Banken worden strenger voor woonkredieten

Banken worden strenger voor woonkredieten

De Nationale Bank vindt dat banken voorzichtiger moeten zijn bij het toekennen van hypothecaire leningen. Gaat u een woonkrediet aan voor uw gezinswoning, dan zal u vanaf januari maximaal 90 procent van de aankoopwaarde kunnen lenen.

Dat betekent dat u een deel van de aankoopprijs (10%) én de kosten (bijvoorbeeld de registratierechten en notariskosten) zelf zal moeten financieren.

In het verleden kon u tot 125 procent van de aankoopprijs lenen, en dus ook het bedrag van de kosten bijlenen. Dat is inmiddels verleden tijd, maar de Nationale Bank vindt dat banken soms nog te gemakkelijk krediet verschaffen en legt daarom een aantal richtlijnen vast. Die maken dat u toch al wat spaargeld opzij moet hebben staan om een woning te kunnen kopen en hiervoor een lening af te sluiten.

Jonge gezinnen

Het is evenwel niet de bedoeling van de Nationale Bank om het voor jonge gezinnen onmogelijk te maken een woning te kopen. De finan­ciële toezichthouder voorziet dan ook in soepelere richtlijnen voor beginnende kopers. Maximaal 35 procent van het leenvolume aan startende kopers mag een hogere quotiteit dan 90 hebben. Hoe hoog dan wel, dat zegt de Nationale Bank niet. Maar bij maximaal 5 procent daarvan mag de lening meer dan 100 procent van de aankoopwaarde bedragen. Voor de andere ontleners (zij die geen beginnende kopers zijn) mag maximaal 20 procent een hogere quotiteit hebben, maar daar mag de lening niet meer dan 100 procent van de aankoopwaarde bedragen.

Bent u een vastgoedinvesteerder en leent u voor een pand om te verhuren, dan zal u voortaan 20 procent van de aankoopprijs zelf moeten financieren, net als de kosten.

Bent u een vastgoedinvesteerder en leent u voor een pand om te verhuren, dan zijn de toezichtsverwachtingen strenger en bedraagt de drempel 80 procent. U zal dan 20 procent van de aankoopprijs zelf moeten financieren, net als de kosten. Ook hier hanteert de Nationale Bank een tolerantiemarge en mag 10 procent van het leenvolume een hogere quotiteit hebben, maar die mag niet meer dan 90 bedragen.

Bovendien legt de Nationale Bank ook beperkingen op voor ‘risicovolle segmenten’. Het gaat dan om kredietdossiers waarbij mensen meer dan de helft van hun inkomen besteden aan het terugbetalen van leningen. ‘Maximaal 5 procent van het totale leenvolume mag bestaan uit leningen die een hoge aflossingslast (meer dan 50% van het inkomen) combineren met een hoge quotiteit (meer dan 90%).’

Banken die de verwachtingen niet naleven, zullen moeten uitleggen waarom ze van de regels afwijken.

Lees meer over wat er voor uw vastgoed verandert in 2020 in de gids ‘Uw Geld in 2020’, nu zaterdag bij De Tijd.

Uw geld in 2020

Nu zaterdag 14/12, gratis bij De Tijd

50 nieuwigheden die uw portemonnee raken

Vlaamse kinderbijslag wordt bevroren

Vlaamse kinderbijslag wordt bevroren

De Vlaamse regering zal sommige bedragen in de kinderbijslag niet indexeren. Daarmee wil de regering-Jambon tegen 2024 ruim 107 miljoen euro besparen.

Sinds 1 januari 2019 is de kinderbijslag hervormd tot het Groeipakket, en maakt het niet langer uit hoeveel kinderen u hebt. Elk kind krijgt voortaan evenveel. Maar kinderen die voor 2019 geboren zijn, vallen nog onder het oude systeem, waarbij de kinderbijslag toeneemt naarmate er kinderen bijkomen.

Het is aan dat oude systeem dat vanaf volgend jaar geraakt wordt: het basisbedrag voor het derde (en volgende) kind zal tijdens deze legislatuur bevroren worden. De vraag is welk basisbedrag de regering niet langer zal indexeren.

Kinderen uit Vlaanderen die voor 2019 geboren zijn, vallen nog onder het oude kinderbijslagsysteem. Het is aan dat oude systeem dat vanaf volgend jaar geraakt wordt.

Tot vorig jaar bedoelde men met ‘kinderen van rang drie’ uw derde kind en alle kinderen die daarop volgden. Sinds 1 januari 2019 zijn de rangen evenwel omgekeerd. Concreet betekent dit dat – als er meerdere kinderen in het gezin zijn – het oudste kind voortaan het hoogste basisbedrag krijgt (259,49 euro bij minstens drie kinderen), en niet langer het jongste kind, dat nu het laagste bedrag krijgt (93,93 euro).

Het kabinet van Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) bevestigt dat het het hoogste bedrag is dat vanaf volgend jaar niet geïndexeerd zal worden.

De kinderbijslag volgt de spilindex, die ook wordt gebruikt om de ambtenarenlonen en de sociale uitkeringen aan te passen aan de levensduurte. Als die wordt bereikt of overschreden, gaat de kinderbijslag voor de maand nadien met 2 procent omhoog. ‘Door de basiskinderbijslag voor kinderen van rang drie niet te indexeren, grijpt een gezin met drie kinderen na vijf jaar naast zo’n 27 euro per maand, als de spilindex elk jaar wordt bereikt of overschreden’, berekende Yves Coemans van de Gezinsbond.

euro/maand
Door de basiskinderbijslag voor kinderen van rang drie niet te indexeren, grijpt een Vlaams gezin met drie kinderen na vijf jaar naast zo’n 27 euro per maand (als de spilindex elk jaar wordt bereikt of overschreden).

Tegelijk zullen de leeftijdsbijslagen niet worden geïndexeerd. Deze maatregel geldt voor alle kinderen in het oude systeem. Zo’n leeftijdsbijslag krijgt u zodra uw kind 6, 12 of 18 jaar wordt. Dan komt er bij het basisbedrag van de kinderbijslag iets extra bij. ‘Met deze maatregel grijpt datzelfde gezin, afhankelijk van de leeftijden van de drie kinderen, na vijf jaar nog eens naast 8,5 euro (drie kinderen tussen 6 en 12 jaar) tot 19,80 euro per maand (drie 18-plussers).’

Ten slotte besliste de overheid om de indexering van het basisbedrag voortaan op een vast tijdstip door te voeren. Dus niet langer meteen na het bereiken van de spilindex, maar alleen op 1 september van dat jaar. Dat betekent dat u een paar maanden moet wachten op uw hogere kinderbijslag als de spilindex in april bereikt wordt.

Lees meer over wat er voor uw gezinssituatie verandert in 2020 in de gids ‘Uw Geld in 2020’, nu zaterdag bij De Tijd.

Uw geld in 2020

Nu zaterdag 14/12, gratis bij De Tijd

50 nieuwigheden die uw portemonnee raken

Help, mijn Google Drive loopt vol

Velen ontdekken na enkele jaren dat de opslagruimte in hun Google Drive, Google Photos en Gmail toch niet oneindig is. Het is niet moeilijk weer ruimte vrij te maken. Met deze tips komt u een heel eind.

Google geeft al zijn gebruikers standaard 15 gigabyte gratis opslagruimte voor bestanden. Dat klinkt als ruim voldoende, maar bij veel surfers loopt het datavat een stuk sneller vol dan ze verwachten. Dat komt omdat de opslagruimte gedeeld wordt onder verschillende Google-diensten. Het quotum telt niet alleen voor uw Gmail, maar ook voor Google Drive en Google Photos (tenminste, als u foto’s in volle resolutie opslaat, daarover dadelijk meer).

Veruit de eenvoudigste manier om uw opslagruimte te vergroten en vermoedelijk ook de oplossing die Google prefereert, is gewoonweg ruimte bijkopen. U krijgt dan een Google One-abonnement, want de oude naam Google Drive wordt stilaan uitgerangeerd. Een One-abonnement met 100 gigabyte opslagruimte (boven op de 15 die u al had) kost 1,99 euro per maand. Wie meteen voor een jaar betaalt, is 19,99 euro kwijt. Voor 200 gigabyte is dat 2,99 euro per maand en 29,99 euro per jaar. Voor grootverbruikers zijn er ook abonnementen van 2 terabyte voor net geen 10 euro per maand (100 euro per jaar) en zelfs 10, 20 en 30 terabyte. Voor die laatste formule verlangt Google bijna 300 euro per maand.

In vergelijking met de oude Google Drive-abonnementen zit in One bijkomende support van Google-experts inbegrepen, mocht u die ooit nodig hebben. Maar vooral hebt u de mogelijkheid de opslag te verdelen onder gezinsleden. U kunt tot vijf personen aanduiden die elk hun eigen opslag krijgen uit de pot met beschikbare data.

Verborgen link

Hebt u geen zin om te betalen, dan kunt u ruimte terugwinnen door heel grote bestanden, die u niet meer gebruikt, te verwijderen. In Google Drive is het eenvoudig alle bestanden te sorteren op grootte en er dan met de grove borstel door te gaan, al zit die functie een beetje verborgen. Log in op Google Drive en klik links onderaan op het zinnetje ‘xx GB van 15 GB gebruikt’, net boven ‘Opslagruimte upgraden’. Het is niet meteen duidelijk dat de zin een link is, maar dat is hij wel. Daarna krijgt u een ranking van alle bestanden volgens de ruimte die ze innemen. Door rechts te klikken op de betreffende file, kunt u die verwijderen.

In Gmail lukt dat ook. Google slaat alle bijlages bij uw ontvangen en verstuurde e-mails op en ook die tellen mee in het 15 gigabyte-quotum. Om alle mails met meer dan 8 megabyte aan bijlages te laten zien, typt u in de zoekbalk van Gmail: ‘has:attachment larger:8M’. Het getal in die instructie kunt u naar wens aanpassen. Daarna krijgt u een lijst met alle betreffende mails. Die is gesorteerd op datum, niet volgens grootte.

Wilt u nu ruimte vrijmaken, dan is het alles of niets. Het is in Gmail niet mogelijk mails te behouden en alleen de bijlage te verwijderen. Een trucje om daar een mouw aan te passen is de e-mails naar uzelf te forwarden zonder de bijlages en daarna de originele mail in de vuilbak te gooien. Ideaal is dat wel niet: al die mails verschijnen weer bovenaan uw lijst en zijn uiteraard niet meer van de originele afzender.

Doe de back-up

Het is simpel bestanden in Google Drive te sorteren op grootte en te deleten, al zit die functie wat verborgen.

Als alternatief is het perfect mogelijk oude mails van de Google-servers af te halen en offline te archiveren op een externe harde schijf of een USB-stick. Via de webversie van Gmail is dat niet mogelijk, maar als u een mailprogramma als Mozilla Thunderbird of Outlook gebruikt om Gmail-post te lezen, kan het wel. Hoe u dat voor elkaar krijgt, staat uitgelegd in de instellingen van Gmail, onder de tab ‘Doorsturen en POP/IMAP’. Er bestaan daarnaast webdiensten waarmee u een back-up kunt maken van mails. Upsafe, GmVault, MailArchiverX en Mailstore zijn er enkele.

Een bijkomend voordeel van zo’n backup is dat u die niet alleen kunt gebruiken om ruimte vrij te maken. Als u, om welke reden dan ook, niet meer in uw Gmail-account kan, heeft u op die manier toch nog toegang tot oude mails.

Gefotografeerde kastickets

De meest doorslaggevende component die uw Google-opslagruimte snel laat vollopen, zijn waarschijnlijk de foto’s die u neemt met uw smartphone en opslaat in Google Photos. Ook foto’s en filmpjes die via WhatsApp binnenkomen, worden daar bewaard en nemen na verloop van tijd veel plaats in.

Om in die chaos orde te scheppen zijn er een paar oplossingen. U kunt in de zoekbalk van Photos bijvoorbeeld zoeken naar ‘documenten’. Op die manier krijgt u alle foto’s van documenten, gefotografeerde kastickets en restaurantmenu’s voorgeschoteld, zaken die u allicht niet wil bewaren. Die kunt u dan met een gerust hart deleten.

Op dezelfde manier kunt u foto’s van bepaalde mensen opzoeken en duplicaten deleten, bijvoorbeeld foto’s die u maar met enkele seconden tussentijd hebt genomen. Daarvoor bestaan trouwens ook speciale smartphoneapps zoals Remo Duplicate Photos Remover, Photo Gallery Cleaner of Duplicates Cleaner. Wazige of mislukte foto’s zijn dan weer snel op te sporen met Nox Cleaner.

Al het bovenstaande geldt trouwens alleen maar als u uw foto’s in Google Photos bewaart in de originele kwaliteit. Photos biedt gebruikers ook de mogelijkheid foto’s op te slaan zonder dat die meetellen in het opslagquotum, maar de toegeving die het bedrijf dan eist, is dat het de foto’s mag compresseren tot maximaal 16 megapixels en dat het de beeldkwaliteit wat mag terugschroeven. Dat klinkt erger dan het is. Voor professionele fotografen is dat waarschijnlijk een no-go, maar gewone stervelingen zullen het verschil nauwelijks opmerken.

Concurrentie

Natuurlijk staat het u ook vrij om, behalve Google, gebruik te maken van andere cloudaanbieders en daar gratis ruimte op te souperen. Helaas zult u dan snel merken dat Google een van de gullere aanbieders is. Bij Amazon Drive, OneDrive en Apple iCloud krijgt u slechts 5 gigabyte gratis. Dropbox houdt het zelfs op een krenterige 2 gigabyte. Een omweg kan zijn dat u al uw foto’s verhuist naar een concurrent, maar de rest bij Google laat staan. Gesteld dat u er niet tegen opziet om gigabytes aan data te downloaden en daarna weer te uploaden.

‘Een echtscheiding is geen win-for-life’

Een ex die aan de haal gaat met een groot stuk van het vermogen. In de Angelsaksische landen is het eerder de regel, maar in ons land uitzonderlijk. Rijk trouwen is in België geen garantie voor een levenslange luxe.

Met 38 miljard dollar voor zijn ex-vrouw tekende Amazon-oprichter Jeff Bezos in het voorjaar de duurste echtscheiding ooit. Dat bedrag viel al bij al nog mee. MacKenzie had na een kwarteeuw huwelijk in gemeenschap van goederen de helft van het vermogen van de rijkste man te wereld kunnen opeisen.

‘In België zijn echtscheidingen waarbij een partner de helft van zijn vermogen moet afstaan of maandelijks duizenden euro’s onderhoudsgeld moet betalen een uitzondering’, zegt Ann Maelfait, echtscheidingsexperte bij Rivus Advocaten. De reden? ‘De Angelsaksische landen focussen veel meer op claims, terwijl hier een consensusmodel bestaat. Er kan veel meer contractueel geregeld worden’, zegt Bart Van Opstal, de woordvoerder van Notaris.be.

In België zijn echtscheidingen waarbij een partner de helft van zijn vermogen moet afstaan of maandelijks duizenden euro’s onderhoudsgeld moet betalen een uitzondering.

Ann Maelfait
Rivus Advocaten

‘Vermogende families onderhandelen nog voor het huwelijk en schermen hun vermogen via een huwelijkscontract af. Als er al een accident de parcours gebeurt, is dat vaak bij ondernemers die hun rijkdom van nul hebben opgebouwd en hun huwelijkscontract nooit hebben bijgestuurd’, zegt Maelfait.

Duidelijke afspraken

De basis voor de verdeling bij een echtscheiding wordt in het huwelijkscontract vastgelegd. Het gekozen huwelijksvermogensstelsel bepaalt welke partner eigenaar is van wat en hoe de inkomsten verdeeld worden. ‘Er kan veel geregeld worden, maar partners moeten in alle vertrouwen durven te praten over wat ze willen samenbrengen en wat ze apart willen houden’, zegt Baudouin Roels, senior vermogensplanner bij Belfius Wealth Management.

‘Nadenken over wat moet gebeuren als het slecht gaat, is niet evident. Vragen die de kop opsteken zijn bijvoorbeeld wat als hij iemand anders zou hebben? Of, geef ik geen prikkel om weg te gaan als mijn vrouw weet dat ze een smak geld krijgt? Het is belangrijk die emoties te benoemen en spanningen te vermijden’, zegt Maelfait.

De regels voor de ultrarijken zijn niet anders dan voor de gemiddelde Belg. Maar de samenstelling van hun vermogen maakt de zaken complexer.

Vanessa Dufour
Directeur Wealth Management, Belfius

De juiste clausules kunnen pas gekozen worden als iedereen zich terdege bewust is van de gevolgen. ‘We informeren onze klanten in Wealth Management meestal met individuele gesprekken. Ze kunnen ook veel informatie vinden op onze site. We organiseren infosessies voor hun kinderen’, zegt Vanessa Dufour, directeur Wealth Management bij Belfius. ‘De regels voor de ultrarijken zijn niet anders dan voor de gemiddelde Belg. Maar de samenstelling van hun vermogen maakt de zaken complexer. Vaak zit een groot deel van het vermogen in bedrijven of structuren en zijn er bezittingen in het buitenland.’

In vermogende families spelen meer belangen dan die van het koppel alleen. ‘Door de vaak aanwezige bedrijven en het familiepatrimonium is er een verstrengeling van belangen waarin ouders en bij uitbreiding de familie veel te zeggen hebben’, zegt Bart Verdickt, advocaat bij Greenille by Laga.

Solidariteit

Wealth, vrijdag 6 december gratis bij De Tijd

Met de bijlage ‘Wealth’ geeft De Tijd u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden.

  • Rijk en gescheiden: België is Amerika of het Verenigd Koninkrijk niet
  • Brugs erfgoed: met adellijke erfgename het Adornesdomein ontdekken
  • Sterrenchefs: hoe geld verdienen met luxe-ingrediënten

Wie in België geen huwelijkscontract opstelt, is automatisch gehuwd onder het wettelijk stelsel met gemeenschap van aanwinsten. Daarbij zijn onder andere bezittingen van voor het huwelijk, alle schenkingen en erfenissen eigen bezittingen van elke partner. Alle inkomsten na het huwelijk, ook die uit de eigen goederen, behoren tot de gemeenschap: elke partner bezit de helft. Met een huwelijkscontract kan daarvan afgeweken worden.

‘De vermogende Belg trouwt doorgaans met scheiding van goederen. Dat zit ingebakken in onze cultuur’, zegt Maelfait. In dat stelsel heeft elke partner zijn eigen vermogen, bij een relatiebreuk moet niets verdeeld worden. ‘Doorgaans wordt wel enige solidariteit ingebouwd met een verrekenbeding. Daarin wordt vastgelegd hoe de aangroei van het vermogen tijdens het huwelijk bij een echtscheiding tussen de echtgenoten verrekend kan worden’, zegt Patrizia Macaluso, echtscheidings- en erfenisadvocate bij Greenille by Laga. De verdeelsleutels kunnen vrij gemodelleerd worden. ‘Ze kunnen variëren in functie van de duur van het huwelijk’, zegt Maelfait. De notaris die het huwelijkscontract opstelt, is wettelijk verplicht te wijzen op de mogelijkheden van een verrekenbeding.

Het beste huwelijkscontract bestaat niet, het is altijd maatwerk. ‘Een jong koppel aan de start van zijn carrière zal wellicht enige solidariteit willen inbouwen, terwijl veertigers die voor de tweede keer huwen misschien een scheiding van goederen willen om problemen met kinderen uit een vorige relatie te vermijden’, zegt Roels. ‘Niet alleen bij het huwelijk maar ook tijdens het huwelijk moet het huwelijkscontract regelmatig in vraag worden gesteld. In een mensenleven kan veel veranderen, waardoor een wijziging van het huwelijkscontract nodig kan zijn’, zegt Dufour. Als het huwelijkscontract niet is aangepast, kan dat zuur opbreken bij een echtscheiding.

Een bemiddelde echtscheiding wordt psychologisch beter verteerd. We zien dat men dan vaak bereid is meer te geven dan strikt nodig om jarenlange procedures te vermijden waarbij beide partijen verliezen.

Patrizia Macaluso
Greenille by Laga

Verloopt een echtscheiding bij de ultrarijken anders? ‘Gefortuneerden proberen een echtscheiding binnenskamers te regelen. Daarbij speelt discretie, maar evenzeer de wil om de touwtjes in eigen handen te houden. Men wil zijn lot niet in de handen van een rechter leggen en tracht via overleg tot een regeling te komen. Vaak gaat daar een lange weg aan vooraf waarbij de verwachtingspatronen bijgesteld moeten worden’, zegt van Opstal. De betrokkenen laten zich bijstaan door vertrouwenspersonen en een team van specialisten, zoals fiscalisten, accountants, advocaten, notarissen en private bankers, om de gevolgen op alle vlakken te beperken.

‘Bij een echtscheiding kijken we verder dan het puur juridische. We waken ook over het menselijke en emotionele aspect, hebben aandacht voor de communicatie met de kinderen en zetten in op de ondersteuning en de coaching’, zegt Katalien Bollen, expert familiedynamiek en psychologe bij Greenille by Laga. ‘Voor de vennootschapsstructuren en de actieve ondernemingen moet de continuïteit verzekerd worden. Vechtscheidingen proberen we te vermijden omdat ze destabiliserend kunnen zijn. Een bemiddelde echtscheiding wordt psychologisch ook beter verteerd. We zien dat men dan vaak bereid is meer te geven dan strikt nodig om jarenlange procedures te vermijden waarbij beide partijen verliezen’, zegt Macaluso.

Als de partners er niet in slagen een echtscheiding met onderlinge toestemming uit te werken, zal een rechter eerst de echtscheiding uitspreken. Pas in een volgende fase wordt een notaris aangesteld om het vermogen te verdelen. ‘In de meerderheid van de gevallen kan in die fase nog een regeling uitgewerkt worden’, zegt Van Opstal. ‘Vaak heeft de financieel zwakkere partner niet het geld om te procederen en sluit men alsnog een deal over de verdeling van de bezittingen’, merkt Maelfait op.

Van Dior naar Zara

Wat maakt een echtscheiding bij ultrarijken anders?

>Zo goed als altijd worden al voor het huwelijk afspraken in een huwelijkscontract gemaakt.

>Het gaat vaak om complexe vermogens met bezittingen in het buitenland en met actieve ondernemingen.

>De belangen van het scheidende koppel zijn verstrengeld met die van de ouders en de familie.

>De echtscheidingen worden binnenskamers uitgewerkt.

>De levensstandaard tijdens het huwelijk is niet meer de norm voor het onderhoudsgeld.

Behalve de verdeling van de bezittingen moet ook bepaald worden of een partner aanspraak maakt op onderhoudsgeld of een alimentatie. ‘Partneralimentatie is geen win-for-life meer. Sinds de hervorming van het echtscheidingsrecht in 2007 moet de partneralimentatie alleen de behoeftigheid dekken en wordt geen rekening meer gehouden met de levensstandaard’, zegt Maelfait. ‘In het verleden werd gezwaaid met lijsten van uitgaven voor designerkleren, de kapper, vakantie… Op basis daarvan waren onderhoudsgelden van 8.000 en 9.000 euro per maand geen uitzondering. Vandaag zal een rechter oordelen dat bijvoorbeeld een dame met een diploma van lerares of apotheekassistente een eigen inkomen kan hebben om in haar levensonderhoud voorzien. Ook al ziet – meestal – de vrouw in kwestie haar maandbudget terugvallen van 10.000 naar 2.000 euro en moet Dior ingeruild worden voor Zara’, zegt Maelfait.

‘Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan je je op je levensstandaard beroepen. De rechter kan daar bijvoorbeeld mee instemmen bij een echtpaar dat 35 jaar getrouwd was en waarbij de vrouw haar carrière heeft opgegeven voor de opvoeding van de kinderen.’

‘Het voordeel van grote vermogens is dat er meer bouwstenen zijn om een echtscheiding financieel uit te werken. Een groter vermogen biedt de flexibiliteit om een clean break te creëren’, zegt Macaluso. ‘Een maandelijkse alimentatie valt psychologisch soms zwaar. Voor de betaler omdat hij elke maand geld van zijn rekening ziet verdwijnen. Voor de ontvanger, omdat hij afhankelijk blijft van de ex. Daarom kan gekozen worden voor een gekapitaliseerd bedrag of een lijfrente.’

De bijlage ‘Wealth’ geeft u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden. Vrijdag 6 december gratis bij De Tijd.

Oud-beleggersbaas Fonne Hendrickx: ‘Ik beleg niet in producten die ik niet begrijp’

Fonne Hendrickx (68) is gewezen afgevaardigd bestuurder van de Antwerpse beurs en de Vlaamse Federatie van Beleggers. ‘Ik beleg niet in producten die ik niet begrijp.’

1. Bent u een spaarder of een big spender?

‘Ik was negen jaar toen mijn vader overleed. In ons gezin met zes studerende kinderen werd daardoor heel spaarzaam met geld omgegaan. Die monetaire discipline draag ik nog altijd mee.’

2. Wat is het slechtste advies over geld dat u al hebt gekregen?

‘Ergens in 2000 hoorde ik ’s morgens op de radio dat Lernout & Hauspie het Amerikaanse bedrijf Dictaphone had overgenomen, waarop de beurskoers de hemel inging. Ik belde naar mijn broker om mijn aandelen te verkopen. Hij raadde me dat af omdat L&H volgens hem met deze overname aan het begin stond van een nieuwe technologie die de hele wereld zou veroveren. Tegen mijn buikgevoel in heb ik toen naar hem geluisterd. Die fout heeft me veel geld gekost, maar het is me daarna nooit meer overkomen.’

3. Wat is uw beste financiële beslissing?

‘In 1978 kochten we als pas getrouwd koppel een bouwgrond, die we in vier jaar afbetaald hebben tegen een rentevoet van 9,5 procent. Bij de notaris heb ik aan de verkoper letterlijk onze laatste frank afgegeven. Op dat moment hadden we zelfs geen geld meer om een brood te kopen. Maar vandaag is die grond en het huis dat we erop gebouwd hebben onze zekerheid voor een zorgeloze oude dag.’

4. Welke type belegger bent u?

‘Ik ben een ondernemer en een zuivere aandelenbelegger. Ik verruim mijn visie op de wereld door bedrijven te analyseren en te begrijpen wat ze doen. Ik koop bijna uitsluitend Belgische aandelen die een stabiel dividend opleveren en die mijn karig pensioen aanvullen. Zelden verkoop ik een aandeel en sommige aandelen zitten al meer dan 40 jaar in mijn portefeuille.’

5. Waarin belegt u nooit?

‘In producten die ik niet begrijp, zoals bitcoins en andere gestructureerde producten. Ik zal ook zelden buitenlandse aandelen kopen wegens de dubbele roerende voorheffing. Het is onbegrijpelijk dat daarvoor op Europees niveau nog geen fatsoenlijke regeling getroffen werd.’

6. Wat is uw beste investering?

‘Kort na de oliecrisis van 1973 kocht ik een koersfiets om dagelijks vanuit Westmalle naar mijn werk in Antwerpen te fietsen. Vandaag is dat heel normaal, maar in die tijd was dat nog een rariteit. Ik ben dat hele mijn loopbaan blijven volhouden. Daar heb ik veel auto’s en benzine mee uitgespaard. En het legde de basis voor mijn goede conditie.’

7. Welk voorwerp zou u voor geen geld ter wereld verkopen?

‘Mijn koersfiets. Het is een Pinarello Dogma, dezelfde als waarmee Bradley Wiggins de Ronde van Frankrijk heeft gewonnen. Voor de rest heb ik geen behoefte aan dure spullen of luxe. Zo rijd ik al meer dan 15 jaar met dezelfde auto.’

8. Wat is uw grootste ergernis over geldzaken?

‘De onlogische en onstabiele benadering van aandelenbeleggers door de overheid. Aan de ene kant zegt ze aan de burgers dat ze zelf hun pensioen moeten opbouwen wegens onze slechte staatsfinanciën. Aan de andere kant neemt ze daar een belangrijk deel van af via een verdubbeling van de roerende voorheffing en de beurstaks. En dan heb ik het nog niet over de speculatietaks en de beleggerstaks, die ineens werden ingevoerd en even snel weer afgevoerd. Al die maatregelen zijn bovendien zeer onrechtvaardig, want ze treffen niet de rijken maar wel de middenklasse.’

9. Bent u tevreden over uw pensioen?

‘Ik heb een gemengde loopbaan van 41 jaar als werknemer en zelfstandige. Ik ben de overheid heel dankbaar met mijn pensioen van 1.270 euro. Lachend zeg ik weleens dat mijn pensioen is opgesoupeerd als ik drie dagen zuinig leef. Gelukkig heb ik mezelf vanaf het begin van mijn loopbaan de discipline opgelegd een spaarpot aan te leggen, zodat we niet afhankelijk zijn van derden.’

10. Verdient u nog bij tijdens uw pensioen?

‘Nee. Ik werk wel kosteloos in de onderneming in paardenmaterialen die ik samen met mijn zoon run. De wereld van de paarden is zeer boeiend. Mijn beloning is het plezier dat ik beleef om mijn managementervaring aan mijn zoon door te geven. Het is onvoorstelbaar hoe je dat jong geweld ziet groeien. En het houdt me jong en scherp.’

Meer interviews op www.netto.be/geldvragen

Sinterklaas brengt digitale cadeautjes

Elektronisch speelgoed komt er in alle soorten en maten. Sommige gadgets dienen voor puur spelplezier, aan andere kleeft ook een educatief kantje en een derde categorie is behalve leuk ook praktisch. Een selectie.

1. Nintendo Switch Lite

De Nintendo Switch is een evergreen op menig sinterklaaslijstje en Nintendo heeft dit jaar een Lite-variant uitgebracht die een kleine honderd euro goedkoper is. Daarvoor werden een paar kleine opofferingen gebracht. De Lite heeft een iets kleiner scherm (5,5 in plaats van 6,2 inch) dan de gewone Switch en de Joy-Cons, zoals Nintendo de bedieningsknoppen noemt, zijn niet los te koppelen.

Het grootste verschil is dat de Lite een pure draagbare console is. U kunt haar dus niet aan een televisiescherm hangen, wat met de gewone Switch wel kan. Dat betekent dat een handvol games die geen handheldmodus ondersteunen nietdraaien op de Lite. Super Mario Party en Just Dance zijn waarschijnlijk de bekendste.

Daarvoor hoeft u de Lite niet te laten, want de bekendste Nintendo-franchises als Zelda, Super Mario en Super Smash Bros. werken allemaal probleemloos en bieden veel spelplezier.

Prijs: 229 euro

2. Artie 3000 Coding Bot

U herinnert zich vast nog de ‘spirograaf’ uit uw jeugd: dat plastic ding waarmee u gemakkelijk geometrische figuren en mandala’s kon tekenen. De Artie 3000 is de digitale opvolger daarvan. Artie is een soort robot waarin een pen past en die u kunt besturen via een speciale ‘programmeerwebsite’. Daar kunt u lijstjes met commando’s aanmaken die Artie dan een voor een afwerkt.

De robot komt met verschillende vormen (cirkels, vierkanten, driehoeken…) die naar hartenlust aangepast kunnen worden. Op die manier kunnen tekeningen gemaakt worden, maar leert het kind, volgens de fabrikant, ook de basisprincipes van visueel programmeren en krijgt het inzicht in geometrie en wiskunde. Voor gevorderden kan de Artie zelfs aangestuurd worden met echte programmeertalen als JavaScript en Python.

Het robotje werkt met een pc, een Mac en een tablet. De fabrikant Educational Insights maakt er ook een punt van dat Artie geen wifiverbinding nodig heeft en dus geen data verzamelt en doorstuurt.

Prijs: ongeveer 65 euro

3. Oppo Reno2 en Reno2 Z

Zeker bij kinderen vanaf een jaar of twaalf staat een smartphone vaak hoog op het verlanglijstje. Veel ouders hebben geen zin 800 of 1.000 euro te spenderen aan de nieuwste iPhone of Samsung Galaxy, maar dat hoeft gelukkig niet. In de lagere prijsregionen zijn ook smartphones te vinden die een prima ervaring bieden, zoals de Chinese Oppo Reno2 en Reno2 Z.

De apparaatjes komen met een groot oledscherm en een prima camera die ook in weinig licht nog toonbare foto’s kan maken. Ze beschikken allebei ook over een koptelefoonaansluiting, wat meer en meer een zeldzaamheid wordt. Ook een supersnelle batterijlader is aanwezig.

De Oppo Reno2 heeft daarnaast een frontcamera die als een soort haaienvin in en uit het apparaat schuift, een gimmick die er bij tieners waarschijnlijk wel ingaat. Toch lijkt de Reno2 Z ons de betere koop. Die heeft een iets tragere processor, een minder hoge schermresolutie en wat minder megapixels onder de telelens, maar is wel bijna 150 euro goedkoper.

Prijs: 490 euro (Oppo Reno2) en 345 euro (Oppo Reno2 Z)

4. Playz V8 Motor schaalmodel

Als de elektrische wagen binnenkort echt doorbreekt, rijden over enkele jaren misschien niet langer auto’s met een verbrandingsmotor rond. Toch kan het voor een ingenieur in spe bijzonder nuttig zijn te weten te komen hoe zo’n ding werkt. Dat is het idee achter de Playz V8 Combustion Engine.

Het model van een klassieke achtcilindermotor (schaal één op vier) moet volledig zelf in elkaar gezet worden. In de doos zitten alle krukken, riemen, assen en kleppen die voor de assemblage nodig zijn, een kleine driehonderd onderdelen. Bij heel jonge kinderen is enige assistentie van een volwassene waarschijnlijk noodzakelijk.

Nadat het gevaarte volledig in elkaar geschroefd is, wordt het op een batterij aangesloten en begint het te werken. Alle onderdelen bewegen net als bij een echte motor. Om het realisme nog wat op te drijven zit in de plastic basis waar de motor op gezet moet worden een kleine luidspreker die motorgeluiden produceert.

Prijs: ongeveer 70 dollar (verkrijgbaar bij Amazon.com en eBay)

5. Sony WF-1000XM3

Leerkrachten op een middelbare school zullen het beamen: ongeveer de halve speelplaats loopt rond met draadloze oortjes, bij voorkeur Airpods van Apple (149 euro). Draadloos betekent tegenwoordig ook echt draadloos, zelfs de verbinding tussen het linker- en rechteroortje kan zonder kabel. Voor tieners waarvoor het merk er wat minder toe doet, is de Sony WF-1000X een prima alternatief.

Die is, in tegenstelling tot de Airpods, voorzien van noisecancelling, dat omgevingsgeluid wegfiltert. Op die manier zit u als het ware in een cocon van muziek, zonder gestoord te worden door de buitenwereld. Apple biedt dat trucje alleen aan op zijn Airpods Pro en vraagt daar 279 euro voor. Bonus: de Sony komt in zwart met koperaccenten en dat ziet er een stuk luxueuzer uit dan het egale wit van de Airpods.

Met een volle batterij gaan de Sony’s ongeveer acht uur mee. Daarna moet u ze opladen door ze in het meegeleverde doosje te stoppen. Na drie keer moet ook het doosje zelf in het stopcontact.

Prijs: vanaf 190 euro

6. Snap Circuits SC-500

Kinderen laten knoeien met elektrische en elektronische onderdelen is zelden een goed idee, behalve als ze dat kunnen doen met een experimenteerdoos zoals die van Snap Circuits. In de doos zit een soort plastic bord waarop het jonge grut zelf elektrische modules kan plaatsen, zoals weerstanden, condensatoren en transistoren, maar ook IC-versterkers, een microfoon, leds en antennes. Op die manier kunnen honderden projecten in elkaar geknutseld worden, waaronder een inbraakalarm, een radiozender, een leugendetector of een deurbel. De stroom wordt geleverd door twee batterijen.

Snap Circuits brengt verschillende versies van de dozen op de markt, waarvan sommige meer en andere wat minder onderdelen bevatten en waarmee dus meer of minder projecten gemaakt kunnen worden. De prijs is evenredig met de mogelijkheden. Wie start met een goedkope doos en zin krijgt in meer, kan ook upgradekits kopen.

Prijs: 60 euro

Belgen bij grootste financieel analfalbeten in Europa

De financiële geletterdheid van Belgische consumenten ligt onder het Europese gemiddelde. In een onderzoek van de financieel dienstverlener Intrum prijken de Belgen op het vlak van financiële kennis pas op de 17de plaats op 24 Europese landen.

‘Niettegenstaande 74 procent van de Belgen beweren dat ze ‘uitstekend’ of ‘voldoende’ financieel onderwijs hebben gekregen, was 40 procent niet in staat de test – het koppelen van financiële termen aan de juiste definitie – succesvol af te leggen’, zegt Guy Colpaert, de algemeen directeur van Intrum België, dat gespecialiseerd is in het minnelijk innen van onbetaalde facturen. Daarmee scoort België slechter dan de meeste andere landen in Europa. Finland en het Verenigd Koninkrijk voeren de rangschikking aan. België staat in het gezelschap van Frankrijk in de onderste gelederen van de rangschikking. 

Ouders en adviseurs

‘Wie hoog scoort in de ranking is meer geneigd zijn financiële opvoeding uit een breed scala aan bronnen te halen’, zegt Colpaert. ‘Van de Finse consumenten met kinderen geeft 92 procent aan dat ze actief proberen hun kinderen te leren omgaan met geld, het hoogste percentage van alle Europeanen. De Britse en Ierse consumenten winnen dan weer vaker advies in bij onafhankelijke financieel adviseurs dan hun Europese collega’s’, zegt Colpaert.

Mensen voelen zich bijna verplicht om op Black Friday geld uit te geven dat ze bij nader inzien beter niet uitgeven.

Ook de scholen spelen een cruciale rol. ‘Belgische scholen hebben een inhaalbeweging te maken op het vlak van de financiële opleiding van leerlingen’, zegt Colpaert. ‘Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Belg aangeeft dat hij zijn financiële voorlichting hoofdzakelijk, en merkelijk meer dan de gemiddelde Europeaan, bij de ouders en bij de bank haalde’, klinkt het.

Intussen heeft toezichthouder FSMA met het label Wikifin wel al enkele projecten over financiële opvoeding lopen in scholen, en ook in de eindtermen is er meer aandacht voor de financiële geletterdheid. Maar volgens Colpaert moet de focus vooral liggen op de praktische toepassing. ‘Er bestaan bijvoorbeeld tools die mensen leren hun budget te beheren. Maar die worden vooral gebruikt bij de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) op een moment dat mensen al in schulden zitten. Waarom die tools niet actief gebruiken in scholen?’, vraagt Colpaert.

Het onderzoek van Intrum peilde niet alleen naar de financiële geletterdheid, ook werden de Europeanen vergeleken op het vlak van betaalgedrag, leengedrag en de manier waarop ze sparen. Voor dat laatste scoren de Belgen uitstekend. Ze prijken op de zesde plaats.

40 procent
40 procent van de Belgen slaagde er niet in de financiële test met succes af te leggen.

Opvallend is dat twee op de drie Belgen (70%) wel eens geld lenen om iets te kopen voor de kinderen. ‘Een hallucinant cijfer’, vindt Colpaert. ‘Sociale druk leidt ertoe dat ouders die zich geen grote uitgaven kunnen veroorloven voor de kinderen, dat toch doen. Ouders willen dat hun kinderen toch die dure kledij kunnen dragen of dat schoolreisje kunnen maken, ongeacht de financiële gevolgen.’ De bundeling van alle onderzochte thema’s levert de Barometer van Financiële Gezondheid op. Op die Barometer haalt België de middenmoot met een elfde plaats, net boven Nederland en Frankrijk.

Black Friday

Intrum waarschuwt voor internationale fenomenen als Black Friday (de laatste vrijdag van november). ‘Mensen voelen zich bijna verplicht om op Black Friday geld uit te geven, dat ze bij nader inzien beter niet uitgeven. Reclame en sociale media spelen sterk in op de gevoelens van de consument. Dat Black Friday een hype is, maakt dat mensen niet willen onderdoen voor vrienden of familie die veel spenderen op die koopjesdag.’ 

Hoeveel kost uw poetshulp echt?

De dienstencheques die u voor 9 euro koopt, zijn in werkelijkheid een stuk meer waard. Als we rekening houden met de Vlaamse subsidies zijn ze goed voor 23,02 euro per stuk. Maar dat bedrag volstaat niet om de poetshulpen een beter loon te geven én de dienstenchequebedrijven rendabel te houden.

De poetshulpen uit de dienstenchequesector voeren donderdag actie voor meer loon. Huishoudhulpen uit de dienstenchequesector behoren allerminst tot de best betaalde werknemers. Het minimumuurloon voor de zowat 145.000 mensen die met dienstencheques werken, bedraagt 11,04 euro voor een beginnende werknemer. Na drie jaar dienst bedraagt het uurloon 11,73 euro.

De poetshulpen eisen nu een loonsverhoging van 1,1 procent en verwijzen daarvoor naar de afspraken die in het interprofessioneel akkoord gemaakt zijn.

De werkgevers in de sector willen de extra vergoeding beperken tot een eenmalige nettopremie in de vorm van een ecocheque van 130 euro voor iemand die voltijds werkt. Aangezien veel poetshulpen slechts deeltijds werken, spreken we daar eerder over een premie van 65 euro op jaarbasis. Een grotere financiële tegemoetkoming kan niet, zo klinkt het bij werkgevers, omdat de marges van de dienstenchequebedrijven nu al erg beperkt zijn.

Hoe werkt het systeem van dienstencheques? Want zo’n cheque is in realiteit veel meer waard dan 9 euro.

Hoeveel is een dienstencheque werkelijk waard?

Het zijn de dienstenchequebedrijven die de lonen van de poetshulpen betalen met het geld dat ze via het systeem van de dienstencheques binnenkrijgen. De financiële middelen die de dienstenchequebedrijven ter beschikking hebben, krijgen ze voor een deel via het bedrag dat de klanten voor hun cheques betalen. Maar uiteraard volstaat die 9 euro per cheque niet. De Vlaamse overheid past bij met een subsidie, die de reële prijs van een dienstencheque op 23,02 euro brengt.

©Mediafin

Van dat bedrag moet het dienstenchequebedrijf het brutoloon van zijn werknemers betalen. Maar de werkelijke loonkosten liggen een stuk hoger dan alleen dat brutoloon. De bedrijven die mensen met dienstencheques tewerkstellen, moeten ook werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, de bedrijfsvoorheffing en het vakantiegeld betalen. Van de 23,02 euro die de dienstenchequebedrijven innen, gaat uiteindelijk 20 tot 20,50 euro naar de loonkosten.

Met de overblijvende 2,50 tot 3 euro moeten de dienstenchequebedrijven de financiële lasten, de afschrijvingen, de vaste kosten, de huur van de kantoren en de fiscus betalen. Wat daarna overblijft, is de marge van het dienstenchequebedrijf.

Hoeveel betaalt de gebruiker echt voor zijn dienstencheque?

Dankzij de fiscale aftrek voor dienstencheques betaalt u in Vlaanderen in werkelijkheid niet eens 9 maar 6,30 euro per dienstencheque. Op de eerste 163 cheques die u bestelt krijgt u een fiscaal voordeel van 30 procent. Dat brengt het maximaal voordeel op 1.470 euro per persoon per jaar.

In het Brussels Gewest is het fiscale voordeel minder groot. Daar krijgt u een fiscale aftrek van 1,35 euro per cheque, waardoor de reële prijs in 7,65 euro bedraagt. Het Waals Gewest valt het duurst uit. Daar krijgt u voor de eerste 150 cheques die u koopt een belastingvermindering van 0,90 euro. Dat brengt de reële kostprijs op 8,10 euro per cheque.

Vanaf volgend jaar moet u echter dieper in de buidel tasten voor dienstencheques. Vlaanderen brengt dan de fiscale aftrek terug tot 20 procent, wat de reële prijs van een dienstencheque op 7,20 euro brengt. Het terugschroeven van het fiscaal voordeel moet de Vlaamse overheid een besparing van 75 miljoen euro opleveren.

‘We hadden gehoopt dat toch een deel van die som naar ons zou terugvloeien om de dienstenchequesector te ondersteunen’, zegt Herwig Muyldermans, de algemeen directeur van Federgon, de werkgeversorganisatie die de bedrijven uit de dienstenchequesector vertegenwoordigt. ‘Maar de kans lijkt klein dat dat zal gebeuren.’

Zijn de extra kosten die sommige dienstenchequebedrijven hun klanten aanrekenen geen verkapte prijsverhoging?

Uit steekproeven blijkt dat meer dan de helft van de dienstenchequebedrijven extra kosten zou aanrekenen. In principe is dus inderdaad sprake van een prijsverhoging.

De manier waarop die extra’s worden aangerekend en de bedragen waar het om gaat, verschillen van bedrijf tot bedrijf. Om enkele voorbeelden te geven: Familiezorg rekent 1,5 euro extra per poetsbeurt aan, Familiehulp stuurt een factuur voor een forfait van 50 euro per jaar en Agilitas vraagt 0,40 euro per dienstencheque extra.

Het extra geld dat in het laatje komt, mag niet worden gebruikt om de lonen van de poetshulpen te verhogen en zo werknemers van de concurrentie af te snoepen. In de regel is de extra aanrekening een ‘omkaderingsvergoeding’. Er mogen alleen dingen zoals administratie, verplaatsingsonkosten en werknemersopleidingen mee worden gefinancierd.

Er bestaat geen plafond voor de extra kosten die de dienstenchequespelers aanrekenen. Maar de bedrijven zullen er wel over waken dat ze zichzelf niet uit de markt prijzen. De kans bestaat echter wel dat bedrijven die nog geen bijkomende kosten aanrekenen dat in de toekomst wel zullen doen om het hoofd boven water te houden.

Waarom staan de dienstenchequebedrijven weigerachtig tegenover een loonsverhoging?

De marges zijn de voorbije jaren uitgehold, aangezien de lonen stegen maar de subsidies van de overheid geen gelijke tred hielden. Om budgettaire redenen besliste de Vlaamse overheid de dienstenchequebedrijven niet volledig te compenseren voor de automatische loonindexeringen. Bij het overschrijden van de spilindex vindt een automatische indexatie plaats, waarbij de lonen en de inruilwaarden van de dienstencheques voor de dienstenchequebedrijven worden aangepast. De lonen worden met 2 procent verhoogd, maar de inruilwaarde van een Vlaamse dienstencheque wordt slechts met 73 procent van die 2 procent – dus met 1,46 procent – verhoogd.

Bijkomende loonsverhogingen leiden zeker tot problemen in de sector.

Herwig Muyldermans
topman Federgon

Naast die automatische indexeringen zijn er om de twee jaar sectorale onderhandelingen waarin loonsverhogingen worden afgesproken. Die loonsverhogingen hebben geen enkel effect op de inruilwaarde van de dienstencheques. Dat wil zeggen dat die loonsverhogingen volledig gedekt moeten worden door de marge die een bedrijf op een dienstencheque heeft.

‘Tot nu toe is de sector gered door de taxshift die in 2015 werd doorgevoerd’, zegt Muyldermans. ‘De lastenverlaging op arbeid was duidelijk voelbaar in de sector. Maar bijkomende loonsverhogingen zullen zeker tot problemen in de sector leiden.’

Supersnel geld overschrijven kan ook automatisch en zonder extra kosten

Flitsbetalingen geraken almaar meer geïntegreerd in het aanbod van de banken. Bij verschillende banken wordt een overschrijving al automatisch en zonder extra kosten in enkele seconden doorgevoerd.

Belgische banken werken al een aantal jaar aan een systeem dat overschrijvingen sneller moet uitvoeren. Bij een klassieke overschrijving kan het een tot meerdere dagen duren voor het bedrag op de andere rekening staat. Bij een flitsbetaling is het de bedoeling dat een betaling meteen – binnen enkele seconden – op de rekening van de begunstigde staat. Het maakt niet uit of het over dezelfde bank of over een andere bank gaat. Ook het tijdstip van de overschrijving, tijdens de weekends of op feestdagen, speelt geen rol.

Zestien Belgische banken hebben begin dit jaar toegezegd dat ze instantoverschrijvingen zullen aanbieden in hun dienstenpakket, al dan niet tegen extra kosten. Maar dat betekent niet dat een flitsbetaling al mogelijk is voor alle klanten van de 16 banken. Bij BNP Paribas Fortis is het voorlopig alleen voor bedrijfsklanten mogelijk om een flitsbetaling te doen naar een andere rekening. ‘De uitrol voor de particuliere klanten is gepland voor begin 2020. De tarifering daarvoor is nog niet bepaald’, zegt Hilde Junius, woordvoerster van de bank.

De tarifering voor de flitsbetalingen verschilt fors naargelang de bank. ‘Bij verschillende banken is het een aparte betalende dienst’, zegt Isabelle Marchand van de bankenfederatie Febelfin. ‘Maar er zijn ook banken die betalingen standaard instant uitvoeren, indien mogelijk. In dat geval zijn de betalingen onderdeel van een pakket en worden ze niet afzonderlijk getarifeerd’, luidt het.

Bij 16 Belgische banken is het systeem van flitsbetalingen geïnstalleerd, maar nog niet overal kunnen alle klanten er gebruik van maken.

KBC, dat sinds 4 maart flitsbetalingen voor particulieren aanbiedt, rekent geen aparte kosten aan. Als de bank een betaling als instantoverschrijving kan uitvoeren, doet ze dat standaard zonder extra kosten. De klant hoeft zelf niets te ondernemen, luidt het. De dienst geldt wel alleen voor klanten met een KBC/CBC Plusrekening. Voor bedrijfsklanten maakte KBC de dienst eind oktober beschikbaar. Sinds maart 2019 konden zij al instantoverschrijvingen ontvangen.

Ook ING biedt de dienst automatisch aan. ‘Ongeacht welk type rekening kunnen klanten ervan gebruikmaken via Home Bank of ING Smart Banking. Ze hoeven daar niets voor te doen en het is volledig gratis’, klinkt het. Bedrijfsklanten moeten wel aangeven of ze van de voor hen betalende dienst willen gebruikmaken (5 euro exclusief btw). ‘We blijven bedrijven ook de mogelijkheid bieden om betalingen dezelfde dag uit te voeren, als ze die vóór 14.30 uur invoeren. Die dienst blijft automatisch en gratis.’

Argenta is een andere speler die supersnelle overschrijvingen gratis aanbiedt aan particulieren. ‘De betalingen moeten wel via de app verlopen’, luidt het.

Bij Crelan en Belfius worden flitsbetalingen apart aangerekend. ‘We hebben bij de lancering besloten één tarief toe te passen voor al onze klanten, namelijk 1,25 euro. Flitsbetalingen hebben een hoge toegevoegde waarde voor onze klanten – de dienst werkt 24/7 en het geld is meteen beschikbaar voor de begunstigde – maar ze houden wel een reële kostprijs in voor de bank. We gaan het gebruik van die dienstverlening door onze klanten analyseren en eventueel het tarief aanpassen. Transfers tussen Belfius-rekeningen in realtime zijn gratis’, luidt het bij Belfius.

Crelan rekent 1,25 euro aan voor een flitsbetaling. ‘De klant moet die optie aanduiden in myCrelan of de mobiele app.’ Bij BNP Paribas Fortis, dat de dienst al voor bedrijfsklanten aanbiedt, is er ook een vast tarief. ‘Bedrijfsklanten met een Easy Banking Business-contract betalen 0,50 euro per transactie.’

Discussies uitsluiten

Wie een snelle overschrijving wil uitvoeren, moet er rekening mee houden dat ook de ontvangende bank ingeschreven moet zijn in het systeem van flitsbetalingen. Volgens Febelfin is 85 procent van de rekeningen bereikbaar voor flitsbetalingen.

Wie een snelle overschrijving wil uitvoeren, moet er rekening mee houden dat ook de ontvangende bank ingeschreven moet zijn in het systeem van flitsbetalingen. Volgens Febelfin is 85 procent van de rekeningen bereikbaar voor flitsbetalingen.

De 16 ingeschreven banken zijn Argenta, Bank De Kremer, Bank J. Van Breda & Co., Bank Nagelmackers, Belfius, BNP Paribas Fortis, CBC Banque, CPH Banque, Crelan, Europabank, Fintro, Hello Bank, ING België, KBC Bank, KBC Brussels en VDK Bank. Wie bij hen klant is, zal instantoverschrijvingen kunnen ontvangen en mogelijk ook initiëren. Wie een flitsbetaling ontvangt, moet uiteraard niet betalen voor de dienst. AXA Bank en Deutsche Bank doen niet mee met het systeem.

De flitsbetalingen kunnen handig zijn om bijvoorbeeld snel een bewijs van betaling te hebben bij een aankoop. Als de verkoper het geld meteen op de rekening heeft, worden discussies erover uitgesloten. Ook kunnen grotere bedrijven hun cashbeleid beter uitstippelen als ze sneller worden uitbetaald.

Belangrijk nog: betalingen met de kaart volgen een ander systeem. Bij betalingen in de winkel met de kaart versluist het geld de dag zelf of de dag nadien van de ene naar de andere rekening. Maar het is Bancontact of Maestro dat dat betalingsverkeer regelt en dat platform verschilt van dat dat gebruikt wordt voor de flitsbetalingen.

Tien geldvragen aan Peter Van Laer

Peter Van Laer is de nieuwe CEO van het adviesbureau BDO België. ‘Ondernemen is een loodzware stiel. Het moet echt een hel zijn om jaren te ondernemen zonder enig succes te boeken.’

1. Wanneer hebt u met geld leren omgaan?

‘In de periode dat ik als student mijn eerste centen verdiende. Ik heb studentenjobs gedaan in een houtzagerij, een slagerij en een schrijnwerkerij. Een deel van mijn inkomen ging naar een dj-clubje dat ik met enkele vrienden had opgericht. We draaiden op fuiven en investeerden samen in relatief duur materiaal en platen.’

2. Wat is uw beste investering?

‘De aankoop van de gezinswoning. Dat heeft niet alleen te maken met de economische waarde, maar vooral met de warme plaats die je er creëert voor jezelf en je gezin. Ik beschouw mijn huis echt als a healing place, waar ik met mijn vrouw, vier kinderen en schoonkinderen rust en stabiliteit vind.’

3. Neemt u gemakkelijk financiële risico’s?

‘In 2007 heb ik met andere investeerders het consultingbureau Crossroad opgericht. Ik had toen evengoed kunnen vasthouden aan mijn goedbetaalde job in een grote onderneming. De uitwerking van een goed businessplan heeft me genoeg vertrouwen gegeven om de risico’s te durven nemen. Dat is een oefening waarmee je een geheugen opbouwt voor de toekomst, want uiteindelijk is het een document waarin je alle situaties beschrijft waarin je nog kan terechtkomen. ’

4. Hebt u al wakker gelegen van geldzaken?

‘Door de crisissen van 2008 en 2012 hebben we het met Crossroad niet altijd makkelijk gehad. Dan kom je ook jezelf tegen. Ik heb toen meer dan één slapeloze nacht beleefd. Op zich is dat ook niet slecht, want het betekent dat je intensief bezig bent met je onderneming. En dan heb ik nog het geluk gehad dat we verschillende keren konden feesten om successen te vieren. Ondernemen is een loodzware stiel. Het moet echt een hel zijn om jaren te ondernemen zonder enig succes te boeken.’

5. Belegt u?

‘Het grootste deel van mijn vermogen zit in fysiek vastgoed. Dat beschouw ik als een brave belegging. Sinds de verkoop van Crossroad aan BDO investeer ik ook in lokale ondernemers die de markt goed aanvoelen en overlopen van passie. Dat zijn kleine maar hele risicovolle investeringen. Voor mijn vermogen kies ik dus ofwel voor absolute veiligheid, of neem ik voluit risico’s. De tussenweg neem ik niet.’

6. Bent u al het slachtoffer geweest van oplichters?

‘Als investeerder werd ik weleens geconfronteerd met buitenlandse maatschappijen die me fantastische rendementen voorspiegelden. Zulke schimmige verhalen kan je snel doorprikken als je je huiswerk een beetje maakt. Het is me wel al overkomen dat mijn kredietkaart werd gekopieerd tijdens een reis in de Verenigde Staten. Mijn kaart werd toen gebruikt voor de aankoop van een wagen, enkele tankbeurten en een reis naar Mexico. Gelukkig heeft de kredietmaatschappij snel alle kosten terugbetaald.’

7. Waaraan spendeert u graag geld?

‘Aan mijn vier kinderen. We laten hen studeren en geven hen de ruimte voor hobby’s en sporten, zodat ze zich maximaal kunnen ontplooien. Dat kost veel geld. We gaan ook gezamenlijk een paar keer per jaar op reis. Minstens één keer per jaar trekken we naar een heel andere cultuur, zodat ze dat ook kunnen beleven.’

8. Hebt u een zwak voor technologische gadgets?

‘Niet echt. Veel gadgets belanden na enige tijd ongebruikt in een schuif omdat ze toch niet zinvol zijn. Ik heb wel graag de nieuwste versie van een smartphone, omdat die meestal echt meer gebruiksgemak biedt.’

9. Koopt u kunst?

‘Ik kijk heel graag naar kunst, maar kopen is nog iets anders. Ik heb het heel moeilijk de prijsvorming achter kunst te begrijpen. Sommige prijzen kan ik niet vatten.’

10. Wat is uw guilty pleasure?

‘Ik ben een grote liefhebber van lekkere wijnen. Van mijn vrouw hoor ik af en toe dat ik overdrijf, als ik mijn kelder nog eens aanvul. Toch ben ik geen verzamelaar die flessen jaren laat liggen. Ze zijn echt gekocht met de bedoeling ze leeg te drinken met familie of vrienden. Hele dure wijnen zijn aan mij niet besteed. Voor een bijzondere wijn wil ik nog 60 à 70 euro betalen, maar dat is het absolute maximum.’

LOGO KLEUR copy2 copy

De Smedt Advocaten

Het kantoor behandelt een zeer ruim spectrum aan rechtsmateries, waardoor zowel de particuliere cliënten inzake persoonsgebonden materies als bedrijven, zelfstandigen en vrije beroepen met hun specifieke ondernemingsgerelateerde cases op een deskundige manier geholpen kunnen worden.

Copyright 2017 © Alle Rechten Voorbehouden

Design by PubliDesign.be