut zelf elektrische modules kan plaatsen, zoals weerstanden, condensatoren en transistoren, maar ook IC-versterkers, een microfoon, leds en antennes. Op die manier kunnen honderden projecten in elkaar geknutseld worden, waaronder een inbraakalarm, een radiozender, een leugendetector of een deurbel. De stroom wordt geleverd door twee batterijen.

Snap Circuits brengt verschillende versies van de dozen op de markt, waarvan sommige meer en andere wat minder onderdelen bevatten en waarmee dus meer of minder projecten gemaakt kunnen worden. De prijs is evenredig met de mogelijkheden. Wie start met een goedkope doos en zin krijgt in meer, kan ook upgradekits kopen.

Prijs: 60 euro

Belgen bij grootste financieel analfalbeten in Europa

De financiële geletterdheid van Belgische consumenten ligt onder het Europese gemiddelde. In een onderzoek van de financieel dienstverlener Intrum prijken de Belgen op het vlak van financiële kennis pas op de 17de plaats op 24 Europese landen.

‘Niettegenstaande 74 procent van de Belgen beweren dat ze ‘uitstekend’ of ‘voldoende’ financieel onderwijs hebben gekregen, was 40 procent niet in staat de test – het koppelen van financiële termen aan de juiste definitie – succesvol af te leggen’, zegt Guy Colpaert, de algemeen directeur van Intrum België, dat gespecialiseerd is in het minnelijk innen van onbetaalde facturen. Daarmee scoort België slechter dan de meeste andere landen in Europa. Finland en het Verenigd Koninkrijk voeren de rangschikking aan. België staat in het gezelschap van Frankrijk in de onderste gelederen van de rangschikking. 

Ouders en adviseurs

‘Wie hoog scoort in de ranking is meer geneigd zijn financiële opvoeding uit een breed scala aan bronnen te halen’, zegt Colpaert. ‘Van de Finse consumenten met kinderen geeft 92 procent aan dat ze actief proberen hun kinderen te leren omgaan met geld, het hoogste percentage van alle Europeanen. De Britse en Ierse consumenten winnen dan weer vaker advies in bij onafhankelijke financieel adviseurs dan hun Europese collega’s’, zegt Colpaert.

Mensen voelen zich bijna verplicht om op Black Friday geld uit te geven dat ze bij nader inzien beter niet uitgeven.

Ook de scholen spelen een cruciale rol. ‘Belgische scholen hebben een inhaalbeweging te maken op het vlak van de financiële opleiding van leerlingen’, zegt Colpaert. ‘Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Belg aangeeft dat hij zijn financiële voorlichting hoofdzakelijk, en merkelijk meer dan de gemiddelde Europeaan, bij de ouders en bij de bank haalde’, klinkt het.

Intussen heeft toezichthouder FSMA met het label Wikifin wel al enkele projecten over financiële opvoeding lopen in scholen, en ook in de eindtermen is er meer aandacht voor de financiële geletterdheid. Maar volgens Colpaert moet de focus vooral liggen op de praktische toepassing. ‘Er bestaan bijvoorbeeld tools die mensen leren hun budget te beheren. Maar die worden vooral gebruikt bij de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) op een moment dat mensen al in schulden zitten. Waarom die tools niet actief gebruiken in scholen?’, vraagt Colpaert.

Het onderzoek van Intrum peilde niet alleen naar de financiële geletterdheid, ook werden de Europeanen vergeleken op het vlak van betaalgedrag, leengedrag en de manier waarop ze sparen. Voor dat laatste scoren de Belgen uitstekend. Ze prijken op de zesde plaats.

40 procent
40 procent van de Belgen slaagde er niet in de financiële test met succes af te leggen.

Opvallend is dat twee op de drie Belgen (70%) wel eens geld lenen om iets te kopen voor de kinderen. ‘Een hallucinant cijfer’, vindt Colpaert. ‘Sociale druk leidt ertoe dat ouders die zich geen grote uitgaven kunnen veroorloven voor de kinderen, dat toch doen. Ouders willen dat hun kinderen toch die dure kledij kunnen dragen of dat schoolreisje kunnen maken, ongeacht de financiële gevolgen.’ De bundeling van alle onderzochte thema’s levert de Barometer van Financiële Gezondheid op. Op die Barometer haalt België de middenmoot met een elfde plaats, net boven Nederland en Frankrijk.

Black Friday

Intrum waarschuwt voor internationale fenomenen als Black Friday (de laatste vrijdag van november). ‘Mensen voelen zich bijna verplicht om op Black Friday geld uit te geven, dat ze bij nader inzien beter niet uitgeven. Reclame en sociale media spelen sterk in op de gevoelens van de consument. Dat Black Friday een hype is, maakt dat mensen niet willen onderdoen voor vrienden of familie die veel spenderen op die koopjesdag.’ 

Hoeveel kost uw poetshulp echt?

De dienstencheques die u voor 9 euro koopt, zijn in werkelijkheid een stuk meer waard. Als we rekening houden met de Vlaamse subsidies zijn ze goed voor 23,02 euro per stuk. Maar dat bedrag volstaat niet om de poetshulpen een beter loon te geven én de dienstenchequebedrijven rendabel te houden.

De poetshulpen uit de dienstenchequesector voeren donderdag actie voor meer loon. Huishoudhulpen uit de dienstenchequesector behoren allerminst tot de best betaalde werknemers. Het minimumuurloon voor de zowat 145.000 mensen die met dienstencheques werken, bedraagt 11,04 euro voor een beginnende werknemer. Na drie jaar dienst bedraagt het uurloon 11,73 euro.

De poetshulpen eisen nu een loonsverhoging van 1,1 procent en verwijzen daarvoor naar de afspraken die in het interprofessioneel akkoord gemaakt zijn.

De werkgevers in de sector willen de extra vergoeding beperken tot een eenmalige nettopremie in de vorm van een ecocheque van 130 euro voor iemand die voltijds werkt. Aangezien veel poetshulpen slechts deeltijds werken, spreken we daar eerder over een premie van 65 euro op jaarbasis. Een grotere financiële tegemoetkoming kan niet, zo klinkt het bij werkgevers, omdat de marges van de dienstenchequebedrijven nu al erg beperkt zijn.

Hoe werkt het systeem van dienstencheques? Want zo’n cheque is in realiteit veel meer waard dan 9 euro.

Hoeveel is een dienstencheque werkelijk waard?

Het zijn de dienstenchequebedrijven die de lonen van de poetshulpen betalen met het geld dat ze via het systeem van de dienstencheques binnenkrijgen. De financiële middelen die de dienstenchequebedrijven ter beschikking hebben, krijgen ze voor een deel via het bedrag dat de klanten voor hun cheques betalen. Maar uiteraard volstaat die 9 euro per cheque niet. De Vlaamse overheid past bij met een subsidie, die de reële prijs van een dienstencheque op 23,02 euro brengt.

©Mediafin

Van dat bedrag moet het dienstenchequebedrijf het brutoloon van zijn werknemers betalen. Maar de werkelijke loonkosten liggen een stuk hoger dan alleen dat brutoloon. De bedrijven die mensen met dienstencheques tewerkstellen, moeten ook werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, de bedrijfsvoorheffing en het vakantiegeld betalen. Van de 23,02 euro die de dienstenchequebedrijven innen, gaat uiteindelijk 20 tot 20,50 euro naar de loonkosten.

Met de overblijvende 2,50 tot 3 euro moeten de dienstenchequebedrijven de financiële lasten, de afschrijvingen, de vaste kosten, de huur van de kantoren en de fiscus betalen. Wat daarna overblijft, is de marge van het dienstenchequebedrijf.

Hoeveel betaalt de gebruiker echt voor zijn dienstencheque?

Dankzij de fiscale aftrek voor dienstencheques betaalt u in Vlaanderen in werkelijkheid niet eens 9 maar 6,30 euro per dienstencheque. Op de eerste 163 cheques die u bestelt krijgt u een fiscaal voordeel van 30 procent. Dat brengt het maximaal voordeel op 1.470 euro per persoon per jaar.

In het Brussels Gewest is het fiscale voordeel minder groot. Daar krijgt u een fiscale aftrek van 1,35 euro per cheque, waardoor de reële prijs in 7,65 euro bedraagt. Het Waals Gewest valt het duurst uit. Daar krijgt u voor de eerste 150 cheques die u koopt een belastingvermindering van 0,90 euro. Dat brengt de reële kostprijs op 8,10 euro per cheque.

Vanaf volgend jaar moet u echter dieper in de buidel tasten voor dienstencheques. Vlaanderen brengt dan de fiscale aftrek terug tot 20 procent, wat de reële prijs van een dienstencheque op 7,20 euro brengt. Het terugschroeven van het fiscaal voordeel moet de Vlaamse overheid een besparing van 75 miljoen euro opleveren.

‘We hadden gehoopt dat toch een deel van die som naar ons zou terugvloeien om de dienstenchequesector te ondersteunen’, zegt Herwig Muyldermans, de algemeen directeur van Federgon, de werkgeversorganisatie die de bedrijven uit de dienstenchequesector vertegenwoordigt. ‘Maar de kans lijkt klein dat dat zal gebeuren.’

Zijn de extra kosten die sommige dienstenchequebedrijven hun klanten aanrekenen geen verkapte prijsverhoging?

Uit steekproeven blijkt dat meer dan de helft van de dienstenchequebedrijven extra kosten zou aanrekenen. In principe is dus inderdaad sprake van een prijsverhoging.

De manier waarop die extra’s worden aangerekend en de bedragen waar het om gaat, verschillen van bedrijf tot bedrijf. Om enkele voorbeelden te geven: Familiezorg rekent 1,5 euro extra per poetsbeurt aan, Familiehulp stuurt een factuur voor een forfait van 50 euro per jaar en Agilitas vraagt 0,40 euro per dienstencheque extra.

Het extra geld dat in het laatje komt, mag niet worden gebruikt om de lonen van de poetshulpen te verhogen en zo werknemers van de concurrentie af te snoepen. In de regel is de extra aanrekening een ‘omkaderingsvergoeding’. Er mogen alleen dingen zoals administratie, verplaatsingsonkosten en werknemersopleidingen mee worden gefinancierd.

Er bestaat geen plafond voor de extra kosten die de dienstenchequespelers aanrekenen. Maar de bedrijven zullen er wel over waken dat ze zichzelf niet uit de markt prijzen. De kans bestaat echter wel dat bedrijven die nog geen bijkomende kosten aanrekenen dat in de toekomst wel zullen doen om het hoofd boven water te houden.

Waarom staan de dienstenchequebedrijven weigerachtig tegenover een loonsverhoging?

De marges zijn de voorbije jaren uitgehold, aangezien de lonen stegen maar de subsidies van de overheid geen gelijke tred hielden. Om budgettaire redenen besliste de Vlaamse overheid de dienstenchequebedrijven niet volledig te compenseren voor de automatische loonindexeringen. Bij het overschrijden van de spilindex vindt een automatische indexatie plaats, waarbij de lonen en de inruilwaarden van de dienstencheques voor de dienstenchequebedrijven worden aangepast. De lonen worden met 2 procent verhoogd, maar de inruilwaarde van een Vlaamse dienstencheque wordt slechts met 73 procent van die 2 procent – dus met 1,46 procent – verhoogd.

Bijkomende loonsverhogingen leiden zeker tot problemen in de sector.

Herwig Muyldermans
topman Federgon

Naast die automatische indexeringen zijn er om de twee jaar sectorale onderhandelingen waarin loonsverhogingen worden afgesproken. Die loonsverhogingen hebben geen enkel effect op de inruilwaarde van de dienstencheques. Dat wil zeggen dat die loonsverhogingen volledig gedekt moeten worden door de marge die een bedrijf op een dienstencheque heeft.

‘Tot nu toe is de sector gered door de taxshift die in 2015 werd doorgevoerd’, zegt Muyldermans. ‘De lastenverlaging op arbeid was duidelijk voelbaar in de sector. Maar bijkomende loonsverhogingen zullen zeker tot problemen in de sector leiden.’

Supersnel geld overschrijven kan ook automatisch en zonder extra kosten

Flitsbetalingen geraken almaar meer geïntegreerd in het aanbod van de banken. Bij verschillende banken wordt een overschrijving al automatisch en zonder extra kosten in enkele seconden doorgevoerd.

Belgische banken werken al een aantal jaar aan een systeem dat overschrijvingen sneller moet uitvoeren. Bij een klassieke overschrijving kan het een tot meerdere dagen duren voor het bedrag op de andere rekening staat. Bij een flitsbetaling is het de bedoeling dat een betaling meteen – binnen enkele seconden – op de rekening van de begunstigde staat. Het maakt niet uit of het over dezelfde bank of over een andere bank gaat. Ook het tijdstip van de overschrijving, tijdens de weekends of op feestdagen, speelt geen rol.

Zestien Belgische banken hebben begin dit jaar toegezegd dat ze instantoverschrijvingen zullen aanbieden in hun dienstenpakket, al dan niet tegen extra kosten. Maar dat betekent niet dat een flitsbetaling al mogelijk is voor alle klanten van de 16 banken. Bij BNP Paribas Fortis is het voorlopig alleen voor bedrijfsklanten mogelijk om een flitsbetaling te doen naar een andere rekening. ‘De uitrol voor de particuliere klanten is gepland voor begin 2020. De tarifering daarvoor is nog niet bepaald’, zegt Hilde Junius, woordvoerster van de bank.

De tarifering voor de flitsbetalingen verschilt fors naargelang de bank. ‘Bij verschillende banken is het een aparte betalende dienst’, zegt Isabelle Marchand van de bankenfederatie Febelfin. ‘Maar er zijn ook banken die betalingen standaard instant uitvoeren, indien mogelijk. In dat geval zijn de betalingen onderdeel van een pakket en worden ze niet afzonderlijk getarifeerd’, luidt het.

Bij 16 Belgische banken is het systeem van flitsbetalingen geïnstalleerd, maar nog niet overal kunnen alle klanten er gebruik van maken.

KBC, dat sinds 4 maart flitsbetalingen voor particulieren aanbiedt, rekent geen aparte kosten aan. Als de bank een betaling als instantoverschrijving kan uitvoeren, doet ze dat standaard zonder extra kosten. De klant hoeft zelf niets te ondernemen, luidt het. De dienst geldt wel alleen voor klanten met een KBC/CBC Plusrekening. Voor bedrijfsklanten maakte KBC de dienst eind oktober beschikbaar. Sinds maart 2019 konden zij al instantoverschrijvingen ontvangen.

Ook ING biedt de dienst automatisch aan. ‘Ongeacht welk type rekening kunnen klanten ervan gebruikmaken via Home Bank of ING Smart Banking. Ze hoeven daar niets voor te doen en het is volledig gratis’, klinkt het. Bedrijfsklanten moeten wel aangeven of ze van de voor hen betalende dienst willen gebruikmaken (5 euro exclusief btw). ‘We blijven bedrijven ook de mogelijkheid bieden om betalingen dezelfde dag uit te voeren, als ze die vóór 14.30 uur invoeren. Die dienst blijft automatisch en gratis.’

Argenta is een andere speler die supersnelle overschrijvingen gratis aanbiedt aan particulieren. ‘De betalingen moeten wel via de app verlopen’, luidt het.

Bij Crelan en Belfius worden flitsbetalingen apart aangerekend. ‘We hebben bij de lancering besloten één tarief toe te passen voor al onze klanten, namelijk 1,25 euro. Flitsbetalingen hebben een hoge toegevoegde waarde voor onze klanten – de dienst werkt 24/7 en het geld is meteen beschikbaar voor de begunstigde – maar ze houden wel een reële kostprijs in voor de bank. We gaan het gebruik van die dienstverlening door onze klanten analyseren en eventueel het tarief aanpassen. Transfers tussen Belfius-rekeningen in realtime zijn gratis’, luidt het bij Belfius.

Crelan rekent 1,25 euro aan voor een flitsbetaling. ‘De klant moet die optie aanduiden in myCrelan of de mobiele app.’ Bij BNP Paribas Fortis, dat de dienst al voor bedrijfsklanten aanbiedt, is er ook een vast tarief. ‘Bedrijfsklanten met een Easy Banking Business-contract betalen 0,50 euro per transactie.’

Discussies uitsluiten

Wie een snelle overschrijving wil uitvoeren, moet er rekening mee houden dat ook de ontvangende bank ingeschreven moet zijn in het systeem van flitsbetalingen. Volgens Febelfin is 85 procent van de rekeningen bereikbaar voor flitsbetalingen.

Wie een snelle overschrijving wil uitvoeren, moet er rekening mee houden dat ook de ontvangende bank ingeschreven moet zijn in het systeem van flitsbetalingen. Volgens Febelfin is 85 procent van de rekeningen bereikbaar voor flitsbetalingen.

De 16 ingeschreven banken zijn Argenta, Bank De Kremer, Bank J. Van Breda & Co., Bank Nagelmackers, Belfius, BNP Paribas Fortis, CBC Banque, CPH Banque, Crelan, Europabank, Fintro, Hello Bank, ING België, KBC Bank, KBC Brussels en VDK Bank. Wie bij hen klant is, zal instantoverschrijvingen kunnen ontvangen en mogelijk ook initiëren. Wie een flitsbetaling ontvangt, moet uiteraard niet betalen voor de dienst. AXA Bank en Deutsche Bank doen niet mee met het systeem.

De flitsbetalingen kunnen handig zijn om bijvoorbeeld snel een bewijs van betaling te hebben bij een aankoop. Als de verkoper het geld meteen op de rekening heeft, worden discussies erover uitgesloten. Ook kunnen grotere bedrijven hun cashbeleid beter uitstippelen als ze sneller worden uitbetaald.

Belangrijk nog: betalingen met de kaart volgen een ander systeem. Bij betalingen in de winkel met de kaart versluist het geld de dag zelf of de dag nadien van de ene naar de andere rekening. Maar het is Bancontact of Maestro dat dat betalingsverkeer regelt en dat platform verschilt van dat dat gebruikt wordt voor de flitsbetalingen.

Tien geldvragen aan Peter Van Laer

Peter Van Laer is de nieuwe CEO van het adviesbureau BDO België. ‘Ondernemen is een loodzware stiel. Het moet echt een hel zijn om jaren te ondernemen zonder enig succes te boeken.’

1. Wanneer hebt u met geld leren omgaan?

‘In de periode dat ik als student mijn eerste centen verdiende. Ik heb studentenjobs gedaan in een houtzagerij, een slagerij en een schrijnwerkerij. Een deel van mijn inkomen ging naar een dj-clubje dat ik met enkele vrienden had opgericht. We draaiden op fuiven en investeerden samen in relatief duur materiaal en platen.’

2. Wat is uw beste investering?

‘De aankoop van de gezinswoning. Dat heeft niet alleen te maken met de economische waarde, maar vooral met de warme plaats die je er creëert voor jezelf en je gezin. Ik beschouw mijn huis echt als a healing place, waar ik met mijn vrouw, vier kinderen en schoonkinderen rust en stabiliteit vind.’

3. Neemt u gemakkelijk financiële risico’s?

‘In 2007 heb ik met andere investeerders het consultingbureau Crossroad opgericht. Ik had toen evengoed kunnen vasthouden aan mijn goedbetaalde job in een grote onderneming. De uitwerking van een goed businessplan heeft me genoeg vertrouwen gegeven om de risico’s te durven nemen. Dat is een oefening waarmee je een geheugen opbouwt voor de toekomst, want uiteindelijk is het een document waarin je alle situaties beschrijft waarin je nog kan terechtkomen. ’

4. Hebt u al wakker gelegen van geldzaken?

‘Door de crisissen van 2008 en 2012 hebben we het met Crossroad niet altijd makkelijk gehad. Dan kom je ook jezelf tegen. Ik heb toen meer dan één slapeloze nacht beleefd. Op zich is dat ook niet slecht, want het betekent dat je intensief bezig bent met je onderneming. En dan heb ik nog het geluk gehad dat we verschillende keren konden feesten om successen te vieren. Ondernemen is een loodzware stiel. Het moet echt een hel zijn om jaren te ondernemen zonder enig succes te boeken.’

5. Belegt u?

‘Het grootste deel van mijn vermogen zit in fysiek vastgoed. Dat beschouw ik als een brave belegging. Sinds de verkoop van Crossroad aan BDO investeer ik ook in lokale ondernemers die de markt goed aanvoelen en overlopen van passie. Dat zijn kleine maar hele risicovolle investeringen. Voor mijn vermogen kies ik dus ofwel voor absolute veiligheid, of neem ik voluit risico’s. De tussenweg neem ik niet.’

6. Bent u al het slachtoffer geweest van oplichters?

‘Als investeerder werd ik weleens geconfronteerd met buitenlandse maatschappijen die me fantastische rendementen voorspiegelden. Zulke schimmige verhalen kan je snel doorprikken als je je huiswerk een beetje maakt. Het is me wel al overkomen dat mijn kredietkaart werd gekopieerd tijdens een reis in de Verenigde Staten. Mijn kaart werd toen gebruikt voor de aankoop van een wagen, enkele tankbeurten en een reis naar Mexico. Gelukkig heeft de kredietmaatschappij snel alle kosten terugbetaald.’

7. Waaraan spendeert u graag geld?

‘Aan mijn vier kinderen. We laten hen studeren en geven hen de ruimte voor hobby’s en sporten, zodat ze zich maximaal kunnen ontplooien. Dat kost veel geld. We gaan ook gezamenlijk een paar keer per jaar op reis. Minstens één keer per jaar trekken we naar een heel andere cultuur, zodat ze dat ook kunnen beleven.’

8. Hebt u een zwak voor technologische gadgets?

‘Niet echt. Veel gadgets belanden na enige tijd ongebruikt in een schuif omdat ze toch niet zinvol zijn. Ik heb wel graag de nieuwste versie van een smartphone, omdat die meestal echt meer gebruiksgemak biedt.’

9. Koopt u kunst?

‘Ik kijk heel graag naar kunst, maar kopen is nog iets anders. Ik heb het heel moeilijk de prijsvorming achter kunst te begrijpen. Sommige prijzen kan ik niet vatten.’

10. Wat is uw guilty pleasure?

‘Ik ben een grote liefhebber van lekkere wijnen. Van mijn vrouw hoor ik af en toe dat ik overdrijf, als ik mijn kelder nog eens aanvul. Toch ben ik geen verzamelaar die flessen jaren laat liggen. Ze zijn echt gekocht met de bedoeling ze leeg te drinken met familie of vrienden. Hele dure wijnen zijn aan mij niet besteed. Voor een bijzondere wijn wil ik nog 60 à 70 euro betalen, maar dat is het absolute maximum.’

Wat weet de fiscus over uw geld?

Hoewel van een vermogenskadaster in ons land nog lang geen sprake is, werd het pad ernaar de voorbije jaren toch meer geëffend. Een overzicht van wat de fiscus al weet over uw centen.

De strijd tegen witwassen en terreur leidde er de voorbije jaren toe dat de fiscus steeds meer instrumenten ter beschikking heeft om uw financiële situatie in kaart te brengen. Er zijn drie niveaus waarop de fiscus aan zijn informatie komt. Ten eerste omdat u die informatie zelf verstrekt via de belastingaangifte, ten tweede omdat de fiscus die spontaan van buitenlandse belastingdiensten ontvangt, en ten derde omdat databanken beschikbaar zijn die de fiscus onder voorwaarden kan inkijken. Op alle drie domeinen is de hoeveelheid informatie waarover de fiscus beschikt gevoelig toegenomen.

1. U geeft de informatie zelf

Haal meer uit uw spaargeld op Finance Avenue

Kom op zaterdag 16 november naar Finance Avenue, de grootste nationale geldbeurs van De Tijd voor spaarders en beleggers. U krijgt er de strafste tips om te beleggen, te investeren in vastgoed en om uw vermogens- en pensioenplanning aan te pakken. Schrijf u nu gratis in.

Hebt u spaarproducten, aandelen of beleggingsfondsen bij een Belgische bank, dan onderwerpt die bank de inkomsten die u daaruit haalt in principe aan een bevrijdende roerende voorheffing. Dat betekent dat u die roerende inkomsten niet hoeft aan te geven in uw belastingaangifte en de fiscus ook geen zicht heeft op het saldo op uw rekening.

Wie echter inkomsten opstrijkt die belastbaar zijn, maar geen bevrijdende belasting aan de bron hebben ondergaan, moet die inkomsten aangeven in zijn belastingaangifte. Het gaat dan bijvoorbeeld om inkomsten die in het buitenland werden geïnd, of inkomsten uit bepaalde beleggingsfondsen die fiscaal transparant zijn en waarop de bank dus geen bevrijdende roerende voorheffing heeft toegepast. Ook wie meerdere spaarboekjes heeft en daar gezamenlijk meer dan 980 euro intresten uit puurde, moet die opnemen in zijn aangifte.

Sinds 2018 is daar extra, weliswaar vrijblijvende informatie bijgekomen. Die heeft te maken met de mogelijkheid de roerende voorheffing op aandelen – die de bank automatisch heeft afgehouden – te recupereren. Er geldt een maximumbedrag van 800 euro aan dividenden (inkomsten 2019), wat betekent dat u 240 euro (800 euro x 30%) kunt recupereren. De voorwaarde is wel dat u via uw belastingaangifte inzicht geeft in uw aandelenportefeuille.

Voorts moet u als belastingplichtige het bestaan van buitenlandse rekeningen, verzekeringen of juridische constructies aangeven. Het gaat om een veld dat u moet aanvinken. Ook het land van herkomst wordt gevraagd, maar saldi van de rekeningen moet u niet geven. Voor het aanslagjaar 2018 werden 173.048 buitenlandse rekeningen gemeld, 45.825 buitenlandse verzekeringen en 1.705 juridische constructies.

Ten slotte moet een belastingplichtige die meer dan één effectenrekening heeft dat ook melden in zijn aangifte. De effectentaks van 0,15 procent is van toepassing voor wie gezamenlijk meer dan 500.000 euro op een of meerdere effectenrekeningen heeft staan. De taks werd onlangs wel door het Grondwettelijk Hof vernietigd, waardoor ze vanaf 2020 wegvalt.

2. Fiscus krijgt informatie

Elk jaar ontvangt de fiscus informatie over het saldo op uw buitenlandse rekening en over de inkomsten die vanop die rekening werden uitgekeerd aan de Belgische rekeninghouder.

Zonder dat u het beseft, komt de fiscus ook spontaan informatie te weten over uw financiële situatie. Dat heeft alles te maken met de internationale gegevensuitwisseling die in 2014 in de steigers werd gezet. De zogenaamde common reporting standards (CRS) betekenen dat landen informatie uitwisselen over de financiële rekeningen die inwoners van een bepaald land in de andere landen aanhouden. Intussen nemen bijna 100 landen deel, waaronder België en de andere 27 EU-lidstaten. Ook Zwitserland en beruchte belastingparadijzen als de Kaaimaneilanden en Liechtenstein doen mee aan de gegevensuitwisseling.

Elk jaar ontvangt de fiscus informatie over het saldo op uw buitenlandse rekening en over de inkomsten die vanop die rekening werden uitgekeerd aan de Belgische rekeninghouder. Ook buitenlandse verzekeringen zitten trouwens in het pakket van de CRS-gegevens, waardoor de Belgische fiscus perfect zicht heeft op de uitstaande kapitalen in zo’n verzekering. Vergeet de Belg melding te maken van de onbelaste inkomsten in zijn belastingaangifte, dan komt de fiscus ‘die vergetelheid’ makkelijk op het spoor. Voor het inkomstenjaar 2017 ontving de fiscus liefst 1,4 miljoen gegevens. Op basis van die data stuurde hij in mei al meer dan 200.000 brieven naar personen met een vraag om inlichtingen.

Ook op andere manieren kan de fiscus spontaan op de hoogte worden gesteld van uw vermogen. Dat is het geval bij een overlijden, waarbij de rekeningen meteen geblokkeerd worden en een aangifte voor nalatenschap moet worden opgesteld die de stand van de rekeningen vermeld. Ook bij spaar- of beleggingsverzekeringen worden de kapitalen bij overlijden zichtbaar. Belgische verzekeraars zijn bij het overlijden van de verzekerde verplicht de fiscus op de hoogte te stellen van het contract.

3. Fiscus kan gegevens opvragen

Wat weet de fiscus over uw vermogen in binnen- en buitenland?

Spreker: Filip Smet, director tax Laga

14.00 –
14.45 uur Netto Corner

Tweet mee: #finav19

Ten slotte heeft de fiscus ook toegang tot databanken die ze onder voorwaarden kan raadplegen. Sinds 2014 zijn de banken verplicht alle bankrekeningen van hun cliënten door te spelen aan een Centraal Aanspreekpunt (CAP), dat gecoördineerd wordt bij de Nationale Bank. Het gaat om zicht-, deposito-, spaar-, effecten- en termijnrekeningen. Enkel de naam van de rekeninghouder en het rekeningnummer staan in de databank, zodat het meldpunt geen zicht heeft op de saldi op de rekening. Maar het CAP kan bijvoorbeeld wel zeggen wie spaarboekjes bij meerdere banken heeft. Vanaf 2020 zal de databank ook de Belgische spaar- en beleggingsverzekeringen bevatten. Voor buitenlandse rekeningen moet de belastingplichtige de gegevens zelf doorspelen aan het CAP.

‘De fiscale administratie kan het meldpunt enkel raadplegen als ze beschikt over aanwijzingen van fiscale fraude of als ze een indiciaire taxatie wenst te vestigen. Dat laatste houdt in dat ze op grond van bepaalde uitgavenpatronen in een belastbaar tijdperk de belastbare inkomsten tracht vast te stellen’, zegt Filip Smet van het advocatenbureau Laga.

Bij indicaties van fraude kan de fiscus ook, na een kennisgeving aan de belastingplichtige, rechtstreeks de financiële instellingen bevragen en een zicht krijgen op financiële transacties en tegoeden. ‘Dat is geen automatisme, enkel een mogelijkheid als het onderzoek indicaties van fraude heeft opgeleverd’, besluit Smet.

Hotel mama levert besparing van 700 euro per maand op

Langer onder het dak van mama en papa wonen biedt niet alleen praktische voordelen. Het is ook aanzienlijk goedkoper. Waar zit het verschil?

Een diploma op zak en een eerste baan. Het is een vrijgeleide om de deur van het ouderlijk huis achter zich dicht te trekken. Maar steeds meer jongeren kiezen ervoor om bij hun ouders te blijven wonen. In de leeftijdscategorie van 25 tot 29 jaar woont nog 28 procent bij mama en papa. In 2011 lag het aandeel van de nestklevers nog op 24 procent, blijkt uit cijfers van Statbel.

Tal van redenen kunnen aangehaald worden: voor de gezelligheid, het gemak om mee te schuiven aan tafel, de was die gestreken in de kast wordt gelegd… Maar wellicht speelt ook het financiële aspect. Door wat langer thuis te blijven, kan de jongere extra sparen. Het Centrum voor budgetadvies en -onderzoek (CEBUD) van de hogeschool Thomas More becijferde dat de kosten in hotel mama 716 euro per maand lager uitvallen dan voor jongeren die alleen wonen. ‘De minimaal noodzakelijke uitgaven voor een Vlaamse jongvolwassene die een woning huurt, bedragen 1.344 euro per maand. Als hij ervoor kiest om bij zijn ouders te blijven inwonen en daardoor heel wat vaste kosten kan delen, vermindert het noodzakelijk budget tot 628 euro’, zegt onderzoekster Ilse Cornelis.

Een tussenoplossing is samen met een vriend, vriendin of partner iets te huren en de kosten delen. ‘De kostprijs bedraagt dan voor de jongere maandelijks 884 euro’, zegt Cornelis. CEBUD rekent met de referentiebudgetten, het inkomen dat nodig is om volwaardig aan de maatschappij te kunnen deelnemen. ‘Dat zijn minimumkosten. De werkelijke uitgaven liggen voor de meeste jongeren hoger. Een van de bepalende factoren voor hoeveel men spendeert, is het beschikbaar inkomen’, zegt Cornelis.

Kost en inwoon

Hoe de gezinsfinanciën worden geregeld zodra een kind een job heeft, verschilt van gezin tot gezin. Sommigen hoeven helemaal niets zelf te betalen en geven daardoor maandelijks 1.344 euro minder uit dan mochten ze alleen wonen. In meeste gezinnen staan de inwonende kinderen in voor hun ‘eigen’ kosten. ‘Die zijn goed voor een minimum van 289 euro. Het gaat dan bijvoorbeeld om kleren, een eigen pc, vakanties, de kapper, een avondje uit, openbaar vervoer… Die kosten blijven gelijk ongeacht of de jongere alleen dan wel bij zijn ouders woont’, zegt Cornelis. ‘De overige 339 euro aan kosten voor een nestklever houden verband met kost en inwoon. Denk maar aan eten, de was, huur, energie, verlichting, tv en internet, verzekeringen… Die kosten worden met de ouders gedeeld. Als ouders hun kinderen willen laten bijdragen voor kost en inwoon, dan is zo’n 340 euro per maand een faire bijdrage. Uiteraard op voorwaarde dat de jongere een inkomen heeft dat hem dat toelaat.’

Gedeelde kosten

In die gedeelde kosten realiseert een nestklever de grootste besparing. Een overzicht van de belangrijkste kostenposten en de besparing die ze opleveren:

> Huisvesting: 589 euro voordeel

Het grootste verschil wordt gemaakt op het vlak van huisvesting. Een jongere die op eigen benen staat, moet iets huren. Voor een eenslaapkamerappartement in Vlaanderen wordt gemiddeld 570 euro betaald. Daarbovenop komen de kosten voor water, elektriciteit en onderhoud. Dat brengt de huisvestingskosten voor een jongere die alleen woont op 721 euro. In hotel mama blijft dat budget beperkt tot 132 euro. Daarbij is verrekend dat het huis een extra slaapkamer moet hebben. Voor wie samenwoont met een vriend en de kosten deelt, komen de huisvestingskosten op 370 euro per maand.

> Voeding: 22 euro voordeel

Koken voor een mondje meer in het gezin is goedkoper dan wie voor zichzelf moet koken. De kostenbesparing zit zowel in de voordelige gezinsverpakkingen als in de gedeelde keukenbenodigdheden. Een nestklever moet rekenen op een eetbudget van 167 euro per maand, een jongere die alleen woont op 189 euro. Jongeren die het huishouden delen met een partner hebben elk minimaal 168 euro nodig om gezond te kunnen eten.

> Kleding: 7 euro voordeel

Al dan niet alleen wonen maakt weinig verschil voor de aankoop van kleren en schoenen. Maar wie op eigen benen staat, moet een wasmachine, een strijkijzer en -plank en een wasrek kopen. Een inwonend kind moet rekenen op een maandelijks kledingbudget van 45 euro, wie alleen woont op 52 euro. De tussenweg is samenwonen met een vriend(in): 49 euro.

> Gezondheid en verzorging:

10 euro voordeel

De uitgaven voor gezondheid en verzorging zijn individueel, waardoor het niet zo’n verschil maakt of iemand nog thuis woont of niet. Het gaat om verzekeringen (ziekenfondsbijdrage, hospitalisatieverzekering, zorgverzekering) en kosten voor gezondheid en algemene hygiëne, de kosten van de kapper bijvoorbeeld. Een inwonend kind heeft beperkt gedeelde kosten zoals een thuisapotheek en de uitrusting van de badkamer. Dat brengt de kosten voor gezondheid en verzorgen voor een nestklever op 39 euro, voor een jongere die alleen woont, is dat 49 euro.

> Ontspanning: 25 euro

Uitgaan, vakantie, het verenigingsleven… Het kost een nestklever 58 euro per maand. Dat is aanzienlijk minder dan voor wie alleen woont (83 euro). De grootste besparing voor een inwonend kind zit in het delen van televisie en bijbehorende kosten.

> Sociale contacten: 40 euro

Een eigen computer, smartphone, thuis ontvangen van vrienden, relaties met collega’s… Een inwonende jongvolwassene met een job heeft er 105 euro per maand voor nodig. Mocht hij alleen wonen, dan zou hem dat 145 euro per maand kosten. Het grootste verschil zit in de gedeelde internetverbinding van het gezin. Een samenwonend koppel met dezelfde vriendenkring heeft er 112 euro per maand voor nodig.

> Verzekeringen: 17 euro

Wie alleen gaat wonen, moet een eigen brandverzekering en familiale verzekering afsluiten. Inwonende kinderen zijn mee verzekerd in de polis van hun ouders. De verzekeringen kosten iemand die alleen woont minimaal 17 euro. Samen met zijn vriend(in) zouden ze elk 10 euro moeten betalen.

> Onvoorziene uitgaven: 8 euro

De onvoorziene uitgaven slaan vooral op toestellen als de koelkast en wasmachine die vroegtijdig kapot gaat. Inwonende jongvolwassenen betalen meestal niet voor zulke duurzame consumptiegoederen.

Wat verandert in november?

Minder tijd om naar de apotheek te gaan en een lagere opbrengst op de spaarrekening. Dat zijn de belangrijkste twee veranderingen voor uw portemonnee in november.

Voorschrift voor geneesmiddelen maar 3 maanden geldig

Vanaf 1 november blijft een geneesmiddelenvoorschrift standaard maar 3 maanden geldig. Dat betekent dat u binnen de drie maanden naar de apotheek moet om de geneesmiddelen op te halen. Als de geldigheidsperiode verstreken is, kan uw apotheker de medicijnen niet meer afleveren.

Daarmee wordt de geldigheidsduur van een geneesmiddelenvoorschrift afgestemd op de termijn dat de medicijnen terugbetaald worden door de ziekteverzekering. Tot nu toe kon een apotheker een voorgeschreven medicijn onbeperkt in de tijd afleveren, maar de ziekteverzekering betaalde dat maar terug tot het einde van de derde maand na de voorschrijfdatum.

De nieuwe regels gelden zowel voor elektronische als voor papieren voorschriften. Wel krijgt een arts de mogelijkheid een langere geldigheidsduur dan de voorziene drie maanden op te geven als hij dat nodig acht voor de gezondheid van zijn patiënt. De terugbetaling door de ziekteverzekering is er dan ook gedurende de langere periode. De geldigheidsduur kan evenwel nooit langer zijn dan een jaar.

Er wordt een overgangsperiode voorzien, tot 31 januari 2020, waarbinnen de ‘oude’ voorschriften nog geldig blijven.

Verkoop van tabaksproducten aan minderjarigen verboden

Voortaan is het verboden tabaksproducten aan minderjarigen te verkopen. Het verbod slaat op sigaretten en roltabak, maar ook op de e-sigaret. Tot nu toe lag de leeftijdsgrens op 16 jaar.

Meest performante spaarrekening brengt minder op

Op 1 november verlaagt de bank Santander Consumer de intrest op haar spaarrekening Vision+. Dat is hoogst rentende spaarrekening in België.

De basisrente zakt van 0,15 naar 0,05 procent, de getrouwheidspremie van 0,65 naar 0,55 procent. Dat brengt het globale rendement op 0,60 procent, in plaats van 0,80 procent.

Ook na deze renteverlaging blijft de spaarrekening de meest voordelige van België. De tweede plaats in het klassement is een ex-aequo van de spaarrekening Cocoon van Bpost Bank en Fidelity van Medirect. Ze bieden beide een globaal rendement van 0,55 procent, al zijn de basisrente en de getrouwheidspremie heel verschillend.

LOGO KLEUR copy2 copy

De Smedt Advocaten

Het kantoor behandelt een zeer ruim spectrum aan rechtsmateries, waardoor zowel de particuliere cliënten inzake persoonsgebonden materies als bedrijven, zelfstandigen en vrije beroepen met hun specifieke ondernemingsgerelateerde cases op een deskundige manier geholpen kunnen worden.

Copyright 2017 © Alle Rechten Voorbehouden

Design by PubliDesign.be